Koningen van Beieren

beckenbauer

Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat het vernietigde Duitsland negen jaar na de capitulatie in 1954 wereldkampioen voetbal. Het superieur geachte Hongarije werd in de finale met 3-2 verslagen. Het wonder van Bern, heet het nu. Friedrich Christian Delius schreef er het prachtige boekje De zondag waarop ik wereldkampioen werd.

Het wonder van Bern was misschien symbolisch wel het begin van de Duitse wederopstanding, van het Wirtschaftswunder dat tot vandaag de dag door duurt en dendert. Duitsland is de grote economische motor van Europa.

Maar voor het Duitse voetbal zou het nog ruim een halve eeuw duren voordat niet bij alles, iedereen en elke wedstrijd de oorlog erbij werd gesleept. Zo de oorlog voor ons al geen trauma was, dan was de verloren WK-finale van 1974 dat zeker. Nog decennia zouden we onze fietsen terugeisen, en was elke Duitse goal geniepig, buitenspel, en in de laatste seconde gescoord.

In het Duitse voetbal is Bayern München al lang een grootmacht. Voor de buitenwereld de club van poen en patsers, van bontjassen en dikke Merecedessen. Maar ook de club van bekers en triomfen, zoals met het gouden trio Müller, Maier en Der Kasier Backenbauer (van links op de foto). En nu is er een heel nieuw Bayern, Bayern München 3.0.

Iedereen vroeg zich af wat topcoach Guardiola nu bij Bayern te zoeken had. De club had net alles gewonnen wat er te winnen viel. Guardiola gaf woensdag in Manchester het antwoord. Bayern veegde gastheer Manchester City van de grasmat op een waarlijk duizelingwekkende manier. Het was fantastisch, en ook nog fantastisch veel leuker om naar te kijken dan de toch wat saaie tik-tak-tik-tactiek van Barcelona.

De Koningen van Beieren zijn nu Europese top-top. Net als heel Duitsland. Frau Merkel is ervoor beloond bij recente verkiezingen. En ik hoor nu niemand meer over die geniepige Duitsers. Het was smullen woensdag. De nieuwe norm van het moderne voetbal. Manchester stond erbij en keek er naar. Geen idee wat hen overkwam. Net een Blitzkrieg.

Een tandje bij

denbriel

Het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht is het beste ziekenhuis van Nederland, zo blijkt uit de AD Ziekenhuis Top 100. Dat is mooi, en een mooie opsteker voor de stad Dordrecht die vorige week in de Volkskrant onder de kop ‘Het verdriet van Dordrecht’ nog model stond voor de ingehaalde stad.

Waar gewonnen wordt, wordt ook verloren. Onderaan de lijst van het AD bungelt Medisch Centrum Leeuwarden, persoonlijk pijnlijk omdat mijn moeder daar al weer vele jaren her overleed. Maar zo gaat het leven. De directeur van Leeuwarden laat het er echter niet bij zitten. Hij zag plek 100 als ‘..extra reden om er een tandje bij te zetten.’. Dat wordt dus niks met zulk eng managmentgewauwel.

Maar wat ik plots met Dordrecht heb? Ik werk er. Sinds kort. Een paar dagen per week. Voor een half jaar. Bij het Dordrechts Museum, Het Hof, Huis van Gijn en het regionaal archief. In een oude stad die een uitvergroot model is van het Den Briel (of Brielle..) waar ik mijn jeugd grotendeels doorbracht. En aan die jeugd moest ik deze week weer denken toen onze jongste dochter Hedda 12 werd.

Want waar was ik toen? Ik was ook een brugpieper met een veel te zware tas die door zijn ouders van de Rijks H.B.S. te Den Briel werd gedeporteerd naar Spijkenisse omdat daar het lesrooster wel goed gevuld was. Plots zat ik niet meer om de hoek op school (zoals Hedda nu), maar 15 kilometer verderop. Het bleek een zegen.

