ALS de dag van toen

Pieter

Maandag overleed Pieter Steinz aan de ongeneeslijke spierziekte ALS. Zijn dood kwam niet onverwacht, maar dat maakt de klap en het verdriet niet minder. Mooi dat de media loftrompetten staken om zijn werk en belang te duiden. Zo noemde Het Parool Pieter toch ‘vooral een zeer welsprekende gids in de wereld van de literatuur, de muziek, de kunsten en al het andere wat de cultuur te bieden heeft.’ Dat is mooi. En welverdiend. Zo kundig en bevlogen als hij was, zo aardig was hij ook en moedig bleek hij.Gelukkig ben ik met de mooie herinneringen aan onze samenwerking bij het Nederlands Letterenfonds, Pieter als directeur, en ik als één der bestuurderen.

Het is wrang als je getroffen wordt door een ziekte als ALS die je niet kunt verslaan. De kans dat je het krijgt lijkt ook zo miniem. Jaarlijks krijgen in Nederland rond de 450 mensen de diagnose ALS. Op de Nederlandse bevolking is dat heel veel nullen achter de komma. Maar Pieter kreeg het. Hij vocht, werkte door, en schreef verbluffend nuchter over de ziekte hem sloopte. Dat moet je ook maar kunnen. Ik moet steeds denken aan het programma  The Meaning of Life waarin de Britse acteur Stephen Fry wordt gevraagd wat hij tegen God zou zeggen mocht hij hem ooit ontmoeten. Fry sprak de prachtzin: Bone cancer in children. What is that all about? How dare you?”

Het is ook wrang als je één pagina na het mooie in memoriam over Pieter in Het Parool leest hoe directeur Eric N. € 177.000 stal uit de kas van de Stichting ALS. “How dare you”, past ook hier prima. N. probeerde de diefstal af te dekken door in de kas van een andere stichting te klauwen. Nu heeft hij spijt, maar toen rolde het gestolen geld gemakkelijk naar zijn grote gezin met zeven kinderen, naar vakanties, loterijen en de opknapbeurt van een zeiljacht. Als het aan de officier van justitie ligt, mag deze N. een jaar lang in detentie gaan nadenken over zijn verderfelijk handelen. Shame on you.

Het brengt Pieter niet terug. Een goed en getalenteerd mens is veel te vroeg gestorven. Wat blijft is zijn mooie werk en de gedachten aan de dag van toen en hoe en wie en wat hij was en betekende. Hij zal in ieder geval langer herinnerd worden dan deze Eric N. Is er tenminste nog iets van gerechtigheid…

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.

Op naar het licht

RoosUmberto Eco is dood. De Italiaanse meester van de historische roman werd 84. Zij meesterwerk met de toevallige titel De naam van de roos speelt bijna exact 600 jaar voordat Eco werd geboren. In 1327 gaan een Franciscaner monnik en zijn leerling in een Noord-Italiaans klooster op zoek naar de waarheid.

Het jaar 1327 is niet toevallig gekozen. Het markeert de overgang van de donkere Middeleeuwen naar de nieuwe tijd, naar de Renaissance, de grote stap van donker naar licht, en van geloof naar rede. De naam van de roos is een zoektocht naar de daders van een serie moorden in het klooster, maar vooral een zoektocht naar antwoorden. Daarmee bedreigen de hoofdrolspelers het geloof dat het juist niet moet hebben van openheid en transparantie.

Dat laatste gezegd hebbende, is het slechts een kleine stap naar Den Haag 2016 waar openheid en transparantie sneuvelen onder weglakken en het achterhouden van informatie. Machthebbers die hun belang groter wanen dan het algemeen belang. De waarheid wordt dan ook maar een mening. Niet voor niets sneuvelt in een oorlog de waarheid al eerste. En worden journalisten niet gezien als controleurs van politiek en rechtsgang, maar als opponenten van de macht. Zie Turkije.

