I Don’t Like Mondays

brendaannspencerOp de kamerdeur van één van onze dochters hangt een poster van de dikke kater Garfield met de kreet Mondays Suck. Het is de kernachtige verwoording van het gevoel dat zovelen hebben bij de startdag van de school- en werkweek.

Op maandag 29 januari 1979 schiet de dan 16-jarige Brenda Ann Spencer in San Diego uit haar huis op kinderen die wachten tot ze naar binnen kunnen op de Grover Cleveland Elementary School. Met het semiautomatische geweer dat ze van haar vader voor Kerst kreeg, schiet ze twee volwassenen dood en verwondt acht scholiertjes en een agent.

Het motief van Spencer: “Ik hou niet van maandagen, dit brengt tenminste wat leven in de brouwerij.” Bob Geldof, voorman van de Ierse band The Boomtown Rats, pikt het verhaal op en maakt er het beroemde nummer I Don’t Like Mondays van dat in de zomer van 1979 de eerste plaats haalt in Engeland.

Wat een rare twist dat Geldofs middelste dochter Peaches gisteren – op een maandag – overlijdt onder nog niet opgehelderde omstandigheden. Vreemd is wel dat de laatste tweet die zij stuurde een foto is van haar met haar in 2000 aan een overdosis overleden moeder Paula Yates, die – naast Peaches Honeyblossom – met Geldof ook nog de dochters Fifi Trixibelle en Pixie Frou-Frou kreeg. What’s in a name?

Brenda Ann Spencer – 54 inmiddels, ze was vorige week jarig – zit een straf van 25 jaar tot levenslang uit. Haar volgende vrijlatingsverzoek wordt behandeld in 2015. Spijt heeft ze nooit betoond, excuses en omstandigheden in ruime mate aangevoerd. Benieuwd of je in de gevangenis nog wel dat maandaggevoel hebt, of dat elke dag een maandag is. Dat zou dan de ergste straf zijn.

De gevoelige plaat

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEen Amerikaans gezegde stelt dat you can’t judge an album by its cover. Ik betwijfel of dat klopt. Een album maakt – als het goed is – onlosmakelijk deel uit van de plaat, de muziek, het artistieke concept. Dan is het boeiend en belangrijk om te kijken hoe de platen van de plaat tot stand zijn gekomen. Beter gezegd: waar werden beroemde hoezen gefotografeerd?

Het Britse dagblad The Guardian ging met Google Street View terug naar de locaties waar klassiekers als Abbey Road van The Beatles, Willy and the Poor Boys van Creedence Clearwater Revival, Moving Pictures van Rush en Freewheelin’ Bob Dylan werden gefotografeerd.

Zo liep Bob Dylan ergens in 1963 met zijn vriendin Suze Rotolo door Jones Street in The West Village in New York, en door Guardian en Google kunnen we toen en nu samen zien. Waar was het? En hoe ziet het er nu uit? En wat is dan de meerwaarde dat we dat weten?

De gevoelige plaat was het album vol muziek, maar de gevoelige plaat was natuurljk ook de hoes, het beeld, de verbeelding van de muziek, de visuele vertaling van noten en nummers. In 1963 liep Dylan nog door een straat, in de jaren ’70 begonnen ontwerpers als Roger Dean en Hipgnosis de muziek een vaak bijzondere meerwaarde te geven. Het album was van verpakking tot kunst gepromoveerd. Dat heet een omslag.

Iedereen is van de wereld

lau.microfoonIk geef het toe: ik heb het niet zo op de Nederlandstalige popmuziek. Natuurlijk is er Het Land van Maas en Waal – oneindig laagland op LSD – van Boudewijn de Groot en vooral Lennaert Nijgh, het door Fungus in het stopcontact gestoken volkswijsje Kaap’ren Varen, flarden Shaffy, de stem van Bob Bouber, en de Hollandser dan Holland hit Ik heb geen zin om op te staan van Het.

