A.D. 1926

Ad21926. Het geboortejaar van mijn vader. Hij zou vandaag 90 zijn geworden als hij niet al jaren her plots dood was gebleven. Te zwaar, te ongezond, vocht achter de longen, en het hart klopte niet meer. Ik heb nooit afscheid van hem kunnen nemen. Maar misschien was dat ook maar beter. Zeker de laatste jaren deelden we weinig vreugde. Ik zat vol verwijten, en hij bleef ver weg van alles, van verantwoordelijkheid en van anders dan gespeelde interesse in de ander.

Adriaan Cornelis van Noppen. Ad. A.D. 1926. Het zat hem ook niet mee. Ondergedoken om de Duitse Arbeidseinsatz te ontlopen. Als dienstplichtige naar Indië gestuurd. En vervroegd teruggekomen omdat zijn vader stervende was. Het had niet geholpen dat hij enig kind was en dat zijn moeder hem heel dicht tegen haar borst hield. Hij vond het normaal dat hij alle aandacht kreeg. En als hij het moest opeisen, werd het meestal niet leuker thuis.

Maar er was ook een andere Ad, een Adriaan die secretaris was van het illegale literaire tijdschrift Parade der Profeten. Een jonkie dat contact zocht en vond met W.F. Hermans en andere schrijvers die nog groot zouden worden. Hij had zelf ook een pen, maar was blijkbaar beter in het regelen. De schaarse nummers die er nog zijn van het gestencilde blad zijn nu antiquarisch en veel geld waard. Pas jaren na zijn dood hoorde ik over zijn staandehouding door Duitsers op De Munt, in 1944, met in zijn colbertzakje een namenlijst die hij beter niet bij zich kon hebben.

Ad is dood, en ik ben ouder, letterlijk en figuurlijk, en zonder klagen kan ik zeggen dat ik hem blijf missen. Want zo afwezig als nu, was hij vroeger ook vaak. Het werd mijn brandstof om het met mijn kinderen anders te doen, maar fijn voelt die leegte nog steeds niet. De afwezige vader. Er zijn boekenkasten over volgeschreven. Ik doe er nog een blogje bij. En ik denk aan hem. Ik probeer me voor te stellen hoe bang hij geweest moet zijn als jochie van 18 daar op De Munt. Jammer dat hij het mij zelf nooit heeft verteld.