Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

De man met de vlinderdas

Niemand weet meer wie hij was. Hij heet nu de man met de vlinderdas. Wat we wel weten, is dat hij op 22 of 23 februari 1941 door de Duitse bezetter werd opgejaagd, opgepakt en daarna afgevoerd en vermoord.

De razzia’s tegen de Joden in Amsterdam waren de brandstof voor de Februaristaking die twee dagen duurde en daarna hardhandig de kop werd ingedrukt.

We weten niet wie de man met de vlinderdas was, en er is geen filmbeeld van de Februaristaking. De oorlog is ver uit een vorige eeuw, alles lijkt te verdwijnen en te verdampen, alsof het niet gebeurd is.

En daarom is het zo goed dat we herdenken. Opdat wij niet vergeten. En de verhalen blijven vertellen, ook al weten we de naam niet of hebben we geen foto van die enige staking in Europa in de Tweede Wereldoorlog.

De Dokwerker is het beeld van dat verzet in februari 1941. We weten dat Mari Andriessen het beeld maakte, en dat zijn vriend Willem Termetz ervoor poseerde. Dat weten we wel. De Dokwerker is niet afgebeeld als held, maar als een ‘gewone’, maar vastberaden arbeider.

Ralph en Miep

Ik krijg de foto maar niet uit mijn hoofd. De foto is de basis voor het affiche voor de tentoonstelling ‘De Jodenvervolging in Nederland 1940-1945’ in het Holocaust Museum in Amsterdam.

Ze lijken voor ons ouder, maar het zijn nog maar kinderen op die foto. Ze zijn jonger dan mijn kinderen nu. Ze zijn 17 en 16 en al verloofd. Ik kijk naar de aktentas, de paraplu en hoe ze getekend zijn door de Jodensterren.

Ralph Polak en Miep Krant lopen in januari 1943 op de Dam richting de fotograaf hun vermoedelijke ondergang tegemoet. Ze kunnen geen kant op. Vlak hierna wordt Miep dan ook gearresteerd, maar Ralph weet haar via de Joodse Raad vrij te krijgen. Zij duikt onder in Baarn, wordt ernstig ziek, maar kan niet naar een ziekenhuis.

Ralph ontsnapt op 29 september 1943 uit het laatste grote transport naar het Oosten. Ze overleven beiden de oorlog en trouwen met elkaar. Ruim 100.000 Nederlandse Joden worden vermoord. En velen nog veel jonger dan Ralph en Miep…

Grachten vol tranen

Eberhard Edzard van der Laan is heengegaan. Het was de kroniek van een door hem zelf aangekondigde dood. Hij laat een lieve stad, een lieve vrouw en vijf lieve kinderen achter. Eberhard is er niet meer om voor ons te zorgen en over ons te waken.

Hij werd geboren in Rijnsburg, maar was Amsterdamser dan Amsterdam en het leek er wel op dat hij in zijn eentje de stad wilde torsen. Een ontembare energie. Een onbedwingbare behoefte en drang om problemen de wereld en vooral de stad uit te helpen.

Er is een Amsterdammer doodgegaan. En niet zo’n kleine ook. Maatje XL. Een oor, een aai, een arm voor iedereen en voor alles een oplossing. Een goed mens, met natuurlijk ook van die trekjes, maar ach. Als je de hele stad op je schouders torst, dan moet je af en toe ook wat blaffen, en bijten deed hij zelden.

Nu moeten we zonder Eberhard goed voor de stad en voor elkaar zorgen. Het was zijn opdracht aan ons. Nu hij er niet meer is, moeten wij het van hem overnemen. Een soort Amsterdamszelfbestuur. Onze liefderijke burgervader is er niet meer om ons te leiden. We zijn nu een stad met 855.000 wezen. Grachten vol tranen. Ik maak een diepe buiging. Dag, Eberhard.

Een lieve stad

Het is een prachtige zomeravond met een bijzondere gast en tot vlak voor het eind gaat het zoals het gaat en dan is er bijna op het eind dat einde dat maar onbesproken leef, het vooruitzicht van de dood waar Eberhard van der Laan liever niet aan denkt, maar dat zich dan onstuitbaar opdringt en weerspiegelt in de gebroken belofte die Abdelhak Nouri heet.

Het is het moment dat je weet dat komt, want met al het harde, stevige, sterke, dappere en moedige dat in zijn voornaam huist, is Eberhard natuurlijk ook gewoon een hele lieve jongen die in de ultieme worsteling met zichzelf is en zijn verantwoordelijkheidsgevoel gebruikt als nauwsluitend pantser tegen het onvermijdelijke.

In die paar uur zomergast bouwde de burgemeester een prachtig beeldhouwwerk van hoop, humanisme, betrokkenheid, gezonde dwarsigheid, energie, levenslust, nieuwsgierigheid en vertrouwen in een mensheid die dat lang niet altijd verdient en waarmaakt.