Nederlandstalig, het is gewoon mijn ding niet, zeg maar. Het spijt me voor alle Bloffen, Kasten en Dijken, voor Doe Maar (Laat Maar, grapten wij vroeger), Tröckener Kecks en what have you, ik ben groot geworden met Byrds, Beatles, Kinks, Anglofiel tot op het bot, het lijkt wel landverraad of Selbsthass, maar het is niet anders.

In mijn Engelse ziekte so to speak ben ik dus ook Thé Lau en The Scene misgelopen, en dat schuurt nu natuurlijk nu voorman Thé Lau echt op afscheidstournee langs Paradiso, Pinkpop en Brussel gaat omdat hij de strijd tegen keelkanker verliest. Iedereen is daar toch wel een beetje door van de wereld.

Nu iedereen huilt ga ik niet plots meehuilen, dat zou onoprecht zijn, maar triest vind ik het wel, en het lijken mij bergen om te beklimmen straks als je weet dat je voor het laatste keer je publiek ziet en zij jou. En toen herinnerde ik mij dat ik Thé Lau toch een keer had gezien, heel lang her, bij Neerlands Hoop, bij Bram en Freek, maar daar kwam ik dan ook meer voor de grappen dan voor de muziek.

Zijn we er toch ingetuind

cruijff.vogts.hoenessDe oorlog is lang geleden, alle fietsen zijn inmiddels terug, maar de WK-finale van 1974 blijft een open wond. Auke Kok schreef over Oranje en het WK het prachtige boek Wij waren de besten over, en kunstenaar Ek van Zanten mocht na het WK een beeld maken dat de herinnering aan een prachtig toernooi met fatale finale-afloop levend zou houden.

Het beeld van Van Zanten staat bij het Olympisch Stadion, vlakbij de burelen van de Cruijff Foundation. Hoe passend. Maar er is iets raars aan de hand. Het beeld is ‘gestolen’ voor boeiende beeldvorming. Noem het geschiedvervalsing. Het bronzen beeld zou de overtreding in de eerste minuut van de WK-finale verbeelden, de tackle van Berti Vogts op Cruijff waarna Johan Neeskens Nederland vanaf de penaltystip op voorsprong zou schieten.

Berti Vogts had alle schijn tegen – zie de foto bij dit blog – maar wie goed kijkt ziet links nog de uitgestoken benen van de echte overtreder Uli Hoeness, en die kennen we nu nog steeds en veel beter als de frauderende en belasting ontduikende worstenkoning van Bayern München. Zo kan het gaan in het bestaan.

Maar Vogts of Hoeness, voor Ek van Zanten maakt het niet uit. Hij heeft met zijn beeld helemaal niet willen verwijzen naar die historische overtreding. ‘Ik heb gewoon een mooi beeld gemaakt van twee kenmerkende voetbalhoudingen.’ Zo. Die zit. Zo wordt de geschiedenis naar eigen goeddunken herschreven. Meestal doen de winnaars dat, maar in dit geval de verliezers. Mythe is mooier dan misère.

Dit jaar is het toch al weer veertig jaar her, die traumatische finale in München die we dus verloren dankzij een Schwalbe – ja, toen ook al – en twee goals van Gerd Müller. Zoals verslaggever Herman Kuiphof in het wedstrijdverslag toen sprak: ‘Zijn we er toch ingetuind.’ En dat geldt dus ook voor het beeld van Van Zanten.

Evil Ways

american_hustle4Het is eind jaren ’70. De Verenigde Staten likken de wonden van Watergate en Vietnam. Jimmy Carter is de nieuwe president die zich – na Nixon en zijn trawanten – graag afficheert als een Mr. Clean. Intussen hustlet iedereen zich door het leven heen met klein en groter bedrog.

