Eet een appel

turksfruit-foto

Het is Boekenweek. De week van de verboden vruchten. Dat brengt de geest toch onherroepelijk terug naar Jan Wolkers’ Turks Fruit en de verfilming met het legendarische tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont. Dat waren nog eens tijden.

Vanochtend leek de intercity naar Amsterdam voortgestuwd te worden door het leutergeratel van twee collega’s die naast het leven, hun collega’s, de moskee en blote billen ook de gezondheid en de dorstlessendheid van de sinaasappel ter sprake brachten.

Het kan geen toeval zijn dat ik in Het Parool net beland was bij een artikel over hoe onze voorouders slim waren geworden van fruit eten. De hersens van fruiteters zijn aanzienlijk groter dan die van bladknagers en diereneters. Dit onderzoek van Amerikaanse biologen is niet omstreden, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Het verhaal over het slimme fruit haalt de eerdere theorie onderuit dat de omgang met soortgenoten het brein juist zou hebben opgeschaald. Ook die theorie is maar een mening, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Misschien hadden Adam en Eva al een vermoeden over de positieve invloed van fruit op de hersenen toen zij het gebod van hun schepper in de paradijselijke wind sloegen en aan een appel begonnen. Dat bracht de mensheid grote ellende en een voor altijd verstoorde relatie met het opperwezen.

Van recentere datum is de campagne uit mijn jeugd ‘snoep verstandig, eet een appel.’ Die reclamemakers hadden wel door hoe het zat. Maar of het ook effectief was? Ik zie die arme ouders al op die pubers afkomen met een appel en de toevoeging “daar word je slim van, joh.” Ratio en het puberbrein, het is een taai gevecht.

The One I Love

remDeze dinsdag was een dag van de herinnering. Zo was het een kwart eeuw geleden dat R.E.M. het album Out Of Time uitbracht met het inmiddels legendarische Losing My Religion, een nummer waar ik na 25 jaar in de juiste setting nog steeds vochtige ogen van kan krijgen.

Het lijkt zo lang her, die zomer van 1991 op Griekse eilanden en overal uit speakers dat hypnotiserende en energieke Losing My Religion van vier jongens uit Athens, Georgia. Het leven strekte zich oneindig uit. Mooiere nummers waren er niet gemaakt en zouden niet meer worden opgenomen, zo leek het. Michael Stipe en zijn makkers maakten de ultieme song; catchy, tikje mysterieus, heerlijk om mee te brallen en te lallen, en met een heerlijk getokkelde mandoline. Out Of Time, really.

En nog effe lekker opscheppen: ik had R.E.M. nog in Paradiso gezien voordat het grote succes neersloeg. Het moet 1 oktober 1985 zijn geweest. Stevige gitaarrock, vleugje Byrds, een band op zoek naar een echt eigen geluid. Het succes lag klaar. Om de hoek. The One I Love. En Out Of Time bezorgde hen de megastatus. Wat een schoonheid. Maanden kippenvel.

Veel verder terug in de Amerikaanse geschiedenis ligt de moord op John F. Kennedy in Dallas, Texas, 22 november 1963, exact 53 jaar her. De moord is nooit opgelost. Lee Harvey Oswald had er niets mee te maken. Het Amerikaanse Congres kwam al in 1979 tot de conclusie dat er een complot was, maar de schutters zijn nooit gevonden, zo er al is gezocht.

208 seconden

sully

De vertegenwoordiger van de pilotenvakbond probeert captain Sullenberger uit te leggen wat er in New York aan de hand is na zijn gedwongen landing in de Hudson. “Deze stad kon wel wat goed nieuws gebruiken. Zeker met een vliegtuig.” Captain Chesley ‘Sully’ Sullenberger is een held als hij zijn Airbus met twee door een vlucht wilde ganzen uitgevallen motoren in de Hudson parkeert en all 155 souls on board de ramp overleven.

De vlucht van US Airways 1549 duurde exact 3 minuten en 28 seconden van start op La Guardia tot de controlled landing in de Hudson. Dat is wat kort voor een speelfilm. Veteraan Clint Eastwoord focust naast de crash dan ook vooral op wat er daarna met Sullenberger en first officer Jeff Skiles gebeurt. De helden van de Hudson wordt achter de schermen het vuur na aan de schenen gelegd en Sullenberger ziet in het crisisjaar 2009 zijn toekomst het raam uitvliegen.