Ik hoop dat Eberhard nog een poosje burgemeester blijft, en dan nog een poosje blijft en dan nog een poosje, ja graag, doe maar, ik teken bij het kruisje. Want hoe groot kan het monument zijn voor een burgemeester – een Rijnsburger, mind you – die door zijn tranen heen hoopt dat zijn Amsterdam een lieve stad blijft. Een lieve stad. Wow. Dan zeg ik: lieve burgemeester. Die blijft niet nog een poosje, die gaat nooit meer weg.

 

Teheran aan de Amstel

bierfietsDe bierfiets is het symbool geworden van alles wat vies en voos en loos is in toeristisch Amsterdam. De stad wil de rondrijdende lalkar dan ook het centrum uitduwen. Maar Mokum heeft een geduchte tegenstandster gevonden in Rusita Ruitenberg Segall, advocate van de bierfietsexploitanten. Zij is van het dikke hout waarvan men planken zaagt.

Volgens Ruitenberg Segall is het verbod op de bierfiets vergelijkbaar met de mensenrechtensituatie in Iran. Haar betoog begrijp ik niet helemaal, maar ze suggereert een parallel tussen mensenrechten en vrijheid (of het gebrek daaraan) in Iran en de Mokumse fatwa tegen de bierfiets. Hatsekidee. Je moet maar durven.

En ja, zeker, de bierfiets is pispaal en symbool. Maar er is veel meer ‘leuks’ in de stad te beleven. Zo las ik dezer dagen in Het Parool dat je geketend aan een smurf door de stad kunt zwalken. Dat je kunt koekeloeren bij de hoeren. Een zuiptour doen met een half uur onbeperkt wodkashots, of een Wallentour met – jawel – kutcake bakken en dildo’s boetseren. Daar ga je met je verlichtingsdenken en vooruitgangsgedachte.  

De bierfiets is eigenlijk maar klein bier vergeleken bij de nog bodemlozer leegheid van dit zo gevarieerde toeristisch aanbod. Nu de stad net een offensief lanceert om straten en stegen echt veel schoner te krijgen, kan misschien gelijk ook de bezem door dit soort afstotelijke ongein. Teheran aan de Amstel? Welnee. Sodom en Gomorra aan het IJ.

Homo Intoleranticus

godhatesNatuurlijk kun je het klein maken en bagatelliseren. Het is maar een foldertje. Het is een handjevol hitsers. Godsdienstgekken. En ze kunnen ook niet rekenen. Want wie schrijft er nu op dat het zelfmoordpercentage onder homo’s 200% is? Dat kan toch helemaal niet? Nee, dat kan niet. Maar wat wel kan is dat er een klimaat wordt geschapen waarin homo’s weer vogelvrij en doelwit worden. Zoals afgelopen weekend achter het Centraal Station. Potenrammen is een werkwoord.

Onze grondwet is helder. Iedereen is voor de wet gelijk. Ongeacht sekse, ras of seksuele voorkeur. Maar aan dat recht wordt gerammeld. Homo’s worden eruit gepikt. Ze zijn ziek, zondig, en zitten aan kleine kinderen. De al dan niet vermeende tolerantie erodeert en smelt weg. Nog even wachten en er wordt ‘minder minder homo’s’ geroepen. Maar waarom hoor ik de politiek niet of nauwelijks over deze gender profilering en het apart drijven van homoseksuelen?

Geert Wilders moet zich voor de rechtbank verantwoorden voor zijn ‘minder minder’ uitspraak over Marokkanen. Het is Wilders die waarschuwt voor islamisering van ons land en het verdwijnen van wat we maar wat eufemistisch ‘privileges’ zijn gaan noemen waar we eigenlijk grondrechten zouden moeten zeggen. Het lijkt me een wat curieuze wending dat bij het zwijgen van nu over misselijke en mogelijk (en hopelijk) strafbare flyers Geert Wilders per ongeluk de fakkel van de homobeweging zou moeten gaan dragen. Hoeveel gekker kan het nog worden in ons land?

Het is altijd weer in naam van het geloof dat de intolerantie wordt gepredikt. Een God van liefde kom ik zelden tegen. Vrouwen zijn altijd tweederangs geweest en zijn doelwit voor de Trumpen van deze wereld. Ongelovig zijn is strafbaar in tal van landen. IS gooit homoseksuelen van flatgebouwen. In naam van een geloof en een heilig gelijk gebeuren de vreselijkste dingen. Het zou fijn zijn als we op tijd wakker worden uit onze droom van een verdraagzaam en zo fijn beschaafd en besnaard land. Er is werk te doen. De Homo Intoleranticus staat op de stoep.

