Vliegende vulkanen

ICELAND-VOLCANO

Rare jongens, die IJslanders. Noemen hun vliegtuigen naar hun vulkanen. Terwijl die vulkanen nu juist zorgden voor lamgelegd vliegverkeer. Maar goed, nu vliegt sinds kort de Eyjafjallajökull, een nieuwe Boeing 757 van Icelandair, en die is in goed gezelschap, want alle toestellen van de IJslandse luchtvaarmaatschappij hebben een vulkaannaam.

Wij waren eerder dit jaar met zo’n vliegende vulkaan naar het ruige en toch zo hypergeorganiseerde IJsland en genoten van de blauwe lugune, geisers en watervallen, en het ruige land met uitzicht op – inderdaad – vulkanen. Een bijzonder eiland, leeg, woest, en ook een prachtige stop op weg van Europa naar de V.S.

In de nasleep van vulkaanuitbarstingen en monetaire erupties is IJsland steeds sterker aangewezen op toerisme datmet graagte harde valuta neerlegt voor al die natuurlijke verrassingen. Bijna een kwart van het eilandinkomen komt al van toeristen, en de energie dampt gratis de grond uit. Zo is een eiland met de populatie van een stad als Utrecht uiterst welvarend.

Maar het lijkt toch een beetje de Vikinggoden verzoeken, vliegtuigen als vulkanen, maar het is ook een teken van trots van de IJslanders op hun natuurlijke omgeving. En wij komen daar toch ook op af. Tenzij er net een vliegverbod is vanwege dampende en rochelende vulkanen. Elk voordeel heb z’n nadeel, zeg maar.

Weergoden

Het weer. Niermand gaat erover. Niemand kan er wat doen. En toch – of juist daarom – raken we er maar niet over uitgepraat. Het weer is een complete industrie van weersites en weermannen en -vrouwen die zo uitgebreid over het weer ouwehoeren dat je aan het eind van de stortvloed al niet meer of nog steeds niet weet wat voor weer het wordt.

Toen de afgelopen week na het ontluikend voorjaarsweer een nieuwe winter dreigde, leek gans Nederland op slag depressief te zijn. We voelden ons bekocht, bestolen, en genaaid. Het valt me mee dat er nog steeds geen weerman is gelynched voor de aankondiging van een zware storing en onophoudelijke regen. Je zou er zo maar agressief en depressief van worden.

Nou valt dat depressief wel mee, zo las ik in het aardige stukje De mooiweermythe van Tonie Mudde in Wetenschap van de Volkskrant. Velen van ons zijn ervan overtuigd dat zonneschijn substantieel gelukkiger maakt, maar onderzoek staaft dat niet. Het aantal zelfmoorden rond de poolcirkel is niet hoger dan bij ons. In Groenland wel. Maar daar lijkt het eerder te komen omdat het maar niet donker wordt in de zomer.

Somberheid kan bij elke wisseling van de seizoenen toeslaan. Seasonal Affective Disorder, heet dat. Piet Paulusma beschermt zich daar konsekwent tegen. Wij hier ten huize denken dat hij zich voor elke uitzending wapent tegen welk weer dan ook wapent met een glas of drie, just to be on the safe side.

Ik zag trouwens dat Paulusma ook cijfers geeft aan het weer, aan barbecuen, en ook aan de ochtend- en avondspits. En daar kijken mensen dus naar. En vinden er weer iets van. En praten erover bij kapper en koffieautomaat. Of in een blog. Fantastich.

In datzelfde Wetenschapskatern een artikel van Martijn van Calmthout die niet naar de waan van de dag maar naar ijstijd en opwarming kijkt, de langere termijn dus. En dan leren we dat de aarde tot het begin van de vorige eeuw hard op weg was naar een koele periode.

Met de opwarming hebben we er eigenhandig een koele periode afgewend. Wat heet. Het is warmer dan ooit in de menselijke geschiedenis. Dat kunnen we dus wel. Lange termijn. Maar vandaag even beter weer bestellen voor morgen: dat gaat ‘m niet worden. Dat is aan de weergoden.

Relatief best eng

Ik zit er maar mee. Code Oranje. IJzelaanval begonnen. Triple-dip. Een woonakkoord met gristensplinters. Moest dat nou? En Ushi must marry? Moest dat nou ook? Maar het beste dat ons kon overkomen, is ons niet overkomen: een planetoïde – stukje ruimtepuin – die op aarde knalt. Maar dichtbij komt ‘ie wel. Relatief dan. En dat omschreef de Volkskrant als ‘..relatief best eng.’

Relatief best eng. Je gaat er spontaan van janken. Van zo’n hots-knots-begonia-ik-weet-ook-niet-waar-ik-het-over-heb zinnetje. Relatief best eng. Is dat nou eng, of juist niet, qua relatief? Taal is niet ieder zijn ding, zeg maar. En dan krijg je dat. Het is wel eng, maar omdat het niet gebeurt zwak je het af: best eng. En dan ook nog relatief. Zeggu?

