Mission impossible

1917 is het vierde jaar van de oorlog die de Grote Oorlog werd genoemd en pas nadat de Tweede er kwam de Eerste Wereldoorlog ging heten. Die Grote Oorlog was – in het Westen – grotendeels een loopgravenoorlog waarin miljoenen het leven lieten.

Regisseur Sam Mendes blijft in zijn film 2017 weg van de massaliteit en de grote slachtingen, en concentreert zich op twee soldaten die op een onmogelijke missie moeten door het grote niemandsland dat veel weg heeft van de vers gebombardeerde hel op aarde.

De film speelt in de oorlog, maar is toch vooral een verhaal over plicht, cameraderie, de geringe waarde van een mensenleven, en de alom aanwezige dood en verderf. In de promotie wordt juist heel veel nadruk gelegd op de knappe techniek en de suggestie dat de film in een enkele take is gedraaid. Het is inderdaad knap gemaakt, maar de menselijke waarde(n) spelen voor mij toch de hoofdrol.

De laatste getuigen

Ik was een paar jaar geleden in het Poolse Krakau. Een drie kwartier verder ligt het Nazi-vernietigingskamp Auschwitz. Veel mensen gaan er naar toe. Ik ging ook. Ik vond en voelde dat nu ik er was op de plek moest zijn waar zoveel mensen zijn vermoord. Een historische schandvlek en schandplek van onvoorstelbare dimensies.

Veel mensen gaan naar Auschwitz. Als je slecht kijkt bij aankomst, dan denk je aan een soort pretpark. Grote parkeerplaatsen, snackbas, terrassen. Dat krijg je als veel mensen naar hetzelfde gaan. Maar ik vond het goed dat zoveel mensen gaan en gingen, hopelijk om er over na te denken en het verhaal te vertellen, net zoals de laatste nog levende getuigen nu nog kunnen doen.

Maar laten we vooral niet denken dat het een eenmalige barbarij was. De Italiaanse schrijver en scheikundige Primo Levi overleefde Auschwitz en stelde: “Het is gebeurd, en dat betekent dat het opnieuw kan gebeuren.” Dat is niet rustgevend, maar wel realistisch.

Wat wij onmenselijk noemen, is wat de mens zelf aanricht. En: te veel mensen in te veel landen hebben Auschwitz mogelijk gemaakt. Zeker vandaag is het goed om daarbij stil te staan.

Een gezicht van de oorlog

Een foto. De foto. Die foto. De blik. De angst en verwarring. Dat meisje. Settela Steinbach. Zij werd vergast in Auschwitz. Nog net geen tien jaar oud. Vergast omdat ze een Sinti-kind was. Een zigeunermeisje.

Iedereen kent Anne Frank. Weinigen kennen de naam Settela Steinbach, Maar vandaag was ze er weer. In een grote foto in een groot artikel in Het Parool. Omdat het morgen exact 75 jaar geleden is dat Settela in Westerbork op transport werd gezet. Er is een filmpje van waar we de foto van kennen:

Settela (over)leefde nog ruim twee maanden in Auschwitz. Op 31 juli 1944 werd ze vergast. Vrijwel haar hele gezin en familie werden vermoord. Haar vader overleefde de oorlog, maar overleed in 1946 van verdriet.

Ik zag dezer dagen Neo Nazi’s vlaggen zwaaiend marcherend en roepen om een nieuwe Holocaust. Antisemitisme tiert weer welig. In ons land hebben we een forum dat steeds meer aanschurkt tegen en onderdak biedt aan hele nare opvattingen en gedachten die zeker niet naar lavendel ruiken. Snuffel maar eens rond op het slagveld dat twitter heet.

De mens is de mens een wolf, of beter: een zwijn.

14 Mei

14mei

Mijn moeder was een vrouw van weinig woorden. Zij bleef graag op de achtergrond, daar had ze het beste overzicht. Haar stem verhief zij nooit, terwijl daar aanleidingen genoeg voor waren. Zij luisterde meer dan ze sprak, en des te beter luisterde ik als ze vertelde over het bombardement op Rotterdam.

Mijn moeder was net 12 toen de Luftwaffe het Rotterdamse stadshart bombardeerde. Vanaf de Kleiweg in Hillegersberg zag ze met haar ouders en haar zusje de brandende stad, en die beelden van die 14e mei 1940 heeft zij altijd bij zich gedragen.

Mijn moeder heeft dat vorige kampioenschap van Feyenoord in 1999 nog meegemaakt. Voetbal interesseerde haar niet zoveel, ze vond het altijd fijn dat ik er zo’n plezier aan beleefde. In haar latere jaren als we zondags belden vroeg ze altijd of ik wist wat Ajax had gedaan. Het leek op sarren. Ze wist dat ik het niet wilde weten omdat ik Studio Sport wilde zien zonder voorkennis van de uitslagen. Toch gooide ze er dan zinnetjes als ‘nou, dat was niet best’ of ‘ga maar kijken, dat was wat’ uit.

