Naar de haaien

JawsMisschien is de grote kunst van het leven wel om te leven met je angsten. Neem nu haaien. Ze hebben me nooit iets gedaan, maar in mijn systeem staan ze als erg gevaarlijk en graag te vermijden. Misschien komt het wel door de filmklassieker Jaws van Steven Spielberg die ik ooit zag. Hoe dan ook, ik ga niet graag naar de haaien, zeg maar.

Op Sri Lanka gingen we snorkelen. En je raadt het al. Daar waren haaien. Onze snorkelgids reageerde heel vrolijk en enthousiast, terwijl ik direct duizend oden aan het sterven was. Ze waren ongevaarlijk, volgens de gids, maar wisten die haaien dat ook? En wat nu als er eentje een rotdag had? Nu snoef ik een beetje over dat snorkelen met haaien, maar ik moest daarvoor in de lauwe Indische Oceaan mijn diepste angsten diep in de ogen kijken.

Na behouden thuiskomst – over vliegangst schreef ik ooit al – keek ik met dochterlief Hedda Jaws terug. Ik vond met mijn Sri Lankaanse ervaring de haaienfilm nu een makkie, maar Hedda vond de film behoorlijk eng, dus de vraag is maar of ze zichzelf daar een plezier mee heeft gedaan. Maar ja, de kunst van het leven is om te leven met je angsten, met Airbussen, hoogte en haaien. En anders dan in Jaws deed die haai op het koraalrif bij Pigeon Island mij helemaal niets.

Oh ja, voor de kenners: het waren whitetip barrier reef sharks, maximaal van mijn lengte, en erg ongevaarlijk… 

Time flies (when you’re having fun)

EmiratesA380Ik las in Volkskrant Magazine dit weekend dat de meeste passagiers geen idee hebben in welk type vliegtuig ze stappen. Er zijn mensen die het verschil niet zien tussen een Boeing of een Airbus, laat staan een Embraer. Ik hoor daar dus niet bij. Ik verheug mij  nu al dat we komende zomer voor het eerst met de nieuwe grote luchtreus de A380 – van Airbus, dus – gaan vliegen.

Ik zie direct het verschil tussen een Boeing of een Airbus, tussen een Dreamliner of een 777. Dat heb je wel vaker met van die neuroten zoals ik die vliegen fascinerend vinden maar eigenlijk nooit echt rustig in een toestel zitten. En om maximale grip te krijgen op het ongrijpbare heb ik in ieder geval altijd goed mijn huiswerk goed gedaan. Vliegtuigtype, afstand, de betere plaatsen, safety record, you name it, I know it.

Ik kijk met grote graagte en hardnekkige regelmaat naar vliegfilmpjes op YouTube of naar Air Crash Investigation op National Geographic. Ik heb gesmuld van de biografie van Scott Berg over Charles Lindbergh en in North Carolina moest ik natuurlijk naar het monument in Kitty Hawk en de plek waar The Wright Brothers in december 1903 voor het eerst los van de grond kwamen. Mijn Mekka.

Straks met de A380 naar Dubai en dan door naar Colombo, Sri Lanka. Emirates lokt ons niet alleen met deze luchtreus, maar ook met gratis wi-fi, een viergangenmaaltijd en een schier oneindige hoeveelheid films en ander vermaak op het scherm voor je neus. Zo vliegt de tijd voorbij.  

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.

Pretpark Amsterdam

PretparkHet is niet goed of het deugt niet. In Amsterdam is er altijd wat te klagen en te kankeren. Nu is het weer de drukte in de stad waar we zwaar depressief van worden. Amsterdam wordt een tweede Venetië. Amsterdam wordt onleefbaar. Het is pure pretparkisering. Pretpark Amsterdam. Dat moet stoppen. Ach ja, dream on.

De wereldbevolking groeit. Het aantal mensen met geld om te reizen groeit. Have money, will travel. En dan is Amsterdam niet de beroerdste plaats om naar toe te gaan. Het is ook handig dat er een enorm vliegveld in de voortuin ligt. Niet zo gek dus dat al die toeristen naar Amsterdam komen. En de meeste toeristen willen zo ongeveer hetzelfde zien. Dus volle rondvaartboten, rijen voor Anne Frank en Van Gogh, en een overaanbod ijs en Nutella. Maar het lijkt toch niet echt op het einde der tijden.

