Admiraal Jumbo

RuyterHoe prachtig wil je het hebben. De nadagen van onze Gouden Eeuw. De Republiek op de rand van een burgeroorlog. De moord op de Gebroeders De Witt. En een admiraal die bijna single handed ons land uit vreemde handen houdt. Dat moet een fantastische film opleveren. Of de draak die Michiel de Ruyter is geworden.

Frank Lammers speelt Michiel de Ruyter en dat is bepaald geen genoegen. Lammers is het gezicht van supermarktketen Jumbo en dat beeld krijg je maar niet weg. Het grote gevaar voor acteurs die zich voor veel geld uitleveren aan de adverteerder. Je kijkt naar De Ruyter en je ziet een acteur die op zoek is naar de laagste prijsgarantie. Het helpt ook niet dat je Lammers de helft van de tijd gewoon niet verstaat. Slechte dictie, slecht geluid. De Nederlandse film op z’n smalst.

Maar misschien moet je blij zijn dat je Lammers nauwelijks verstaat. De dialogen in Michiel de Ruyter zijn namelijk nog erger dan tenenkrommend en uitgesproken op het niveau van de schoolmusical, hoewel je daar nog wel eens prettig wordt verrast. De film had zichtbaar geen gebrek aan geld, maar aan echt talent om een fascinerend verhaal fascinerend te verbeelden.

In 153 minuten ben ik niets wijzer geworden over Admiraal ‘Jumbo’ de Ruyter en dat lijkt me toch een gemiste kans. De geschiedenis van de Republiek in de opmaat naar het rampjaar 1672 lijkt een wat gepoetste samenvatting voor basisschoolniveau 5, een bordkartonnen verhaal dat ook nog eens wordt opgeleukt met valse heroïek en misplaatste verwijzingen naar onze tijd. En Rutger Hauer is na 5 minuten al dood, en dan moet je er nog 148. Bezint eer ge gaat..

Vroege Rembrandt

KoningRembrandtIk kreeg vandaag een e-mail van het Rijks Museum (ik moet nog steeds wennen aan die spatie..). Ik werd bedankt voor mijn bezoek aan Late Rembrandt gisteren. ‘Geniet nog even na!’ klonk het bijna dreigend in de header. Wat een raar zinnetje. Het lijkt een bevel. Gij zult nog nagenieten. Vreemd hoor.

En zoveel was er niet te genieten geweest gisteren in het Rijks. Zelfs op de vroege zondagochtend was het een spitsinfarct in het Rijks en filekruipen langs de Late Rembrandt die we natuurlijk allemaal moeten zien. Alles aan deze tentoonstelling is in de overdrive. De kosten. De marketing. Het bezoek. En dus ook de files. En dringen om iets te kunnen zien. Het leken wel de dolle dwaze dagen van De Bijenkorf. Nagenieten? Nou, nee.

En dan kwamen wij nog goed (en redelijk op tijd) weg. Er waren ook best momenten dat er niemand tegen me aanduwde, in de rug porde of poogde mijn blik te blokkeren. Soms nam ik genoegen met rij vier of vijf. Zo rondom 11 uur stond van Oudenrijn tot Museumplein vol, vol en vol, en voelde ik me zelfs een beetje gelukkig dat ik weg mocht en niet in de schuifelende rugbyscrum terecht kwam die nu in de time slot zich naar binnen aan het dringen was. Ik vond het nogal gênant.

Zelfs de hoofdpersoon zag dat het niet goed was. Vanaf zijn zelfportretten etaleerde Rembrandt van Rijn een minzaam lachje en enige berusting over de gekte die aan hem voorbij trok. Succes is leuk, maar je kunt er ook in verzuipen. En als je dan zoveel geld spendeert om iedereen naar het Rijks te lokken, zorg dan ook dat je de vraag aankunt. Waarom niet veel langer open elke dag? Of is het te leuk om die files van succes voor je deur te hebben? Ik erger nog even na.

Eeuwige schoonheid

Rembrandt_Harmensz__van_Rijn_-_Het_Joodse_bruidje-e1400583001289-1024x392Het Rijksmuseum heeft een commercial gemaakt om de tentoonstelling Late Rembrandt aan de man en de vrouw te brengen. De commercial is bijna droogkomisch. De mannen van Wim Pijbes – de baas komt zelf niet in beeld – zien er uit als Britse ambtenaren in de jaren ’50. Met uitgestreken gezichten prijzen zij de glorie van Late Rembrandt: het is once-in-a-lifetime, misschien wel once-in-eternity, zo wil Taco Dibbets ons verkopen.

