Met de kennis van nu

Blair3Met de kennis van nu begrijp je niet dat The Wright Brothers zo lang bezig waren om te kunnen vliegen. Met de kennis van nu begrijp je niet dat Columbus dacht dat hij in India landde. Met de kennis van nu snap je niet dat Galileo Galilei zo’n moeite moest doen om de kerk te overtuigen dat de aarde rond is. Met de kennis van nu snap je niet dat we zo lang geloofden dat Lance Armstrong op pasta en een steak naar de toppen van de Tour fietste.

Met de kennis van nu. Nu weten wat je toen niet wist. Het is de schaamlap van de politiek. Elk vervelend feit van gisteren wordt ermee weggepoetst. Natuurlijk, met de kennis van nu hadden we toen niet gedaan wat we deden. Maar dat is nu de essentie van de kennis van nu: dat je die gisteren niet had. Dus het verleden pogen te duiden aan de hand van de kennis van nu is apekool, bollocks, onzin, lulkoek. En dat kan ik wel zeggen met de kennis van nu. Die is namelijk niet anders dan het al was.

Zo lijk ik toch wel een beetje op Tony Blair. Voor hem is met de kennis van nu de invasie van Irak net zo verdedigbaar als toen. De kennis van nu van Blair geeft de Blair van toen groot gelijk. Met de kennis van nu – en de kennis van toen –  vinden veel Britten dat Blair een grote leugenaar is met heel veel bloed aan zijn handen. BBC anchor Jeremy Paxman zei ooit dat hij politici wantrouwde die nooit hun mening bijstelden of veranderden. Hij doelde niet specifiek op Blair, maar met de kennis van nu zou dat toch maar zo geweest kunnen zijn.

Met de kennis van nu. Achteraf kijk je een koe in de kont. Dan is het makkelijk oordelen, omdat je weet wat je toen niet wist. Dat van die koe gaat niet op voor Blair. Hij vond wat hij vindt, en vindt wat hij vond. Hij werd vandaag afgemaakt in de Britse pers. Zijn vroegere vrienden van The Sun schreven met de kennis van nu dat Blair ‘..a weapon of mass deception’ is. 

Hooliganisme

JohnsonEngeland is een mooi land. Of beter: een mooi eiland. Nergens ben je verder dan 120 kilometer van de kust. Bill Bryson wandelt er graag doorheen. Het is het eiland dat de Duitsers er niet onder kregen. Het land van God save the Queen, Britania rules the waves, een land van Hope and Glory. Jolly good, and so on. In het Britse rijk ging de zon nooit onder. Maar dat is al lang geleden. Nu brokkelen de krijtrotsen af en blijkt het land tot op het bot verdeeld en dobbert politiek stuurloos in het rond.

Wij wisten allang dat de Engelsen niet kunnen voetballen, nu hebben zij het eindelijk ook door. De pijnlijke nederlaag tegen de vulkaanridders van IJsland zal nog heel lang nadreunen. ‘You’re not fit the wear the shirt’ brulden de Britse supporters naar het Engelse team. Daar zat geen woord Frans bij. Maar zoals Britten zich abroad kunnen misdragen, zo is nu het eigen eiland overgeleverd aan de nieuwe hooligans die Engeland de EU uit jagen en vervolgens doen alsof hun neus bloedt.

Het zijn nu de college boys die slopen, die de politiek slechts zien als een speeltje waar je maar wat aanklooit en rotzooit, net als vroeger op Eton. Als het fout gaat is papa er, en als papa er niet meer is dan zijn je vriendjes er wel die je dekken. De nieuwe hooligans hebben gestudeerd, vechten niet in het openbaar maar zijn back stabbers, onverantwoordelijke, gevaarlijke en nooit echt volwassen geworden jongetjes die hun land verkwanselen zonder enige notie hoe verder.

You’re scum’ kreeg Boris Johnson dezer dagen op straat naar zijn hoofd. Niet fraai, maar erg treffend. Erg treffend was ook het verslag van een journalist van The Financial Times over een lunch met Nigel Farage. Het verhaal van zes bier, een fles wijn en nog een stevige port. De man drinkt op verzoek zelfs het Engelse Kanaal leeg. Nog treffender was hoe de journalist zich op het randje van bedreigd voelde toen hij iets vegetarisch bestelde. Farage maakte hem helder dat hij er zo dus niet bijhoort. Toen snapte de journalist nog iets beter hoe je je als Pool of Roemeen moet voelen in het land van de geleerde hooligans.