Druk en drukte zijn politiek ongewenste begrippen, dus praten we liever over balans en polderen we naar modellen waar iedereen zich nog wel in kan vinden. En laten we wel zijn: het is niet overal en niet de hele tijd druk. Maar dat het drukker wordt, is ook een zekerheidje. En dan is het best dringen in dat kleine stukje openluchtmuseum dat de grachtengordel en het centrum heet en waar iedereen geweest wil zijn.

Twintig jaar geleden had ik geen trek in de rijen voor het Uffizi en dat we in het Louvre de Mona Lisa niet goed zagen had niet alleen met het bescheiden formaat van het beroemde portret te maken. Het is overal druk waar wat te zien is. Laten we iets vreugdevoller zijn dat veel mensen willen zien waar wij zo heerlijk leven en graag over opscheppen. Wat mooi ook dat we nu weer goud verdienen met het exploiteren en etaleren van onze Gouden Eeuw van 400 jaar her. Het lijkt wel slimme marketing. 

Trijntje spelen

Trein2Het zijn mooie beelden. Wim Kok die handgeschreven hartekreetbriefje van minister Netelenbos verscheurt. De NS die zoveel beidt om maar monopolist te blijven dat ze zich er financieel volledig aan vertillen. Het is weer enquêtetijd in Den Haag. Nu het drama van de ontspoorde Fyra. En dan kun je bestuurlijk Nederland weer op zijn aller smalst beleven.

Het had zo mooi kunnen zijn. Een hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Brussel. Maar nu heel veel geld later en vele jaren verder rijdt er een gekietelde Intercity van 020 naar Breda. ‘Waar zouden we zijn zonder de trein’, was ooit een campagne van de NS. Nou, simpel, in de verhoorbanken van de enquêtecommissie.

Ik kon het drama gisteravond helaas niet live meemaken, maar ik wist ook alles van een hoog verwachtingspatroon bij die andere trein, onze eigen Trijntje O. , die ons allen liet wenen. Ik zag nog net de aftiteling en hoorde de aangeslagen stem van Cornald Maas die nog iets mompelde over andere culturen en stemgedrag, ofwel: het lag niet aan dat nummer en aan die tot parachute gestreken vuilniszak die voor festivaljurk door moest gaan.

Bij een enquête ligt het ook altijd aan een ander en tasten partijen ook jaren later nog in het duister over het handelen en de motieven van de anderen. De commissie doet niet aan schuldigen zoeken maar aan waarheidsvinding en die zal ook nu weer erg pijnlijk zijn en menigeen in het hemd doen staan. Vraag is wat we leren van dit rare trijntje spelen? Of moet de vraag zijn welk onderwerp hierna enquêtewaardig is? Dan gok ik met de kennis van nu de zorgoverheveling en de pgb’s. Wie biedt er iets anders?

Storm in een glas water

Zoutstrooien-tegen-sneeuw-in-New-York-470x340The National Weather Service van de V.S. moest dezer dagen diep door het stof omdat de aangekondigde sneeuwbergen maar niet vielen in New York. The Big Apple was dagenlang in rep en roer geweest, er zou wel meer dan een meter of nog veel meer sneeuw gaan vallen. Burgemeester De Blasio – hij heeft het al niet makkelijk – zag de buien hangen, en waarschuwde zijn stadgenoten voor het allerergste.

Het is een gedoe met al die voorspellingen, code oranje en rood, en naderend onheil. Ik heb vaak de indruk dat al die weerkanalen alles in de overdrive gooien om hun eigen bestaan te rechtvaardigen. Want als er nooit een windkracht 11 of een enorme sneeuwstorm komt, wie luistert er dan nog naar je voorspellingen? Niemand, dus.

Veel mensen luisteren wel naar de NS – ze moeten wel – maar daar word je niet zoveel wijzer van. Gisteren piepte de telefoon. Morgen aangepaste dienstregeling, seinde de NS, want storm en sneeuw op komst. Nu weet ik niet hoe het u vergaat, maar ik zie veel blauw in de lucht, en nog geen vlok sneeuw. Maar de NS heeft geleerd: liever minder leveren, dan een hele grote puinhoop, dus bij een beetje dreiging sneuvelt de halve dienstregeling. Een fine reis nog.

