Schaamteloos gedrocht

BoleroHet was een berichtje in de marge van de kunstpagina’s. Na 78 jaar en 120 dagen is het auteursrecht op de Boléro van Maurice Ravel verstreken. Ravels compositie kan nu door elk orkest ter wereld vrij van rechten worden gespeeld. Die financiële aanmoediging lijkt nauwelijks nodig. Boléro is één van de meest gespeelde klassieke muziekstukken. Ook André Rieu heeft het op het repertoire.

Maurice Ravel wordt beschouwd als één van de belangrijkste componisten van de eerste helft van de 20e eeuw. Ravel was een Fransman met Zwitsers-Baskische roots. Hij componeerde, dirigeerde en speelde piano. Ravel schreef veel voor ballet. Bolero componeerde hij in 1928 voor de Russicshe actrice en danseres Ida Rubinstein.  

Ravel was niet erg te spreken over zijn enorme hit. Hij vond zijn compositie ‘het meest schaamteloze gedrocht dat ooit in de geschiedenis van de muziek is doorgedrongen.’ Maar dat was niet zo vreemd. Ravel was altijd bijzonder kritisch op en over zijn werk. Vele anderen waren het niet met hem eens. Frank Zappa hield enorm van Boléro en speelde het – in bewerkte vorm – op zijn wereldtournee in 1988.

Wat niet hielp voor de beeldvorming van Boléro was dat het overal en door iedereen werd gespeeld. Mij kwam het ook de oren uit. Het werd in 1984 ook nog de muziek voor een film met de gelijknamige titel waarin actrice Bo Derek zonder bovenstuk een uur of anderhalf op zoek gaat naar de man die haar van haar maagdelijkheid mag beroven. 

Niet zozeer door die flutfilm maar door de muzikale structuur en het repetitieve karakter van Boléro wordt het muziekstuk door velen gevoeld als de ideale begeleiding bij geslachtsgemeenschap. Ravel zo het zo niet hebben bedoeld, vermoed ik. Maar zo gaat dat. En nu kan iedereen die Boléro ook nog gratis spelen. Mooi toch?

Fan-tas-tisch

Hans van Manen

Pensioen pas op je 67ste. Veel ouderen werken nog veel langer door. Hans van Manen zal het bezien met een licht-cynische glimlach. De choreograaf par excellence is 81 jaar en geen vezel in zijn lijf denkt aan stoppen.

Gisteren haalde hij maar weer eens de voorpagina van Het Parool. De stadskrant berichtte over de Masterclass – ‘op audiëntie bij de meester’- die Van Manen gaf voor particuliere sponsors van Het Nationale Ballet. De maestro aan het werk. De Mondriaan van de dans. Altijd een genot.

In mijn jonge jaren werkte ik bij Het Nationale Ballet en mocht Van Manen van dichtbij meemaken en getuige zijn van zijn scheppingskracht maar ook van zijn niet te missen buien en driften en jubel en hosanna. De eeuwig twijfelende grote kunstenaar kon het hele Muziektheater op de Damwanden laten trillen als hij zijn zin niet kreeg of het orkest weer weigerde een kwartiertje door te oefenen.

Vaak dreigde hij met vertrek, of vreesde ik dat hij alle kantoren zou verbouwen. Hij had daar een passend vocabulaire bij. Maar het waren altijd de spanningen voor de première. De in zijn ogen te geringe repetitietijd. De te geringe aandacht voor de grote Hans.

Maar na de première was het altijd groot feest, was Hans van Manen dol en uitgelaten en was het goed eten en drinken en was de hele avond ‘fan-tas-tisch’ en iedereen een ‘schat’, en dat werd zwierend uitgesproken, zoals alleen Hans van Manen dat kan. En de ruzies en het gefoeter? Allemaal vergeten. Er was net weer een parel aan de ketting van Van Manen geregen, en daar staat nu een repertoire dat in één woord fan-tas-tisch is. Chapeau.