Op naar het licht

RoosUmberto Eco is dood. De Italiaanse meester van de historische roman werd 84. Zij meesterwerk met de toevallige titel De naam van de roos speelt bijna exact 600 jaar voordat Eco werd geboren. In 1327 gaan een Franciscaner monnik en zijn leerling in een Noord-Italiaans klooster op zoek naar de waarheid.

Het jaar 1327 is niet toevallig gekozen. Het markeert de overgang van de donkere Middeleeuwen naar de nieuwe tijd, naar de Renaissance, de grote stap van donker naar licht, en van geloof naar rede. De naam van de roos is een zoektocht naar de daders van een serie moorden in het klooster, maar vooral een zoektocht naar antwoorden. Daarmee bedreigen de hoofdrolspelers het geloof dat het juist niet moet hebben van openheid en transparantie.

Dat laatste gezegd hebbende, is het slechts een kleine stap naar Den Haag 2016 waar openheid en transparantie sneuvelen onder weglakken en het achterhouden van informatie. Machthebbers die hun belang groter wanen dan het algemeen belang. De waarheid wordt dan ook maar een mening. Niet voor niets sneuvelt in een oorlog de waarheid al eerste. En worden journalisten niet gezien als controleurs van politiek en rechtsgang, maar als opponenten van de macht. Zie Turkije.

Gelukkig hebben wij Halbe Zijlstra, voormalig duivenmelker te Oosterwolde. Hij staat pal voor onze manier van leven, want die staat onder druk. En dat komt door hen. Die anderen. En zo schuiven de neo-liberalen weer een stapje richting PVV. Want daar valt electoraal winst te halen voor de VVD. En dat is fijn, want dan kan Nederland verder met zijn manier van leven: het slopen van de kunst, 130 scheuren, bonnetjes zoekmaken, valselijk declareren en het vermarkten van bejaardenzorg en ouderenhulp. Heerlijk, die vooruitgang.

Terug uit de dood

Revenent‘I’m not afraid to die anymore, I’ve done it already.’ Het zijn woorden van een revenant, iemand die terugkeert na de dood of na een lange afwezigheid. Het is het verhaal van gids en jager Hugh Glass. Hij is zwaar gewond en bijna verscheurd door een grizzlymoeder en levend begraven. Met veel geluk, hulp en vooral een enorme wilskracht gaat Glass daarna op jacht naar zijn nemesis John Fitzgerald die ook zijn zoon vermoorde.

The Revenant is een film in de buitencategorie, lang, gewelddadig en een bijna fysieke belevenis waarin Leonardo DiCaprio (Glass) en Tom Hardy (Fitzgerald) de sterren van de donkere hemelen spelen in wat de woeste en genadeloze Rocky Mountains van 1822 moeten zijn, met een visuele overdondering en in hard grijsblauw en gifgroen gefilmd in Canada en Argentinië. Een lege, koude en onherbergzame wereld waar de mens nietiger dan nietig is en het geweld en het kwaad achter elke boom staan te loeren.

De wereld van 1822 die regisseur Iñárrita voor zijn lenzen tovert, stemt niet vrolijk. Indianen verdedigen hun jachtgronden en worden gejaagd. De jacht op pelsen en huiden trekt veel gewelddadig volk dat constant bezig is met overleven, hoe dan ook. Die wereld was leeg en vrijwel ongerept, maar wie daar naartoe terugverlangt, idealiseert een wereld vol gevaar en geweld.

Glass staat op uit zijn graf, maar kan ook niets beters van zijn leven maken dan wraak. In filmfantasie en koortsige dromen ziet Glass het leven zoals hij het even kende met zijn indiaanse vrouw en hun zoon. Het bracht hem en hen alleen maar dood, ellende en geweld. Het bloed zit overal. Maar met alle ellende en geweld is The Revenant een film van de buitencategorie waar je graag de loftrompet over steekt. Bij deze. En op naar de Oscars.

Oh, Carol

HopperIk las pas het fraaie boek Een heel leven van de Oostenrijke schrijver Robert Seethaler. Het is in omvang nauwelijks meer dan een wat groot uitgevallen novelle, maar het is een boek van bijna epische proporties. Elk woord is raak, elke zin doet je bijna blozen van blootgelegde schoonheid. Een heel leven in zo weinig pagina’s en toch zo helemaal af.