Late Rembrandt moet de blockbuster van het Rijks in 2015 worden. Van het totale budget voor de tentoonstelling gaat 15% of € 750.000 naar marketing en promotie en 90% daarvan wordt in deze weken voor de opening uitgegeven om een enorme boost te creëren. Nu wordt de tentoonstelling gemaakt of gebroken, de hype geboren of de flop begraven. En het werkt. Bij mij, althans. Ik heb kaartjes gescoord. Want zo’n kans van eens-in-de-eeuwigheid wil ik natuurlijk niet missen.

Ik had ook voor veel meer geld naar een speciale avondopening gekund. Een avond met een strijkje en een glas, al die marketingkosten moeten natuurlijk wel worden terugverdiend. Dus is er ook Rembrandtbier, de gekte is nooit helemaal buiten de deur te houden. Heerlijk Helder Rembrandt. En dan ook light, vanwege dat licht, u begrijpt het wel. Leidse kaas en Rijnwijn zullen spoedig volgen.

Bijzonder dat de koning volgende week komt openen. Rembrandt was toch bij uitstek de schilder van de Republiek, van die door koningshuizen omgeven rivierdelta die enkele decennia wereldleider speelde, zeker ook dankzij onze Michiel de Ruijter die een paar honderd meter verderop in Pathé de Engelse vloot naar de bodem van de Noordzee jaagt. Rembrandt van Rijn is in ieder geval nu onze schilder van onze Gouden Eeuw en het mag dan best wat kosten om die macht en pracht en eeuwige schoonheid groots te etaleren. Een beetje meer van die VOC-mentaliteit, zou Jan-Peter Balkenende zeggen.

Een tandje bij

denbriel

Het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht is het beste ziekenhuis van Nederland, zo blijkt uit de AD Ziekenhuis Top 100. Dat is mooi, en een mooie opsteker voor de stad Dordrecht die vorige week in de Volkskrant onder de kop ‘Het verdriet van Dordrecht’ nog model stond voor de ingehaalde stad.

Waar gewonnen wordt, wordt ook verloren. Onderaan de lijst van het AD bungelt Medisch Centrum Leeuwarden, persoonlijk pijnlijk omdat mijn moeder daar al weer vele jaren her overleed. Maar zo gaat het leven. De directeur van Leeuwarden laat het er echter niet bij zitten. Hij zag plek 100 als ‘..extra reden om er een tandje bij te zetten.’. Dat wordt dus niks met zulk eng managmentgewauwel.

Maar wat ik plots met Dordrecht heb? Ik werk er. Sinds kort. Een paar dagen per week. Voor een half jaar. Bij het Dordrechts Museum, Het Hof, Huis van Gijn en het regionaal archief. In een oude stad die een uitvergroot model is van het Den Briel (of Brielle..) waar ik mijn jeugd grotendeels doorbracht. En aan die jeugd moest ik deze week weer denken toen onze jongste dochter Hedda 12 werd.

Want waar was ik toen? Ik was ook een brugpieper met een veel te zware tas die door zijn ouders van de Rijks H.B.S. te Den Briel werd gedeporteerd naar Spijkenisse omdat daar het lesrooster wel goed gevuld was. Plots zat ik niet meer om de hoek op school (zoals Hedda nu), maar 15 kilometer verderop. Het bleek een zegen.

En Dordrecht en Den Briel lijken niet alleen op elkaar, ze zijn ook verbonden in de tijd, zoals ik dat me mijn moeder was en ben en nu met mijn dochter ben en zal zijn. In Dordrecht wordt nu hard gewerkt aan Het Hof waar de geschiedenis verteld en zichtbaar wordt met als uitdagende claim  ‘Hier begint Nederland’, refererend aan een illegale Statenvergadering in 1572, niet toevallig hetzelfde jaar waarin – op 1 april – de Geuzen Den Briel veroverden op den Spanjaard.

