Und Gott sah, dass es gut war

HaydnEn God zag dat het goed was. Dat zinnetje uit Genesis 1:12 werd er bij mij als hervormd jongetje voor het leven ingestampt. Ik gebruik het ook wel eens, en gisteravond kreeg ik het weer aangedragen,  auf Deutsch, in Het Muziektheater of zo overbodig als het tegenwoordig Nationale Opera & Ballet heet, dat met die rondingen aan de Amstel, dat roze tapijt, dat foeilelijke stadhuis erachter. Want daar klonk Die Schöpfung van Joseph Haydn. God, wat was dat mooi.

God zag dat het goed was, maar hij kon het ook horen. En wat zal hij blij geweest zijn met zijn Joseph Haydn die het scheppingsverhaal tot zo machtig mooie muziek wist te maken. Het is me ook nogal een onderwerp om je kroontjespen in te zetten. Doe even de schepping in een uur of twee. Haydn maakte het tot het hoogtepunt in zijn zo actieve componeerloopbaan.

Haydn ging niet met de minsten om. Hij was vriend en mentor van Mozart en gaf les aan Ludwig. Die Schöpfung ging in 1799 in Wenen in première en bijna 220 jaar later kreeg ik heel fijne gevoelens van zoveel compositorisch talent en meesterschap. God, wat was dat mooi.

Jammer dat om het artistiek wat op te pimpen er achter dirigent, orkest en koor een saaie, super slow motion film werd geprojecteerd van mannen in witte pakken, lege landschappen en copulerende honden. Het moest me waarschijnlijk doen denken aan een landschap na een nucleaire ramp. Een artistiek contrapunt van die prachtige schepping. Deze opleuking was een heel slecht idee en randde het prachtwerk van Haydn aan. Voortaan gewoon met je vingers afblijven. God zag toch dat het goed was? Nou dan.. 

Grijs gebied

AppleAangezien het voorlopig de laatste kans was om de – ook al omstreden – Gouden Koets te zien, ging ik gisteren maar eens even goed zitten voor de fantastische folklore die Prinsjesdag heet. Ik verwachtte en hoopte op een Troonrede met een opening over de stand van de staat en duiding dat het kabinet ook had begrepen dat er een internationale vluchtelingencrisis is. Helaas. De vluchtelingen zaten in de tweede helft. Net als het klimaat en duurzaamheid. Het was een grijs verhaal dat onze vorst mocht debiteren.

Een grijs verhaal van een grijs kabinet dat puffend en kreunend nog de tweede helft van het eigen bestaan moet spelen. Dat valt voor den drommel niet mee, zeker als je het nergens over eens bent. Over vluchtelingen, bijvoorbeeld. De oplossingen komen niet uit Den Haag, maar dienen zich overal in het land aan. Omdat het moet, en omdat het kan. Het laat zien hoe de Haagse macht zichzelf erodeert.

Helaas spelen we nu ook gelijk het spelletje ‘fout na de oorlog’. Op de Amsterdamse Stadsschouwburg – bakermat van goede smaak en dito opvattingen – hing plots een spandoek met de vraag wat overbuurman Apple nu eigenlijk voor de vluchteling doet. Het bleek te gaan om het ‘innemen van een maatschappelijke positie.’ Want Apple verdient veel geld en betaalt weinig belasting.’ Begrijpt u wel? De jaren ’70 zijn weer helemaal terug. Met grove penseelstreken schetsen hoe de wereld in elkaar steekt en wie deugt en wie niet.

Het was ook al onze nationale hobby over de Tweede Wereldoorlog. Wie was goed en wie was goed fout. Dat strekt zich nu uit tot Zwarte Piet, de schilderingen op de Gouden Koets en nu ook over de remake in de Jordaan van een muurschildering uit 1920 met werving van soldaten voor Nederlands-Indië. De Palmgracht pikt het niet. Die wordt nu geconfronteerd met ‘een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis.’

Ons verleden moet op de schop. Onze toekomst ziet er plots anders uit. Een grijs gebied. Ons hele leven is Apple en vanuit de Stadsschouwburg roepen we naar de overkant, naar de moeder aller apparaten, en tweeten schande en roepen feitelijk foei tegen onszelf. Veel beter kan de verwarring niet worden geduid.

Stoner staat op uit de dood

stonerWie verzint er zelf nog eens wat? Ik was bij een oud dood paard dat War Horse heet. In het najaar krijgt Nederland ‘eindelijk’ Billy Elliott, al een eeuw geleden verfilmd en al een eeuw op de Londense musicalplanken. Maar nu zag ik vanaf mijn fiets plots affiches voor Stoner, de vertoneling van het prachboek van John Williams.

Ik verbied niks – hoe zou ik kunnen – maar niet alles moet wat kan. Wat heeft regisseur Ursul de Geer (bekend van De Aanslag) nu toe te voegen aan een boek dat ‘diepe sporen in de ziel slaat’, waar geen woord te weinig of teveel in slaat en waar in 300 prachtpagina’s het weinig opzienbarende leven van een weinig opzienbarende man’ door je hersenkrochten trekt.

Maar ja, het boek was populair, dus de hoop op een lekkere theaterhit. In de marketing is het ook niet te moeilijk. Je hoeft weinig uit te leggen. Iedereen kent Stoner. Maar wie wil dat nu nog zien als je het boek al hebt gelezen?

Een paar Nederlandse acteurs – green grote cast nodig, niet te duur, reist ook makkelijk – die het leven van Willy Stoner naspelen met in de pauze kopje koffie, koekje erbij, en een veel te zoete witte wijn, het lijkt me ongezien een minder en misplaatst aftreksel van een boek dat niet alleen top maar ook helemaal af was en waar ik lekker af zou blijven, behalve om het te herlezen.