Zwarte bladzijden

TrumboVeel Amerikanen hebben een hekel aan alles wat links is. Bernie Sanders valt op omdat hij zich socialist noemt, iets wat in Europa toch als tamelijk normaal wordt beschouwd, Erger dan socialisten zijn communisten. Scenarioschrijver Dalton Trumbo was een communist. Dat was geen probleem tot het een probleem werd in de Koude Oorlog toen de Russen van kameraden de grote vijand werden.

Eind jaren ’40 ontstond in de VS een heksenjacht op al dan niet vermeende communisten en hun ondermijnende activiteiten en complotten. Ook Hollywood moest eraan geloven. Veel mensen kwamen op zwarte lijsten en raakten hun baan, hun huis, hun gezin en zelfs hun leven kwijt omdat ze verdacht werden van sympathieën met de nieuwe vijand. Schrijvers als Trumbo moesten ondergronds en schreven onder andere namen.

De film Trumbo, met Bryan ‘Breaking Bad’ Cranston als Dalton Trumbo, geeft een boeiende schets van die zwarte bladzijden in de recente Amerikaanse geschiedenis. De film focust zich op hoe mensen als Trumbo bejegend en bekeken werden, het ideologische verhaal over de keuze voor het communisme komt echter nauwelijks aan bod en lijkt zo eerder intellectueel geflirt dan een diepbeleefde opstelling en keuze. Zo gaat de film een beetje teveel over film en hoe je het kunt blijven maken en minder over het hoe en waarom van de heksenjacht.

Trumbo kwam uiteindelijk boven en won – onder schuilnamen – twee Oscars en werd gerehabiliteerd door regisseur Otto Preminger en door Kirk Douglas’ Spartacus. In The End kwam het dus goed. Maar het land dat zich zo graag op de borst slaat over liberty for all liet in de jaren ’50 toch vooral zijn schaduwzijde en gevaarlijke trekken zien. Zwarte bladzijden.

Dat er nu geroepen wordt om een muur tussen de V.S. en Mexico en een inreisstop voor moslims vindt vruchtbare voedingsbodem in de Amerikaanse geschiedenis, hoe graag zij ons – en zichzelf – ook anders willen doen geloven.

Oh ja, en zes minuten John Goodman is je filmkaartje voor Trumbo al meer dan waard…

Van God los

SpotlightHet was – veelzeggend – een klein berichtje in de marge van Het Parool, de constatering dat het geloof een steeds kleinere rol speelt in Nederland. Slechts (of toch nog?) 14% van de Nederlanders gelooft in God, ruim 80% komt niet of nooit meer in een kerk. En ook het geloof zelf holt uit. Nog maar 13% van de katholieken gelooft in de hemel, en minder dan de helft ziet Jezus nog als zoon van. Nederland is dus echt van God los.

1 op de 4 Nederlanders geeft aan atheïst te zijn, door velen verward en ten onrechte gelabeld als ongelovigen, iets waar in veel landen onprettige straffen op staan. Ik ben als klein kind gedoopt, maar geloof niet in God of ander opperwezen en kerken doe ik slechts aan op stedentrip of vakantiereis, gefascineerd door de imponerende Middeleeuwse bouwwoede om maar dicht bij God en de hemel te komen. Het is raar om je voor te stellen dat je gedachten nu toen goed waren voor de brandstapel.

En nu het toch over het geloof (of het gebrek daaraan) gaat: ik zag gisteren de Oscar-winnende film Spotlight. Die Oscar lijkt mij wat overdreven, maar de film is een krachtige, bijna ouderwetse journalistieke zoektocht van het Spotlightteam van The Boston Globe naar kindermisbruik in en om Boston begin deze eeuw en de machtige doofpotten van de katholieke kerk. Ook heel erg van God los en de veel te hoge prijs die heel veel kinderen levenslang moesten betalen voor het geperverteerde celibaat, de aanklevende uitwassen en het systematisch afdekken ervan. Amen.   

Terug uit de dood

Revenent‘I’m not afraid to die anymore, I’ve done it already.’ Het zijn woorden van een revenant, iemand die terugkeert na de dood of na een lange afwezigheid. Het is het verhaal van gids en jager Hugh Glass. Hij is zwaar gewond en bijna verscheurd door een grizzlymoeder en levend begraven. Met veel geluk, hulp en vooral een enorme wilskracht gaat Glass daarna op jacht naar zijn nemesis John Fitzgerald die ook zijn zoon vermoorde.

