Wie hoorde ik daar lachen?

Na de recente roller coaster ‘Once Upon In Time….in Hollywood,’ blaast nu de controversiële film ‘Joker’ je uit je bioscoopstoel.

‘Joker’ laat de wordingsgeschiedenis zien van de slechterik uit de Batman-strips. Joaquin Phoenix speelt de rol van zijn leven als de mislukte, psychisch verwarde clown met waanideeën die pas aandacht krijgt als hij aan het moorden slaat en revanche neemt op iedereen die hem kleineerde, verwaarloosde, misbruikte en aftuigde.

In schietgraag Amerika hing iedereen in de gordijnen. ‘Joker’ zou aanzetten tot geweld, het zou labiele figuren op ideeën brengen, alsof ze in de VS niet dagelijks tv-schermen vol moordpartijen hebben.

Er valt – bedoeld of onbedoeld, maar in ieder geval niet te hard – ook te lachen, maar dat lachen vergaat je steeds meer als de film naar zijn climax racet.

Een detail: in de soundtrack van ‘Joker’ zit ‘Rock and Roll Part 2’ van Gary Glitter, Brits muzikant en pedofiel die al vele jaren achter celdeuren zit. Boodschap of niet nagedacht? Ik weet het niet. Wat ik wel weet: ‘Joker’ moet je zien, niet voor niets heeft de film in een maand of zo al tien keer het budget terugverdiend.

Wie hoorde ik daar lachen?

The Banks Of England

Dit weekend speelt voetballend Engeland met rouwbanden. Er zal een minuut van oorverdovende stilte zijn voor Gordon Banks, volgens velen één van de beste keepers ooit. Hij werd geboren in 1937 in industriestad Sheffield, echt working class, zijn vader deed er een illegaal gokkantoortje bij. Gordon zijn gehandicapte broertje werd daar overvallen en overleed weken later aan zijn verwondingen.

Gordon werd een grote. Hij werd met Engeland in Engeland wereldkampioen in 1966 en het WK erna maakte hij in Mexico tegen Brazilië de safe van de eeuw door een niet te stoppen kopbal van Pelé uit de benedenhoek te houden. The Banks of England stopte alles, maar brak ook veel: neus, vinger, pols, en hij werd ooit bewusteloos geslagen door een ongetwijfeld tandeloze Britse spits.

In 1972 verloor hij bij een auto-ongeluk zijn rechteroog en was het bijna gedaan met keepen. Hij speelde nog even in Florida, maar voor keepen heb je toch echt twee ogen nodig, zo weet ik uit lange ervaring. Banks werd 81 en hij zweeft nu met een grote grijns door de eeuwige strafschopgebieden. Een groot keeper is niet meer. Ik ben zaterdag ook een minuut stil.

Homo Excludens

Ik heb het nog even gecheckt, maar God bestaat niet.

In zijn boek De antwoorden op de grote vragen legt natuurkundige Stephen Hawking het uit: ‘Men kan God definiëren als de belichaming van de natuurwetten. Dit is echter niet zoals de meeste mensen denken over God. Zij denken aan een mensachtig wezen, met wie je een persoonlijke band kunt hebben. Als je naar de enorme omvang van het heelal kijkt en in ogenschouw neemt hoe onbetekenend en toevallig het menselijk leven is, dan lijkt dat hoogst onwaarschijnlijk.’

Zo. Dat is opgelost. Nu de gelovigen nog die maar blijven geloven en dat als maat stellen voor wie wij mogen zijn, wat we denken, doen en met wie. Hoe zwaarder het geloof, hoeveel meer de behoefte aan onderdrukking en afwijzing. Vrouwen zijn altijd tweederangs, homo’s en lesbisch verdorven en gedoemd en het staat allemaal in de bijbel en koran. Homo Excludens.

De terreur van het geloof gaat ver. Wapperend met de vrijheid van godsdienst mogen mensen tot tweederangs burger worden verklaard, beschimpt, bespuwd, vervolgd, gedood. Wat geeft hen het recht? Waarom mag hun geloof en wereldbeeld de grondwet verkrachten? Waar bemoeien zij zich mee? Geloof is toch altijd van gelijk hebben en het buitensluiten van wie anders is, denkt, voelt, vindt en graag zelf bepaalt hoe hij of zij leeft en met wie.