Gelukkig hebben wij Halbe Zijlstra, voormalig duivenmelker te Oosterwolde. Hij staat pal voor onze manier van leven, want die staat onder druk. En dat komt door hen. Die anderen. En zo schuiven de neo-liberalen weer een stapje richting PVV. Want daar valt electoraal winst te halen voor de VVD. En dat is fijn, want dan kan Nederland verder met zijn manier van leven: het slopen van de kunst, 130 scheuren, bonnetjes zoekmaken, valselijk declareren en het vermarkten van bejaardenzorg en ouderenhulp. Heerlijk, die vooruitgang.

Oh, Carol

HopperIk las pas het fraaie boek Een heel leven van de Oostenrijke schrijver Robert Seethaler. Het is in omvang nauwelijks meer dan een wat groot uitgevallen novelle, maar het is een boek van bijna epische proporties. Elk woord is raak, elke zin doet je bijna blozen van blootgelegde schoonheid. Een heel leven in zo weinig pagina’s en toch zo helemaal af.

Ik zag gisteren de fraaie film Carol en vanuit een ooghoek meende ik te zien dat er in L.A. alvast opnieuw een Oscar klaar werd gezet voor Cate Blanchett. Wat een actrice, wat een prachtige performance in een film die overweldigt door visuele schoonheid en groots drama dat wordt uitgeserveerd in het wat trage tempo dat past bij de Verenigde Staten van 1952.

Carol is een liefdesdrama maar ook een road movie, bijna Edward Hopperiaans in zijn art direction en met muziek die het ontrollende drama nog meer gewicht en zwaarte meegeeft. Cate Blanchett is feitelijk een grote magneet die de gebeurtenissen naar zich toe trekt en waar je steeds reikhalzend naar uitkijkt als ze niet in beeld is.

Carol is een lesbisch liefdesdrama in een tijd dat je van homoseksualiteit hoogstens wel eens gehoord had. Maar hoewel de filmtijd van het liefdesdrama relatief kort is, lijkt het wel alsof we Een heel leven voorbij zien komen van vrouw, echtgenote, moeder en geliefde, verteld in een fraaie cirkel van eind naar begin en het eind(e). Cate Blanchett als Carol Aird. Gaat dat genieten. En koop gelijk even het boek van Seethaler.

Oscartje wil niet groeien

BlechtrommelErgens vorig jaar heb ik de film weer een keer teruggekeken, het zal denk ik de derde maal zijn geweest dat ik Die Blechtrommel van regisseur Volker Schlöndorff zag. Vandaag overleed de geestelijk vader van  de film. Günter Grass schreef het wonderlijke verhaal over het jongetje Oscar dat ‘volwassen’ ter wereld komt en op heel jonge leeftijd besluit niet meer te groeien.

Het is de reactie van Oscartje op de wereld om hem heen, de familie, het geruzie, het burgerlijke gedoe, maar ook het opkomende Nazisme dat als een grote schaduw over de stad Danzig hangt. Oscar heeft zijn blikken trommel om te laten horen wat hij ergens van vindt en een gilstem die als een sirene glazen en ruiten doet springen.

Günter Grass was samen met onder anderen Heinrich Böll één van de grote meneren van het naoorlogse Duitsland. Dat de linkse Grass op latere leeftijd naar buiten bracht dat hij in de Waffen SS van de Nazi’s had gediend, haalde heel wat wonden open in een Duitsland dat bijna klaar was met de grote verwerking. Grass is dood. Benieuwd of er op zijn begrafenis een erehaag van trommelaars zal staan.

Stoner staat op uit de dood

stonerWie verzint er zelf nog eens wat? Ik was bij een oud dood paard dat War Horse heet. In het najaar krijgt Nederland ‘eindelijk’ Billy Elliott, al een eeuw geleden verfilmd en al een eeuw op de Londense musicalplanken. Maar nu zag ik vanaf mijn fiets plots affiches voor Stoner, de vertoneling van het prachboek van John Williams.