Het fascinerende van de met lof overladen film American Hustle van regisseur David O Russell is dat niets of niemand is wat het of hij of zij lijkt. Het is net een groot schimmenrijk waarbij je telkens op het verkeerde been wordt gezet, goed niet echt van fout kunt onderscheiden, sympathieën telkens schuiven, en de plot eigenlijk ook weer uit een hoge hoed komt.

Christian Bale is een fantastische hoofdrolspeler, maar natuurlijk geen Amerikaan. Zijn enorme bierbuik is speciaal voor de film gekweekt. Amy Adams speelt een Britse achtergrond, maar komt uit Albuquerque, New Mexico. De sjeik die Atlantic City moet redden, is een Mexicaan. In de kofferbak die opengaat ligt nu eens geen lijk, maar een gloednieuwe magnetron. Het is steeds niet wat je denkt dat je ziet in American Hustle.

Het Amerika van American Hustle is het land van bedrog waar iedereen graag een graantje meepikt. Het is het land van de grote benzineslurpers, de te buigzame politici,  waar ambitie best wat mag kosten, en waar je bij grote projecten niet om de Maffia heen kunt. De enige FBI-agent die geen zin heeft om mee te doen in het spel van list en bedrog en set ups, wordt in elkaar geslagen door een verblinde Bradley Cooper (leuk, met mini-haarkrullers) en weggehoond.

American Hustle is een fantastische acteursfilm, rijk aan talent, waanzinnige wendingen, een fraai seventies decor, briljante pakken en brillen en kapsels, en met een prachtige soundtrack die mij direct terug sleurde naar mijn jonge jaren ’70 met zo perfect toepasselijke tracks van Steely Dan (Dirty Work), Santana (Evil Ways) en Paul McCartney ( Live and Let Die). Het verhaal schijnt deels waargebeurd te zijn. Schijnt. Maar welk deel? Gaat dat horen en zien.

Time Is On My Side

Stones3Twitter ontplofte vanochtend: The Rolling Stones komen naar Pinkpop. Grappen waren ook niet van de lucht: ‘eindelijk heeft organisator Jan Smeets musici die nog ouder zijn dan hij op het driedaagse muziekspektakel in Landgraaf.’ Maar Smeets flikt het wel. De Britse bejaardensoos is op 7 juni de absolute hoofdact van Pinkpop en van het ganse concertseizoen.

The Rolling Stones zijn bigger than life, hoe oud ze inmiddels ook mogen zijn. Image wint het van leeftijd. Gek is het wel. Bejaarde mannen die ons in de jaren ’60 en ’70 juist wilden laten geloven dat ouder worden het ergste was wat je kon overkomen. Pete Townshend van The Who verwoordde het prachtig in My Generation: ‘Hope I Die Before I Get Old.’

Townshend leeft nog, en The Rolling Stones ook, al wordt drummer Charley Watts vlak voor Pinkpop wel 73 en Mick Jagger overgrootvader.So it goes. Klassieke componisten werden doof of stierven aan tbc of een gebroken hart, blueszangers werden zeker niet oud, in de jazz was vroeg doodgaan aan de orde van de dag.

Maar over rock ’n roll waren geen afspraken of spelregels gemaakt. Onderweg ontvielen velen ons. Brain Jones, bijvoorbeeld. Joplin, Hendrix, Morrison, wie kent ze niet. Maar straks staan dus vier oude knarren op een zaterdagavond in Landgraaf. Time is on my Side zong Jagger al in 1964. And bloody right he was.

Koningen van Beieren

beckenbauer

Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat het vernietigde Duitsland negen jaar na de capitulatie in 1954 wereldkampioen voetbal. Het superieur geachte Hongarije werd in de finale met 3-2 verslagen. Het wonder van Bern, heet het nu. Friedrich Christian Delius schreef er het prachtige boekje De zondag waarop ik wereldkampioen werd.

Het wonder van Bern was misschien symbolisch wel het begin van de Duitse wederopstanding, van het Wirtschaftswunder dat tot vandaag de dag door duurt en dendert. Duitsland is de grote economische motor van Europa.