En Dordrecht en Den Briel lijken niet alleen op elkaar, ze zijn ook verbonden in de tijd, zoals ik dat me mijn moeder was en ben en nu met mijn dochter ben en zal zijn. In Dordrecht wordt nu hard gewerkt aan Het Hof waar de geschiedenis verteld en zichtbaar wordt met als uitdagende claim  ‘Hier begint Nederland’, refererend aan een illegale Statenvergadering in 1572, niet toevallig hetzelfde jaar waarin – op 1 april – de Geuzen Den Briel veroverden op den Spanjaard.

Op 1 april verloor Alva zijn Bri(e)l, zo leerde ik al op de lagere school. En ‘In naam van Oranje doe open de poort, de watergeus ligt voor Den Briel..’. Prachtig vond ik dat als klein kereltje. De schaduwzijde was dat ik een nep 16e eeuws pakje aan moest voor de 1 april-viering. Dat was gênant. Maar iedereen moest. En zo is het historisch besef er goedmoedig ingeramd, van Brielle toen tot Dordrecht nu.

Achtervolgingswaanzin

yes+we+scan

Morgen vieren we de verjaardag van Hedda, onze Benjamin (v). Zij is uit de roerige maand september 2001. Net na 9/11. America under attack. Plots lagen er hier sluipschutters bij de Coentunnel en op andere strategische punten. De angst was groot. En ging nooit meer weg.

Na de angst kwam The War on Terror van Bush en Cheney c.s. Saddam Hoessein is dood. Bin Laden is dood. Maar de wereld is nog steeds geen safe place. Net weer Nairobi. En morgen nog steeds Afghanistan. It’s A Mad Mad Mad Mad World.

Met angst als raadgever is er een complete veiligheidsindustrie uit de grond gestampt die ons overal betast, scant, screent, staande houdt en naar goeddunken opsluit. Onze vrijheid is ons zoveel waard, dat we er graag flink aan knabbelen. Want ach: wie niets te verbergen heeft… U kent dat soort Opstelten-retoriek wel.

Geweld lokt geweld uit, en angst zaait nog meer angst, en in de tussentijd wordt ons een schijnveiligheid voorgespiegeld. We worden massaal en overal gevolgd en afgeluisterd, maar dat is voor onze bestwil. Namens ons worden we gecheckt en gevolgd. Yes we scan.

Misschien mogen we over twee jaar weer wel tandpasta meenemen in onze handbagage. Dat zou enorme winst zijn. Al die ongepoetste bekkies in het vliegtuig produceren enorm veel gifgas. Nu we het daar toch over hebben: laten we het er nu bij zitten in Syrië, of bombarderen we nog wat gifdepots? Of is daar de angst ook groter dan het dreigend moreel failliet van ons allemaal?

Morgen 12 kaarsjes. Morgen is het feest. En Hedda was al in New York. Ofschoon het nog wel even zweten was toen bij haar als enige de vereiste ESTA maar niet doorkwam. Alsof juist zij toen extra werd gescreend. Hedda uit die historische septembermaand uit 2001 die ons leven nu zo overschaduwt. Zou John Kerry dit nu lezen? Of is dat pas echt achtervolgingswaanzin?

Kill your darlings

Kim

Egypte is oud nieuws. Syrië ook al bijna. En Noord-Korea waren we alweer helemaal vergeten. Toch is het nog maar kort her dat het Noord-Koreaans opperhoofd Kim Jong-un de ganse wereld met dood en vernietiging dreigde of vervolgens een pirouette te draaien en tot stilstand te komen.

Het was en blijft natuurlijk een schimmig spookland, dat Noord-Korea, een groot gevangenkamp met het hysterisch lege Pyongyang als uithangbord naar het Westen en het visitekaartje voor de toeristen die nu dit communistische pretpark wel eens van dichtbij willen zien.