We dekken ons in, we dreigen wat, en zo kan niemand zeggen dat hij niet gewaarschuwd was. Met alle moderne kennis is dat toch wel een beetje zielige performance. Nee, dan Michiel de Ruijter. Die moest op patriottisme en scheepsbeschuit de Engelsen te lijf en de kuipende politici van het lijf houden. Dat waren nog eens tijden. Geen buienradar, maar een vinger in de lucht. Iets zegt mij dat die vinger nog steeds in de lucht gaat om het weer te voorspellen. Of gaat die vinger richting reiziger?

Brighton Rock

uriah-heep-bNiks fly-drive, niks Kanaaltunnel, in mijn jeugd was er de ferry en – gaaf, maar wat een stank en pokkenherrie – de hovercraft om ons het Kanaal over te zetten richting de krijtrotsen van Dover. In mijn puberjaren ben ik verliefd geworden op dat rare Albion, en het is nooit meer overgegaan.

Het moet 1972 zijn geweest toen ik die zomer in Brighton in een hip kelderwinkeltje van mijn zakgeld de net verschenen LP Demons and Wizards van Uriah Heep kocht. Ik kende de groep en de muziek niet, ik denk dat ik geïntrigeerd werd door de door Roger Dean ontworpen hoes met een lokkende tovenaar in een fantasieland met watervallen en donkere luchten waar Dean met Yes ook zo’n succes mee had.

Ik was blown away toen ik Demons and Wizards voor het eerst hoorde op mijn hotelkamer op mijn portable draaitafel. Het was rock, het was hard, snel, maar het was ook melodieus, met akoestische gitaren en hemelse koortjes. De hitsingle Easy Livin’ stond als een huis, en denderde als een trein met het pompende orgel van Ken Hensley.

Het zijn mooie herinneringen aan de vooravond van weer een Brits bezoek. Nu mag je Uriah Heep niet meer leuk vinden – foute bombast – maar het is toch die muziek van zo rond je vijftiende die heel diep ergens in je geheugenopslag zit en – hoe dan ook – vormend voor the years to come. Als ik straks in de buurt van Brighton ben, zal ik toch even denken: Easy Livin’, het is best goed gelukt.

Tunnelvisie

venetie.trafficjamAmsterdam wordt wel ‘het Venetië van het Noorden genoemd.’ Maar het is juist de vrees van veel Amsterdammers dat de stad net als Venetië wordt: een dode stad die onbetaalbaar is voor de eigen inwoners en 365 dagen per jaar gegeseld wordt door het massatoerisme dat de stad gebruikt en misbruikt en alleen maar verder de diepte in duwt.

Het is altijd spitsuur in Venetië, en in de zomer schijnt het niet te harden te zijn. Nu in april was het ook al duwen in de steegjes en massaal op het San Marco. De stad is niet gebouwd voor 20.000.000 toeristen, maar ze komen er wel elk jaar en putten de stad steeds verder uit.

Niets voor niets zijn er tal van plannen om de stad niet alleen tegen de zee maar ook tegen de oceaan van het massatoerisme te beschermen en te zorgen dat er veel meer geld binnenkomt om de stad te redden van zichzelf en een zekere verdrinkingsdood.

Dat toerisme wordt alleen maar erger, grover en massaler, en ik kan mijn handen niet in onschuld wassen. Wacht maar tot ook 1,4 miljard Chinezen op zoek gaan naar onze roots en Rembrandts. ‘Call some place Paradise, kiss it goodbye,’ zongen The Eagles ooit treffend in The Last Resort van hun megahitalbum Hotel California dat voor de band precies dezelfde ondergang betekende als die zij bezongen.

De wereldbevolking groeit en de wereld wordt maar kleiner. Leuk stuk vandaag in Het Parool over weer opgediepte plannen voor een tunnel van Londen naar New York. De techniek is ver, er kan veel, maar het prijskaartje van rond de tienduizend miljard euro zit de tunnelvisie nog wat in de weg.

