Worstjes en wetten

Obama1Je wilt niet weten hoe worstjes en wetten worden gemaakt. Lang werd die uitspraak – maar dan in het Duits natuurlijk – toegedacht aan Otto von Bismarck, de ijzeren kanselier uit de laat 19e eeuw. Bismarck had vele fraaie zinnen bedacht, maar die van die worstjes en wetten was niet van hem, maar van een Amerikaans dichter, John Godfrey Saxe, en is uit 1869. De oorspronkelijke tekst luidt: Laws, like sausages, cease to inspire respect in proportion as we know how they are made.

Daar zat geen woord Frans bij, laat staan Duits. En de boodschap is helder. Politiek is maar een vies zaakje. Hoe dat in de V.S. zo gaat met die worstjes en wetten is deze dagen te zien in de door de vpro uitgezonden vierdelige serie Inside Obama’s White House. We kijken in de keuken van het Witte Huis en bij de Republikeinse tegenstanders van de president die alles doen en laten om een wet te torpederen. Het is koehandel. Chantage. Dreigen. Dirty deals. Het is erger dan een worstenfabriek, het is een bloedbad.

Wat zullen we Obama missen als hij straks weg is. Wat een voorbeeld, icoon en monument van beschaving vergeleken met de straatvechters die nu aanspraak menen te mogen maken op the Oval Office. Wat was het mooi alle change en hope, al kwamen er uiteindelijk toch maar weinig wetten en lekkere worstjes uit. Waar ik toen helemaal fired up was, bezie ik nu het Amerikaanse slagveld met angst en beven. Ik ben voor Hillary Clinton omdat ze hopelijk van Trump wint. Dat is een defensieve of misschien wel negatieve keuze. Meer kan ik er niet van maken. Maar smullen wordt het de komende maanden. Een bloedbad. En daarna maakt Hillary of Donald weer worstjes en wetten.

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.

Ashwaubenon, Wisconsin

CruzTed Cruz heeft de handdoek gegooid. De senator uit Texas krijgt geen voet aan de grond tegen Donald Trump die nu afstormt op de Republikeinse nominatie. God bless the United States of America. Maar Trump de grootste engerd in dit verkiezingscircus? Dan onderschat je Ted Cruz. Trump noemde hem consequent Lyin’ Ted Cruz. En hij kan het weten. It takes one to know one.

‘Wat is er mis met Ted Cruz?’ is de prikkelende titel van een aardig stukje van Michael Persson in de Volkskrant. Hij zoekt het antwoord op de vraag waarom vrijwel iedereen Cruz zo haat. Hij ziet er uit als een autoverkoper zonder modebesef of een vasthoudende bijbelslijter. Een waterige glimlach, een zalvende blik, vochtige handjes, maar vooral een volledig geloof in God en Grondwet. Nooit concessies. Altijd gelijk. Een enorme engerd. Maar voor de hard core Republikeinen juist een redder, een verlosser, een man die geen duimbreed geeft in woelige tijden.

Persson schetst een recent bezoek van Cruz aan Ashwaubenon, een onooglijk stadje in Wisconsin. In de lokale bioscoop laaft Cruz zich aan de film God’s Not Dead 2 en komt gelaafd en versterkt in het eigen geloof naar buiten. Hij speelt daar een thuiswedstrijd. Het is het land van de gelovigen. Het land waar veel katholieke Nederlanders en kneuterboeren uit Brabant en Belgen hun heil zochten. Save us, roepen ze naar Ted. Staphorst heavy.

Maar de gelovigen zijn nu hun verlosser kwijt. Op Trump zullen ze niet stemmen. En dat is het probleem van de Republikeinen. De ongelikte narcist Trump lijkt niet in staat om genoeg kiezers te mobiliseren om de nu toch ook wat gebutste Hillary Clinton te verslaan. Een smerige campagne zal het in ieder geval worden. Fasten your seat belts. It’s gonna be a bumpy ride. 

Zwarte bladzijden

TrumboVeel Amerikanen hebben een hekel aan alles wat links is. Bernie Sanders valt op omdat hij zich socialist noemt, iets wat in Europa toch als tamelijk normaal wordt beschouwd, Erger dan socialisten zijn communisten. Scenarioschrijver Dalton Trumbo was een communist. Dat was geen probleem tot het een probleem werd in de Koude Oorlog toen de Russen van kameraden de grote vijand werden.