Toch heeft de grote leider Kim Jong-un niet stil gezeten. In een kleine terzijde vond ik een bericht dat hij zijn oude geliefde, de – daar – bekende zangeres Hyon Song-wol heeft laten executeren, samen met nog anderen die porno zouden hebben gemaakt en verspreid en met bijbels op zak zouden hebben gelopen.

Pyongyang-watchers houden het eerder op een ordinaire afrekening van Kim met zijn succesvolle ex, met de huidige geliefde van de leider als valse stok achter de deur. Fijn ook wel dat familieleden en andere artiesten gedwongen werden om de executie bij te wonen. Daarna werd het publiek onder applaus afgevoerd naar werkkampen. Kill your darlings. Kimnam style. In Noord-Korea doen ze er niet moeilijk over.

Massale psychotherapie

ek88meister

Het kan niemand zijn ontgaan. Precies een kwart eeuw geleden waren ‘we’ de beste van Europa. Oranje Europees Kampioen. Maar veel belangrijker was de zege halverwege, de 1-2 in Hamburg tegen Duistland. Dat was de ultieme opdracht, de ultieme revanche, op de verloren finale van 1974 en de gewonnen finale in 1945.

Die 21e juni 1988 in het Volkspark Stadion in Hamburg bevrijdde Nederland zich van zichzelf en van bijna een halve eeuw Duitserhaat. Een ongekende hoeveelheid opgehoopte frustratie en rancune kwam boven, als in een ‘massale vorm van psychotherapie’ zoals hoogleraar Peter Groenewold schreef.

Het shirt van Olaf Thon ging soepel door de bilspleet van Ronald Koeman, iedereen vond de fiets terug die de Duitsers stalen, en Jules Deelder dichtte over ‘zij die vielen en juichend uit hun graf rezen.’ Voetbal is geen oorlog. Voetbal is veel belangrijker dan oorlog. Het kan oorlogen overwinnen. Want dat was wat er uiteindelijk in en na 1988 gebeurde.

Nu kunnen we ‘normaal’ voetballen tegen Duitsers, niet als bezetter tegen bezette, maar als competitieve buren. En wie er nu nog over die oude fiets begint, die is echt uit een andere tijd. In Hamburg won Nederland van Duitsland en van zichzelf, en ondanks Hans van Breukelen won Nederland in de finale wél van de Russen, met die wonderschone goal van Marco van Basten over de Russische doelman Rinat Dasajev.

Maar ook die goal blijven we maar herhalen. Want we wonnen dan wel van de Duitsers en we wonnen dan wel het EK in 1988, maar daarna niets meer. We wachten al 25 jaar op een volgende hoofdprijs. Dat steekt. En mede daarom konden we de afgelopen dagen toch maar geen genoeg krijgen van ons succes. Een beetje triest was het wel. ,

Het wonder van Bern

Bern

De quote van de voormalige Britse international en nu TV-presentator Gary Lineker is even bekend als briljant: ‘Football is a simple game. Twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win.‘ Maar – hoe briljant ook – dat is niet altijd zo geweest.

In 1954 werd Duitsland voor het eerst wereldkampioen, in een wedstrijd die Het wonder van Bern wordt genoemd en waarin die Mannschaft de superieur geachtte Hongaren klopten met 3-2 na met 0-2 te hebben achtergestaan. ‘Wir sind wieder da’ riep de overenthousiaste Duitse radiocommentator en gaf daarmee aan dat Duitsland na de nederlaag van 1945 weer meetelde. Het Wirtschaftswunder kon los.

En als toeval niet bestaat, dan is er wel zoiets als timing, want ik wilde al bloggen over het juweelboekje De zondag dat ik wereldkampioen werd van Friedrich Christian Delius toen ik net ook nog een jubelende recensie erover las van Arthur van den Boogaard in Het Parool.