Ik verbied niks – hoe zou ik kunnen – maar niet alles moet wat kan. Wat heeft regisseur Ursul de Geer (bekend van De Aanslag) nu toe te voegen aan een boek dat ‘diepe sporen in de ziel slaat’, waar geen woord te weinig of teveel in slaat en waar in 300 prachtpagina’s het weinig opzienbarende leven van een weinig opzienbarende man’ door je hersenkrochten trekt.

Maar ja, het boek was populair, dus de hoop op een lekkere theaterhit. In de marketing is het ook niet te moeilijk. Je hoeft weinig uit te leggen. Iedereen kent Stoner. Maar wie wil dat nu nog zien als je het boek al hebt gelezen?

Een paar Nederlandse acteurs – green grote cast nodig, niet te duur, reist ook makkelijk – die het leven van Willy Stoner naspelen met in de pauze kopje koffie, koekje erbij, en een veel te zoete witte wijn, het lijkt me ongezien een minder en misplaatst aftreksel van een boek dat niet alleen top maar ook helemaal af was en waar ik lekker af zou blijven, behalve om het te herlezen.

Mannen met lijstjes

Hi-Fi1Zelfs met verlenging en penalty’s tussen Duitsland en Argentinië kun je vanavond nog op tijd zijn voor de film High Fidelity, om 23.55 uur op SBS6. Niet dat de film zo bijzonder is. Wel bijzonder is dat de film gebaseerd is op het bijzonder succesvolle – en hilarische – boek High Fidelity van Nick Hornby.

High Fidelity laat zien hoe raar de filmwereld is. Het boek van Hornby is zo Brits als Brits maar kan zijn, maar de filmproducenten besloten het verhaal te verplaatsen van Londen naar Chicago en toen was er dus weinig Brits meer aan de film, behalve – dat dan weer wel – de Britse regisseur Stephen Frears.

High Fidelity is het verhaal van hoofdrolspeler Rob Fleming – in de film heet hij Rob Gordon, John Cusack (foto) speelt hem – een middertiger die maar niet volwassen wordt en die met twee andere lotgenoten een obscuur platenzaakje runt waar alleen echte liefhebbers en die hards welkom zijn.

Hun leven bestaat uit muziek en uit lijstjes met muziek: de vijf beste intro’s, de albums die je mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Mannen met lijstjes. En de existentiële vraag: kun je wel een relatie hebben als je vriendin niet dezelfde muzieksmaak heeft?

In het boek is al het getob en gefreak hilarisch – Kraftwerk Unplugged, hoe verzin je het.. -, in de film is het lauw of op zijn best handwarm te harden. Maar misschien als je de film aardig vindt is het de perfecte opstap naar het boek van Hornby. Al ruim 20 jaar oud, maar heerlijk tijdloos. De echte aanrader.

Het oproer kraait

samsom2Deze week overleed Harry Verheij, verzetsman, februaristaker en vele jaren voor de CPN wethouder in Amsterdam. Een groot man uit andere tijden. Nog verder terug in de tijd was het in de hoofdstad de tijd van onderkoning Floor Wibaut. Gisteren kreeg ik van vrienden zijn biografie Wibaut de Machtige, met de M van machtige in kapitaal, en dat zegt alles.

Verheij, Wibaut (foto), het waren mannen van graniet, mannen die de wereld beter wilden maken dan hij toen zeker nog niet was. Nu klagen we vaak over gebrek aan grote mannen (laat staan vrouwen), en dat klagen is vooral sociaaldemocratisch van klankkleur.

Twee dramatische verkiezingen, desastreuze peilingen en het oproer kraait weer alom. Ik las dat het zelfs Code Rood is. Leuk gevonden. Veel van dat oproer is gericht op Diederik Samsom die feitelijk partijverraad voor de voeten wordt geworpen. Zo gaan we met elkaar om.

