Eet een appel

turksfruit-foto

Het is Boekenweek. De week van de verboden vruchten. Dat brengt de geest toch onherroepelijk terug naar Jan Wolkers’ Turks Fruit en de verfilming met het legendarische tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont. Dat waren nog eens tijden.

Vanochtend leek de intercity naar Amsterdam voortgestuwd te worden door het leutergeratel van twee collega’s die naast het leven, hun collega’s, de moskee en blote billen ook de gezondheid en de dorstlessendheid van de sinaasappel ter sprake brachten.

Het kan geen toeval zijn dat ik in Het Parool net beland was bij een artikel over hoe onze voorouders slim waren geworden van fruit eten. De hersens van fruiteters zijn aanzienlijk groter dan die van bladknagers en diereneters. Dit onderzoek van Amerikaanse biologen is niet omstreden, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Het verhaal over het slimme fruit haalt de eerdere theorie onderuit dat de omgang met soortgenoten het brein juist zou hebben opgeschaald. Ook die theorie is maar een mening, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Misschien hadden Adam en Eva al een vermoeden over de positieve invloed van fruit op de hersenen toen zij het gebod van hun schepper in de paradijselijke wind sloegen en aan een appel begonnen. Dat bracht de mensheid grote ellende en een voor altijd verstoorde relatie met het opperwezen.

Van recentere datum is de campagne uit mijn jeugd ‘snoep verstandig, eet een appel.’ Die reclamemakers hadden wel door hoe het zat. Maar of het ook effectief was? Ik zie die arme ouders al op die pubers afkomen met een appel en de toevoeging “daar word je slim van, joh.” Ratio en het puberbrein, het is een taai gevecht.

Hallelujah

leonard-cohenBij de hemelpoorten klinkt het Hallelujah uit de kelen van een enorm koor, een welluidend welkom voor de grote dichter, schrijver en bard Leonard Cohen. Wie als openingsregels ‘I heard there was a secret chord, that David played and it pleased the Lord’ componeert, mag zich verzekerd weten van eeuwige lof en roem en engelen met schallende trompetten.

Wat een prachtig lied is dat Hallelujah en over de doden niets dan goeds, maar ik hoor toch tig maal liever de interpretatie van ex-Velvet Undergrounder John Cale, een versie die ook in één van de Shrek-films te horen is. Dat dan weer wel. Overigens is er genoeg te kiezen aan versies en interpretaties, van Buckley tot Bono.

De misdaad is verjaard, dus ik kan hier en nu opbiechten dat ik ooit de LP Songs of Love and Hate uit mijn ouderlijk huis liet verdwijnen en dat prachtige zwart-wit-kleinood ruilde met mijn voetbalvriendjes Rien en Rob – het klinkt ook nu nog als een wat morsig duo – voor wat boekjes met opwindend bedoelde plaatjes en verhaaltjes die oneindig spannender waren dan de liedjes van de coole bard met tokkelgitaar.

Op de middelbare school zette ik zijn roman Beautiful Losers op mijn Engelse boekenlijst. Niemand had Cohen op zijn lijst, dus dat vind ik wel cool. Ik begreep er echter niet veel van, en dat begreep mijn leraar Engels heel goed. Die ervaring met Cohen leverde me een passende onvoldoende op.

Het is feest in de hemel, het Hallelujah schalt door het oneindig zwerk als voorbeeld voor de levenden hoe je een nummer schrijft waar zelfs de wrakende God plezier aan beleeft. Als je dat kunt, dan ben je voorwaar een grote.

Six and the City

SixOp de middelbare school was het Jan Wolkers. Turks Fruit, Kort Amerikaans, De Walgvogel. Toen kwam een diepere periode met Bloem, Peter Handke, een vroege Ian McEwan. Als ik nu een lijstje met favoriete schrijvers zou moeten maken, dan stonden daar Primo Levi, John Updike, Richard Ford en Bill Bryson zeker op. En beslist ook Geert Mak, de hoofdstedelijk chroniqueur van stad en land en Europa.