God bestaat niet. Gelovigen wel. Ik weet niet wat erger is.

It was the Summer of ’69

Deze week is de première van de film First Man over de Apollo 11 en Neil astronaut Armstrong, de eerste mens op de maan. Ik was pas 11 jaar toen Armstrong in het maanstof stapte, en het is volgend jaar al een halve eeuw geleden, maar ik kan het me herinneren als eergisteren. Ik mocht die nacht – de 20e juli – lang opblijven of werd door mijn ouders uit bed getrommeld om dit grootse moment in de menselijke geschiedenis zelf en live te zien.

Het was in zwart-wit en slecht te zien, want nog geen kabel, kleur en niks digitaal, maar het kwam wel direct van de maan. En wat je niet of slecht zag werd je allemaal goed uitgelegd door presentator Henk – Apollo Henkie – Terlingen die – net als Armstrong – zijn reputatie aan die eerste maanlanding te danken had.

Het hele ruimteprogramma van de Amerikanen was in feite een wapenwedloop met de Russen, maar de bestorming van de maan was toch ook – en uiteindelijk vooral – een mooi voorbeeld van wat de mens vermag. Er kwamen na Armstrong en Buzz Aldrin nog wat Amerikanen op de maan, maar de lol was er snel af, en verder dan de maan zijn we ook niet gekomen, behalve in films als The Martian.

Ik ga dit weekend bijna een halve eeuw terug in de tijd naar Armstrong en ‘zijn’ Apollo 11 in First Man, waar overigens de Canadees Ryan Gosling Armstrong speelt. Benieuwd.

Minister van geen idee

Het is lekker schieten op minister Ard van der Steur. Maar hij heeft het er dan ook riant naar gemaakt. Voor iemand die geen fouten meer mag maken, maakt hij wonderbaarlijk veel fouten. Hij heeft die speciale gave om van wat lekker loopt een enorme puinhoop te maken. Bert Wagendorp noemde hem vanochtend in de Volkskrant bijna valselijk liefkozend de ‘minister van geen idee.’ Hoe dodelijk wil je het hebben?

En ach, tsja, een mailtje uit de VS. Daar krijgen we er best veel van. Het kan van de FBI zijn. Of van de NYPD, inderdaad. Maar vragen hoe, wat en waarom, dat kwam pas bij Van der Steur op toen de Kamer er zo hinderlijk vasthoudend naar vroeg. Van der Steur gaat de Amerikanen nu terugmailen en vragen waarom ze hem hebben gemaild. Zoiets.

Het ging mis met bonnetjes, met de MH17 en professor Maat, met Volkert van der G. en Al Bakraoui. Van der Steur weet niet waar het over gaat, maar vertelt er vrolijk over om vervolgens weer gekielhaald te worden door de Tweede Kamer. Bert Wagendorp noemde hem een goochelaar die van iets heel groots iets heel kleins kan maken en van iets kleins iets heel groots. ‘Dat is erg knap. Waar hij dit heeft geleerd, is niet duidelijk’, zo schrijft Wagendorp. Prachtig.

Oh zeker, dat ministerie van hem schijnt een rattenhol te zijn. De minister wordt telkens niet, niet tijdig of verkeerd geïnformeerd. Het zal. Maar hij is de baas en moet het regelen. Maar Van der Steur heeft helaas geen idee en zakt langzaam weg in de zuigende modder. Bij de VVD hoor je inmiddels na ook de rampen met Ollie B. Opstelten en Fredje T. niemand meer over hoe de liberalen law and order zouden herstellen in het land. Wat rest is een beerput. En die lucht gaat maar niet weg. Zeker niet zolang Ard van der Steur nog minister speelt.  

Yesterday

GeorgeMartinVolgens velen was George Martin de vijfde Beatle, maar er waren en zijn meer gegadigden voor de titel. Pete Best, bijvoorbeeld, de drummer die werd vervangen door Richard Starkey die wij weer beter leerden kennen als Ringo Starr. En dan was er de Duitse bassist bassist en ontwerper Klaus Voorman en natuurlijk manager Brian Epstein die van de vier Liverpoolse schoffies graag een frisse boy band wilde maken.