Maar voor het Duitse voetbal zou het nog ruim een halve eeuw duren voordat niet bij alles, iedereen en elke wedstrijd de oorlog erbij werd gesleept. Zo de oorlog voor ons al geen trauma was, dan was de verloren WK-finale van 1974 dat zeker. Nog decennia zouden we onze fietsen terugeisen, en was elke Duitse goal geniepig, buitenspel, en in de laatste seconde gescoord.

In het Duitse voetbal is Bayern München al lang een grootmacht. Voor de buitenwereld de club van poen en patsers, van bontjassen en dikke Merecedessen. Maar ook de club van bekers en triomfen, zoals met het gouden trio Müller, Maier en Der Kasier Backenbauer (van links op de foto). En nu is er een heel nieuw Bayern, Bayern München 3.0.

Iedereen vroeg zich af wat topcoach Guardiola nu bij Bayern te zoeken had. De club had net alles gewonnen wat er te winnen viel. Guardiola gaf woensdag in Manchester het antwoord. Bayern veegde gastheer Manchester City van de grasmat op een waarlijk duizelingwekkende manier. Het was fantastisch, en ook nog fantastisch veel leuker om naar te kijken dan de toch wat saaie tik-tak-tik-tactiek van Barcelona.

De Koningen van Beieren zijn nu Europese top-top. Net als heel Duitsland. Frau Merkel is ervoor beloond bij recente verkiezingen. En ik hoor nu niemand meer over die geniepige Duitsers. Het was smullen woensdag. De nieuwe norm van het moderne voetbal. Manchester stond erbij en keek er naar. Geen idee wat hen overkwam. Net een Blitzkrieg.

Een tandje bij

denbriel

Het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht is het beste ziekenhuis van Nederland, zo blijkt uit de AD Ziekenhuis Top 100. Dat is mooi, en een mooie opsteker voor de stad Dordrecht die vorige week in de Volkskrant onder de kop ‘Het verdriet van Dordrecht’ nog model stond voor de ingehaalde stad.

Waar gewonnen wordt, wordt ook verloren. Onderaan de lijst van het AD bungelt Medisch Centrum Leeuwarden, persoonlijk pijnlijk omdat mijn moeder daar al weer vele jaren her overleed. Maar zo gaat het leven. De directeur van Leeuwarden laat het er echter niet bij zitten. Hij zag plek 100 als ‘..extra reden om er een tandje bij te zetten.’. Dat wordt dus niks met zulk eng managmentgewauwel.

Maar wat ik plots met Dordrecht heb? Ik werk er. Sinds kort. Een paar dagen per week. Voor een half jaar. Bij het Dordrechts Museum, Het Hof, Huis van Gijn en het regionaal archief. In een oude stad die een uitvergroot model is van het Den Briel (of Brielle..) waar ik mijn jeugd grotendeels doorbracht. En aan die jeugd moest ik deze week weer denken toen onze jongste dochter Hedda 12 werd.

Want waar was ik toen? Ik was ook een brugpieper met een veel te zware tas die door zijn ouders van de Rijks H.B.S. te Den Briel werd gedeporteerd naar Spijkenisse omdat daar het lesrooster wel goed gevuld was. Plots zat ik niet meer om de hoek op school (zoals Hedda nu), maar 15 kilometer verderop. Het bleek een zegen.

En Dordrecht en Den Briel lijken niet alleen op elkaar, ze zijn ook verbonden in de tijd, zoals ik dat me mijn moeder was en ben en nu met mijn dochter ben en zal zijn. In Dordrecht wordt nu hard gewerkt aan Het Hof waar de geschiedenis verteld en zichtbaar wordt met als uitdagende claim  ‘Hier begint Nederland’, refererend aan een illegale Statenvergadering in 1572, niet toevallig hetzelfde jaar waarin – op 1 april – de Geuzen Den Briel veroverden op den Spanjaard.