Mijn moeder kon het niet laten, en één keer hapte ik echt en werd heel boos over wat ik een soort van gecalculeerd pesten vond. Ik vuurde een verbaal bombardement op haar af, zo’n moment dat altijd bij je blijft en waar je nu alsnog voor onder een steen wilt kruipen.

Mijn moeder is er niet meer en heeft dus geen weet gehad van de Renaissance van Feyenoord. En ook niet dat het kampioenschap van de ploeg van Zuid en van Gio de titel na 18 jaar drooglegging binnen sleepte op diezelfde 14 mei die zij maar niet kon vergeten. Na 77 jaar was de wederopstanding van Rotterdam voltooid. Het beeld van Zadkine heeft weer een hart. Het klopt rood en wit.  

De zak

halbeIk had al geen hoge dunk van Halbe Zijlstra. De voormalig duivenmelker uit Oosterwolde maakte zich vijf jaar geleden sterk om de cultuur in Nederland de nek om te draaien. Nu tettert hij van de daken dat RTL het Sinterklaasfeest vermoordt omdat daar de Zwarte Piet is afgeschaft en vervangen wordt door de schoorsteenpiet. In Pauw gisteravond kreeg hij een kwartier om zichzelf volledig belachelijk te maken. Ook dat had hij helaas niet door. Stomheid is vaak hard te onderkennen door degene die het heeft.

Volgens Zijlstra zou Zwarte Piet als het ware afgebouwd moeten worden de komende jaren tot een wat neutralere Piet. Want wie dat te rigoureus doet, brengt kinderen en ook Zijlstra Jr. (8 toch al inmiddels, en nog steeds gelovend) in de war en is de bijl aan de wortel van zo een traditierijk kinderfeest. We zouden echt moeten wachten tot een volgende generatie kinderen voordat zo een rigoureuze stap gezet zou kunnen worden. Alsof er niet elke dag kinderen worden geboren en de Sint elk jaar nieuwe kleine klanten krijgt.

Halbe glom door en begreep maar niet hoe hij alleen stond en hoe schofferend zijn gedrag en houding zijn. Ik verdenk hem ervan dat hij – naast een dosis domheid – vooral last heeft van electorale motieven. Door zich niet uit te spreken tegen Zwarte Piet poogt hij het xenofobe geronk ter rechterzijde te pleasen. Het gaat niet over Piet. Het gaat niet over kinderen. Het gaat niet over de kleine Zijlstra. Het is politiek. En als er iemand is die willens en wetens het Sinterklaasfeest vermoordt voor eigen politiek gewin, dan is het deze nepliberaal wel. De zak, zeg ik.

Six and the City

SixOp de middelbare school was het Jan Wolkers. Turks Fruit, Kort Amerikaans, De Walgvogel. Toen kwam een diepere periode met Bloem, Peter Handke, een vroege Ian McEwan. Als ik nu een lijstje met favoriete schrijvers zou moeten maken, dan stonden daar Primo Levi, John Updike, Richard Ford en Bill Bryson zeker op. En beslist ook Geert Mak, de hoofdstedelijk chroniqueur van stad en land en Europa.

Ik ben nu als een dolle Het goede leven van Jay McInerney aan het uitlezen zodat ik kan beginnen aan het lijvige nieuwe boek van Mak over de familiegeschiedenis van de Jan Sixen in en om Amsterdam. Het verhaal van de familie Six begint in de 17e eeuw bij de door Rembrandt vereeuwigde Jan Six en loopt via vele naamgenoten naar de huidige Jan Six en het familiehuis aan de Amstel.

Zoals de achterflap van De levens van Jan Six zo mooi samenvat en belooft: binnen de familie Six heet de oudste zoon van de oudste zoon bijna altijd Jan Six, tot de dag van vandaag. Ze werden burgemeester en wetenschapper, ze verwierven grote rijkdom en strompelden soms ook weer gebocheld en eenzaam door het leven.

Geert Mak heeft mij al vele titels en zo vele dagen leesplezier geschonken met Hoe God verdween uit Jorwerd, De eeuw van mijn vader, Het verdwenen land, Europa en – iets minder, maar toch – Reizen zonder John: op zoek naar Amerika. En nu wacht dus drukpersvers, ongekreukt en met rechte rug Six and the City, het verhaal en de familiegeschiedenis van de Jan Sixen. Ik heb er zin an.

Walking On The Moon

CernanNeil Armstrong was op 21 juli 1969 de eerste mens die voet zette op de maan. Na hem kwamen er nog elf. De laatste was Eugene A. Cernan, een voormalig straaljagerpiloot uit Chicago. Met de terugkeer naar de aarde van Cernan en zijn Apollo 17 kwam er na nog geen 3,5 jaar een einde aan het ambitieuze Apollo-programma dat de (Amerikaanse) mens voor het eerst – en vooralsnog voor het laatst – op een andere planeet bracht.