Ik ben nu als een dolle Het goede leven van Jay McInerney aan het uitlezen zodat ik kan beginnen aan het lijvige nieuwe boek van Mak over de familiegeschiedenis van de Jan Sixen in en om Amsterdam. Het verhaal van de familie Six begint in de 17e eeuw bij de door Rembrandt vereeuwigde Jan Six en loopt via vele naamgenoten naar de huidige Jan Six en het familiehuis aan de Amstel.

Zoals de achterflap van De levens van Jan Six zo mooi samenvat en belooft: binnen de familie Six heet de oudste zoon van de oudste zoon bijna altijd Jan Six, tot de dag van vandaag. Ze werden burgemeester en wetenschapper, ze verwierven grote rijkdom en strompelden soms ook weer gebocheld en eenzaam door het leven.

Geert Mak heeft mij al vele titels en zo vele dagen leesplezier geschonken met Hoe God verdween uit Jorwerd, De eeuw van mijn vader, Het verdwenen land, Europa en – iets minder, maar toch – Reizen zonder John: op zoek naar Amerika. En nu wacht dus drukpersvers, ongekreukt en met rechte rug Six and the City, het verhaal en de familiegeschiedenis van de Jan Sixen. Ik heb er zin an.

ALS de dag van toen

Pieter

Maandag overleed Pieter Steinz aan de ongeneeslijke spierziekte ALS. Zijn dood kwam niet onverwacht, maar dat maakt de klap en het verdriet niet minder. Mooi dat de media loftrompetten staken om zijn werk en belang te duiden. Zo noemde Het Parool Pieter toch ‘vooral een zeer welsprekende gids in de wereld van de literatuur, de muziek, de kunsten en al het andere wat de cultuur te bieden heeft.’ Dat is mooi. En welverdiend. Zo kundig en bevlogen als hij was, zo aardig was hij ook en moedig bleek hij.Gelukkig ben ik met de mooie herinneringen aan onze samenwerking bij het Nederlands Letterenfonds, Pieter als directeur, en ik als één der bestuurderen.

Het is wrang als je getroffen wordt door een ziekte als ALS die je niet kunt verslaan. De kans dat je het krijgt lijkt ook zo miniem. Jaarlijks krijgen in Nederland rond de 450 mensen de diagnose ALS. Op de Nederlandse bevolking is dat heel veel nullen achter de komma. Maar Pieter kreeg het. Hij vocht, werkte door, en schreef verbluffend nuchter over de ziekte hem sloopte. Dat moet je ook maar kunnen. Ik moet steeds denken aan het programma  The Meaning of Life waarin de Britse acteur Stephen Fry wordt gevraagd wat hij tegen God zou zeggen mocht hij hem ooit ontmoeten. Fry sprak de prachtzin: Bone cancer in children. What is that all about? How dare you?”

Het is ook wrang als je één pagina na het mooie in memoriam over Pieter in Het Parool leest hoe directeur Eric N. € 177.000 stal uit de kas van de Stichting ALS. “How dare you”, past ook hier prima. N. probeerde de diefstal af te dekken door in de kas van een andere stichting te klauwen. Nu heeft hij spijt, maar toen rolde het gestolen geld gemakkelijk naar zijn grote gezin met zeven kinderen, naar vakanties, loterijen en de opknapbeurt van een zeiljacht. Als het aan de officier van justitie ligt, mag deze N. een jaar lang in detentie gaan nadenken over zijn verderfelijk handelen. Shame on you.

Het brengt Pieter niet terug. Een goed en getalenteerd mens is veel te vroeg gestorven. Wat blijft is zijn mooie werk en de gedachten aan de dag van toen en hoe en wie en wat hij was en betekende. Hij zal in ieder geval langer herinnerd worden dan deze Eric N. Is er tenminste nog iets van gerechtigheid…

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.