The Revenant is een film in de buitencategorie, lang, gewelddadig en een bijna fysieke belevenis waarin Leonardo DiCaprio (Glass) en Tom Hardy (Fitzgerald) de sterren van de donkere hemelen spelen in wat de woeste en genadeloze Rocky Mountains van 1822 moeten zijn, met een visuele overdondering en in hard grijsblauw en gifgroen gefilmd in Canada en Argentinië. Een lege, koude en onherbergzame wereld waar de mens nietiger dan nietig is en het geweld en het kwaad achter elke boom staan te loeren.

De wereld van 1822 die regisseur Iñárrita voor zijn lenzen tovert, stemt niet vrolijk. Indianen verdedigen hun jachtgronden en worden gejaagd. De jacht op pelsen en huiden trekt veel gewelddadig volk dat constant bezig is met overleven, hoe dan ook. Die wereld was leeg en vrijwel ongerept, maar wie daar naartoe terugverlangt, idealiseert een wereld vol gevaar en geweld.

Glass staat op uit zijn graf, maar kan ook niets beters van zijn leven maken dan wraak. In filmfantasie en koortsige dromen ziet Glass het leven zoals hij het even kende met zijn indiaanse vrouw en hun zoon. Het bracht hem en hen alleen maar dood, ellende en geweld. Het bloed zit overal. Maar met alle ellende en geweld is The Revenant een film van de buitencategorie waar je graag de loftrompet over steekt. Bij deze. En op naar de Oscars.

De schiettent van Clint Eastwood

AmericanSniperIk had lang getwijfeld om te gaan, maar toen ik vandaag American Sniper had gezien, wist ik dat ik meer had moeten vertrouwen op mijn gut feeling: de 34e film van regisseur Clint Eastwood deugt gewoon niet. Tenzij je een die hard Republikein bent die vindt dat zo ongeveer de hele wereld bestaat uit nare mensen die het slechtste voorhebben met God’s Own Country en die je dus at will kunt omleggen.

Een flink aangekomen Bradley Cooper speelt de Amerikaanse supersluipschutter Chris Kyle die meer dan 160 Irakezen doodschoot. Eastwoord presenteert het bijna als een game. Elke moord lijkt gerechtvaardigd, want slechts gezien met Amerikaanse ogen. Tegenstanders zijn nare moordenaars, psychopaten en haatbaarden. Alle reden om ze massaal om te leggen.

Het is een naar soort patriottisme van vlag, volk en vaderland en een morele superioriteit waar je een naar soort kippenvel van krijgt. Ik denk dat Dick Cheney de film al een flink aantal keren heeft gezien, Clint Eastwoord verfilmt namelijk precies wat de vice-president altijd vond en vindt, The Good, The Bad & The Ugly.

We zien heel veel bad guys sterven in de schiettent van Clint Eastwood. Chris Kyle was goed in zijn vak. Een echte American Sniper. Maar Kyle werd zelf ook vermoord. In de V.S. Door een ex-marinier. Maar dat brengt Eastwoord niet in beeld. Want de moord van een Amerikaan op een andere Amerikaan past niet in dat verhaal van vlag en vaderland en van kameraadschap.

The Day The Music Died

americanpie.2Bijna alle popsongs gaan over de liefde, of het verlies of de onbereikbaarheid ervan. She Loves You Yeah Yeah Yeah, of No Reply. Maar er zijn uitzonderingen. En hele mooie. Zoals het machtige en magische epos American Pie van de Amerikaanse bard Don McLean. American Pie is geen liedje van jongen-krijgt- meisje. Maar waar gaat het dan wel over?

Al ruim 40 jaar stelt American Pie ons voor raadselen. Het is een machtig lied, intrigerend en vol prachtproza, maar Don McLean heeft ons nooit deelgenoot willen maken waar zijn opus magnum over gaat. We weten alleen dat de regel ‘the day the music died’ gaat over de in februari 1959 bij een vliegtuigongeluk omgekomen zanger Buddy Holly.

Understandingamericanpie.com is een site die helemaal is gewijd aan het ontrafelen van het mysterie. Maar binnenkort hoeft dat niet meer. Don McLean gaat eindelijk zijn ‘officieuze Amerikaanse volkslied’ voor ons duiden. Die openbaring hangt samen met de veiling in april van het originele, handgeschreven manuscript van American Pie. Eindelijk weten we dan wat Don McLean bedoelde. Maar willen we dat eigenlijk wel?