Bijna de helft van de maanwandelaars is inmiddels dood. Cernan leeft nog en is mooi geportretteerd in de documentaire ‘The Last Man On The Moon’ die ik laatst zag. Cernan is nog steeds op zoek naar wat de maanreizen nu precies hadden betekend en naar de diepere betekenis van de zoektochten van de mens. Maar waar hij het meest naar op zoek was geweest, was zijn gezin, zijn home. Dat had hij vrijwel zijn hele jongere leven verwaarloosd omdat je anders nooit een astronaut zou worden. Het kostte hem zijn huwelijk, maar met zijn nu ook al bijna bejaarde dochter heeft toch weer of nog steeds een mooie band. 

Het gaan naar de maan heeft de astronauten niet onbewogen gelaten. De een werd gelovig, de ander verloor alle zin om nog iets te ondernemen omdat het hoogtepunt van zijn leven al geweest was. Wat kwam er nog na de maan? Als ik goed graaf in de opslagkamers van mijn geheugen dan zie ik op het zwart-wit scherm in mijn ouderlijk huis in Brielle Armstrong van het laddertje van de maanlander van de Apollo 11 afkomen en zijn grote maanschoenen in het stof planten en zich legendarisch verspreken, iets wat hij overigens tot zijn dood in 2012 niet heeft willen toegeven.

‘Walking On The Moon’. The Police had er ook nog een grote hit mee. Maar what’s next? Mars?

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.

Echte mensen

ObamaRembrandtHet vuur onder de burgeroorlog rond Zwarte Piet staat tot de wind weer door de bomen waait weer even op de waakvlam. Maar in de slipstream ervan gaat de strijd tegen oude, ingeslepen, kwetsende en vanuit eurocentrische blik bedachte benamingen onverdroten voort. ‘Rijks schrapt etnische term’, zo kopte het Parool gisteren. Het Rijksmuseum is een project gestart om kwetsende etnische aanduidingen in de collectie op te sporen en te vervangen door neutrale termen.

Het is een fantastisch toeval, maar dit project staat onder leiding van conservator Sint Nicolaas. Je verzint het niet. Onbedoelde humor is vaak de leukste. En de journalist van dienst was vast ook wel blij met zinnetje ‘een quickscan leverde vijftig bosnegers en veertig Hottentotten op.’ Negers, Hottentotten, Eskimo’s en indianen, ze komen straks niet meer in de collectiebeschrijving voor. Oude beelden krijgen een nieuwe naam van nu.

Bij de indianen ligt dat best nog lastig. Zij kregen hun naam van de verdwaalde Columbus die dacht dat hij in India was geland. In de V.S. kan men het niet eens worden over American Indians of Native Americans. In Canada is de naam First Nations, in Latijns-Amerika indigenas, inheemsen. Bij de Eskimo’s ben je er ook niet zomaar uit. De grootste populatie is die van Inuit, letterlijk echte mensen.

Echte mensen. Dat is natuurlijk waar het om gaat. Zwarte Piet is geen echt mens maar een karikatuur uit vervlogen tijden, en kan afgeschminkt nog best mee als rechterhand. Het heeft niets te maken met het afschaffen van een leuk kinderfeest, maar met andere tijden. Of zoals het in de nieuwe film Publieke Werken klinkt: ‘de nieuwe tijd, de vooruitgang wacht niet.’ En zo is het. Sint Nicolaas begrijpt dat prima.

Nederlaag voor de mensheid

AuschwitzDe tweede man van het Vaticaan kardinaal-staatssecretaris Parolin noemde het Ierse ‘yes’ bij het referendum over het homohuwelijk een ‘nederlaag voor de mensheid.’ Je moet maar durven als CEO van een multinational die misbruik, vervolging, zelfverrijking en corruptie al eeuwen hoog in het vaandel heeft staan. De FIFA van het geloof, zeg maar.

Vanaf het katholieke Krakau is het een uur rijden naar Auschwitz en nog vijf minuten naar Auschwitz-Birkenau, twee van de vele vreselijke vernietigingskampen van Nazi-Duitsland. Het was daar dat die nare opmerking van Parolin mij te binnen schoot en ik kon die ‘nederlaag voor de mensheid’ alleen nog maar associëren met de bijna onvoorstelbare gruwel die zich daar en in al die andere kampen heeft afgespeeld.

Het is goed dat de kampen er nog zijn en niet zijn weggemoffeld onder bruut beton. Het is ook goed dat het heel druk is en dat je bij de parkeerplaats pizza, kebab en zelfs kapsalon kunt kopen. Het lijkt de parkeerplaats van een attractie. Maar het is beter dat er bezocht en bedacht en gedacht wordt dan dat we de gruwelen van toen onbesproken zouden laten.

Misschien is het übercynische ‘Arbeit macht frei’ op de toegangshekken van Auschwitz wel de ultieme nederlaag. Dat je massamoord en genocide kunt en wilt pimpen met de meest valse lading die ooit is bedacht. Het geloof in een God en het geloof in een vernietigende ideologie. Het heeft ons volgens mij alleen maar nederlagen gebracht. Godzijdank kunnen Ieren nu trouwen met wie ze willen. Dat voelt als een overwinning.