Down and out

BobbyMooreThe Daily Mail verwoordde het fraai: Out of Europe. Again. Na de Brexit de Exit voor het Engelse voetbalteam dat nog zwakker was dan velen vreesden. Inmiddels is het een halve eeuw geleden dat Engeland wereldkampioen werd. Niet voor niets wordt het land deze zomer overspoeld door nieuwe boeken, dvd’s en schabbeltours van de nog levende prominenten van toen, zoals Geoff Hurst die in de finale tegen Duitsland drie keer doel trof. Living in the past, daar zijn de Britten vrij goed in. Het land ademt gisteren.

Het is dromen van Britania rules the waves en een rijk waar de zon nooit onder ging. Intussen vonden ze ook nog het voetbal uit en denken nog steeds dat hen dat enig recht op titels en respect geeft. Wie op zaterdagavond Match of the Day kijkt, die ziet een best enerverende competitie. Maar denk daar menige buitenlandse speler uit weg, en je hebt een veredelde Jupiler League met ADHD. Het ziet er enerverend uit, maar internationaal brengt het je slechts schande en hoon.

Wij mogen niet teveel zeggen – IJsland hield ons mooi weg van het EK – maar wat Engeland gisteren presteerde was een parodie op modern voetbal. Gary Cahill was misschien wel de verpersoonlijking van de ellende. ‘You’re not fit to wear the shirt’ scandeerde de Britse aanhang. En doelman Joe Hart zingt het volkslied het hardste, maar is inmiddels een gevaar voor zijn eigen team. Coach Hodgson wierp direct na afloop de handdoek, en bespaarde zich daarmee publieke executie. Rooney stopte als international, en het genoegen was wederzijds. What a mess.

De IJslanders lieten zien hoe je modern voetbal speelt. Als collectief, bevlogen, atletisch, taai en stoer, als verre zonen van nog verdere Vikingen. Het levende bewijs dat er in het topvoetbal geen kleine landjes meer zijn, maar alleen grote landen die denken dat ze groot zijn. Een eiland met nog minder inwoners dan de stad Leicester waar de Britse kampioen huist liet op pijnlijke wijze zien dat het woord middelmatig echt veel te veel roem is voor het ooit roemrijke Albion. Good luck.

Sporen van bevlogen haast

NewYorkerBij De Appel arts centre in Amsterdam ging het een tijd niet over kunst maar over het menselijk tekort en personeel gelazer. Het was een turbulente tijd, zo schrijft het bestuur. De Appel was bijna tot appelmoes, maar er lijkt weer leven te zijn. De jacht is geopend op een nieuwe directeur en een nieuw bestuur dat moet zorgen dat De Appel weer groeit en bloeit en vertrouwen doet herleven.

Het is ongetwijfeld een prestigieuze baan, directeur. Je moet veel kunnen en zijn, een onvervreemdbare stem hebben en die moet nog Nederlands klinken ook. De nieuwe directeur dient de Nederlandse taal in woord en geschrift te beheersen. Er moet veel worden gepraat. Riant betaald is het echter niet. De advertentie rept over maximaal 55 mille. Maar er is vooral haast geboden.

En dan komt het pareltje uit De Appel. In de advertentie staat dat het vanzelf spreekt dat de brieven van kandidaten sporen van bevlogen haast kunnen bevatten. Wat mooi. Geen idee wat het betekent, maar dat heb je wel vaker met poëzie. Sporen van bevlogen haast. Wat zou het betekenen? Een onleesbaar handschrift met een geniaal artistiek plan? Iets artistiekerigs poneren zonder idee over de uitvoering? Ben benieuwd.