Is het misschien niet oneindig veel mooier om de lyriek van McLean te laten voor wat hij is, en dat we erbij kunnen bedenken wat we willen, in plaats van precies te horen wat de bard bedoelde. Niet elk mysterie hoeft ontrafeld. Een belangrijk facet van de decennia durende triomftocht van American Pie is juist het mystieke, het zelf inkleurbare verhaal. En dat McLean nu op hogere leeftijd als pensioenvoorziening voor zijn gezin het geheim ontrafelt, is toch een beetje een let down: the day the song died.

De burger krijgt smaak

15cJe kunt je winkels van het agressieve geel en rood wel omtoveren naar groen, maar de junk food van McDonald’s is gewoon een belediging voor mens en dier. Wie ooit de documentaire Supersize Me zag, weet wat voor vreselijke gevolgen frequent nuttigen van burgers, frites en enorme suikerbekers frisdrank heeft.

Lang leek alle kritiek McDonald’s niet te deren. Klanten zat. Maar nu wordt het toch steeds minder vet om naar die grote M te gaan. De burger krijgt smaak. Steeds meer jongeren lopen McDonald’s voorbij en spenderen hun geld bij smaakvollere, groenere bedrijven die wel iets snappen van de nieuwe tijd, veranderde wensen, en de behoefte aan (h)eerlijk en eten.

En als je hamburgerkoning van de wereld wilt zijn, dan helpt het toch echt niet als je in een onderzoek van Consumer Reports Magazine als minst lekkere van twintig hamburgerketens werd beoordeeld. De uitspraak van de jury: niet te eten die rotzooi.

Wij zijn er ook wel eens voor gezwicht. De agressieve kindermarketing jaagt schuldbewuste ouders de parkeerplaats of de drive thru door om hun kinderen maar gelukkig – en te dik – te maken.

Nooit zullen we vergeten hoe we na een lange autorit naar Zuidelijk Frankrijk de kinderen wilden tracteren op een dienblad M. Net toen we naar binnen wilden stappen, kwam er een klein kind kotsend naar buiten. Daarna viel het voer eigenlijk nog wel mee.

We’re Rednecks

RandyNewmanRednecks is één van de bekendste songs van de Amerikaanse zanger, pianist en componist Randy Newman. Hij schreef het nummer voor zijn in 1974 verschenen album Good Old Boys. Het is een prachtig nummer over hoe er neergekeken wordt op de zuiderlingen in de V.S., verteld door een – niet zo slimme – zuiderling.

Wie Rednecks een keer heeft gehoord, zal voor altijd het fameuze zinnetje `We’re Rednecks, We’re Rednecks, we can’t tell our ass from a hole in the ground’ onthouden. Rednecks is nu veertig jaar oud, maar de Rednecks in de V.S. zijn uitermate alive. Zo stond er in Het Parool gisteren een stukje over zelfverklaarde rednecks die hun zware pick-uptrucks zwarte rookwolken laten produceren. Het zijn ‘walmende protesten’ tegen Obama en zijn milieumaffia.

Voor een echte redneck is een bestuurder van een Toyota Prius een liberal, een homo, een milieufreak, en in ieder geval geen echte man. Echte mannen laten hun benzineslurpers ronken en ruften. Echte mannen houden van het ronkende lawaai van hun monstertrucks en de geur van diesel, indachtig de ook al zo klassieke line uit de film Apocolypse Now, ‘I love the smell of napalm in the morning.’

De vrijheid om te gassen en te stinken en het milieu te verpesten, het hoort – net als het recht om een vuurwapen te dragen – bij de verworvenheden van de V.S. It’s a free country. Maar als je deze zomer door Alabama of Tennessee rijdt, zet de airco hoog en hou je ramen dicht. Deze knuckleheads vinden het heerlijk om de walmen bij je naar binnen te blazen. Rare jongens, die rednecks.

Oklahoma’s Got Talent

john-fullbright-72f64f5bdc2e8c0ca0379e5acae0a454c515a210-s6-c30Het was het weekend van The Rolling Stones. Jagger c.s. waren het hoogst denkbare hoogtepunt, of – zoals het ook wel klonk – de mannen van de rock and rollators. Op wat begon als een mooie Pinksterdag was Metallica de best denkbare soundtrack voor een hels onweer. En Het Parool jubelde over het concert van Paul Weller in Paradiso.

Mooi allemaal. Maar echt mooi was het optreden van John Fullbright vanavond in Paradiso, maar dan in de kleine zaal. Fullbright is een new kid in town, 26 jaar jong, uit Oklohama, en in zijn eentje viel hij Paradiso aan, gewapend met gitaar, piano en harmonica’, en zijn indrukwekkende stem en songs.