Op naar het licht

RoosUmberto Eco is dood. De Italiaanse meester van de historische roman werd 84. Zij meesterwerk met de toevallige titel De naam van de roos speelt bijna exact 600 jaar voordat Eco werd geboren. In 1327 gaan een Franciscaner monnik en zijn leerling in een Noord-Italiaans klooster op zoek naar de waarheid.

Het jaar 1327 is niet toevallig gekozen. Het markeert de overgang van de donkere Middeleeuwen naar de nieuwe tijd, naar de Renaissance, de grote stap van donker naar licht, en van geloof naar rede. De naam van de roos is een zoektocht naar de daders van een serie moorden in het klooster, maar vooral een zoektocht naar antwoorden. Daarmee bedreigen de hoofdrolspelers het geloof dat het juist niet moet hebben van openheid en transparantie.

Dat laatste gezegd hebbende, is het slechts een kleine stap naar Den Haag 2016 waar openheid en transparantie sneuvelen onder weglakken en het achterhouden van informatie. Machthebbers die hun belang groter wanen dan het algemeen belang. De waarheid wordt dan ook maar een mening. Niet voor niets sneuvelt in een oorlog de waarheid al eerste. En worden journalisten niet gezien als controleurs van politiek en rechtsgang, maar als opponenten van de macht. Zie Turkije.

Gelukkig hebben wij Halbe Zijlstra, voormalig duivenmelker te Oosterwolde. Hij staat pal voor onze manier van leven, want die staat onder druk. En dat komt door hen. Die anderen. En zo schuiven de neo-liberalen weer een stapje richting PVV. Want daar valt electoraal winst te halen voor de VVD. En dat is fijn, want dan kan Nederland verder met zijn manier van leven: het slopen van de kunst, 130 scheuren, bonnetjes zoekmaken, valselijk declareren en het vermarkten van bejaardenzorg en ouderenhulp. Heerlijk, die vooruitgang.

Oh, Carol

HopperIk las pas het fraaie boek Een heel leven van de Oostenrijke schrijver Robert Seethaler. Het is in omvang nauwelijks meer dan een wat groot uitgevallen novelle, maar het is een boek van bijna epische proporties. Elk woord is raak, elke zin doet je bijna blozen van blootgelegde schoonheid. Een heel leven in zo weinig pagina’s en toch zo helemaal af.

Ik zag gisteren de fraaie film Carol en vanuit een ooghoek meende ik te zien dat er in L.A. alvast opnieuw een Oscar klaar werd gezet voor Cate Blanchett. Wat een actrice, wat een prachtige performance in een film die overweldigt door visuele schoonheid en groots drama dat wordt uitgeserveerd in het wat trage tempo dat past bij de Verenigde Staten van 1952.

Carol is een liefdesdrama maar ook een road movie, bijna Edward Hopperiaans in zijn art direction en met muziek die het ontrollende drama nog meer gewicht en zwaarte meegeeft. Cate Blanchett is feitelijk een grote magneet die de gebeurtenissen naar zich toe trekt en waar je steeds reikhalzend naar uitkijkt als ze niet in beeld is.

Carol is een lesbisch liefdesdrama in een tijd dat je van homoseksualiteit hoogstens wel eens gehoord had. Maar hoewel de filmtijd van het liefdesdrama relatief kort is, lijkt het wel alsof we Een heel leven voorbij zien komen van vrouw, echtgenote, moeder en geliefde, verteld in een fraaie cirkel van eind naar begin en het eind(e). Cate Blanchett als Carol Aird. Gaat dat genieten. En koop gelijk even het boek van Seethaler.

Oscartje wil niet groeien

BlechtrommelErgens vorig jaar heb ik de film weer een keer teruggekeken, het zal denk ik de derde maal zijn geweest dat ik Die Blechtrommel van regisseur Volker Schlöndorff zag. Vandaag overleed de geestelijk vader van  de film. Günter Grass schreef het wonderlijke verhaal over het jongetje Oscar dat ‘volwassen’ ter wereld komt en op heel jonge leeftijd besluit niet meer te groeien.