Maar waarom zou je met een superzweefflitstrein naar de V.S. willen? ‘It’s a living hell,‘ volgens de Noord-Koreaanse leider Kim Jung-un over zijn aartsvijand, en hij kan het weten, ofschoon enige tunnelvisie hem ook niet vreemd zal zijn.

At Seventeen

pamHet is de nachtmerrie van iedere ouder dat je kind iets overkomt of spoorloos verdwijnt. Wie herkent niet dat ene moment van enorme paniek dat je kind opeens verdwenen is en dan drie minuten later vrolijk verstopt achter een boom zit. De vreselijkste gedachten flitsten door je hoofd.

Een veerboot vol kinderen zinkt, een vliegtuig verdwijnt, en het lot van twee Nederlandse meisjes in Panama wordt steeds duisterder. Maar zonder stoffelijk overschot is er toch altijd hoop, en in ieder geval nooit rust en geen kans om het verleden te laten rusten. En toen viel mijn oog gisteren op een klein stukje in Het Parool, keurig hoog in de marge van pagina 14.

Bijna 43 jaar na hun vermissing in mei 1971 zijn twee toen 17-jarige Amerikaanse meisjes teruggevonden, slachtoffer van een auto-ongeluk dat eindigde op de bodem van een creek in het lege land van South-Dakota.

Cheryl Miller en Pamella Jackson uit Vermillion bij Elk Point waren onderweg naar een schoolfeest. Op een gravel road ging het fout en hun Studebaker Lark stortte van de weg het water in. Niemand vond een spoor, tot een visser een tijd terug wielen van de auto boven de modderige waterlijn zag.

Cheryl en Pamella kunnen worden begraven terwijl niemand ooit nog had gedacht dat zij – sorry – nog boven water zouden komen. En de meisjes? At Seventeen – Janis Ian schreef er een ontroerend lied over – waren zij misschien wel op weg naar hun grote liefde, of zouden zij die daar ontmoeten. Who knows.

Pikant detail: hun klasgenoot David Lykken werd ooit verdacht van de verdwijning van en de moord op Cheryl en Pamella, maar werd vrijgesproken. Een lieverdje was Lykken zeker niet. Hij zit een 227(!)-jarige gevangenisstraf uit voor verkrachtingen en ontvoeringen.

Road to Nowhere

nebraska-filmNebraska is zwart-wit. Bruce Springsteen koos een zwart-wit foto van het eindeloze landschap voor de hoes van zijn album Nebraska dat in 1982 uitkwam. Regisseur Alexander Payne kleurde zijn film Nebraska ook in breed zwart-wit met lichte filter.

Nebraska is het Middenwesten. Eén van die zogenoemde fly over states, de staten waar presidentskandidaten overheen vliegen maar nooit landen omdat er te weinig mensen wonen en er dus electoraal weinig tot niets te halen valt. Nebraska is leeg, desolaat, een prachtig decor voor de prachtige film die Payne maakte met veteraan Bruce Dern als hoofdrolspeler.

Het verhaal van Nebraska moet je vooral zelf gaan zien, alleen al voor het allemachtig-prachtige zwart-wit. De film heeft iets tragisch, gisteren, verval, verdriet, gemaakte keuzes en fouten, maar wordt toch zelden of nooit sentimenteel. En er is heel veel te lachen, ook al ademt alles veel van een verloren, weggewaaide Amerikaanse droom, de grijze grauwheid van een uitzichtloos bestaan.

Nebraska is een typische road movie waarbij de reis en de ontwikkeling van en tussen de karakters belangrijker is dan het reisdoel. Het reisdoel in de film – $ 1.000.000 in Lincoln, Nebraska – is so-wie-so onzinnig, maar leidt tot veel verwarring, jaloezie en zelfs een goedgeplaatste kaakstoot.

Eenzaamheid, heb- en drankzucht, geweld, uitzichtloosheid, het is de V.S. van nu, grijs, zwart-wit, leeg in menig opzicht. In zo’n land en zo’n wereld is het goed om elkaar te hebben. Nebraska eindigt niet vals-optimistisch maar wel warm, menselijk. Mooi hoor.