Sporen van bevlogen haast. Dat leken Farage en Johnson te hebben. Een bom onder Europa en dan snel wegwezen, dat krijteiland voor onszelf. Zo makkelijk gaat het toch niet en het land staat in brand. Het Verenigd Koninkrijk is verdeeld en niemand weet hoe verder. The New Yorker schetste op de voorpagina mooi de Silly Walks van John Cleese, hup, zo de zee in. De Franse krant Libération nam afscheid met een voorpagina met een bungelende Boris en het bijtende good luck. Ze zullen het nodig hebben, daar moederziel alleen op hun eiland. 

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.

Emotionele constipatie

EdHet mooie zit niet zelden in het kleine, zoals het kleine stukje van Olaf Tempelman in Sir Edmund van de Volkskrant gisteren over Ed Miliband en het belang van oogcontact. Tempelman schreef zijn stukje voordat de Engelse (en Schotse) kiezer meat loaf van de Labourleider had gemaakt. Voor velen – behalve de Britse pollsters – was dat overigens geen verrassing. Die Ed Miliband, die had niet echt ‘what it takes.’

Volgens Tempelman was Miliband niet zo erg op zijn gemak in het gezelschap van mensen, toch een lichte handicap voor een politicus, to put it mildly. Gereserveerdheid en emotionele constipatie zijn Britten eigen, volgens Tempelman. Maar bij Milliband zag je niet zozeer stijfheid maar een permanente verstijving, een ‘verschrikt konijn in de schijnwerper.’ Ed Konijn, so to speak, maar die naam was al vergeven aan de voormalige Feyenoordkeeper say-oe-ah-ed-de-goey.

Miliband verloor. En Cameron won. Overtuigend. Maar het blijven rare jongens, die Britten. Want Cameron won een absolute meerderheid met slechts 36,9% van de stemmen. Van het districtenstelsel heb je als establishment ongekend lang lol. Maar ja, probeer die Britten maar eens te doorgronden. In dezelfde Volkskrant werd superfysicus Richard Feynmann aangehaald: “wie zegt iets van de quantumwereld te snappen, heeft er duidelijk niks van begrepen.” Je hoeft alleen maar quantumwereld door Britten te vervangen. Hoe zou het trouwens met de broer van Ed Miliband zijn?

Meester van het licht

MR-TURNER-014-600x360

De Londense schilder William Turner wordt wel de ‘meester van het licht’ genoemd. De Britse regisseur Mike Leigh maakte over hem de fraaie film Mr. Turner met een fenomenale Timothy Spall die naast al het licht – The Sun is God – ook de duistere kanten van Turner belicht.

Spall speelt Turner als een grommende beer die lak heeft aan conventies en geen behoefte heeft aan affectie en relaties. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen als man en vader, vindt hij het wel best dat zijn vader hem helpt in en om zijn atelier. Turner lijkt dan eerder een verwend kind dan een volwassen schilder.

Zijn relatie met vrouwen is moeizaam, so to speak. Zijn zusje overleed toen hij acht was, zijn moeder werd krankzinnig en stierf jong, en daarna werd het – behalve laat in zijn leven – nooit echt wat met vrouwen. Hij zorgde niet voor zijn ex-vrouw en zijn kinderen, de huishoudster was er om af en toe in het kruis te grijpen of de boekenkast in te beuken, een bordeel was er voor inspiratie, net als een aangespoeld vrouwenlijk.

De film is relatief lang, en traag als de tijd die hij verbeeldt. Het latere leven van Turner valt samen met de komst van een nieuwe tijd met uitbreiding van het spoor, de komst van de concurrent de camera, en – in zijn Londen – de wereldtentoonstelling van Crystal Palace van 1851.

Zijn steeds abstracter en vager wordende schilderijen passen in die nieuwe tijd, maar werden veel minder gewaardeerd dan zijn vroegere, herkenbaarder werk. Queen Victoria vond het vreselijk, maar dat had ze wel met meer dingen. De moeizame relatie van Britten met seks is vintage Victoria. Ook in die zin was Turner zijn tijd ver vooruit.

Shaming the shirt

LouisvGaalMilton Keynes wordt wel de meest boring stad van Engeland genoemd, maar gisteravond was er groot feest. The Milton Keynes Dons – vroeger FC Wimbledon – rolde het Manchester United van Van Gaal in een bekerwedstrijd op met 4-0. En plots is King Louis in grote problemen.