Ik zag gisteren de fraaie film Carol en vanuit een ooghoek meende ik te zien dat er in L.A. alvast opnieuw een Oscar klaar werd gezet voor Cate Blanchett. Wat een actrice, wat een prachtige performance in een film die overweldigt door visuele schoonheid en groots drama dat wordt uitgeserveerd in het wat trage tempo dat past bij de Verenigde Staten van 1952.

Carol is een liefdesdrama maar ook een road movie, bijna Edward Hopperiaans in zijn art direction en met muziek die het ontrollende drama nog meer gewicht en zwaarte meegeeft. Cate Blanchett is feitelijk een grote magneet die de gebeurtenissen naar zich toe trekt en waar je steeds reikhalzend naar uitkijkt als ze niet in beeld is.

Carol is een lesbisch liefdesdrama in een tijd dat je van homoseksualiteit hoogstens wel eens gehoord had. Maar hoewel de filmtijd van het liefdesdrama relatief kort is, lijkt het wel alsof we Een heel leven voorbij zien komen van vrouw, echtgenote, moeder en geliefde, verteld in een fraaie cirkel van eind naar begin en het eind(e). Cate Blanchett als Carol Aird. Gaat dat genieten. En koop gelijk even het boek van Seethaler.

Oscartje wil niet groeien

BlechtrommelErgens vorig jaar heb ik de film weer een keer teruggekeken, het zal denk ik de derde maal zijn geweest dat ik Die Blechtrommel van regisseur Volker Schlöndorff zag. Vandaag overleed de geestelijk vader van  de film. Günter Grass schreef het wonderlijke verhaal over het jongetje Oscar dat ‘volwassen’ ter wereld komt en op heel jonge leeftijd besluit niet meer te groeien.

Het is de reactie van Oscartje op de wereld om hem heen, de familie, het geruzie, het burgerlijke gedoe, maar ook het opkomende Nazisme dat als een grote schaduw over de stad Danzig hangt. Oscar heeft zijn blikken trommel om te laten horen wat hij ergens van vindt en een gilstem die als een sirene glazen en ruiten doet springen.

Günter Grass was samen met onder anderen Heinrich Böll één van de grote meneren van het naoorlogse Duitsland. Dat de linkse Grass op latere leeftijd naar buiten bracht dat hij in de Waffen SS van de Nazi’s had gediend, haalde heel wat wonden open in een Duitsland dat bijna klaar was met de grote verwerking. Grass is dood. Benieuwd of er op zijn begrafenis een erehaag van trommelaars zal staan.

Heerlijk Helder Hazes

DreIk heb de gave niet, maar als ik een film zou mogen maken over André Hazes, dan zou ik hem precies zo maken als Diederik Koopal. Wat een heerlijke film is zijn ‘Bloed, Zweet en Tranen’, waarbij Martijn Fisher niet André Hazes speelt maar André Hazes is.

Koopal maakte na zijn vermakelijke ‘De Marathon’ nu een heerlijke en eerlijke film over de volkszanger die aan zijn jeugd en aan zichzelf ten onder gaat, met dank aan een bier- en een nicotineconsumptie die je als filmkijker op afstand licht misselijk maakt.

‘Bloed, Zweet en Tranen’ is een heerlijke film met een lach en een traan, precies zoals het hoort in het Nederlandse levenslied, en daar moet wat bij gedronken worden. De film en de buik van Hazes zitten vol blikjes Heineken. Heerlijk Helder Hazes.

Je vraagt je af of Heineken er wel aan goed aan deed zo zichtbaar te willen zijn. Het trotse Hollandse biermerk lijkt wel één van de hoofdschuldigen aan de ondergang van André Hazes uit de Gerard Dou.

De schiettent van Clint Eastwood

AmericanSniperIk had lang getwijfeld om te gaan, maar toen ik vandaag American Sniper had gezien, wist ik dat ik meer had moeten vertrouwen op mijn gut feeling: de 34e film van regisseur Clint Eastwood deugt gewoon niet. Tenzij je een die hard Republikein bent die vindt dat zo ongeveer de hele wereld bestaat uit nare mensen die het slechtste voorhebben met God’s Own Country en die je dus at will kunt omleggen.

Een flink aangekomen Bradley Cooper speelt de Amerikaanse supersluipschutter Chris Kyle die meer dan 160 Irakezen doodschoot. Eastwoord presenteert het bijna als een game. Elke moord lijkt gerechtvaardigd, want slechts gezien met Amerikaanse ogen. Tegenstanders zijn nare moordenaars, psychopaten en haatbaarden. Alle reden om ze massaal om te leggen.