Regisseur Eastwood neemt het op voor de piloten die het uiteindelijk natuurlijk veel beter snappen dan de bureaucraten van de National Transportation Safety Board, de NTSB. Sullenberger en Skiles nemen de human factor mee in hun betoog en hun berekeningen en maken duidelijk dat ze geen andere keuze hadden dan de Hudson. Na de zware verhoren en dreigend ontslag en afname van pensioen zijn de twee uiteindelijk nog grotere helden dan ze al waren. 

Tom Hanks is weer fijn in zijn rol van Mr. America, de bijzondere maar toch vooral ook zo gewone en bescheiden man met zijn gevoelens en kwetsbaarheden, de professional die als laatste het zinkende toestel verlaat, zich ontfermt over zijn crew en laat zien dat professionalisme, toewijding en gezonde geest van iedereen in 3 minuten en 28 seconden zomaar een held kunnen maken. “I did my job”, zegt Sully Sullenberger een aantal keren. En juist dat maakt deze bescheiden man bij leven al een legendarische Amerikaan.

102 minuten

102Net iets langer dan een voetbalwedstrijd. 102 Minuten. Dat is de tijd die er zat tussen het eerste vliegtuig dat het World Trade Center in New York werd ingejaagd en het instorten van de tweede toren. Niemand zal deze 9/11 vergeten. De V.S. under attack. Net als Pearl Harbor 60 jaar eerder.

9/11 was het einde van het Amerikaanse gevoel van semi-veiligheid tussen twee oceanen en het begin van de War on Terror waar we nu 15 jaar later nog middenin zitten met alle gruwelijkheden in Irak en Syrië. De wereld is not a safer place geworden, integendeel.

Er is gisteren en in de aanloop naar 9/11 veel geschreven en uitgezonden over toen en hoe New York zich er bovenop vocht en vooral weer heel erg New York werd en bleef. Jay McInerney komt er woensdag over vertellen bij het John Adams Institute en over het derde deel van zijn trilogie over New York van eind jaren ’80 tot rond 2008. Vorige week las ik zijn The Good Life dat gaat over hoe levens en een life style werden geraakt en veranderden door de aanslagen.

Volgens velen in de V.S. is 9/11 net zulke nep als de maanlandingen en zijn de aanslagen in New York en Washington een inside job met vooral Dick Cheney als één van de geestelijk vaders. De aanslagen zouden het excuus zijn om de Amerikaanse samenleving te knevelen, vrijheden te beperken en vooral in het Midden-Oosten vrijelijk aan de slag te kunnen. Het is een verhaal dat Donald Trump zomaar uit zijn mouw zou kunnen schudden…

Big McC

McCDe bruto recette deze ochtend in Pathé City was een schamele € 66,50 en dat is voor een film als Free State of Jones en een geweldige acteur als Matthew McConaughey natuurlijk een schande. Met z’n zevenen zagen we een lange, niet altijd geweldige film maar werden vooral naar het doek gezogen door McConaughey die echt electrified is. Alle lof voor films als Mud en Interstallar en de Oscar voor Dallas Buyers Club komt natuurlijk ook niet uit de lucht vallen. Recent zag ik de bejubelde serie True Detective waar hij schittert samen met Woody Harrelson.

De geboren Texaan McConaughey kan even overtuigend boef en held spelen en alles daar tussenin. Zijn uitstraling heeft iets dubbels, donker en duivels en potentieel gevaarlijks, zijn Engels is gekookt in bijzondere accenten, zijn ogen vertellen geen verhaaltje maar een heel bewogen leven met donkere en duistere randen. Diepgang, dus. Ik denk dat zelfs Halina Reijn in een starende zeekoe zou veranderen als zij ook in oog met McConaughey zou komen te staan, maar dat is natuurlijk ironisch bedoeld.

De film Free State of Jones overtuigt minder dan hoofdrolspeler McConaughey, maar is wel van eminent belang vanwege de geschiedenis en het racisme dat ook vandaag de dag nog voortleeft in de Verenigde Staten. En de geschiedenis herhaalt zich. Honderd jaar na de Amerikaanse Burgeroorlog moesten de gewone jongens naar Vietnam om te vechten terwijl de meer fortunate sons zich via papa en de goede contacten konden onttrekken aan de strijd en de dood op het slagveld.

Anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij worstelt de V.S. nog steeds met het verleden en het heden. Ik kreeg recent vochtige ogen toen ik een zwarte vader hoorde uitleggen hoe hij zijn zoons geleerd had zich te gedragen bij politiecontroles. Het kan het verschil betekenen tussen leven en dood. En ondanks de wijze lessen van de vader gaat het toch nog veel te vaak mis. Nu zijn het niet meer de nikkerhonden uit de Free State of Jones, maar politiepistolen en racistisch geweld. De droom van Martin Luther King is voor velen nog een nachtmerrie.

Walking On The Moon

CernanNeil Armstrong was op 21 juli 1969 de eerste mens die voet zette op de maan. Na hem kwamen er nog elf. De laatste was Eugene A. Cernan, een voormalig straaljagerpiloot uit Chicago. Met de terugkeer naar de aarde van Cernan en zijn Apollo 17 kwam er na nog geen 3,5 jaar een einde aan het ambitieuze Apollo-programma dat de (Amerikaanse) mens voor het eerst – en vooralsnog voor het laatst – op een andere planeet bracht.

Bijna de helft van de maanwandelaars is inmiddels dood. Cernan leeft nog en is mooi geportretteerd in de documentaire ‘The Last Man On The Moon’ die ik laatst zag. Cernan is nog steeds op zoek naar wat de maanreizen nu precies hadden betekend en naar de diepere betekenis van de zoektochten van de mens. Maar waar hij het meest naar op zoek was geweest, was zijn gezin, zijn home. Dat had hij vrijwel zijn hele jongere leven verwaarloosd omdat je anders nooit een astronaut zou worden. Het kostte hem zijn huwelijk, maar met zijn nu ook al bijna bejaarde dochter heeft toch weer of nog steeds een mooie band. 

Het gaan naar de maan heeft de astronauten niet onbewogen gelaten. De een werd gelovig, de ander verloor alle zin om nog iets te ondernemen omdat het hoogtepunt van zijn leven al geweest was. Wat kwam er nog na de maan? Als ik goed graaf in de opslagkamers van mijn geheugen dan zie ik op het zwart-wit scherm in mijn ouderlijk huis in Brielle Armstrong van het laddertje van de maanlander van de Apollo 11 afkomen en zijn grote maanschoenen in het stof planten en zich legendarisch verspreken, iets wat hij overigens tot zijn dood in 2012 niet heeft willen toegeven.

‘Walking On The Moon’. The Police had er ook nog een grote hit mee. Maar what’s next? Mars?

Worstjes en wetten

Obama1Je wilt niet weten hoe worstjes en wetten worden gemaakt. Lang werd die uitspraak – maar dan in het Duits natuurlijk – toegedacht aan Otto von Bismarck, de ijzeren kanselier uit de laat 19e eeuw. Bismarck had vele fraaie zinnen bedacht, maar die van die worstjes en wetten was niet van hem, maar van een Amerikaans dichter, John Godfrey Saxe, en is uit 1869. De oorspronkelijke tekst luidt: Laws, like sausages, cease to inspire respect in proportion as we know how they are made.

Daar zat geen woord Frans bij, laat staan Duits. En de boodschap is helder. Politiek is maar een vies zaakje. Hoe dat in de V.S. zo gaat met die worstjes en wetten is deze dagen te zien in de door de vpro uitgezonden vierdelige serie Inside Obama’s White House. We kijken in de keuken van het Witte Huis en bij de Republikeinse tegenstanders van de president die alles doen en laten om een wet te torpederen. Het is koehandel. Chantage. Dreigen. Dirty deals. Het is erger dan een worstenfabriek, het is een bloedbad.

Wat zullen we Obama missen als hij straks weg is. Wat een voorbeeld, icoon en monument van beschaving vergeleken met de straatvechters die nu aanspraak menen te mogen maken op the Oval Office. Wat was het mooi alle change en hope, al kwamen er uiteindelijk toch maar weinig wetten en lekkere worstjes uit. Waar ik toen helemaal fired up was, bezie ik nu het Amerikaanse slagveld met angst en beven. Ik ben voor Hillary Clinton omdat ze hopelijk van Trump wint. Dat is een defensieve of misschien wel negatieve keuze. Meer kan ik er niet van maken. Maar smullen wordt het de komende maanden. Een bloedbad. En daarna maakt Hillary of Donald weer worstjes en wetten.

