Smooth Operator

Childhood photo of David Geffen, Coney Island, NY. Photo courtesy of PBS

In 2000 reed ik met vrienden de historische Route 66 van Chicago naar L.A. en in eindpunt Santa Monica kocht ik een gesigneerd exemplaar van het boek The Operator van Tom King over David Geffen, de meest invloedrijke man in de Amerikaanse muziek- en filmindustrie, en één van de rijkste mensen in Amerika.

Ik kende de naam David Geffen wel, maar associeerde hem vooral met een voor in mijn ontwikkeling belangrijke periode in de jaren ’70 toen hij samen met Elliott Roberts het platenlabel Asylum Records (‘Crazy about music’) had en de grote motor was achter mijn seventies ‘helden’ The Eagles, Jackson Browne en J.D. Souther.

Dat Geffen zo groot werd en is, mag een klein wonder heten. Eigenlijk had hij alles tegen. Een verlegen, Joodse, homoseksuele jongen uit Brooklyn zonder veel talent. Maar Geffen bleek wel een enorm talent te hebben voor het herkennen en exploiteren van de talenten van anderen en hoe daar ongelooflijk rijk mee te worden.

Maar alles heeft een prijs. Zo beschermend en lief als Geffen kon zijn voor zijn artiesten en vrienden, zo meedogenloos en into your face kon The Operator zijn, en hij vergat nooit iets. Meedogenloos, egomaan, en tegelijkertijd altijd op zoek naar liefde, aandacht en erkenning. Ach, it’s that same old story.

Geboeid keek ik in Het Uur van de Wolf deze week naar de documentaire David Geffen wint altijd, een prachtig tijdsdocument en een boeiend portret van een smooth operator met de kracht van een atoombom. Aan de documentaire werkte Geffen mee, aan het boek van King ook, maar hij gaf het niet zijn zegen, het is ook nogal een hard en confronterend boek, eigenlijk exact zoals Geffen zelf.

Geloof in toeval

Waitingforasign

Dat is ook toevallig. Hoe vaak hoor je dat niet zeggen. Maar hoe toevallig is toevallig? En bestaat toeval eigenlijk wel? En zo ja, wat is het dan? Drie Amsterdamse psychologen schreven het boek Dat kan geen toeval zijn, maar toeval of niet, dat boek gaat over bijgeloof, over eerst even afkloppen.

Net als geloof is bijgeloof van alle tijden. We hebben het er niet graag over, want we vinden het maar wat raar, maar er zijn boeken vol te pennen over bijgeloof en bijbehorende rituelen. Zo speelden Feyenoorders in hun gloriejaren ’70 in de onderbroek van vrouw of vriendin. Het bracht succes, dus bleven ze het doen.

Cruyff tikte altijd de Ajax-goalie voor de wedstrijd zachtjes in de maag, het zou de zege zeker stellen. Doelman Hans van Breukelen had een enorme lijst aan rituelen, waaronder eerst poepen, dan wat lezen, warming up en tot slot nog een plasje voor de wedstrijd. Zelf tik ik voor de wedstrijd altijd een paar keer tegen de rechterdoelpaal, ik probeer het houtwerk of aluminium zo tot vriend van de dag of voor het leven te maken.

Geloof, bijgeloof, toeval, pech, het lijkt een grote brij, maar iedereen heeft het er over, dus heeft het ook een zeker belang, zo vinden ook de auteurs van Dat kan geen toeval zijn. Maar als een voetbalverslaggever roept dat een spits pech heeft omdat hij voor de tweede keer op de lat schiet, denk ik altijd dan moet je beter mikken. Toeval of talent?

En hoe toevallig is het als je in New York een bekende tegenkomt? Je mag in ieder geval aannemen dat je er meer niet tegenkomt dan wel. En heb je dan juist weer pech? Toeval, bijgeloof, hoe het allemaal heet, kwaad kan het ook niet echt, tenzij het je ganse leven gaat dicteren. Volgens de schrijvers die ervoor doorleerden kan vooral positief bijgeloof geen kwaad, van geluksmuntjes tot duimen voor een ander. En werkt het niet, dan heb je pech, of is het gewoon toeval?

Een middelvinger naar 9/11

wtcone

Ik krijg het al een beetje benauwd op een trapleer, dus de uiteindelijke top van 541 meter van het One World Trade Center in New York zal voor mij wel een brug te hoog zijn, als je er al zou kunnen komen.