Relatief best eng is ook het zoveelste vlees- en voedselschandaal. Helaas willen we maar niet weten wat er in ons voedsel zit, want je zou er spontaan ziek van worden. Nu is een koe plots een paard geworden, de evolutie kan best snel, en vergadert Europa zich weer suf hoe dat toch weer allemaal kan. Ik las deze week ook een opbeurend lijstje over wat er allemaal in hamburgers zit (ammoniak, antibiotica) en wat vooral niet (fatsoenlijk vlees). Relatief best eng.

Het blijkt dat vooral meisjes terughoudend zijn in het toegeven dat zij porno kijken. Jonge mannen vinden dat relatief best minder eng. Zij kijken zich suf aan porno, voor de lol en lekker, maar ook omdat het leerzaam is en vormend in techniek, en het maakt het straks live relatief best minder eng. Dat is dan wel weer positief en fijn dus dat die planetoïde geen roet in het heerlijke eten gooit.

En absoluut goed is dat het Van Gogh Museum een nieuwe opening krijgt, en aan het Museumplein. De loterijen waren Van Gogh en veel andere huizen en goede doelen dezer dagen uitermate goed gezind, en zelfs Bill Clinton was wederom in 020, nu om de zegeningen van de Postcode Loterij nog meer status en presidentiële allure te geven. Ik had graag Gaston ‘gooeeeeiiiiienavond’ horen zeggen in het Concertgebouw, maar het lot besliste anders.

En nu maar wachten of de ijzel komt. Is relatief eng. Maar gelukkig wordt zo’n Code Oranje of Geel of Dieprood vaak weer heel snel ingetrokken en kun je weer min of meer veilig de straat op. Zeker als je weet dat die planetoïde aan je voorbij is gegaan, relatief dichtbij, dus best eng, maar dat is het hele leven best wel een beetje.

Toen het water kwam

Wat waren we weer gefixeerd op een komende Elfstedentocht, en dus kwam uit alle laden de beelden van de heroische tocht der tochten uit 1963, de tocht die Reinier Paping won, en wat hem eeuwige roem in Friesland en ver daarbuiten bracht. Maar net nu het ijs wijkt en de sneeuw smelt, herdenken we tien jaar verder terug in de tijd, de Watersnoodramp van 1953.

Ik herinner mij dat in mijn ouderlijk huis een herdenkboek over de Watersnoodramp lag met de zeer veelzeggende titel De Ramp, Veel aangrijpende zwart witfotografie over eindeloze watermassa’s, verdronken paarden, boten met geredde mensen, en nu bijna prehistorische helicopters. De Duitsers waren koud weg, of een zware noordwesterstorm, springtij, en onzekere dijken maakten een ramp die zo’n 1.800 mensen in Zeeland en Zuid-Holland en een beetje Brabant het leven kostte.

Toen het water kwam. Een ramp. Zeker. Zeker ook voor ons net een beetje herwonnen zelfvertrouwen na vijf jaar Duitse bezetting. Opnieuw bleek hoe kwetsbaar ons kikkerlandje was. Dijken die weken, vruchtbaar land dat overspoeld en voor jaren onbruikbaar werd. Het land dat altijd al vocht tegen het water, zou zich nog slimmer en vastberadener moeten tonen.

Van De Ramp, een paar geleden verfilmd als De Storm, kwam uiteindelijk veel goeds. De Deltawerken zouden ons gaan beschermen, en onze kennis van hoe om te leven met en om te gaan met het altijd dreigende water, werd een exportprodukt van enorme omvang. Van ellende naar winst, zo kan het gaan.

Het was een mooie Andere Tijden vanavond over De Ramp, zonder commentaar, maar met alleen commentaar van toen, toen de tv er nog maar net was, maar niemand die die 1e februari wist wat er werkelijk aan de hand was en hoe groot de ellende was, laat staan dat het woord ramp viel. Nu, 60 jaar later, staat de Watersnoodramp als een icoon in onze geschiedenis, in de strijd voor ons bestaan, en worden we gepast klein als we beseffen hoe genadeloos God toe kan slaan.

En in het Journaal na Andere Tijden aandacht voor Engeland waar gevreesd wordt voor overstromingen door enorme hoeveelheden smeltwater. Van watersnoodramp naar watersnoodramp. Het is geen toeval, het is gewoon ook de tijd van het jaar. Maar wij lijken ons nu veilig te weten achter de dijken. De Engelse waterhuishouding is al heel lang en elk jaar weer een aantal keren een grote bron van zorg. Misschien moeten wij Cameron maar eens te hulp komen, net als al die buitenlandse militairen die in 1953 ons te hulp schoten.

Bibberhaai

Ik denk dat ik Jaws drie keer heb gezien en had daar graag een vierde keer aan toegevoegd, jammer dat RTL7 gisteren pas tegen middernacht startte met de classic die van Steven Spielberg in één take een grote meneer maakte in filmland. Grappig dat RTL voorafgaand aan Jaws Das Boot uitzond, een film over een heel ander onderwatergevaar.

Een haai als hoofdpersoon die maar steeds niet in beeld komt. Het duurt tot diep in de film voordat we eindelijk de enorme haai te zien krijgen. Spielberg bouwt de spanning fantastisch op, geholpen door de aanzwellende cello’s en de rommelende pauken van de Oscar winnende componist John Williams. Het was wel een beetje toeval. De mechanische haai was zo vaak kapot dat Spielberg het wel anders moest oplossen.