Paul McCartney noemde Martin niet alleen de vijde Beatle maar ook zijn tweede vader, en daar kunnen de anderen dan toch niet tegenop. En Martin was natuurlijk de grote kracht achter het eigen en eigenzinnige geluid van The Fab Four dat in een jaar of vijf ontwikkelde van Love Me Do tot Strawberry Fields Forever, muziek die zovele jaren later nog steeds staat als een enorm huis. Niet voor niets worden The Beatles door zeer velen beschouwd als de beste band uit de popgeschiedenis.

George Martin werd 90 jaar, net zo oud als mijn vader zou zijn als hij nog leefde, en hij overleed eerder deze week een dag voor de jaardag van mijn moeder. Het is inmiddels heel erg Yesterday, maar ik weet nog dat ik als kleine kortebroeker met hen in Schiedam naar de bioscoopfilm Help! ging, en waarschijnlijk keken mijn ouders net zo naar die rare Beatles als ik nu naar kijk naar Florida of The Weekend of wat er ook op de i-pad tijdens het avondeten voorbij komt aan muzikale dochtersinbreng.

De andere Wang

WangDe Haagse versie van Wachten op Godot heet Wachten op Wang. De Chinese eigenaar van ADO Den Haag leek van de aardbodem verdwenen tot de Volkskrant vanochtend met een groot interview met Wang kwam. En Wang veranderde direct het perspectief. Niet hij was het probleem, maar het management van de club. ‘Ik ben te aardig geweest’, zo stelde Wang. En hij dreigde met het sturen van een ‘echte baas’. Dat zou die ondankbare en onbetrouwbare Hagenezen wel leren.

Het was de week waarin iedereen het had over racistisch gehalte van oerwoudgeluiden, het verschil met apengeluiden en wie zijn moeder nu precies een hoer is. In dat klimaat was het Wang niet ontgaan dat de toon richting hem ook verhardt. Van grote redder en roerganger was hij nu een spleetoog die quasi-komisch werd gevraagd om ‘ping, ping, please‘, alles onder het oh-zo-creatieve motto ‘You never wok alone.‘ Wang kon er niet om lachen. ‘Je kom optillen om te eten, maar je eetstokjes neerleggen om je moeder uit te schelden. Ze eten mijn rijst en zeggen dat ik niet deug.’ Chinezen boeren bij het eten, maar bij ADO zitten de echte boeren.

Zo maakte ADO – op papier althans – kennis met de andere Wang. Maar die Wang zal zijn andere wang niet meer toekeren. Als het gejank en geklaag niet snel ophoudt, dan stuurt Wang zijn mannetjes. Want de stap naar topvoetbal in China is nationale prioriteit, en Wang laat zich bij zijn investeringen en ambities niet langer piepelen. Zijn belangen zijn groter dan ADO Den Haag. Die Haagse heren zouden daar eens wat meer oog voor moeten hebben. De verslaggever van de Volkskrant legde hem nog het Feyenoord-motto Geen woorden maar daden uit. ‘Die hou ik erin’, zei Wang.

Verzetsspray

GeertMannen zijn het grootste gevaar voor vrouwen, vooral als ze moslim, asielzoeker of beide zijn. Dat vindt in ieder geval Geert Wilders, en om onze Hollandse vrouwen te beschermen tegen de Arabische horden, komt de PVV-chef met verzetsspray zodat vrouwen opdringerige en handtastelijke mannen onder kunnen spuiten in plaats van andersom.

Wilders had onze vrouwen liever pepperspray gegeven, maar dat bleek niet te mogen. Zo zet de grote witte leider steeds weer een stap in het stigmatiseren van alles wat Moslim is of daar naar riekt en zet zo met zijn verzetscampagne Nederland op tegen het eigenparlement waar Geert natuurlijk wel ‘vrolijk’ zelf deel van uitmaakt.  

Waar het jaren terug nog een probleem was als imams vrouwen de hand weigerden te schudden, zo weigert Wilders nu de nieuwe Kamercheffin Arib de hand te schudden, want tja, van Marokkaanse origine. Dat ongerief heeft virtueel 41 zetels. Op internationale lijstjes staan we heel hoog als gelukkig land, maar die gelukzaligheid gaat aan de deur van Wilders voorbij.