Op 1 april verloor Alva zijn Bri(e)l, zo leerde ik al op de lagere school. En ‘In naam van Oranje doe open de poort, de watergeus ligt voor Den Briel..’. Prachtig vond ik dat als klein kereltje. De schaduwzijde was dat ik een nep 16e eeuws pakje aan moest voor de 1 april-viering. Dat was gênant. Maar iedereen moest. En zo is het historisch besef er goedmoedig ingeramd, van Brielle toen tot Dordrecht nu.

Imagine

lennon.34

Stel je voor, een 34-jarige oudere jongere uit LIverpool komt auditie doen bij The Voice. Zijn Imagine doet het niet echt lekker bij de jury. ‘Een beetje te dramatisch,‘ volgens de een en ‘je probeert wel heel veel te vertellen in een kort tijdbestek.‘ Het gegeven is leuk. En raakt veel meer dan alleen het grappige filmpje dat het goed doet op YouTube.

De vraag is indringend: zou John Lennon nu bij The Voice een deuk in een pakje boter trappen, of roemloos en anoniem terug moeten richting Mersey. En de volgende kandidaat dan, Bob Dylan, met zo’n stem kom je echt niet in de volgende ronde.

Het is de SBS-RTL-ziekte van het pluggen en promoten van vierderangs talent als the next generation, terwijl het echt alleen maar gaat over uitgekiende PR en marketing, product placement en de dik betaalde sms’jes van kapitaalkrachtige pubers.

De werking is dodelijk. Al het zangtalent moet wel goed zijn want het krioelt van dit soort programma’s en er wordt massaal naar gekeken. De omgekeerde bewijslast. Het is goed want het is populair. Bij The Beatles was het andersom. Bij Dylan ook.

Mijn kinderen moet ik blijven uitleggen dat er ook programma’s zijn en bedacht kunnen worden waar niet elke week weer iemand naar huis wordt gestuurd op onterecht opgepijpt. Dat het onecht is, onwaarachtig, smakeloos, en slechts gefocust op wurgcontracten voor winnaars en het verrijken van de John de Mollen van deze wereld. Imagine: no need for greed or hunger, a brottherhood of man…

Zeven dagen lang

bots

Een aardig stukje van Han Lips in Het Parool attendeerde mij op een uitzending van Het Uur van de Wolf die ik had gemist over de Eindhovense popformatie Bots die in de jaren ’70 furore maakte met een bijzondere mix van aantrekkelijke muziek, gezelligheid en geëngageerde teksten die resoneerden tot achter de Berlijnse Muur in de DDR.

Bots was het vehikel van en voor zanger, gitarist en componist en tekstschrijver Hans Sanders die de Brabantse band tot grote hoogte stuwde in een tijd dat het nog wel degelijk uitmaakte waar je stond, toen er klassen waren, kapitalisme dat bevochten moest en machten die bezworen moesten worden.

‘De een bezingt het leed, ik bezing de oorzaak’, liet Sanders optekenen in de Haagse Post. En de oorzaak was het kapitalisme waarvan de arbeider nog moest worden bevrijd. Bots was net de SP met muziek erbij. Het geluid sloeg ook in Duitsland aan, en op de vleugels van de vredesbeweging daar bleek Sanders ook in het Duits geloofwaardig over te komen.

Bots is uit mijn jeugd, de tijd dat je links moest zijn – nadenken kon later wel – en ik vond de lyriek van Sanders prachtig, van het klassieke kameraaddrinklied Zeven dagen lang tot het sombere Menens. Eind jaren ’70 studeerde ik blauwe maandagen op de Erasmus Universiteit. De opening van het studiejaar werd opgeluisterd door het toen hippe Gruppo Sportivo. De aula was te klein. Toen Bots twee nummers had gezongen, was de aula veel te groot. Waarschijnlijk was ik het enige rechtenstudentje dat bleef zitten bij Kom socialisten trek ten strijde.