Op 1 april verloor Alva zijn Bri(e)l, zo leerde ik al op de lagere school. En ‘In naam van Oranje doe open de poort, de watergeus ligt voor Den Briel..’. Prachtig vond ik dat als klein kereltje. De schaduwzijde was dat ik een nep 16e eeuws pakje aan moest voor de 1 april-viering. Dat was gênant. Maar iedereen moest. En zo is het historisch besef er goedmoedig ingeramd, van Brielle toen tot Dordrecht nu.

Tunnelvisies

Fietsonderdoorgang.Rijks

Gisteravond was het eindelijk zover. Na bezoek aan onze favoriete Japanse herberg, hadden we er best een kleine omweg voor over om gevieren door de tunnel onder het Rijks Museum te fietsen. Wat voelden we ons rijk, en bevrijd, na al die jaren van afsluiting en Hoekse en Kabeljauwse twisten over of de tunnel ooit nog wel open mocht, een dorpsrel van ongekende omvang.

We zijn weer vrij, we mogen weer, op enkele slots in het weekend na, maar ook die beperkende maatergelen zullen verdwijnen en dan is de oude Stadsmuseumpoort echt altijd weer open, en dan is het dus wachten op de eerste Italianen of Japanners die worden aangereden en bloedend afgevoerd, en dan begint het modderworstelen natuurlijk weer van voren af aan.

Maar ondertussen is het Rijks Museum een hit der hits, met files en rijen, na zo lang dicht en zoveel nachten wachten is een bezoek aan het Rijks een must. Wat een rijkdom nu in onze voortuin, het Rijks, het nieuwe Stedelijk dat het ook zo goed doet, het Concertgebouw dat dit jaar al 125 jaar klassiek is, en het opgeknopte Van Gogh dat nu nog wat geld zoekt om de ingang naar de museumpleinkant te verplaatsen.

Al dat moois en al die rijen vielen natuurlijk in het niet bij bijna 6 miljoen kijkers voor Anouk die met een lied dat niet paste tussen de wegwerppulp wel dat deed wat alle minvermogenden voor haar nalieten: een fatsoenlijke klassering scoren.

Eigenlijk treurig zo’n best mooi lied tussen het middle-of-the-road-afval, en daar gaan we dan massaal naar kijken en uit onze plaat. Zoals de klant bij de kapper zei: ‘we waren wel weer eens toe aan feestje.’ Zo is dat. Willy en Ajax was natuurlijk ook alweer lang her. En tegen Anouk en ESF kan geen fietstunnel of Nachtwacht op. We tellen weer mee in Europa. Of is dat ook een tunnelvisie?

Poetin de Grote

poetin

Hij kwam, zag, en vertrok weer, en iedereen kon hem figuurlijk de kont kussen met alle kritiek op en demonstraties tegen het vertrappen van mensenrechten in zijn Rusland. En wat zal Vladimir Poetin genoten hebben van zijn voor-voor-voorganger Peter de Grote. Gisteren stonden de oude en de neo-tsaar oog in oog in de Hermitage.

Onder vier ogen sprak de Rambo van het Rode Plein met Mark Rutte. Daar heeft onze premier licht zwetend en met wijdse handgebaren gepoogd duidelijk te maken dat de bruutheid en onderdrukking in Moskou en omstreken wel een tandje minder mag. Poetin was vast niet erg onder de indruk.

Hij wees ons internationaal solidaire Nederlanders er fijntjes op dat wij een pedofielenvereniging hebben en een partij in het parlement die het bestaan van vrouwen ontkent. Had er nog iemand wat over de positie van homoseksuelen in Rusland? Die homo’s waren alleen wat lastig omdat Rusland ontvolkt en zij geen bijdrage aan de bevolkingsgroei geven. Verder geen probleem.

Een land dat al eeuwen van dictator naar dictator rolt, kan niet echt een fijnbesnaarde open samenleving zijn met diepgewortelde wetten en een zekere moraliteit. Geweld, willekeur, machtsmisbruik en corruptie zijn een stuk populairder dan wetshandhaving en mensenrechten. ‘Poetin is geen Stalin,’ zo schreef de Volkskrant, ‘maar wel diens propagandistische echo.’