Wouter Bos liet deze week ook even zien hoe het moet. Ella Vogelaar – ze is al gevloerd – kreeg van Bos nog wat trappen na, goed voor diep rood. Des te gênanter als je ziet hoeveel sociaaldemocratische vrienden op die posities zaten (en zitten) bij corporaties waar miljarden is verpokerd. Maar daar hoorde je Bos niet over.

Het oproer kraait. Het electoraat haakt massaal af bij een partij die het een roept en het ander doet. Een partij die losgezongen is van eigen tradities en waarden. Was het maar waar dat de Brutus-aanslag-in-voorbereiding op Diederik Samsom het probleem dat PvdA heet zou oplossen. Dan zou ik direct van de partij zijn.

Oorlog en vrede

passchendaele2De zon straalt op de dappere driekleur. Nederland is vrij. De doden zijn herdacht, de levenden leven verder. Geen Damschreeuwer, geen valse trompetnoot in The Last Post, Nederland stond twee minuten stil bij hun geliefden en naasten en de verschrikkingen van oorlog.

Voor ons is de Tweede Wereldoorlog dé oorlog, ook omdat die Groote Oorlog aan ons voorbij trok. Een eeuw geleden inmiddels bulderden de kanonnen aan onze grenzen en begon wat een vreselijke loopgravenoorlog werd met saaie stroompjes als de IJzer en de Somme die nu in ieders geheugen staan gegrift.

Voor ons is die Groote Oorlog bijna een voetnoot, het verhaal van Sarajevo en die Duitse keizer die in Doorn onderdak vond. Voor de Belgen is de Groote Oorlog echt groot en het brengt ook grote literatuur. Leest bijvoorbeeld Oorlog en terpentijn van Stefan Hartmans over zijn grootvader, zijn arme jeugd in het Gent van rond 1900, zijn gruwelijke oorlogservaringen en zijn grote liefde die veel te vroeg stierf.

Oorlog en terpentijn is echt zo’n boek dat niet moet ophouden, maar het sleurt je mee naar de laatste pagina, wat een chroniqueur is Hartmans, met dank aan zijn opa die hem enkele volgeschreven cahiers naliet met de notities van zijn leven. Stefan Hartmans vult de lacunes is, speurt en spoort, en schrijft een ontroerend maar nooit vals sentimenteel portret van zijn opa de soldaat en de schilder, een pracht boek van oorlog en vrede.

Early Morning April 4

King.car.3Vandaag 46 jaar geleden werd Dr. Martin Luther King doodgeschoten op de gaanderij van The Lorraine Motel in Memphis, Tennessee. U2 maakte van the hit in 1968 in 1984 een hit met Pride (In the Name of Love) met de klassieke regels Early Morning April 4, Shot Rings out in the Memphis Sky.

Martin Luther (Maarten Luther) King was voorganger en boegbeeld van de zwarte beweging voor gelijke rechten in het in de jaren ’60 grotendeels nog tot op het bot verdeelde en openlijk racistische VS. Wereldberoemd werd hij door zijn prachtige ‘I have a Dream’-toespraak in Washington.

De moord op King is – net als de moord op JFK in 1963 en die op RFK vlak na King – altijd omgeven geweest door speculatie over complotten en meerdere schutters. Gerald Posner schreef er het prachtige boek Killing the Dream. James Earl Ray and the Assassination of Martin Luther King, Jr. over.

Memphis, moord en muziek, het Ierse U2 maakt de fraaie klank, klik en link op het nog steeds zo fraaie ‘Amerikaanse’ album The Unforgettable Fire, waarop ook nog een andere link met Memphis (Elvis Presley and America).

Want Memphis mag dan de plaats zijn waar King werd vermoord, maar in Memphis ligt toch vooral – op zijn landgoed Graceland – die andere King begraven: Elvis. En daar heeft Paul Simon nog een mooi liedje over.