Spielberg was nog maar een rookie, een getalenteerd jochie van 29 jaar dat voor een paar miljoen dollar de film mocht maken waar niemand echt grote verwachtingen van had. Maar Jaws werd de blockbuster van 1975 en haalde aan de kassa’s het toen ongekende bedrag van meer dan $ 100 miljoen op.

De haai zette flink zijn tanden in onze diepste angsten. De grootte en de dodelijke slagkracht van de predator zijn indrukwekkend en – voor wie vatbaar is – angstaanjagend. Geleerden zijn het nog steeds niet eens of de haai het nu wel of niet ook op de mens heeft gemunt, of dat wij slechts bijvangst zijn voor de kortzichtige haai die ons zwemmend en spartelend vaak verwart met een zeeleeuw of andere prooien. Het is en blijft een bibberhaai, een woord dat altijd in mijn hoofd zat en blijkt te komen uit een oude Pipo-serie: aai, aai, de bibberhaai. Tsja.

Jaws is een klassieker, Spielberg is buitencategorie. Van de drie hoofdrolspelers leeft alleen Richard Dreyfuss nog. Robert Shaw, de wraakzuchtige kapitein die in de Tweede Wereldoorlog tussen de haaien had gedobberd, overleed een jaar na de release van Jaws, Roy Scheider – Police Chief Brody – in 2008. De nep-nep-haai doet nu een ongevaarlijke act in de Universal Studio’s.

Volgende week gaat Spielbergs Lincoln in Nederland in première, een grote film met een giga-budget en een sterrencast, met Daniel Day-Lewis als Abraham Lincoln die The Civil War en de slavernij moet beëindigen, beide doet, en daarvoor met zijn leven moet betalen. Op 15 april 1865 wordt de president in Ford’s Theatre in Washington doodgeschoten door de acteur John Wilkes Booth. Als Mozes die het beloofde land niet inmocht, zo zou Lincoln het begin van de emancipatie van de slaven en van de wederopbouw niet zien. Voor hem was het een ontijdig THE END.

Valluik

Ik vond het een nogal bizar bericht, vanochtend in de Volkskrant. In Italië zijn zes aardbevingsdeskundigen en een overheidsfunctionaris tot zes jaar cel veroordeeld omdat zij het gevaar van dreigende aardbevingen in de regio l’Aquila hadden onderschat. De regio werd in 2009 echter getroffen door een zware beving, 309 mensen vonden de dood.

De deskundigen zijn natuurlijk niet schuldig aan de beving, zij zijn daarvoor toch niet verantwoordelijk, maar hen wordt in feite een soort roekeloze lichtzinnigheid verweten, een gaat maar rustig slapen. Daardoor waren veel mensen gebleven in plaats van gevlucht, met fatale afloop, en nu dus ook voor de seismologen.

Het lijkt de tijgeest waarin altijd ergens iemand verantwoordelijk is of gehouden moet worden voor het onrecht, het kwaad of natuurgeweld dat ons treft. Weermannen worden bedreigd omdat er tussen de beloofde zon ook een bui zat. Er is niets ergers dan de filelezer jouw file niet te horen noemen. En als er onverwachts toch een aardbeving komt, dan had er gewaarschuwd moeten worden.

We zijn zelf steeds minder veratwoordelijk. We denken dat met onze kennis en technolgie alles kan en ook alles is te voorkomen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik schat in dat de nu veroordeelde seismologen het vreselijk vonden dat ze het mis hadden en elke dode enorm betreuren. Maar dat is niet meer voldoende. Hup, het valluik in.

En van dat valluik is het dan niet ver naar voetbal waar het herfst is, de guillotine altijd gereed staat, en nu dus de eerste trainers vallen. Het is nog vroeg in het seizoen, maar opportunisme dicteert dat de eerste koppen moeten rollen. Het jubelerende NAC uit Breda gooide oud-keeper Karelse op straat, in België mochten er zelfs twee hun kleedkamer en werkruimte leegruimen, waaronder ‘onze’ Ron Jans die verantwoordelijk werd gehouden voor de slechte resultaten van Standard de Liège, voor ons Standard Luik.

Toen schoot me opeens te binnen dat er al heel lang een miniatuurtje van Dimitri Verhulst niet ver van mijn bed lag, Essay over het toegewijde bestaan als supporter van voetblaclub Standard de Liège. Dat is me een prettig pareltje, in een half uur consumeerbaar, vol met mooie beelden en oh zo herkenbaar voetbalsupportergedrag.

In het zo lelijke post-industriële Luik hield Jans het niet vol, ondanks de nog recente overwinning op de Brusselse aartsrivaal Anderlecht in een kolkend en opgezweept Stade Maurice-Dufrasne. Voor Jans dus ook het valluik. Rare dagen. Seismologen in de cel, trainers op straat, maar dat laatste voelt toch wat natuurlijker. En die man in die helicopter loopt nog steeds vrij rond. Dat is echt een godswonder.