Het is een naar soort patriottisme van vlag, volk en vaderland en een morele superioriteit waar je een naar soort kippenvel van krijgt. Ik denk dat Dick Cheney de film al een flink aantal keren heeft gezien, Clint Eastwoord verfilmt namelijk precies wat de vice-president altijd vond en vindt, The Good, The Bad & The Ugly.

We zien heel veel bad guys sterven in de schiettent van Clint Eastwood. Chris Kyle was goed in zijn vak. Een echte American Sniper. Maar Kyle werd zelf ook vermoord. In de V.S. Door een ex-marinier. Maar dat brengt Eastwoord niet in beeld. Want de moord van een Amerikaan op een andere Amerikaan past niet in dat verhaal van vlag en vaderland en van kameraadschap.

In A New York Minute

a_most_violent_year_photoIn 1981 waren er in New York meer dan 120.000 overvallen en ruim 2.000 moorden. Dat jaar was een crimineel topjaar, ‘a most violent year’ en dat is dan ook niet toevallig de titel van de indrukwekkende nieuwste film van J.C. Chandor, de regisseur die eerder onder meer Margin Call over de melt down op Wall Street maakte.

‘In A New York Minute, Everything Can Change’ zong voormalig Eagles-drummer en -zanger in zijn epische New York Minute, en dat is precies het gevoel dat de hoofdrolspeler Abel Morales de hele tijd moet hebben als zijn bedrijf en hij en zijn familie bedreigd en voortdurend beroofd worden in het bijna rechteloze en doodbloedende New York waar ook de politie geen zin meer heeft de rommel op te ruimen.

Chandor maakt een fraai gestileerde en overtuigende zedenschets van A Most Violent Year. Oscar Isaac als Abel Morales lijkt als twee druppels water op de voormalig Deense international en Ajax- en AZ-middenvelder Kenneth Perez, gekruist met een flinke snuf Al Pacino van eind Godfather II. Morales wil goed blijven doen en op het zo recht mogelijke pad blijven, zijn vrouw – de dochter van een Maffia-baas- heeft minder scrupules in de bak met haaien die New York heet.

Niemand is zuiver op de graat, iedereen probeert zoveel mogelijk voordeel te halen ten koste van de concurrent, en in the end – wil de ambitieuze openbaar aanklager de politiek in en hij weet genoeg van het bedrijf van het steeds groter wordende bedrijf van Morales om heel lang verzekerd te zijn van zijn steun en Morales heeft zo straks toegang tot een politieke ‘vriend’. De ene hand wast de andere. Met New York ging het na 1981 alleen maar beter, dus de deal werkte. Hoopvol of cynisch? Oordeelt zelf.

Admiraal Jumbo

RuyterHoe prachtig wil je het hebben. De nadagen van onze Gouden Eeuw. De Republiek op de rand van een burgeroorlog. De moord op de Gebroeders De Witt. En een admiraal die bijna single handed ons land uit vreemde handen houdt. Dat moet een fantastische film opleveren. Of de draak die Michiel de Ruyter is geworden.

Frank Lammers speelt Michiel de Ruyter en dat is bepaald geen genoegen. Lammers is het gezicht van supermarktketen Jumbo en dat beeld krijg je maar niet weg. Het grote gevaar voor acteurs die zich voor veel geld uitleveren aan de adverteerder. Je kijkt naar De Ruyter en je ziet een acteur die op zoek is naar de laagste prijsgarantie. Het helpt ook niet dat je Lammers de helft van de tijd gewoon niet verstaat. Slechte dictie, slecht geluid. De Nederlandse film op z’n smalst.

Maar misschien moet je blij zijn dat je Lammers nauwelijks verstaat. De dialogen in Michiel de Ruyter zijn namelijk nog erger dan tenenkrommend en uitgesproken op het niveau van de schoolmusical, hoewel je daar nog wel eens prettig wordt verrast. De film had zichtbaar geen gebrek aan geld, maar aan echt talent om een fascinerend verhaal fascinerend te verbeelden.

In 153 minuten ben ik niets wijzer geworden over Admiraal ‘Jumbo’ de Ruyter en dat lijkt me toch een gemiste kans. De geschiedenis van de Republiek in de opmaat naar het rampjaar 1672 lijkt een wat gepoetste samenvatting voor basisschoolniveau 5, een bordkartonnen verhaal dat ook nog eens wordt opgeleukt met valse heroïek en misplaatste verwijzingen naar onze tijd. En Rutger Hauer is na 5 minuten al dood, en dan moet je er nog 148. Bezint eer ge gaat..