Eind jaren ’40 ontstond in de VS een heksenjacht op al dan niet vermeende communisten en hun ondermijnende activiteiten en complotten. Ook Hollywood moest eraan geloven. Veel mensen kwamen op zwarte lijsten en raakten hun baan, hun huis, hun gezin en zelfs hun leven kwijt omdat ze verdacht werden van sympathieën met de nieuwe vijand. Schrijvers als Trumbo moesten ondergronds en schreven onder andere namen.

De film Trumbo, met Bryan ‘Breaking Bad’ Cranston als Dalton Trumbo, geeft een boeiende schets van die zwarte bladzijden in de recente Amerikaanse geschiedenis. De film focust zich op hoe mensen als Trumbo bejegend en bekeken werden, het ideologische verhaal over de keuze voor het communisme komt echter nauwelijks aan bod en lijkt zo eerder intellectueel geflirt dan een diepbeleefde opstelling en keuze. Zo gaat de film een beetje teveel over film en hoe je het kunt blijven maken en minder over het hoe en waarom van de heksenjacht.

Trumbo kwam uiteindelijk boven en won – onder schuilnamen – twee Oscars en werd gerehabiliteerd door regisseur Otto Preminger en door Kirk Douglas’ Spartacus. In The End kwam het dus goed. Maar het land dat zich zo graag op de borst slaat over liberty for all liet in de jaren ’50 toch vooral zijn schaduwzijde en gevaarlijke trekken zien. Zwarte bladzijden.

Dat er nu geroepen wordt om een muur tussen de V.S. en Mexico en een inreisstop voor moslims vindt vruchtbare voedingsbodem in de Amerikaanse geschiedenis, hoe graag zij ons – en zichzelf – ook anders willen doen geloven.

Oh ja, en zes minuten John Goodman is je filmkaartje voor Trumbo al meer dan waard…

Van God los

SpotlightHet was – veelzeggend – een klein berichtje in de marge van Het Parool, de constatering dat het geloof een steeds kleinere rol speelt in Nederland. Slechts (of toch nog?) 14% van de Nederlanders gelooft in God, ruim 80% komt niet of nooit meer in een kerk. En ook het geloof zelf holt uit. Nog maar 13% van de katholieken gelooft in de hemel, en minder dan de helft ziet Jezus nog als zoon van. Nederland is dus echt van God los.

1 op de 4 Nederlanders geeft aan atheïst te zijn, door velen verward en ten onrechte gelabeld als ongelovigen, iets waar in veel landen onprettige straffen op staan. Ik ben als klein kind gedoopt, maar geloof niet in God of ander opperwezen en kerken doe ik slechts aan op stedentrip of vakantiereis, gefascineerd door de imponerende Middeleeuwse bouwwoede om maar dicht bij God en de hemel te komen. Het is raar om je voor te stellen dat je gedachten nu toen goed waren voor de brandstapel.

En nu het toch over het geloof (of het gebrek daaraan) gaat: ik zag gisteren de Oscar-winnende film Spotlight. Die Oscar lijkt mij wat overdreven, maar de film is een krachtige, bijna ouderwetse journalistieke zoektocht van het Spotlightteam van The Boston Globe naar kindermisbruik in en om Boston begin deze eeuw en de machtige doofpotten van de katholieke kerk. Ook heel erg van God los en de veel te hoge prijs die heel veel kinderen levenslang moesten betalen voor het geperverteerde celibaat, de aanklevende uitwassen en het systematisch afdekken ervan. Amen.   

Terug uit de dood

Revenent‘I’m not afraid to die anymore, I’ve done it already.’ Het zijn woorden van een revenant, iemand die terugkeert na de dood of na een lange afwezigheid. Het is het verhaal van gids en jager Hugh Glass. Hij is zwaar gewond en bijna verscheurd door een grizzlymoeder en levend begraven. Met veel geluk, hulp en vooral een enorme wilskracht gaat Glass daarna op jacht naar zijn nemesis John Fitzgerald die ook zijn zoon vermoorde.

