7 Mei

7mei7 Mei 1945. Het is twee dagen na de capitulatie van de Duitsers. De Dam is vol feestvierders. Maar dan plotseling vliegen de kogels in het rond. De Duitse marine leegt haar geweren op de overwinnaars. Uit angst. Frustratie. Woede. Wie zal het zeggen?

Er vallen in korte tijd 31 doden. In draaiorgel De Snotneus in het Amsterdam Museum kun je de kogelgaten nog zien zitten. Vandaag, 71 jaar na dato, worden de 31 gevallenen herdacht met natuurstenen plaquettes op en in de Dam. Opdat wij niet vergeten.

In de marge van d(i)e geschiedenis: Gerard Reve was op de Dam toen de Duitsers begonnen te schieten. Die 7e mei was zijn eerste werkdag als Parooljournalist, zo lees ik vandaag in zijn voormalige werkgever. Hij vluchtte de nationaalsocialistische boekhandel Het Bolwerk binnen.

Reve heeft er zelf nooit iets geschreven over die 7e mei. Het feit werd bekend omdat hij met de andere vluchters ter plekke gepakte boeken ruilde met daarin een opdracht of ter herinnering. Reve overleefde. En wie weet was hij toen in gedachten als bij zijn debuutroman De Avonden die twee jaar later zou verschijnen. Daar is heel veel over geschreven.

Nog even langs de fotograaf

FotograafIn Sir Edmund van de Volkskrant stond zaterdag een boeiend interview met de Britse schrijver Sebastian Faulks. Hij is een levensgenieter maar zich ook zeer bewust van wat de mens allemaal aanricht. De doem is nooit ver weg bij Faulks. ‘Voor mij staat de mens laag op de evolutionaire ladder, net iets boven de wesp. Een abnormaliteit in de evolutie. Een soort giraffe. Je kijkt ernaar en denkt bij jezelf: hoe is zoiets in vredesnaam tot stand gekomen?’

Faulks is net als ik een kind van de Koude Oorlog. Een nucleaire oorlog leek nooit ver weg. Maar hoe kon het dat een beschaving van Dante, Beethoven en Flaubert met een druk op een knop ongedaan kon worden gemaakt? Was de mens buiten zinnen en leert hij dan niets, zo vroeg Faulks zich af. Het is dan een kleine stap naar de ontroerende 2doc-documentaire Nog even langs de fotograaf die ik vandaag zag.

Nog even langs de fotograaf vertelt het verhaal van de in Duitsland geboren fotografe Annemie (Anna Maria) Wolff-Koller. Zij ontvluchtte in 1933 met haar man Nazi-Duitsland om in 1940 in Amsterdam-Zuid te worden ingehaald door de Duitsers. Zelfmoord is hun antwoord. Annemie overleeft. In haar studio op de Noorder Amtellaan 157 (nu Churchillaan) fotografeert zij begin 1943 Joodse stadgenoten, deels voor valse papieren, grotendeels als een visuele reminder voor later voor hen die het onheil vreesden en zagen razen. Nog even langs de fotograaf.

Annemie Wolff overleefde haar zelfmoord en de Tweede Wereldoorlog en maakte daarna prachtige foto’s van de haven, van Schiphol en de wederopbouw. Over de oorlog sprak ze niet. Zij overleed in 1994. En nu is er haar collectie negatieven en – heel opvallend voor 1943 – een kasboek met naam en adres van alle gefotografeerden. De meesten stonden vaak letterlijk aan de vooravond van hun deporatie en dreigende dood. Hun verhaal en hun lot is bekend, hun foto’s waren dat nog niet. Gaat zien die documentaire.

The Man Who Saved the World

TheManIk ben een kind van de Koude Oorlog. Over mijn jonge jaren hing de dreiging van dood en destructie. In 1962 was de wereld met de Cuba-crisis dichtbij een nucleaire oorlog. Wat vrijwel niemand wist was dat Stanislav Petrov op 26 september 1983 de wereld en de mensheid redde door niets te doen.

Petrov, luitenant-kolonel van de Sovjet-Russische luchtmacht, krijgt die vroege herfstdag in het heetst van de Koude Oorlog inkomende Amerikaanse nucleaire raketten op zijn computerscherm. Petrov wantrouwt zijn computers en doet niets. Op het moment dat radar de raketten moet kunnen zien, blijkt de lucht leeg en heeft Petrov de wereld gered.