Sexual references and historical smoking

TuringRare jongens, die filmmakers. Geconfronteerd met kritiek op de verhaallijn van een film, verwijzen ze altijd naar de dwingende klok: het moet toch allemaal maar passen in een uur of twee. Maar die klok rechtvaardigt natuurlijk niet elke keuze. Het is dan net als die voetbaltrainer die roept dat hij in 90 minuten speeltijd toch echt niet aan aanvallen toekomt. Sorry, te weinig tijd.

Veel films baseren zich op een waargebeurd verhaal, maar gaan er dan mee op de loop en aan de haal. Zo weet je niet wat feit of fictie is, tenzij je moeite nam om boeken en kritieken te lezen of een documentaire te kijken. En ook heir geldt weer: we hebben maar een uur of twee, en we moeten het ook allemaal nog maar kunnen verbeelden. In andere woorden: het moet er ook nog een beetje leuk uitzien, en liefst ook Oscar-waardig.

Dit soort gedachten dwarrelden door mijn hoofd bij het zien van The Imitation Game over de Britse wiskundige, codekraker, computervader en homoseksueel Alan Turing. Met alle grote thema’s die er liggen, maakt regisseur Morten Tyldum er een iets te  keurig prentenboek van, met rokende mannen in spencers, een loslopende spion en het genie dat zijn overleden jeugdliefde tot leven wekt in zijn Christopher-machine.

Benedict Cumberbatch speelt naar groot vermogen, maar misschien juist daarom heb ik eerder het gevoel naar een freak show light te kijken dan naar een echte zoektocht naar het wezen en het geniale van de buitenstaander, de briljante loner. Dochterlief was mee en vond het vooral ‘zielig’ en inderdaad was het leven van Turing geen halleluja. Niet voor niets maakte hij na ‘ontmaskering’ van zijn homoseksualiteit, zijn veroordeling en chemische castratie een einde aan zijn leven.

Nu we het ons kunnen veroorloven is Turing gerehabiliteerd, maar dat geldt helaas niet voor vele tienduizenden Britse mannen die tot 1967 als grootste misdaad hun homeseksualiteit hadden. The Imitation Game is een onderhoudende film over een intens complexe man in een intens complexe tijd. Dat blijft echter niet hangen in het geheugen. Het is vooral die brave film met bij de Britse filmkeuring de uitleg ‘..some sexual references and historical smoking.’  Daar had meer ingezeten. Misschien een Oscar…

Storm in een glas water

Zoutstrooien-tegen-sneeuw-in-New-York-470x340The National Weather Service van de V.S. moest dezer dagen diep door het stof omdat de aangekondigde sneeuwbergen maar niet vielen in New York. The Big Apple was dagenlang in rep en roer geweest, er zou wel meer dan een meter of nog veel meer sneeuw gaan vallen. Burgemeester De Blasio – hij heeft het al niet makkelijk – zag de buien hangen, en waarschuwde zijn stadgenoten voor het allerergste.

Het is een gedoe met al die voorspellingen, code oranje en rood, en naderend onheil. Ik heb vaak de indruk dat al die weerkanalen alles in de overdrive gooien om hun eigen bestaan te rechtvaardigen. Want als er nooit een windkracht 11 of een enorme sneeuwstorm komt, wie luistert er dan nog naar je voorspellingen? Niemand, dus.

Veel mensen luisteren wel naar de NS – ze moeten wel – maar daar word je niet zoveel wijzer van. Gisteren piepte de telefoon. Morgen aangepaste dienstregeling, seinde de NS, want storm en sneeuw op komst. Nu weet ik niet hoe het u vergaat, maar ik zie veel blauw in de lucht, en nog geen vlok sneeuw. Maar de NS heeft geleerd: liever minder leveren, dan een hele grote puinhoop, dus bij een beetje dreiging sneuvelt de halve dienstregeling. Een fine reis nog.

We dekken ons in, we dreigen wat, en zo kan niemand zeggen dat hij niet gewaarschuwd was. Met alle moderne kennis is dat toch wel een beetje zielige performance. Nee, dan Michiel de Ruijter. Die moest op patriottisme en scheepsbeschuit de Engelsen te lijf en de kuipende politici van het lijf houden. Dat waren nog eens tijden. Geen buienradar, maar een vinger in de lucht. Iets zegt mij dat die vinger nog steeds in de lucht gaat om het weer te voorspellen. Of gaat die vinger richting reiziger?