The Revenant is een film in de buitencategorie, lang, gewelddadig en een bijna fysieke belevenis waarin Leonardo DiCaprio (Glass) en Tom Hardy (Fitzgerald) de sterren van de donkere hemelen spelen in wat de woeste en genadeloze Rocky Mountains van 1822 moeten zijn, met een visuele overdondering en in hard grijsblauw en gifgroen gefilmd in Canada en Argentinië. Een lege, koude en onherbergzame wereld waar de mens nietiger dan nietig is en het geweld en het kwaad achter elke boom staan te loeren.

De wereld van 1822 die regisseur Iñárrita voor zijn lenzen tovert, stemt niet vrolijk. Indianen verdedigen hun jachtgronden en worden gejaagd. De jacht op pelsen en huiden trekt veel gewelddadig volk dat constant bezig is met overleven, hoe dan ook. Die wereld was leeg en vrijwel ongerept, maar wie daar naartoe terugverlangt, idealiseert een wereld vol gevaar en geweld.

Glass staat op uit zijn graf, maar kan ook niets beters van zijn leven maken dan wraak. In filmfantasie en koortsige dromen ziet Glass het leven zoals hij het even kende met zijn indiaanse vrouw en hun zoon. Het bracht hem en hen alleen maar dood, ellende en geweld. Het bloed zit overal. Maar met alle ellende en geweld is The Revenant een film van de buitencategorie waar je graag de loftrompet over steekt. Bij deze. En op naar de Oscars.

De schiettent van Clint Eastwood

AmericanSniperIk had lang getwijfeld om te gaan, maar toen ik vandaag American Sniper had gezien, wist ik dat ik meer had moeten vertrouwen op mijn gut feeling: de 34e film van regisseur Clint Eastwood deugt gewoon niet. Tenzij je een die hard Republikein bent die vindt dat zo ongeveer de hele wereld bestaat uit nare mensen die het slechtste voorhebben met God’s Own Country en die je dus at will kunt omleggen.

Een flink aangekomen Bradley Cooper speelt de Amerikaanse supersluipschutter Chris Kyle die meer dan 160 Irakezen doodschoot. Eastwoord presenteert het bijna als een game. Elke moord lijkt gerechtvaardigd, want slechts gezien met Amerikaanse ogen. Tegenstanders zijn nare moordenaars, psychopaten en haatbaarden. Alle reden om ze massaal om te leggen.

Het is een naar soort patriottisme van vlag, volk en vaderland en een morele superioriteit waar je een naar soort kippenvel van krijgt. Ik denk dat Dick Cheney de film al een flink aantal keren heeft gezien, Clint Eastwoord verfilmt namelijk precies wat de vice-president altijd vond en vindt, The Good, The Bad & The Ugly.

We zien heel veel bad guys sterven in de schiettent van Clint Eastwood. Chris Kyle was goed in zijn vak. Een echte American Sniper. Maar Kyle werd zelf ook vermoord. In de V.S. Door een ex-marinier. Maar dat brengt Eastwoord niet in beeld. Want de moord van een Amerikaan op een andere Amerikaan past niet in dat verhaal van vlag en vaderland en van kameraadschap.

The Day The Music Died

americanpie.2Bijna alle popsongs gaan over de liefde, of het verlies of de onbereikbaarheid ervan. She Loves You Yeah Yeah Yeah, of No Reply. Maar er zijn uitzonderingen. En hele mooie. Zoals het machtige en magische epos American Pie van de Amerikaanse bard Don McLean. American Pie is geen liedje van jongen-krijgt- meisje. Maar waar gaat het dan wel over?

Al ruim 40 jaar stelt American Pie ons voor raadselen. Het is een machtig lied, intrigerend en vol prachtproza, maar Don McLean heeft ons nooit deelgenoot willen maken waar zijn opus magnum over gaat. We weten alleen dat de regel ‘the day the music died’ gaat over de in februari 1959 bij een vliegtuigongeluk omgekomen zanger Buddy Holly.