Petrov is de antiheld, een aan de drank geraakte weduwnaar die niet in het heden maar ook niet in zijn trieste verleden kan leven. Proberen te praten over zijn jeugd en zijn moeder leidt tot woede-uitbarstingen. De documentaire The Man Who Saved the World van Peter Anthony schetst een indrukwekkend portret van de verborgen tragische held die erkenning krijgt in voormalige vijand de VS. Petrov mag naar de VS en de VN en ontmoet zijn filmhelden Robert de Niro en Kevin Costner.

Bijna manisch stuitert Petrov heen en weer van tierende tiran tot een kind in de Amerikaanse snoepwinkel. De beste manier om van je vijanden te winnen is door ze vrienden te maken, is zijn motto. Uiteindelijk verzoent de wereldredder zich met zijn oude moeder en dan vlieden de tranen tot achter de Oeral. Petrov hield het lot van de wereld een paar minuten in zijn handen en door niets te doen redde hij de wereld. Daar mag – alsnog – op gedronken worden.

Nederlaag voor de mensheid

AuschwitzDe tweede man van het Vaticaan kardinaal-staatssecretaris Parolin noemde het Ierse ‘yes’ bij het referendum over het homohuwelijk een ‘nederlaag voor de mensheid.’ Je moet maar durven als CEO van een multinational die misbruik, vervolging, zelfverrijking en corruptie al eeuwen hoog in het vaandel heeft staan. De FIFA van het geloof, zeg maar.

Vanaf het katholieke Krakau is het een uur rijden naar Auschwitz en nog vijf minuten naar Auschwitz-Birkenau, twee van de vele vreselijke vernietigingskampen van Nazi-Duitsland. Het was daar dat die nare opmerking van Parolin mij te binnen schoot en ik kon die ‘nederlaag voor de mensheid’ alleen nog maar associëren met de bijna onvoorstelbare gruwel die zich daar en in al die andere kampen heeft afgespeeld.

Het is goed dat de kampen er nog zijn en niet zijn weggemoffeld onder bruut beton. Het is ook goed dat het heel druk is en dat je bij de parkeerplaats pizza, kebab en zelfs kapsalon kunt kopen. Het lijkt de parkeerplaats van een attractie. Maar het is beter dat er bezocht en bedacht en gedacht wordt dan dat we de gruwelen van toen onbesproken zouden laten.

Misschien is het übercynische ‘Arbeit macht frei’ op de toegangshekken van Auschwitz wel de ultieme nederlaag. Dat je massamoord en genocide kunt en wilt pimpen met de meest valse lading die ooit is bedacht. Het geloof in een God en het geloof in een vernietigende ideologie. Het heeft ons volgens mij alleen maar nederlagen gebracht. Godzijdank kunnen Ieren nu trouwen met wie ze willen. Dat voelt als een overwinning.

De schiettent van Clint Eastwood

AmericanSniperIk had lang getwijfeld om te gaan, maar toen ik vandaag American Sniper had gezien, wist ik dat ik meer had moeten vertrouwen op mijn gut feeling: de 34e film van regisseur Clint Eastwood deugt gewoon niet. Tenzij je een die hard Republikein bent die vindt dat zo ongeveer de hele wereld bestaat uit nare mensen die het slechtste voorhebben met God’s Own Country en die je dus at will kunt omleggen.

Een flink aangekomen Bradley Cooper speelt de Amerikaanse supersluipschutter Chris Kyle die meer dan 160 Irakezen doodschoot. Eastwoord presenteert het bijna als een game. Elke moord lijkt gerechtvaardigd, want slechts gezien met Amerikaanse ogen. Tegenstanders zijn nare moordenaars, psychopaten en haatbaarden. Alle reden om ze massaal om te leggen.

Het is een naar soort patriottisme van vlag, volk en vaderland en een morele superioriteit waar je een naar soort kippenvel van krijgt. Ik denk dat Dick Cheney de film al een flink aantal keren heeft gezien, Clint Eastwoord verfilmt namelijk precies wat de vice-president altijd vond en vindt, The Good, The Bad & The Ugly.

We zien heel veel bad guys sterven in de schiettent van Clint Eastwood. Chris Kyle was goed in zijn vak. Een echte American Sniper. Maar Kyle werd zelf ook vermoord. In de V.S. Door een ex-marinier. Maar dat brengt Eastwoord niet in beeld. Want de moord van een Amerikaan op een andere Amerikaan past niet in dat verhaal van vlag en vaderland en van kameraadschap.

