Raddraaier

Er is onder verantwoordelijkheid van de VVD enorm bezuinigd op politie en justitie. Er is geen agent meer in de wijken. Ik zie zelden nog blauw (met geel) op straat. Justitie is gerund door Ollie B’s en andere non-valeurs.

En dan nu na weer veel oud-en-nieuw van geweld tegen hulpverleners de krokodillentranen van onze premier die ‘doorgesnoven’ raddraaiers graag zelf ‘persoonlijk in elkaar wil slaan.’

Goh, wat een stoere taal. Maar iets aan het probleem doen, ho maar, Geen verbod op vuurwerk waar hulpverleners en artsen om schreeuwen. Maar wel lekker een heel slecht voorbeeld geven als premier door geweld impliciet aan te moedigen.

Het moreel gezag is Rutte inmiddels kwijt. Op 20 maart kan hem indirect ook het politiek gezag ontvallen. Daarom is Rutte ook al zo druk met campagnevoeren in plaats van met oplossingen te komen.

Op de foto geeft Rutte zelf al aan hoe groot het gat is tussen woorden en daden, tussen afkeer en vertrouwen.

Om het hoekje staat Dijkhoff proefballonnen en een klimaatwet op te blazen. Dat u weet waar u binnenkort op stemt.

Homo Excludens

Ik heb het nog even gecheckt, maar God bestaat niet.

In zijn boek De antwoorden op de grote vragen legt natuurkundige Stephen Hawking het uit: ‘Men kan God definiëren als de belichaming van de natuurwetten. Dit is echter niet zoals de meeste mensen denken over God. Zij denken aan een mensachtig wezen, met wie je een persoonlijke band kunt hebben. Als je naar de enorme omvang van het heelal kijkt en in ogenschouw neemt hoe onbetekenend en toevallig het menselijk leven is, dan lijkt dat hoogst onwaarschijnlijk.’

Zo. Dat is opgelost. Nu de gelovigen nog die maar blijven geloven en dat als maat stellen voor wie wij mogen zijn, wat we denken, doen en met wie. Hoe zwaarder het geloof, hoeveel meer de behoefte aan onderdrukking en afwijzing. Vrouwen zijn altijd tweederangs, homo’s en lesbisch verdorven en gedoemd en het staat allemaal in de bijbel en koran. Homo Excludens.

De terreur van het geloof gaat ver. Wapperend met de vrijheid van godsdienst mogen mensen tot tweederangs burger worden verklaard, beschimpt, bespuwd, vervolgd, gedood. Wat geeft hen het recht? Waarom mag hun geloof en wereldbeeld de grondwet verkrachten? Waar bemoeien zij zich mee? Geloof is toch altijd van gelijk hebben en het buitensluiten van wie anders is, denkt, voelt, vindt en graag zelf bepaalt hoe hij of zij leeft en met wie.

God bestaat niet. Gelovigen wel. Ik weet niet wat erger is.

‘Ja. Ja, dus?’

Ja, dat hebben politici dus niet graag. Oog in oog komen met mensen die geraakt worden door politieke keuzes. En een kind is dan extra lastig.

Fractieleiders in de Tweede Kamer hadden het er een tijdje geleden maar moeilijk mee toen programmamaker Tim Hofman met de negenjarige Nemr verhaal kwam halen waarom hij Nederland uit moest.

Broeder Buma liet maar weer eens zien hoe soepel de kniegewrichten zijn. Als een directe nazaat van Pontius Pilatus waste hij zijn handen in onschuld. Hij ging er niet over, dat waren die rechters. Tsja. Liegen tegen een kind voor eigen gewin. Minnetjes, hoor.

Klaas Dijkhoff, de aanvoerder van de volkspartij van vrijheidslievende democraten, kreeg de meeste flack. De korte versie van de confrontatie van Hofman en Nemr met Dijkhoff, zag er dan ook niet goed uit voor de best geklede man van Nederland.

Op de vraag van Hofman over zijn toekomst in Irak antwoordde Nemr in de richting van Dijkhoff met één woord: ‘dood.’ Het ‘Ja, dus?’ of ‘Ja. Dus?’ of ‘Ja dus’ of zoals hij het echt zei ‘Ja….Ja, dus?’ was de uiterst pijnlijke reactie van Dijkhoff die zichtbaar niet op zijn gemak was en niet de empathie op zak had om door een knie te gaan en met Nemr te praten.