Ik doe het wel met de foto’s, thank you so much, met het masjestueuze panorama over de stad die zichzelf graag ziet als de hoofdstad van de Westerse beschaving. En juist New York en zijn twee WTC-torens waren die stralende septemberdag in 2001 een onweerstaanbaar doelwit.

Van twee op 9/11 naar nul naar straks  één World Trade Center, maar dan wel één die hoger is dan de vorige twee. One World Trade Center wordt 1.776 feet, een verwijzing naar het onafhankelijkheidsjaar van de V.S. Hoeveel symboliek heb je nodig? Het Onw World Trade Center is volgens sommigen niets meer of minder dan ‘een middelvinger naar 9/11.’

Het is een flinke middelvinger, een fallus van macht en lef en geloof in de wederopstanding. Als bezoeker kom je straks overigens niet tot – omgerekend – 541 meter, maar ‘slechts’ tot 417 meter, de hoogte – oh symboliek – van de oude WTC-torens. Hoog, hoger, hoogst, een ook graag gespeeld spel in de stad van groot, groter, grootst.

Mooie foto’s levert het zeker op, zoals deze kraanklimmers, -hangers en -tuimelaars, schatplichtig aan de klassieke foto’s uit 1932 van een bouwploeg op duizelingwekkende hoogte aan de lunch en aan het werk op en aan het RCA Building van het Rockefeller Centre. Mijn maag keert zich soepel als op commando. Oh ja, je kunt ook wonen in het nieuwe Trade Center. Appartementen beginnen bij $ 20 mljoen. Duur, duurder, duurst.

Chicago Globetrotters

harlem.2

Vanavond in complete gezinsopstelling naar een stampvol Sporthallen Zuid voor de basketbalshow van de wereldberoemde Harlem Globetrotters. Hoewel er een wedstrijd wordt gespeeld, gaat het daar niet om. De Globetrotters geven een gelikte Amerikaanse feel-good-show, met acrobatiek, humor – al dan niet leuk – gooi en smijtwerk en veel interactie met het publiek. Harlem Globetrotters is een family friendly  PR-machine voor het basketbal.

Het begon in 1926. Niet in Harlem, maar in Chicago. Dat Harlem kwam pas een paar jaar later, een truc om het zwarte van de Globetrotters extra aan te zetten. Het zwarte team was een unicum. Tot 1950 zou namelijk geen enkele zwarte in het professionele Amerikaanse basketbal spelen. De Globetrotters trokken als een black minstrel basketbalshow door het toen nog zwaar gesegregeerde Amerika.

Harlem Golbetrotters brengen een show van zo’n 2 uur met een wedstrijd die geen wedstrijd is als basis. De tegenstanders staan ook gewoon op de pay roll. Een soort dubbele match fixing, dus. De wedstrijd is dan ook geen doel, maar een middel om het publiek erbij te betrekken, te clownen, en vooral kids enorm te laten genieten. Het is een sportcircus, met de trotters als superieure atleten en enthousiaste clowns.

Het zijn vanaf 1950 en vooral de laatste decennia die superieure zwarte atleten die de toon zetten in de NBA in de V.S. De Harlem Globetrotters hebben daarvoor in de eerste decennia van hun bestaan de basis gelegd. Dat sommige van de grappen nu zo weggelopen lijken te zijn uit shows van tientallen jaren terug, geeft aan dat het spectakel ook wat oubollig is en te vol met clichés. Maar volgens mij ging iedereen vrolijk naar buiten.

Reg Presley left the building

Hij had niet de looks van zijn achternaamgenoot Elvis, maar veel vrouwen in 1965 zouden of zullen zeker genoegen hebben genomen met Reg Presley, zanger van The Troggs, de Britse band die grote hits scoorde met Wild Thing, I Can’t Control Myself, Any Way That You Want Me, en Love is All Around. Gisteren overleed die andere Presley (op de foto rechts), op 71-jarige leeftijd.

De hitperiode van The Troggs lag in de tweede helft van de jaren ’60, net na de dinosauriërs, maar Presley hield zijn band uit Andover fier overeind al die jaren, en speelde menige kroeg, sporthal, voetbalkantine en trouwerij volkomen plat met een rfepertoire dat elke rechtgeaarde Brit hoe starnakel ook probleemloos mee kon blerren.

Aardig is dat The Troggs en hun wereldhit Wild Thing je brengt bij de Amerikaanse componist ervan. Chip Taylor is de naam, de artiestennaam voor James Wesley Voight, broer van acteur Jon Voight, beroemd vanwege de films Midnight Cowboy en Coming Home waarvoor hij een Oscar won.