Dodemansrit

auschwitzherdenkingEen bizar incident. Zo heette het gisteren in de media. Man overlijdt in de tram. Passagiers waarschuwen de bestuurder dat er iemand onwel is of misschien wel overleden. De trambestuurder heeft er geen boodschap aan. Hij rijdt lijn 5 naar het eindpunt in Amstelveen. Daar komt de dodemansrit ten einde en kunnen de hulpdiensten nog slechts de dood constateren.

Inderdaad, een bizar incident. Wat bezielt de trambestuurder? Of wat bezielt hem juist niet? Moeten de trams nu zo op tijd rijden dat er nergens voor wordt gestopt? Of had de bestuurder het helemaal gehad met al het gezeur en dacht hij dat het wel mee zou vallen met de 56-jarige man die misschien gewoon even niet zo lekker was.

Het COC gaf vorige week een presentatie bij onze jongste dochter op school. Ze vond het wel interessant. Broodnodig is het ook. Zeker als je het nare verhaal leest over een man van 46 die in Bos Lommer in elkaar wordt geslagen voor € 60 en een I-Phone omdat hij een ‘vieze, vuile flikker’ is. Twee Marokkaantjes. Rond de 20. Daar krijgt het COC geen grip meer op, zo vrees ik. En het is helaas geen bizar incident, daarvoor komt het veel te vaak voor.

Dit is mijn stad, een stad vol bizarre incidenten. De stad waar zondag de bevrijding van Auschwitz 70 jaar geleden werd herdacht. Ik zag het op AT5, en zag vele bekende gezichten. Wat ik ook zag, was veel bewaking. Het zijn geen andere tijden, het zijn de onze. Gelukkig was er geen bizar incident. Maar het laat glashelder zien dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is, en dat onze vrijheid niet die van vele anderen is. Artikel 1 van de Grondwet is een mooi leidend (of lijdend?) principe, maar telkens daarnaar te verwijzen, laat ook zien hoe kwetsbaar en onmachtig we soms zijn in deze bizarre wereld.

Russisch roulette

Russian President Vladimir Putin enters ...Russian President VlaWe zijn Frans Timmermans kwijt. Louis van Gaal zit nu al in zwaar weer. Jeroen Pauw valt tegen. En dan stopt Frank Snoeks ook nog met schaatsverslaggeving. Het zijn wel tikkies die worden uitgedeeld. En dan is er nog de open wond die Zwarte Piet heet en die ons land hopeloos verdeelt.

Ergens in de sociale krochten ging iemand even los op ‘onze’ prioritering. Hoe we durfden. De wereld staat in brand. IS, the war on terror, Oekraïne, ebola. En wij hier in oneindig laagland? Wij hebben het over Zwarte Piet. Of we helemaal gek waren geworden.

Tsja. Ik denk ook wel eens: Zwarte Piet wordt overschat. Maar het er niet over hebben omdat Poetin dreigt? Dat lijkt me toch geen houdbare stelling. Want dan mag je nooit meer wat omdat er altijd wel iets ergers is dan waar jij voor staat of je druk over maakt. Dat schiet dus ook niet op.

Als veel mensen Zwarte Piet oude stijl een probleem vinden, dan is het een probleem. Als we ook IS maar een probleem vinden. Of ebola. Of liefst beide. Maar alles oplossen lukt ons niet. Zwarte Piet misschien wel. En dat helpt dan toch de wereld – in ieder geval de onze – een beetje beter te maken. Zou mooi zijn als het lukt. En anders hebben we – als in Russisch roulette – helaas nog genoeg andere problemen die onze aandacht en opwinding zeker verdienen.

Oorlog en vrede

passchendaele2De zon straalt op de dappere driekleur. Nederland is vrij. De doden zijn herdacht, de levenden leven verder. Geen Damschreeuwer, geen valse trompetnoot in The Last Post, Nederland stond twee minuten stil bij hun geliefden en naasten en de verschrikkingen van oorlog.

Voor ons is de Tweede Wereldoorlog dé oorlog, ook omdat die Groote Oorlog aan ons voorbij trok. Een eeuw geleden inmiddels bulderden de kanonnen aan onze grenzen en begon wat een vreselijke loopgravenoorlog werd met saaie stroompjes als de IJzer en de Somme die nu in ieders geheugen staan gegrift.