Want ja, en ach, dat Irak is best veilig vindt de Tweede Kamer. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken niet. Het is in Irak onveilig tot extreem onveilig. Niet de gewenste kweekvijver voor een kind van negen dat er nog nooit is geweest.

Het was pijnlijk. Gênant. En natuurlijk harkt Hofman zo in één grote klap een gigantisch aantal ondertekenaars voor zijn petitie binnen. Over de ruggen van die onschuldig veinzende politici die bang zijn voor hun hachje en voor de dreigende stembus.

Want als de preciezen rekkelijk worden dan zou dat een aanzuigende werking kunnen hebben op de populariteit van hun politieke tegenstanders. En daar zijn politici als de dood voor.

Dus geen kinderpardon. Elk land is veilig. Dus lekker terug naar je eige land..

‘Ja. Ja, dus?’

She Was Naked

Met als kop ‘De gitaar als grote afwezige’ ruimde Het Parool zaterdag bijna 2 pagina’s in voor Supersister, de Haagse band die begin jaren ’70 verrassend andere muziek maakte en heel verrassend in het voorjaar van 1970 een grote hit scoorde met de single ‘She Was Naked’.

Supersister was ‘arty’, een vleugje Soft Machine, een snufje Zappa, Pink Floyd nog met Syd Barrett, jazz, en de nodige weirde humor. En geen gitaar dus, maar toetsen en een dwarsfluit.

Supersister was in termen van die tijd ‘Wow’, en niet voor niets heette een livesucces van hen ook zo. Supersister was gaaf. Coole muziek, coole looks, enorm lang haar. Dat ze dat durfden. Ik moest nog steeds naar de dorpskapper en daar regeerde de tondeuse.

Toen Supersister zo plots een hit scoorde, was ik net 12, net brugpieper af, maar bleu, kortgeknipt en geen idee over bloemetjes en meisjes, laat staan dat ik iets kon met een titel als ‘She Was Naked’, maar spannend was het wel.

Maar in mijn klas zat Nicolien. Zij was ouder dan ik, en had totaal geen interesse in me. Ze had oneindig haar en hot pants die haar benen alle ruimte boden. Ik was bleu en onwetend, maar als zij naakt zou zijn…

Maar Nicolien was niet alleen Nicolien en ongrijpbaar, maar bleek ook één van de oprichters van een Supersister-fanclub. Daar moest ik natuurlijk lid van zijn. Het gaf me een excuus om contact te leggen (en te houden) met Nicolien.

Er kwam allemaal niets van. Niet voor mij, in ieder geval. Met Nicolien ook niet zo. Ik kwam haar heel lang geleden tegen op een schoolreünie, en ik vond dat ze minder was dan de belofte van toen.

Supersister daarentegen is na een halve eeuw nog steeds bijzonder. Al hun werk is nu samengebracht in een mooie box die ‘Memories are new’ heet. De fanclub zal niet meer bestaan, maar de fans zijn er nog, de een wat beter ter been en minder doof dan de ander.

Chef-Kok

Wim Kok. Jongen van Bergambacht, van het strenge Zuid-Hollandse land. Kind van de klei. Jongen van de polder. Een brave, hardwerkende jongen, later letterlijk een grote man, wat hoog in de schouders, wat nukkig en hoekig, zo wist iedereen.

Wim Kok is niet meer. Een monument is om. Hij werd 80 en een week of vier. Alle loftrompetten worden gestoken voor een groot staatsman, de architect van het zo geroemde poldermodel. En, zo men nuchter kan concluderen, waarschijnlijk de laatste premier ooit van de PvdA.

Wim Kok. Er was iets met ideologische veren die moesten worden afgeschud. Het is hem door velen verweten en langdurig nagedragen. Kok zou de grote uitverkoper zijn van alles wat de sociaaldemocratie zo dringend nodig maakte. Het zal. Maar Kok maakte de PvdA groot. ‘Kies Kok’ was even simpel als effectief.

Hij werd later commissaris bij de grote jongens van het grote kapitaal waar de sociaaldemocratie zo vurig tegen ageerde. Velen vonden het verraad. Dat raakte hem, maar hij bleef bij wat hij deed.

Onder Kok was Nederland acht jaar Paars. Regeren zonder christelijke partijen, het moest en het kon. Dat was nog eens een doorbraak. De sociaaldemocratie kan er niet aan terugdenken zonder natte ogen.