Understandingamericanpie.com is een site die helemaal is gewijd aan het ontrafelen van het mysterie. Maar binnenkort hoeft dat niet meer. Don McLean gaat eindelijk zijn ‘officieuze Amerikaanse volkslied’ voor ons duiden. Die openbaring hangt samen met de veiling in april van het originele, handgeschreven manuscript van American Pie. Eindelijk weten we dan wat Don McLean bedoelde. Maar willen we dat eigenlijk wel?

Is het misschien niet oneindig veel mooier om de lyriek van McLean te laten voor wat hij is, en dat we erbij kunnen bedenken wat we willen, in plaats van precies te horen wat de bard bedoelde. Niet elk mysterie hoeft ontrafeld. Een belangrijk facet van de decennia durende triomftocht van American Pie is juist het mystieke, het zelf inkleurbare verhaal. En dat McLean nu op hogere leeftijd als pensioenvoorziening voor zijn gezin het geheim ontrafelt, is toch een beetje een let down: the day the song died.

De burger krijgt smaak

15cJe kunt je winkels van het agressieve geel en rood wel omtoveren naar groen, maar de junk food van McDonald’s is gewoon een belediging voor mens en dier. Wie ooit de documentaire Supersize Me zag, weet wat voor vreselijke gevolgen frequent nuttigen van burgers, frites en enorme suikerbekers frisdrank heeft.

Lang leek alle kritiek McDonald’s niet te deren. Klanten zat. Maar nu wordt het toch steeds minder vet om naar die grote M te gaan. De burger krijgt smaak. Steeds meer jongeren lopen McDonald’s voorbij en spenderen hun geld bij smaakvollere, groenere bedrijven die wel iets snappen van de nieuwe tijd, veranderde wensen, en de behoefte aan (h)eerlijk en eten.

En als je hamburgerkoning van de wereld wilt zijn, dan helpt het toch echt niet als je in een onderzoek van Consumer Reports Magazine als minst lekkere van twintig hamburgerketens werd beoordeeld. De uitspraak van de jury: niet te eten die rotzooi.

Wij zijn er ook wel eens voor gezwicht. De agressieve kindermarketing jaagt schuldbewuste ouders de parkeerplaats of de drive thru door om hun kinderen maar gelukkig – en te dik – te maken.

Nooit zullen we vergeten hoe we na een lange autorit naar Zuidelijk Frankrijk de kinderen wilden tracteren op een dienblad M. Net toen we naar binnen wilden stappen, kwam er een klein kind kotsend naar buiten. Daarna viel het voer eigenlijk nog wel mee.

We’re Rednecks

RandyNewmanRednecks is één van de bekendste songs van de Amerikaanse zanger, pianist en componist Randy Newman. Hij schreef het nummer voor zijn in 1974 verschenen album Good Old Boys. Het is een prachtig nummer over hoe er neergekeken wordt op de zuiderlingen in de V.S., verteld door een – niet zo slimme – zuiderling.

Wie Rednecks een keer heeft gehoord, zal voor altijd het fameuze zinnetje `We’re Rednecks, We’re Rednecks, we can’t tell our ass from a hole in the ground’ onthouden. Rednecks is nu veertig jaar oud, maar de Rednecks in de V.S. zijn uitermate alive. Zo stond er in Het Parool gisteren een stukje over zelfverklaarde rednecks die hun zware pick-uptrucks zwarte rookwolken laten produceren. Het zijn ‘walmende protesten’ tegen Obama en zijn milieumaffia.

Voor een echte redneck is een bestuurder van een Toyota Prius een liberal, een homo, een milieufreak, en in ieder geval geen echte man. Echte mannen laten hun benzineslurpers ronken en ruften. Echte mannen houden van het ronkende lawaai van hun monstertrucks en de geur van diesel, indachtig de ook al zo klassieke line uit de film Apocolypse Now, ‘I love the smell of napalm in the morning.’

De vrijheid om te gassen en te stinken en het milieu te verpesten, het hoort – net als het recht om een vuurwapen te dragen – bij de verworvenheden van de V.S. It’s a free country. Maar als je deze zomer door Alabama of Tennessee rijdt, zet de airco hoog en hou je ramen dicht. Deze knuckleheads vinden het heerlijk om de walmen bij je naar binnen te blazen. Rare jongens, die rednecks.