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.

Ashwaubenon, Wisconsin

CruzTed Cruz heeft de handdoek gegooid. De senator uit Texas krijgt geen voet aan de grond tegen Donald Trump die nu afstormt op de Republikeinse nominatie. God bless the United States of America. Maar Trump de grootste engerd in dit verkiezingscircus? Dan onderschat je Ted Cruz. Trump noemde hem consequent Lyin’ Ted Cruz. En hij kan het weten. It takes one to know one.

‘Wat is er mis met Ted Cruz?’ is de prikkelende titel van een aardig stukje van Michael Persson in de Volkskrant. Hij zoekt het antwoord op de vraag waarom vrijwel iedereen Cruz zo haat. Hij ziet er uit als een autoverkoper zonder modebesef of een vasthoudende bijbelslijter. Een waterige glimlach, een zalvende blik, vochtige handjes, maar vooral een volledig geloof in God en Grondwet. Nooit concessies. Altijd gelijk. Een enorme engerd. Maar voor de hard core Republikeinen juist een redder, een verlosser, een man die geen duimbreed geeft in woelige tijden.

Persson schetst een recent bezoek van Cruz aan Ashwaubenon, een onooglijk stadje in Wisconsin. In de lokale bioscoop laaft Cruz zich aan de film God’s Not Dead 2 en komt gelaafd en versterkt in het eigen geloof naar buiten. Hij speelt daar een thuiswedstrijd. Het is het land van de gelovigen. Het land waar veel katholieke Nederlanders en kneuterboeren uit Brabant en Belgen hun heil zochten. Save us, roepen ze naar Ted. Staphorst heavy.

Maar de gelovigen zijn nu hun verlosser kwijt. Op Trump zullen ze niet stemmen. En dat is het probleem van de Republikeinen. De ongelikte narcist Trump lijkt niet in staat om genoeg kiezers te mobiliseren om de nu toch ook wat gebutste Hillary Clinton te verslaan. Een smerige campagne zal het in ieder geval worden. Fasten your seat belts. It’s gonna be a bumpy ride. 

Zwarte bladzijden

TrumboVeel Amerikanen hebben een hekel aan alles wat links is. Bernie Sanders valt op omdat hij zich socialist noemt, iets wat in Europa toch als tamelijk normaal wordt beschouwd, Erger dan socialisten zijn communisten. Scenarioschrijver Dalton Trumbo was een communist. Dat was geen probleem tot het een probleem werd in de Koude Oorlog toen de Russen van kameraden de grote vijand werden.

Eind jaren ’40 ontstond in de VS een heksenjacht op al dan niet vermeende communisten en hun ondermijnende activiteiten en complotten. Ook Hollywood moest eraan geloven. Veel mensen kwamen op zwarte lijsten en raakten hun baan, hun huis, hun gezin en zelfs hun leven kwijt omdat ze verdacht werden van sympathieën met de nieuwe vijand. Schrijvers als Trumbo moesten ondergronds en schreven onder andere namen.

De film Trumbo, met Bryan ‘Breaking Bad’ Cranston als Dalton Trumbo, geeft een boeiende schets van die zwarte bladzijden in de recente Amerikaanse geschiedenis. De film focust zich op hoe mensen als Trumbo bejegend en bekeken werden, het ideologische verhaal over de keuze voor het communisme komt echter nauwelijks aan bod en lijkt zo eerder intellectueel geflirt dan een diepbeleefde opstelling en keuze. Zo gaat de film een beetje teveel over film en hoe je het kunt blijven maken en minder over het hoe en waarom van de heksenjacht.

Trumbo kwam uiteindelijk boven en won – onder schuilnamen – twee Oscars en werd gerehabiliteerd door regisseur Otto Preminger en door Kirk Douglas’ Spartacus. In The End kwam het dus goed. Maar het land dat zich zo graag op de borst slaat over liberty for all liet in de jaren ’50 toch vooral zijn schaduwzijde en gevaarlijke trekken zien. Zwarte bladzijden.

Dat er nu geroepen wordt om een muur tussen de V.S. en Mexico en een inreisstop voor moslims vindt vruchtbare voedingsbodem in de Amerikaanse geschiedenis, hoe graag zij ons – en zichzelf – ook anders willen doen geloven.

Oh ja, en zes minuten John Goodman is je filmkaartje voor Trumbo al meer dan waard…