Anderhalve week geleden zongen fans van Swansea City Van Gaal toe met het bijtende ‘you’ll be sacked in the morning’ toen hun club op Old Trafford met 1-2 won van Manchester United. In Milton Keynes klonk gisteren ‘You’re not famous anymore.’  Pijnlijk, zo op de bips krijgen van een derde divisieclub met een jaarbudget van een maandsalaris van Wayne Rooney.

En zo is Louis van Gaal van de hemel in de hel gestort. Deze zomer was hij nog de held, de koning van het ooit vervloekte 5-3-2 en was hij de Hollandse meester die het zwalkende Manchester United wel weer op de rails zou krijgen. Twee nederlagen en een gelijk spel verder is er van de superstatus van Louis niet veel over.

De Engelse pers was hedenochtend meedogenloos. De kop Shaming the Shirt zei veel, zo niet alles. En het blijkt maar wwer: in voetbal mag je best bouwen aan een nieuw team, als je in de tussentijd maar wel gewoon wint. Van Gaal weet wat hem te doen staat zaterdag. Gisteren kocht hij een Argentijnse engel. Hij zal hem nodig hebben.

Een gegeven paard

War-Horse-at-the-New-London-Theatre-Photo-credit-Brinkhoff-Mögenburg-600x407Ik had weinig goeds gehoord over War Horse, maar toen we via de Postcode Loterij vier vrijkaarten in de schoten geworpen kregen, besloten we toch maar zelf te gaan kijken. Dat viel niet mee. Het was angstwekkend stil in een zaterdagavonds Carré en de suppoosten deden door schuiven en aansluiten er alles aan om de zaal er nog een beetje ‘gekleed’ uit te doen zien. Het hielp niet echt.

War Horse liep en loopt niet, en dat is een grote klap voor Carré en voor producent Joop van den Ende die een enorme rij aan voorstellingen hadden opgelijnd. Maar de grootste klap moet toch de grote inschattingsfout zijn om een productie naar Nederland te halen waar niemand hier iets mee heeft. Het klonk aardig – dat paard was fantastisch – maar het is dodelijk tegelijk.

War Horse is op en top Brits, hoe universeel de relatie tussen jongen en man en paard ook kan zijn. Ik weet het: je mag een gegeven paard niet in de bek kijken, maar toch: het verhaal is gedateerd, het acteren heeft bij vlagen iets van het oude volkstoneel en na afloop vinden de eerder gescheiden man en paard elkaar weer. Tsja. Wij vieren kwamen ook niet veel verder dan dat paard wel knap gedaan was. War Horse als een soort one trick pony.

Mannen met lijstjes

Hi-Fi1Zelfs met verlenging en penalty’s tussen Duitsland en Argentinië kun je vanavond nog op tijd zijn voor de film High Fidelity, om 23.55 uur op SBS6. Niet dat de film zo bijzonder is. Wel bijzonder is dat de film gebaseerd is op het bijzonder succesvolle – en hilarische – boek High Fidelity van Nick Hornby.

High Fidelity laat zien hoe raar de filmwereld is. Het boek van Hornby is zo Brits als Brits maar kan zijn, maar de filmproducenten besloten het verhaal te verplaatsen van Londen naar Chicago en toen was er dus weinig Brits meer aan de film, behalve – dat dan weer wel – de Britse regisseur Stephen Frears.

High Fidelity is het verhaal van hoofdrolspeler Rob Fleming – in de film heet hij Rob Gordon, John Cusack (foto) speelt hem – een middertiger die maar niet volwassen wordt en die met twee andere lotgenoten een obscuur platenzaakje runt waar alleen echte liefhebbers en die hards welkom zijn.

Hun leven bestaat uit muziek en uit lijstjes met muziek: de vijf beste intro’s, de albums die je mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Mannen met lijstjes. En de existentiële vraag: kun je wel een relatie hebben als je vriendin niet dezelfde muzieksmaak heeft?

In het boek is al het getob en gefreak hilarisch – Kraftwerk Unplugged, hoe verzin je het.. -, in de film is het lauw of op zijn best handwarm te harden. Maar misschien als je de film aardig vindt is het de perfecte opstap naar het boek van Hornby. Al ruim 20 jaar oud, maar heerlijk tijdloos. De echte aanrader.