Maar goed: handel is ook wat waard. Wij zijn één van de grootste handelspartners van de Russen, en dan schop je niet de hele tijd tegen schenen. En nu we 400 jaar grachten vieren, mogen we ook niet vergeten hoe wij ons kapitaal verdienden in die Gouden Eeuw. Woorden als fijnzinnig en humaan hoorden daar beslist niet bij.

Rijks Dag

Rijksmuseum-Amsterdam-La-Ronda-di-notte-presa-dassalto-dai-fotografi

Op tien jaar is het nog maar een spatie, de paar dagen die ons nu nog scheiden van de officiële opening vlak voor haar eigen sluiting door Koningin Beatrix van het Rijks Museum, voorheen beter bekend als het Rijksmuseum.

Nog maar vijf nachten wachten, en dan is de schatkamer van onze helden weer openbaar kunstbezit en is het drama van politiek gekrakeel en vertraging polots opgedroogd en kan het weer gaan over waar het over moet gaan: genieten van kunst.

Ik was zo bevoorrecht om gisteren in de voorvertoning het nieuwe oude museum te mogen bezichtigen, en ja, het is prachtig, ofschoon ik me met moeite kan herinneren hoe het er bij mijn laatste bezoek een dik decennium geleden dan precies uitzag.

Het was – het kan geen toeval zijn met zo’n PR – ook nog een prachtdag gisteren, de eerste lentedag in de lente, een dag voor een Rijks Dag, en in bijna twee uur snoof ik al heel veel op van wat straks zeker meerdere bezoeken waard gaan zijn.

Maar na de opening kunnen we ook allemaal weer een beetje normaal gaan doen. Want de overdrive waarin dit Rijks Museum op ons aller netvlies wordt gebrand, kent geen grens of rem meer. Een enorm voorspel met gepland orgasme op zaterdag.

Ik verwacht dat Wim Pijbes vrijdag naar buiten komt met het verzoek om het Rijks Museum op de lijst van wereldwonderen te plaatsen. Want daar zou je nu toch wel in gaan geloven met al deze hallelujah, jubel en zelf opgepookte fanfare.

Moest Het Melkmeisje van Vermeer nu echt op de vlapakken van AH?  Van dattum, dus. De kunst van beheersing. Die is er na zaterdag weer, hoop ik. En al dat moois. Maar dan is er nog die fietsonderdoorgang…

Nachtinbraakwacht

nachtwacht1

De PR-machine van het Rijks Museum draait overuren. Vandaag was het de finest hour van Wim Pijbes c.s. tot aan de officiële opening op 13 april: de verplaatsing van de Nachtwacht van de Philipsvleugel naar het hoofdgebouw en de Erezaal van de Rijksschatkamers.

Als in een militaire operatie en met persbelangstelling als betrof het een bliksembezoek van Lady Gaga of Barbra Streisand, werd het wereldberoemde werk van Rembrandt het kleine blokje om verplaatst, veilig verpakt met een buitenhoes die theemuts is gedoopt. Geen detail is onbelangrijk als het over zo’n belangrijk kunstwerk gaat.

Het doek van Rembrandt is beroemd en groot, 3,8 x 4,5 meter, het was ooit groter, maar werd bijgesneden, maar ik kan niet met droge ogen beweren dat het een favoriet van me is. Het is allemaal knap en kijk-eens-hier-en-zie-je-dat, maar de emotieknop gaat bij mij niet aan.

Maar daar zullen die miljoenen bezoekers straks geen boodschap aan hebben. Net als ik in het Louvre toch echt de Mona Lisa moet zien, moet ook de Nachtwacht eraan geloven voor Japanners, Russen en wie niet. Je bent beroemd, of niet.

Hoe actueel de Nachtwacht na 3,5 eeuw nog is, blijkt uit een ander voorpagina-artikel van Het Parool vandaag dat gaat over postende politie in de buurt waar net is ingebroken. het doel van die zichtbare aanwezigheid is om besmettingsinbraken zoveel mogelijk tegen te gaan, inbraken die vaak snel volgen op een eerste inbraak, de boefjes zijn dan bekend met de buurt en weten hun weg naar een volgende buit.

En zoals de nachtwacht nodig was in de 17e eeuw omdat je in het donker overal beroofd kon worden of in de gracht gekieperd, zo tiert nu de huisinbraak weer welig, mede omdat winkeliers hun nering steeds beter beveiligen en verdedigen.