James – Chip, dus- is het iets jongere broertje van Jon, en Wild Thing en Angel of the Morning – ik ken het van Merrilee Rush – zijn zijn grote nummers en hit, maar hij schreef heel veel meer vooral bij Amerikanen bekende nummers voor onder meer The Hollies, Linda Ronstadt, Willie Nelson, Janis Joplin, Waylon Jennings en Emmylou Harris.

Taylor zelf reikte niet hoger dan de 28e plaats in 1975 in de U.S. Country Charts met Early Sunday Morning. En nog een aardig zijstap: Taylor/Voight ging naar de Archbishop Stepinac High School in White Plains, New York. En White Plains was weer een Britse (!) band, een nazaat van The Flower Pot Men, en die scoorde in 1971 ook in Nederland een megahit met When You Are A King.

Reg Presley left the building, net als Elvis lang voor hem. Old soldiers don’t die, they simple fade away. Vorige week kwam het door Presley wel geschreven Love is All Around weer voorbij bij de zoveelste keer Four Weddings and a Funeral op tv. Maar daar kon Presley geen genoeg van krijgen. Want door de hitversie van Wet Wet Wet van zijn nummer, rinkelde de kassa voor de oude Trogg ongekend.

Run, Baby, Run

Lance Armstrong. ‘A worm’ noemde iemand op Twitter hem. Niet omdat hij doping gebruikte. Dat wist iedereen al. Wel omdat hij zelfs zijn beste vrienden achtervolgde met advocaten. Deze Boss – sorry, de echte Boss is toch echt Bruce Springsteen – is de narcistische baas van fraude en verraad.

Benieuwd hoe zijn ex-verloofde Sheryl Crow het opneemt. Wat wist zij? Wat zag zij in die drie jaar samen? En waarom ging het mis? Of ging het daarom mis? Ik hoor het nog wel. Maar nu de camera’s weg van de doper, hij haalt het daglicht weg bij Barack Obama die vandaag formeel mag starten met zijn Four More Years. Hoop dat die eed in het openbaar morgen nu wel in één keer wil lukken.

En dan is het exit Hillary Clinton. De loyale secreatary of state wordt afgelost door John Kerry. Clinton is uitgevloerd en uitgeput. Zij woonde vier jaar in een vliegtuig, en wij weten maar al te goed hoe één jetlag er al flink inhakt. Maar Hillary Clinton heeft hogere bergen, diepere dalen en hetere vuren gezien, doorstaan en overwonnen. Dus vliegt de vraag maar rond over haar toekomst. Doet ze nog een ultieme gooi naar het Amerikaanse presidentschap? Of, om met Sheryl Crow te spreken, wordt het Run, Baby, Run?

Haar uitgeputte staat nu is voor velen het bewijs dat Hillary het in ieder geval fysiek niet aan zal kunnen. Een presidentsrace duurt twee jaar en heel zwaar, zeker als je – zoals Hillary dan – toch al tegen de 70 loopt. En bij winst moet je dan nog vier jaar, en liefst natuurlijk acht. Maar het kan wel. Ronald Reagan was op een paar dagen na 70 toen hij in 1981 aantrad.

In 2008 verloor Hillary na een heftig gevecht van de rookie Obama. Lees het prachtige boek Game Change en je begrijpt van hoe ver Bill Clinton afgelopen najaar moest komen om de toen wat aangslagen Obama met een fantastische speech weer op het rechte spoor te zetten. Gaat Obama Hillary helpen tegen 2016? Of staat zijn geld op vp Joe Biden, die zich dit weekend iets al te nadrukkelijk versprak.

Roosevelt, Kennedy, Bush, Clinton, het is een ouderwetse oligarchie in een zichzelf zo modern vindende republiek. Het zegt iets over de macht, de kracht, het netwerk, het geld en het aanzien dat je moet hebben om tot een hoog of het hoogste ambt te komen. De Republikeinen vrezen Hillary. Een formidable tegenstander. Maar de idee dat man Bill dan de tuin en de secretaresses doet, zal voor velen de brandstof zijn om de Clintons te stoppen. Run, Baby, Run. Later dit jaar meer. Eerst gaat Hillary een paar maanden slapen.

Aai Amsterdam

Lijstjes, lijstjes, lijstjes. Vooral mannen zijn er dol op. Lijstjes geven overzicht en houvast. En voor marketeers geven lijstjes handvatten voor hun campagnes en de markten die moeten worden afgestruind. Zoals voor Amsterdam 2013, het jubeljaar van 400 jaar grachten en alles wat een x-aantal-jaren bestaat.