Het boekje – € 9,90 slechts – is een pareltje, klein formaat, grootse daad, een autobiografische novelle over een elfjarige domineeszoon die op die wonderzondag in 1954 in hartje Hessen radiogetuige is van het voetbalwonder in Bern.

En zoals de overwinning van het team van Sepp Herberger ervoor zorgde dat de Duitsers weer meetelden, zo was de wedstrijd voor de voetbaltechnisch onetalenteerde en stotterende jongen de grote emancipatie uit het streng gereguleerde en gelovige gezin en dorp. Hij zou er later een prachtig boekje over schrijven…

 

Fontein van gouden klanken

Armin.Prins

Zo, de zon straalt over ons oneindig laagland. Mei. Gorter. Een nieuwe lente en een nieuw geluid. In een oud stadje, langs de watergracht, daar was het feest, almaar feest, van de koningin die koning werd en de prinses koningin, er was twee minuten stilte, bevrijding en weer een kampioenschap. De Boer, hij ploegde voort en oogstte weer.

Het volk kan er weer even tegen. Het volk staat massaal op straat en gaat massaal de straat op, gesterkt door een nieuwe koning, een baken in crisistijd, een verzetje, een zetje in de rug, bijna driekwart van ‘ons’ ziet het helemaal zitten met de nieuwe koning. Er is een nieuw vertrouen en elan, als je de monarchale media mag geloven. De Dow Jones zou er spontaan van omhoog schieten.

Denkend aan Holland zag Marsman die breede rivieren, ondenkbaar ijle populieren, en de lucht die laag hangt. Vier jaar later vielen de Duitsers binnen. Veel van onze naiviteit kwam nooit meer boven. Maar gelukkig is er het sprookje van Oranje dat ook in Londen in de oorlogsjaren zo levend werd gehouden door Wilhelmina en Radio Oranje. Maar goed, zon erover, we kunnen er weer even tegen. Even waren crisis en Europa ver weg.

Dat Wilhelmina zin had in wat minder democratie na de oorlog is een oud verhaal. Willem nu kent zijn plaats. Jammer dat zijn lijfgarde die enkele verdwaalde republikein op 30 april niet met rust kon laten. Ook jammer was dat het schuifje van Armin van Buuren niet werkte. Die Bolero van Ravel had wel wat bewerking verdiend. Een fontein van gouden klanken. De winter is dood. Leve de lente.

Arendtsoog

HannahA.poster

Dit weekend twee films gezien waar de critici maar niet echt warm voor konden lopen. Volgens de recensenten zijn A Late Quartet en Hannah Arendt echt van die drie-sterren-films, de categorie ‘interessant maar jammer.’

A Late Quartet – een mooie dubbele titel – is zeker interessant, een muziekfilm die gaat over liefde, ambities, verraad en continuo, een film die klein oogt maar vol met grote acteurs loopt, waarbij de parallel prachtig is tussen de pressure cooker van een bijna-ontploffend kwartet en de zwanenzang van Beetghoven in zijn opus 131.

Hannah Arendt gaat over Hannah Arendt, maar vooral over het proces tegen Adolf Eichmann in Jeruzalem in 1961 en haar visie daarop en op de essentie van het kwaad in The New Yorker. Deze film is helaas alleen in potentie interessant, de toch gelauwerde regisseuse Margarethe von Trotta komt niet veel verder dan een wat bordkartonnen observatie vol dialogen die veel vertellen maar veel te weinig duiden.

De film mist scherpte, in opzet, in regie, in dialogen, in actie, het lijkt eerder een wat ingetogen tv-film met uitleg in plaats van gevoel. Nergens wordt het verhaal ook jouw of mijn verhaal, het blijft op afstand, als iets wat ook Hannah Arendt maar overkomt.

Gemiste kans, heet dat dan in recensentenjargon, terwijl het Ahrendtsoog op de rol van Eichmann en de banaliteit van het kwaad baanbrekend was, en daarom zo fanatiek werd bestreden. En wat werd er trouwens veel gerookt in de film, het leek af en toe wel op Mad Men dat om de hoek van het huis van Ahrendt in New York speelt.