En tsja, die dieven moeten ’s avonds wel met iets thuiskomen. Het antwoord: zichtbare politie-inbraakwacht tot een aantal dagen na een inbraak. Het schijnt te helpen. Maar waar slaan de dieven dan weer toe? In het Rijks?

Koot d’or

Het was weer bal in de Stadsschouwburg. Schrijvend, uitgevend, wederverkopend en ander feestvolk mocht de aftrap van de vandaag uitgeborken Boekenweek vieren. Het was een voorspelbaar zien-en-gezien-worden-parade met een gouden randje. Fokke en Sukke gaven er een mooie twist aan: ‘Alleen maar oude mannen…en lekkere dingen die voorbijgaan.’ 

Hoofd van het Boekenbal was zonder twijfel Kees van Kooten, de schrijver van het boekenweekgeschenk De verrekijker waarin Koot zich na vele jaren afzijdigheid alsnog een keer autobio graaft naar zijn vader. Ben benieuwd.

Hoogtepunt van mijn Boekenbal was dat ik de gouden schrijver – Koot ‘d’or – on the way out tegenkwam op de trap. Mijn avond kon niet meer stuk. En ja, hij is echt van bescheiden lengte, dat kwam niet alleen omdat Wim de Bie zo lang was.

Ik heb Joe Jackson gemist, en Heleen van Royen, maar ik begrijp dat zij in de Wallenbuurt een tijdelijke winkelkraam gaat runnen om haar pennenvruchten direct aan man en vrouw te brengen. Zou dat die zwarte rand uit het Boekenweekthema zijn? Je zou het bijna denken.

Job Cohen had veel geschreven recent, en was er dus ook. Net als Jan Mulder, die op de bank zat, Arthur Japin die frekwent kwiek voorbij hupte, Hanna Bervoets, Remco Campert die al snel rechtsomkeert maakte, en Robert Vuijse en nog heel veel nette mensen, hoewel wij niet hebben meegemaakt hoe het slagveld er rond sluitingstijd heeft uitgezien.

Een onzichtbare hand

Ik ben meer van Vermeer dan van Rembrandt. Meer van Delft dan van Leidsche Rijn. Mooi dat museumdirecteur Benno Tempel – wat een toepasselijke achternaam – Gezicht op Delft koos als meesterwerk om in Volkskrant Magazine tentoon te stellen.

Wat een pracht, macht en kracht, wat een details en wat een compositie, en hoe dieper je in het platte doek duikt, hoe meer Vermeers onzichtbare schilderhand op fotografie lijkt, en dat is knap want de fotografie werd pas een kleine twee eeuwen na zijn kijk en Gezicht op Delft uitgevonden. Grappig dat Tempel zegt dat je de werking van het schilderij nog het best ervaart door het op zijn kop te hangen.Spannend idee. Doen.

Van Delft 1660 naar het China van nu is een bijzondere tijdreis, zeker als je uitkomt bij het bijzondere werk van Liu Bolin, één van de bekendste Chines kunstenaars nu. Bolin maakt werken waarin hijzelf onderdeel van het werk wordt door er bijna in op te gaan, in te verdwijnen, zoals – afgebeeld – in de uitstalling van een Amerikaanse tijdschriftenwinkel.

Zo is Bolin de onzichtbare man en dat zien velen als artistiek verpakte kritiek op zijn China, waarin mensen zo maar kunnen verdwijnen, van het ene moment op het andere, weggenomen door een machtige onzichtbare hand, zoals ook de dissidente kunstenaar Ai Wei Wei overkwam. Bolin zegt niet bang te zijn, maar ook hij kan niet al te zeker zijn dat hem niets overkomt. Populariteit kan je beschermen, maar ook nekken. Chop chop.

Hiding in the City noemde Bolin zijn imposante reeks foto’s, en ook die titel heeft iets dubbels, het verstoppen in de grote stad, maar je er ook semi-veilig weten omdat je op kunt gaan in de massa, zoals Bolin letterlijk en met heel veel uithoudingsvermogen in het maakproces opgaat in zijn eigen kunstwerk. Dat ik-statement is natuurlijk heel bijzonder in het enorme China waar wij altijd belangrijker was dan jij en waar een onzichtbare hand je een rotklap geeft.