Amsterdam is terug van weggeweest. Alles was dicht en dood en lag open, en nu is het elan er weer, is het Stedelijk Museum weer op, is het Rijks Museum bijna open, een vernieuwd Van Gogh, en iedereen jubelt dat het een lieve lust is, van Artis-de-Partis tot het Koninklijk Concertgebouworkest.

En is het nu push or pull? Staat Amsterdam nu zo hoog op allerlei lijstjes omdat we zo ons best doen, of kunnen we lekker aan de weg timmeren omdat we het zo goed op lijstjes zoals die van Lonely Planet waar Amsterdam tot één van de hipste steden voor 2013 wordt geduid.

The New York Times slachtte eerst het vernieuwde Stedelijk, maar nu scoort Amsterdam waanzinnig in de recente lijst The 46 Places to Go in 2013. Amsterdam staat 6e op die lijst, maar zin en onzin van al die rankings lijken me evident, en wat vergelijk je nu eigenlijk?

Rio staat bovenal, vooral omdat je er in 2014 niet moet zijn omdat iedereen er dan is. En Amsterdam komt ook no Marseille, Nicaragua, Accra en Bhutan. Appels, peren, bananen en kiwi’s, vergelijkt u maar.

Professor Akkermans wist al wat belangrijk was: “Mijn naam wordt genoemd.” Dat telt. Iamsterdam. Amsterdam 2013. 400 Jaar Grachten. Wie z’n stad serieus verkoopt, gelooft in lijstjes. Lijstjes sell. Amsterdam vaart wel bij het stijgende toerisme. De helft van het stadsinkomen komt al uit buitenlandse handen. En dan hebben we die 1,3 miljard Chinezen nog niet op de thee gehad. Aai Amsterdam…

Einstein on the Taxi

‘Tijdloos gedateerd.’  Zo beschreef muziekcriticus Erik Voermans het visueel en muzikaal imponerende en bij vlagen overdonderende ‘Einstein on the Beach’ van Philip Glass en Robert Wilson dat ruim 36 jaar na de première in Avignon een tweede succesvol leven kreeg de afgelopen week in Amsterdam.

Als je Einstein in de titel zet, kun je niet volhouden dat de non-opera-opera niet over Einstein zou gaan, maar Einstein on the Beach is een verhaalloos verhaal dat van tableau naar tableau gaat “…and somehow, without knowing it, one crosses the line from being puzzled or irritated to being absolutely bewitched,” zo schreef John Rockwell van The New York Times.

In 1976 was ‘Einstein on the Beach’ ook twee maal te zien in The Metropolitan Opera in New York. Een dag na de laatste voorstelling zat Philip Glass weer achter het stuur van zijn taxi. Er moest wel brood op de plank komen. Er is een prachtige anekdote over. Een mooi-geklede vrouw stapte bij Glass in de taxi, zag zijn cab licence, en zei: “young man, do you realise you have the same name as a very famous composer?”‘

Het was een lange avond in Het Muziektheater, en er was geen pauze dus er werd volop gependeld richting behoeftedoen en bar. Beetje onrustig wel. Maar voor heel Amsterdam wordt het een lang jaar, want 400 jaar Grachten en Amsterdam 2013 met zoveel jubilea dat je oren tuten. Vrijdagavond was als een wat verlate kerstmarkt de aftrap in het Amsterdam Musuem met koek en zopie, vendelzwaaien en het kanonstartschot voor het jubeljaar.

Ik was lovend deze week over de film ‘Jagten’ van Thomas Vinterberg, en zo verveeld bij ‘Hyde Park on the Hudson’, een doodwaterfilm over de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt en zijn mistresses en het bezoek van de stotterkoning George nVI aan ‘zijn’ voormalige kolonie. Genoeg stof voor een boeiende film, zou je zo denken, maar regisseur Roger Michell maakt er een saaie slaappil van, en Bill Murray als FDR is een bordkartonnen schmierder.

Het wachten is op de grote Lincolnfilm van Steven Spielberg, de Oscarnominaties zijn bijna te talrijk om waar te zijn, en ik ben bang dat het straks toch tegenvalt, hoeveel talent en kwaliteit er voor $ 50 miljoen ook is ingekocht. Dus snel nog maar even ´Killing Lincoln´ uitlezen, het prachtige boek van Bill O´Reilly over de closing stages van The Civil War en de samenzwering tegen en de moord op Lincoln.