Voor ons is die Groote Oorlog bijna een voetnoot, het verhaal van Sarajevo en die Duitse keizer die in Doorn onderdak vond. Voor de Belgen is de Groote Oorlog echt groot en het brengt ook grote literatuur. Leest bijvoorbeeld Oorlog en terpentijn van Stefan Hartmans over zijn grootvader, zijn arme jeugd in het Gent van rond 1900, zijn gruwelijke oorlogservaringen en zijn grote liefde die veel te vroeg stierf.

Oorlog en terpentijn is echt zo’n boek dat niet moet ophouden, maar het sleurt je mee naar de laatste pagina, wat een chroniqueur is Hartmans, met dank aan zijn opa die hem enkele volgeschreven cahiers naliet met de notities van zijn leven. Stefan Hartmans vult de lacunes is, speurt en spoort, en schrijft een ontroerend maar nooit vals sentimenteel portret van zijn opa de soldaat en de schilder, een pracht boek van oorlog en vrede.

De Boer hij ploegde voort

ajax1918Terwijl Europa in brand stond en de Grote Oorlog nog vijf maanden zou duren, werd Ajax op 9 juni 1918 in Tilburg voor het eerst landskampioen. Willem II werd in eigen huis geklopt met 0-3, en de kampioensploeg – met keeper Jan Smit en de gebroeders Pelser – kreeg een feestelijk onthaal op het Weesperpoortstation. Ik heb niets kunnen vinden over verbouwde treinstellen of openlijke geweldpleging.

De via SWIFT en Blauw Wit bij Ajax terecht gekomen buitenspeler Jan de Natris had de trein naar Tilburg gemist en dus ook de kampioenswedstrijd. Hij werd bestraft met 10 cent boete. Het was niet het laatste incident met de briljante tweebenige dribbelaar en latere international die in de beschrijvingen en de problemen die hij maakte wel vergeleken wordt met Cruyff.

De Natris was ook pleitbezorger van betaald voetbal – het werd hem in de jaren ’20 niet in dank afgenomen – en rond zijn overschrijvingen naar clubs als Vitesse hing een geur van betaling, iets wat toen ten strengste was verboden. Bewezen werd er niets, en later in zijn carrière keerde verloren zoon De Natris zelfs nog terug op het Ajaxnest, de parallel met Cruyff ligt ook daar nogal voor de hand.

Bijna een eeuw terug begon het dus voor Ajax echt, en deze of volgende week voegt Ajax een vierde landskampioenschap op rij toe aan de zo indrukwekkende lijst. Betaald wordt er allang. Het heet niets voor niets betaald voetbal. Maar het is op een schaal die Jan de Natris zich nooit had kunnen voorstellen.

De Boer hij ploegde voort en woekert met de beperkte middelen die Ajax heeft. Want de begroting van Ajax mag er indrukwekkend uitzien, internationaal trap je er geen deuk in een pakje boter mee. In Nederland is Ajax een Griekse held, over de grenzen zullen we ons tevreden moeten stellen met een incidenteel succesje zoals de zege op Barcelona.

De wereld van gisteren

grand-hotel-budapest-aDe Eerste Wereldoorlog moest wel leiden tot de Tweede. Het Interbellum, de periode tussen die grote oorlogen, lijkt zo wel een groot wachten op de grote klap die komen zou. Het is een wereld van gisteren, de wereld van schrijver Stefan Zweig, de grote inspirator voor regisseur Wes Anderson voor zijn nieuwe film The Grand Budapest Hotel.

Anderson neemt ons in zijn prachtig vormgegeven film terug naar die wereld van gisteren, de wereld van de grote hotels, de rijke families, de mooie tradities, en jaarlijks wederkerende gasten. De conciërge Gustave (een prachtrol van Ralph Fiennes) is de figuurlijke sleutel tot een tijd die er eigenlijk al niet meer was toen hij leefde, zoals zijn steun- en toeverlaat Zero het prachtig omschrijft.

Twee jaar geleden zag ik Moonrise Kingdom, een heel volwassen film over kinderen die hun eigen wereld maken, weg van bedilzuchtige en gemene volwassenen. In The Grand Budapest Hotel is het geweld niet weg te houden. Het is het geweld van hebzucht en van een nieuwe macht die aan de deur klopt, al geeft de film als jaartal ergens ‘pas’ 1932 aan.

De wereld van gisteren was vast geen ideale, behalve voor Wes Anderson die er zich met een fantastische (sterren)cast en met een prachtig palet in onder dompelde. Het vuur en de spelvreugde spatten van het scherm. En er mag gelachen worden.