Niemand kon zo Wim Kok zeggen als Bill Clinton. De schuinsmarcheerder zag in de Nederlandse premier de aanvoerder van de derde weg, een belangrijk politicus, een visionair die met alle polderpartners ons oneindig laagland een groot succes en een voorbeeld voor velen maakte.

Wim Kok. Chef-Kok. Letterlijk en figuurlijk een groot man. Wij gaan voorwaarts. Maar zullen niet vergeten.

It was the Summer of ’69

Deze week is de première van de film First Man over de Apollo 11 en Neil astronaut Armstrong, de eerste mens op de maan. Ik was pas 11 jaar toen Armstrong in het maanstof stapte, en het is volgend jaar al een halve eeuw geleden, maar ik kan het me herinneren als eergisteren. Ik mocht die nacht – de 20e juli – lang opblijven of werd door mijn ouders uit bed getrommeld om dit grootse moment in de menselijke geschiedenis zelf en live te zien.

Het was in zwart-wit en slecht te zien, want nog geen kabel, kleur en niks digitaal, maar het kwam wel direct van de maan. En wat je niet of slecht zag werd je allemaal goed uitgelegd door presentator Henk – Apollo Henkie – Terlingen die – net als Armstrong – zijn reputatie aan die eerste maanlanding te danken had.

Het hele ruimteprogramma van de Amerikanen was in feite een wapenwedloop met de Russen, maar de bestorming van de maan was toch ook – en uiteindelijk vooral – een mooi voorbeeld van wat de mens vermag. Er kwamen na Armstrong en Buzz Aldrin nog wat Amerikanen op de maan, maar de lol was er snel af, en verder dan de maan zijn we ook niet gekomen, behalve in films als The Martian.

Ik ga dit weekend bijna een halve eeuw terug in de tijd naar Armstrong en ‘zijn’ Apollo 11 in First Man, waar overigens de Canadees Ryan Gosling Armstrong speelt. Benieuwd.

Hij dronk ranja met een rietje..

Hij had altijd iets van de belofte in zich, van die zo gewenste doorbraak van de SP. Maar de belofte bleef een belofte. Emile Roemer won geen verkiezingen. De peilingen waren vaak torenhoog, maar de resultaten vielen altijd tegen. De laatste verkiezingen werden hem – met vertraging – toch nog fataal. Exit Emile Roemer.

Zoals zoveel beloften had Emile Roemer het uiteindelijk toch niet echt. Hij was en bleef toch de licht corpulente schoolmeester uit Boxmeer. Een gezellige man, geen greintje kwaad, maar vuurloos. Als hij boos probeerde te zijn op z’n SP’s, dan kwam het toch niet echt venijnig over. Roemer blafte wel, maar hij beet zelden. Geen Jan Marijnissen. En ook niet diens dochter. Geen slager uit Oss. Maar de brave borst uit Boxmeer.

En juist toen hij op z’n schattigst leek, zakte hij door het ijs. Hij dronk ranja – sorry, Fanta – met een rietje, en dat zag er zo snoezig-lullig uit, dat vrijwel niemand onze Emile nog serieus kon nemen. Die SP, daar hadden we niks van te vrezen. Een rietje. Uiteindelijk is hij daarover gestruikeld.

En de SP? Dat was en bleef een familiebedrijf. Na grote Jan nu dochter Lilian. Koud in de kamer, maar door wie het weten kon al langer gezien als de troonopvolgster. Et voilà. Een nieuwe Marijnissen. Jong, voor de duvel niet bang. En ik heb haar nooit met een rietje gezien. Zou die SP dan toch nog…?

Slegs vir blankes

Terecht maakt Neelie Kroes zich in Het Parool boos over het selectiebeleid van haar VVD: ‘Eén VVD-vrouw, het is droevig.’ En dat is het ook. Het is ook droevig dat er van de zestien ministers slechts zes vrouw zijn. Tel je de staatssecretariaten erbij, dan wordt het beeld ietsje rooskleuriger, maar het blijft een wanverhouding. Trudaeu in Canada en Macron in Frankrijk laten zien hoe het wel kan: gewoon 50% vrouw, 50% man. Hoe moeilijk kan het zijn?