Het is de reactie van Oscartje op de wereld om hem heen, de familie, het geruzie, het burgerlijke gedoe, maar ook het opkomende Nazisme dat als een grote schaduw over de stad Danzig hangt. Oscar heeft zijn blikken trommel om te laten horen wat hij ergens van vindt en een gilstem die als een sirene glazen en ruiten doet springen.

Günter Grass was samen met onder anderen Heinrich Böll één van de grote meneren van het naoorlogse Duitsland. Dat de linkse Grass op latere leeftijd naar buiten bracht dat hij in de Waffen SS van de Nazi’s had gediend, haalde heel wat wonden open in een Duitsland dat bijna klaar was met de grote verwerking. Grass is dood. Benieuwd of er op zijn begrafenis een erehaag van trommelaars zal staan.

Stoner staat op uit de dood

stonerWie verzint er zelf nog eens wat? Ik was bij een oud dood paard dat War Horse heet. In het najaar krijgt Nederland ‘eindelijk’ Billy Elliott, al een eeuw geleden verfilmd en al een eeuw op de Londense musicalplanken. Maar nu zag ik vanaf mijn fiets plots affiches voor Stoner, de vertoneling van het prachboek van John Williams.

Ik verbied niks – hoe zou ik kunnen – maar niet alles moet wat kan. Wat heeft regisseur Ursul de Geer (bekend van De Aanslag) nu toe te voegen aan een boek dat ‘diepe sporen in de ziel slaat’, waar geen woord te weinig of teveel in slaat en waar in 300 prachtpagina’s het weinig opzienbarende leven van een weinig opzienbarende man’ door je hersenkrochten trekt.

Maar ja, het boek was populair, dus de hoop op een lekkere theaterhit. In de marketing is het ook niet te moeilijk. Je hoeft weinig uit te leggen. Iedereen kent Stoner. Maar wie wil dat nu nog zien als je het boek al hebt gelezen?

Een paar Nederlandse acteurs – green grote cast nodig, niet te duur, reist ook makkelijk – die het leven van Willy Stoner naspelen met in de pauze kopje koffie, koekje erbij, en een veel te zoete witte wijn, het lijkt me ongezien een minder en misplaatst aftreksel van een boek dat niet alleen top maar ook helemaal af was en waar ik lekker af zou blijven, behalve om het te herlezen.

Mannen met lijstjes

Hi-Fi1Zelfs met verlenging en penalty’s tussen Duitsland en Argentinië kun je vanavond nog op tijd zijn voor de film High Fidelity, om 23.55 uur op SBS6. Niet dat de film zo bijzonder is. Wel bijzonder is dat de film gebaseerd is op het bijzonder succesvolle – en hilarische – boek High Fidelity van Nick Hornby.

High Fidelity laat zien hoe raar de filmwereld is. Het boek van Hornby is zo Brits als Brits maar kan zijn, maar de filmproducenten besloten het verhaal te verplaatsen van Londen naar Chicago en toen was er dus weinig Brits meer aan de film, behalve – dat dan weer wel – de Britse regisseur Stephen Frears.

High Fidelity is het verhaal van hoofdrolspeler Rob Fleming – in de film heet hij Rob Gordon, John Cusack (foto) speelt hem – een middertiger die maar niet volwassen wordt en die met twee andere lotgenoten een obscuur platenzaakje runt waar alleen echte liefhebbers en die hards welkom zijn.

Hun leven bestaat uit muziek en uit lijstjes met muziek: de vijf beste intro’s, de albums die je mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Mannen met lijstjes. En de existentiële vraag: kun je wel een relatie hebben als je vriendin niet dezelfde muzieksmaak heeft?

In het boek is al het getob en gefreak hilarisch – Kraftwerk Unplugged, hoe verzin je het.. -, in de film is het lauw of op zijn best handwarm te harden. Maar misschien als je de film aardig vindt is het de perfecte opstap naar het boek van Hornby. Al ruim 20 jaar oud, maar heerlijk tijdloos. De echte aanrader.