Een middelvinger naar 9/11

wtcone

Ik krijg het al een beetje benauwd op een trapleer, dus de uiteindelijke top van 541 meter van het One World Trade Center in New York zal voor mij wel een brug te hoog zijn, als je er al zou kunnen komen.

Ik doe het wel met de foto’s, thank you so much, met het masjestueuze panorama over de stad die zichzelf graag ziet als de hoofdstad van de Westerse beschaving. En juist New York en zijn twee WTC-torens waren die stralende septemberdag in 2001 een onweerstaanbaar doelwit.

Van twee op 9/11 naar nul naar straks  één World Trade Center, maar dan wel één die hoger is dan de vorige twee. One World Trade Center wordt 1.776 feet, een verwijzing naar het onafhankelijkheidsjaar van de V.S. Hoeveel symboliek heb je nodig? Het Onw World Trade Center is volgens sommigen niets meer of minder dan ‘een middelvinger naar 9/11.’

Het is een flinke middelvinger, een fallus van macht en lef en geloof in de wederopstanding. Als bezoeker kom je straks overigens niet tot – omgerekend – 541 meter, maar ‘slechts’ tot 417 meter, de hoogte – oh symboliek – van de oude WTC-torens. Hoog, hoger, hoogst, een ook graag gespeeld spel in de stad van groot, groter, grootst.

Mooie foto’s levert het zeker op, zoals deze kraanklimmers, -hangers en -tuimelaars, schatplichtig aan de klassieke foto’s uit 1932 van een bouwploeg op duizelingwekkende hoogte aan de lunch en aan het werk op en aan het RCA Building van het Rockefeller Centre. Mijn maag keert zich soepel als op commando. Oh ja, je kunt ook wonen in het nieuwe Trade Center. Appartementen beginnen bij $ 20 mljoen. Duur, duurder, duurst.

Daar komen de buren

duitse inval

Het recent opnieuw uitgezonden Wo ist der Bahnhof? uit 1985 van Koot en Bie, geldt inmiddels als een nieuwe maatstaf van denken over het verzet in Nederland in 1940-1945. De gisteren gestarte vijfdelige Tv-serie Die 5 dagen in mei laat zien hoe de Tweede Wereldoorlog in Nederland begon.

Niet iedereen zat in het verzet, zoveel is wel helder. En ook niet alle politie was fout in de oorlog en op jacht naar verzetstrijders en Joden. ‘Politie verleende ook steun aan verzet’ aldus Ad van Liempt van wie dezer dagen zijn nieuwe boek De jacht op het verzet verschijnt.

Heldendom, lafheid, geschiedvervalsing, en de winnaar die altijd het verhaal mag schrijven. Ons leger zou heldhaftig hebben gestreden in de meidagen, maar was geen partij voor de superieure Duitsers. Fietsen tegen tanks, zoiets. In het eerste deel van Die 5 dagen in mei wordt dat beeld een stuk genuanceerder en menselijker.

De Duitse inval in Limburg was ook Daar komen de buren, en plots moest je schieten op jongens waar je vorige week nog mee voetbalde en in de kroeg hing. Het was hij of ik. Dat was het kleine verhaal, mooi en met nog veel natte ogen verteld door de nu stokoude grote jongens van toen aan beide kanten van de grens.

En net zoals Gé Temmes zijn ‘Do ist der Bahnhof’ de Duitse nederlaag niet versnelde, zo kon een slecht uitgerust en ouderwets leger en het opblazen van enkele bruggen de opmars van het Duiste leger in die eerste oorlogsdagen niet vertragen.

Nederland hield het vijf meidagen vol, met het bombardement op Rotterdam als tragische finale. Mijn moeder zag haar stad branden. Het maakte levenslang indruk op de bijna middelbare scholiere.