Een markante jongeman. Al genomineerd voor een Grammy. Hij heeft – op enige afstand – iets weg van een jonge Brian Wilson, of een gepimpte Glenn Campbell, of Jon Voight, en op de piano wil hij wel aan Randy Newman doen denken.

Een markante jongeman. Een groot talent. Een getalenteerde songsmith. Luistert naar zijn nieuwe cd Songs, een album vol met wat de titel al duidt: songs, liedjes dus, over verloren liefdes en ander verdriet, het is universeel en van alle tijden. John Fullbright. Nu kostte een kaartje € 13. Over tien jaar koop je voor hem een dagkaart Pinkpop.

Tunnelvisie

venetie.trafficjamAmsterdam wordt wel ‘het Venetië van het Noorden genoemd.’ Maar het is juist de vrees van veel Amsterdammers dat de stad net als Venetië wordt: een dode stad die onbetaalbaar is voor de eigen inwoners en 365 dagen per jaar gegeseld wordt door het massatoerisme dat de stad gebruikt en misbruikt en alleen maar verder de diepte in duwt.

Het is altijd spitsuur in Venetië, en in de zomer schijnt het niet te harden te zijn. Nu in april was het ook al duwen in de steegjes en massaal op het San Marco. De stad is niet gebouwd voor 20.000.000 toeristen, maar ze komen er wel elk jaar en putten de stad steeds verder uit.

Niets voor niets zijn er tal van plannen om de stad niet alleen tegen de zee maar ook tegen de oceaan van het massatoerisme te beschermen en te zorgen dat er veel meer geld binnenkomt om de stad te redden van zichzelf en een zekere verdrinkingsdood.

Dat toerisme wordt alleen maar erger, grover en massaler, en ik kan mijn handen niet in onschuld wassen. Wacht maar tot ook 1,4 miljard Chinezen op zoek gaan naar onze roots en Rembrandts. ‘Call some place Paradise, kiss it goodbye,’ zongen The Eagles ooit treffend in The Last Resort van hun megahitalbum Hotel California dat voor de band precies dezelfde ondergang betekende als die zij bezongen.

De wereldbevolking groeit en de wereld wordt maar kleiner. Leuk stuk vandaag in Het Parool over weer opgediepte plannen voor een tunnel van Londen naar New York. De techniek is ver, er kan veel, maar het prijskaartje van rond de tienduizend miljard euro zit de tunnelvisie nog wat in de weg.

Maar waarom zou je met een superzweefflitstrein naar de V.S. willen? ‘It’s a living hell,‘ volgens de Noord-Koreaanse leider Kim Jung-un over zijn aartsvijand, en hij kan het weten, ofschoon enige tunnelvisie hem ook niet vreemd zal zijn.

At Seventeen

pamHet is de nachtmerrie van iedere ouder dat je kind iets overkomt of spoorloos verdwijnt. Wie herkent niet dat ene moment van enorme paniek dat je kind opeens verdwenen is en dan drie minuten later vrolijk verstopt achter een boom zit. De vreselijkste gedachten flitsten door je hoofd.

Een veerboot vol kinderen zinkt, een vliegtuig verdwijnt, en het lot van twee Nederlandse meisjes in Panama wordt steeds duisterder. Maar zonder stoffelijk overschot is er toch altijd hoop, en in ieder geval nooit rust en geen kans om het verleden te laten rusten. En toen viel mijn oog gisteren op een klein stukje in Het Parool, keurig hoog in de marge van pagina 14.

Bijna 43 jaar na hun vermissing in mei 1971 zijn twee toen 17-jarige Amerikaanse meisjes teruggevonden, slachtoffer van een auto-ongeluk dat eindigde op de bodem van een creek in het lege land van South-Dakota.

Cheryl Miller en Pamella Jackson uit Vermillion bij Elk Point waren onderweg naar een schoolfeest. Op een gravel road ging het fout en hun Studebaker Lark stortte van de weg het water in. Niemand vond een spoor, tot een visser een tijd terug wielen van de auto boven de modderige waterlijn zag.

Cheryl en Pamella kunnen worden begraven terwijl niemand ooit nog had gedacht dat zij – sorry – nog boven water zouden komen. En de meisjes? At Seventeen – Janis Ian schreef er een ontroerend lied over – waren zij misschien wel op weg naar hun grote liefde, of zouden zij die daar ontmoeten. Who knows.

Pikant detail: hun klasgenoot David Lykken werd ooit verdacht van de verdwijning van en de moord op Cheryl en Pamella, maar werd vrijgesproken. Een lieverdje was Lykken zeker niet. Hij zit een 227(!)-jarige gevangenisstraf uit voor verkrachtingen en ontvoeringen.