Maar zo het kan is het nog veel droeviger dat dit kabinet Rutte III veel meer weg heeft van Wilders I. Het nieuwe kabinet is helemaal blank, hagelwit. Oud rechts en behoudend midden staan niet voor een inclusief maar een exclusief Nederland waar geen ruimte aan de vergadertafel is voor mannen en vrouwen met een Surinaamse, Antilliaanse, Marokkaanse, Turkse of welke andere achtergrond dan ook. Het is tekenend dat ik er vrijwel niemand over hoor. Zijn we allemaal ziende blind geworden?

Het was een schrijnende constatering van Özcan Akyol. De schrijver en columnist zei dat hij wel Nederlander is, maar dat hij er eigenlijk niet bij hoort. Zo ervaart zelfs een niet bepaald kansloze of onsuccesvolle Nederlander zijn Nederlanderschap. Tweederangs, gestigmatiseerd, buitengesloten, en lichtjaren verwijderd van een plekje aan de vergadertafel van Nederland.

Dit kabinet heeft volgens haar credo ‘vertrouwen in de toekomst.’ Het klinkt mooi, maar waar is het in godsnaam op gebaseerd als we zo een substantieel deel van de bevolking er niet echt bij horen vinden. Wat moet Wilders genieten. Zonder dat hij vuile handen hoeft te maken laat Rutte III zien waar Nederland voor staat: slegs vir blankes. Mij geeft dat verrekte weinig vertrouwen in de toekomst.

Grachten vol tranen

Eberhard Edzard van der Laan is heengegaan. Het was de kroniek van een door hem zelf aangekondigde dood. Hij laat een lieve stad, een lieve vrouw en vijf lieve kinderen achter. Eberhard is er niet meer om voor ons te zorgen en over ons te waken.

Hij werd geboren in Rijnsburg, maar was Amsterdamser dan Amsterdam en het leek er wel op dat hij in zijn eentje de stad wilde torsen. Een ontembare energie. Een onbedwingbare behoefte en drang om problemen de wereld en vooral de stad uit te helpen.

Er is een Amsterdammer doodgegaan. En niet zo’n kleine ook. Maatje XL. Een oor, een aai, een arm voor iedereen en voor alles een oplossing. Een goed mens, met natuurlijk ook van die trekjes, maar ach. Als je de hele stad op je schouders torst, dan moet je af en toe ook wat blaffen, en bijten deed hij zelden.

Nu moeten we zonder Eberhard goed voor de stad en voor elkaar zorgen. Het was zijn opdracht aan ons. Nu hij er niet meer is, moeten wij het van hem overnemen. Een soort Amsterdamszelfbestuur. Onze liefderijke burgervader is er niet meer om ons te leiden. We zijn nu een stad met 855.000 wezen. Grachten vol tranen. Ik maak een diepe buiging. Dag, Eberhard.

Ei-ei-situatie

 

Ik ben het wel eens kwijt. In de war. Spoor bijster. Van de leg. U kent het vast. Nou denk ik vaak dat het gewoon aan mij ligt, maar vanochtend had ik plots een dieper inzicht. Dat kwam door een ei-ei-situatie. En dat zat zo.

De firma Chickfriend – jawel – uit – jawel – Barneveld was kippenstallen te lijf gegaan met bloedluisreiniger waar het voor de mens (en kip, neem ik aan) schadelijke fipronil aan was toegevoegd. Wat Chickfriend verkocht als ‘de droom van elke kippenboer’ (ik verzin het niet..), werd een nachtmerrie en landelijk nieuws.

Ook mij werd vriendelijk verzocht eventuele eieren in huis op code te checken. Die code vond ik uiteindelijk op de eieren zelf. Was me nooit opgevallen dat eieren zo’n gestempelde code hebben. Maar goed, in de zoektocht naar die code – gelukkig bleken onze eieren ‘safe’ – stuitte ik op iets wat verdacht veel leek op een samenzwering om mij gek te krijgen.

Op het vrolijkgroene doosje met 6 eieren stond niet alleen dat de kippen het zo goed hadden en lekker buiten konden scharrelen, maar ook informatie over allergie. En de allergie informatie was even simpel als gekmakend: bevat ei. Ik zweer het. Ei bevat ei. Ci c’est un oeuf. Dat u het weet. Dat u niet komt klagen als blijkt dat u met een ei ei binnen hebt gekregen.

Ik ben inmiddels nog aan het bijkomen van deze ei-ei-situatie. Terwijl ik toch ook al decennia het raadsel van de kip en het ei probeer op te lossen. Ook geen eitje, zal ik maar zeggen.