Six and the City

SixOp de middelbare school was het Jan Wolkers. Turks Fruit, Kort Amerikaans, De Walgvogel. Toen kwam een diepere periode met Bloem, Peter Handke, een vroege Ian McEwan. Als ik nu een lijstje met favoriete schrijvers zou moeten maken, dan stonden daar Primo Levi, John Updike, Richard Ford en Bill Bryson zeker op. En beslist ook Geert Mak, de hoofdstedelijk chroniqueur van stad en land en Europa.

Ik ben nu als een dolle Het goede leven van Jay McInerney aan het uitlezen zodat ik kan beginnen aan het lijvige nieuwe boek van Mak over de familiegeschiedenis van de Jan Sixen in en om Amsterdam. Het verhaal van de familie Six begint in de 17e eeuw bij de door Rembrandt vereeuwigde Jan Six en loopt via vele naamgenoten naar de huidige Jan Six en het familiehuis aan de Amstel.

Zoals de achterflap van De levens van Jan Six zo mooi samenvat en belooft: binnen de familie Six heet de oudste zoon van de oudste zoon bijna altijd Jan Six, tot de dag van vandaag. Ze werden burgemeester en wetenschapper, ze verwierven grote rijkdom en strompelden soms ook weer gebocheld en eenzaam door het leven.

Geert Mak heeft mij al vele titels en zo vele dagen leesplezier geschonken met Hoe God verdween uit Jorwerd, De eeuw van mijn vader, Het verdwenen land, Europa en – iets minder, maar toch – Reizen zonder John: op zoek naar Amerika. En nu wacht dus drukpersvers, ongekreukt en met rechte rug Six and the City, het verhaal en de familiegeschiedenis van de Jan Sixen. Ik heb er zin an.

Noord/Zuidpijn

NZlijnSommige dingen lijken eeuwig te duren, andere beginnen maar niet. De Amsterdamse Noord/Zuidlijn lijkt beide fenomenen in zich te verenigen. Los van nog oudere plannen en prognoses, werd vanaf 2002 uitgegaan van oplevering in 2011 en een budget van 1,4 miljard. Inmiddels staat de teller op 3,1 miljard en is deze week de opening opnieuw verschoven. Nu wordt het 22 juli 2018. Dat mag met recht Noord/Zuidpijn heten.

Het is al vaker geconstateerd, maar als je zo een bedrijf zou runnen, dan zou je allang failliet zijn geweest. Uit openbare middelen wordt echter braaf bijgepast omdat stoppen en dichtstorten dan weer zonde zou zijn. En zo zijn opvolgende bestuurders gevangenen van hun voorgangers en van een soort van gijzeltheorie. Het moet door want het moet door. Tegen elke prijs.

In 2005 blufte verantwoordelijk VVD-wethouder Mark van der Horst nog dat hij in een volgende ambtstermijn in het voorste treinstel zou zitten bij de feestelijke opening. Van der Horst is al tien jaar weg en nog steeds hoeven de borrels en de bitterballen niet besteld. Nog een jaar of twee, dan heeft Amsterdam eindelijk – en tegen een enorme prijs – eindelijk die Noord/Zuidlijn die allang had moeten rijden en verder vertakt zijn.

Ik ben best benieuwd waar de financiële Noord/Zuidpijn is neergelegd. Er is geen gratis geld. En dus moet ergens die 2 miljard extra zijn gevonden. Daar hadden we heel veel cultuur mee kunnen redden en laten bloeien. Een flinke portie sociale woningbouw kunnen realiseren. Of welke politieke prioriteit u zelf verzint. Nu stoppen we het allemaal in de grond, het was de fout en nalatigheid van velen, en nu maar bidden dat op 22 juli 2018 de stroom niet uitvalt.

7 Mei

7mei7 Mei 1945. Het is twee dagen na de capitulatie van de Duitsers. De Dam is vol feestvierders. Maar dan plotseling vliegen de kogels in het rond. De Duitse marine leegt haar geweren op de overwinnaars. Uit angst. Frustratie. Woede. Wie zal het zeggen?

Er vallen in korte tijd 31 doden. In draaiorgel De Snotneus in het Amsterdam Museum kun je de kogelgaten nog zien zitten. Vandaag, 71 jaar na dato, worden de 31 gevallenen herdacht met natuurstenen plaquettes op en in de Dam. Opdat wij niet vergeten.

In de marge van d(i)e geschiedenis: Gerard Reve was op de Dam toen de Duitsers begonnen te schieten. Die 7e mei was zijn eerste werkdag als Parooljournalist, zo lees ik vandaag in zijn voormalige werkgever. Hij vluchtte de nationaalsocialistische boekhandel Het Bolwerk binnen.

Reve heeft er zelf nooit iets geschreven over die 7e mei. Het feit werd bekend omdat hij met de andere vluchters ter plekke gepakte boeken ruilde met daarin een opdracht of ter herinnering. Reve overleefde. En wie weet was hij toen in gedachten als bij zijn debuutroman De Avonden die twee jaar later zou verschijnen. Daar is heel veel over geschreven.