En dan is er Bram Moszkowicz. Beter: dan was er. De politieke carrière van gewezen advocaat en Maffiamaatje is alweer gestrand op zijn eigen narcisme en luiheid. Bram hield als advocaat al niet van dossiers, en als politicus-to-be ging hij ze echt niet lezen. Voor Nederland was vooral een platform voor Bram. En om zijn dedain te illustreren: Bram ging liever met Wibi Soerjadi naar Vietnam voor het tv-programma De gevaarlijkste wegen van de wereld. Kwestie van prioriteiten. Maar zo wordt het natuurlijk nooit wat met Nederland.

Oh, Carol

HopperIk las pas het fraaie boek Een heel leven van de Oostenrijke schrijver Robert Seethaler. Het is in omvang nauwelijks meer dan een wat groot uitgevallen novelle, maar het is een boek van bijna epische proporties. Elk woord is raak, elke zin doet je bijna blozen van blootgelegde schoonheid. Een heel leven in zo weinig pagina’s en toch zo helemaal af.

Ik zag gisteren de fraaie film Carol en vanuit een ooghoek meende ik te zien dat er in L.A. alvast opnieuw een Oscar klaar werd gezet voor Cate Blanchett. Wat een actrice, wat een prachtige performance in een film die overweldigt door visuele schoonheid en groots drama dat wordt uitgeserveerd in het wat trage tempo dat past bij de Verenigde Staten van 1952.

Carol is een liefdesdrama maar ook een road movie, bijna Edward Hopperiaans in zijn art direction en met muziek die het ontrollende drama nog meer gewicht en zwaarte meegeeft. Cate Blanchett is feitelijk een grote magneet die de gebeurtenissen naar zich toe trekt en waar je steeds reikhalzend naar uitkijkt als ze niet in beeld is.

Carol is een lesbisch liefdesdrama in een tijd dat je van homoseksualiteit hoogstens wel eens gehoord had. Maar hoewel de filmtijd van het liefdesdrama relatief kort is, lijkt het wel alsof we Een heel leven voorbij zien komen van vrouw, echtgenote, moeder en geliefde, verteld in een fraaie cirkel van eind naar begin en het eind(e). Cate Blanchett als Carol Aird. Gaat dat genieten. En koop gelijk even het boek van Seethaler.

Je suis Lennon

LennonVijfendertig jaar na de moord op John Lennon is zijn Imagine nog steeds springlevend. Sterker nog: door de terreur in Parijs is zijn hartenkreet van ‘the world will live as one’ misschien wel populairder dan ooit. Maar het is een paradox. We zoeken troost bij elkaar en bij Lennon, maar de Kalasjnikovs vertellen niet het verhaal van de vrede maar van de haat en de genadeloze willekeur.

Het lied van Lennon oogt bij eerste lezing als simpel en eenvoudig, maar de werking van lyrics is altijd in het frame van de muziek en de lading die woorden dan krijgen. ‘Imagine all the people living life in peace’ klinkt wat erg makkelijk en tuinkabouters, maar met ‘nothing to kill or die for, and no religion too’ begrijp je waarom Imagine nu het lied van Parijs en West-Europa is. Je suis Lennon.

En op de golven van verdriet en woede over Parijs is Imagine nu de nieuwe nummer 1 hit in de Top 2000, de opvolger van Hotel California, en met Bohemian Rhapsody stationair op 2. Allemaal nummers uit de jaren ’70, kennelijk voor velen toch het muzikale referentiekader. Voor mij geldt dat zeker. Het is de muziek van mijn coming of age, en mijn afspeellijsten en muziekstapels worden gedomineerd door dat decennium.

Ik weet niet wat ik allemaal in de lijst zou zetten. Ik vind Smells Like Teen Spirit van Nirvana nog steeds een fascinerende muziekkomeet, net als de mokerslagen van London Calling van The Clash. Maar bij mij toch vast veel mannen met haar en gitaren, veel West Coast, en hier en daar een verdwaalde bard als Nick Drake, Ian Matthews, of Bert Jansch, en de folkrock met mellotron en kerkorgel van The Strawbs en hun Grave New World. You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one…