Advocaat van de Duivels

Hij staat bekend als de kleine generaal, als een grote geldwolf, en toen hij bondscoach van de Belgen was, werd hij de Advocaat van de Duivels genoemd. Hij is ook altijd beschikbaar, ik ken geen coach die zoveel landen en clubs heeft getraind als Dirk Nicolaas Advocaat.

Dick Advocaat is een tikkie saai en voorspelbaar en dat hebben clubbestuurders graag. Geen rare experimenten, gewoon punten binnen halen, mooi voetbal kan altijd nog. Erik van Muiswinkel als Dick Advocaat is dan ook vele malen leuker dan Dick Advocaat zelf.

Na drie jaar is Advocaat terug in de Kuip waar het water Feyenoord tot de lippen staat. Dan is Dick waardevol. Hij krijgt een wankele ploeg wel weer op de benen en zorgt dat het lek boven komt.

Op de foto Dick Advocaat in 1981 in zijn Sparta-tijd, op weg naar omarming met coach Barry Hughes. Hughes was een flamboyante trainer, maar de veel rustiger Advocaat bereikte veel meer. Niet te ver, niet te breed, niet diep, niet te hard.

Zijn dieptepunt heeft Advocaat allang beleefd. Om onverklaarbare redenen wisselde hij op het EK 1994 tegen Tsjechië de excellerende Arjen Robben voor Paul Bosvelt. Oranje verloor. Jan Mulder wilde Advocaat ‘gestenigd’, assistent-bondscoach Willem van Hanegem zei Advocaat bij een volgende keer ‘neer te slaan.’

Leuk vak, coach.

De Kromme van Breskens

Hij is van 1944. Kind van de oorlog. En getekend door de oorlog. Hij wordt geboren op 20 februari en een goed half jaar later verliest hij zonder het te beseffen zijn vader, broer en zus bij een geallieerd bombardement op Breskens, op Zeeuws-Vlaanderen, aan de overkant van Vlissingen, aan de Westerschelde.

Lo van Hanegem was garnalenvisser. Zijn moeder Anna was geboren in Rochester, New York, maar kwam met haar geëmigreerde familie terug naar Zeeuws-Vlaanderen. Na het bombardement van 11 september 1944 stond zij er alleen voor. Met Willem en de andere kinderen die nog leefden, trok zij naar Utrecht om een nieuw bestaan op te bouwen.

Willem groeide op zonder vader en zonder voorbeeld. Over het verleden en over andere emoties sprak hij spaarzaam. Het was moeilijk. Zijn ogen werden snel vochtig. Een vat vol emoties. Het hart op de tong, maar ook die makkelijke traan. Eigenlijk was Willem een beetje de Hazes van het voetbal. Een zwaan, zo noemde Jan Wolkers hem. Maar hij was niet alleen sierlijk, maar ook hard en vierkant, een os.

Voor Rotterdammers was Willem de grootste voetballer. Voor Amsterdammers was slechts de tweede plaats bespreekbaar, achter de Verlosser. Maar 1 of 2: Van Hanegem was een unieke voetballer, met een uniek inzicht, een unieke linker, die unieke kromme, en een uniek taalgebruik. Hij had het altijd over ‘die gasten.’ Dat waren de anderen. Wat wij niet zijn, dat zijn die anderen, dat zijn ‘die gasten,’ ‘die gassies.’ Hoger Van Hanegems.

De Kromme van Breskens wordt deze week 75 jaar. Driekwart eeuw hoekig, dwars, komisch, emotioneel, een tikje rancuneus bij tijd en wijle, maar vooral toch die hele grote meneer in het veld, de regisseur van het eerste Nederlandse team dat de Europa Cup 1 won. 1970. Milaan. Chapeau.

14 Mei

14mei

Mijn moeder was een vrouw van weinig woorden. Zij bleef graag op de achtergrond, daar had ze het beste overzicht. Haar stem verhief zij nooit, terwijl daar aanleidingen genoeg voor waren. Zij luisterde meer dan ze sprak, en des te beter luisterde ik als ze vertelde over het bombardement op Rotterdam.

Mijn moeder was net 12 toen de Luftwaffe het Rotterdamse stadshart bombardeerde. Vanaf de Kleiweg in Hillegersberg zag ze met haar ouders en haar zusje de brandende stad, en die beelden van die 14e mei 1940 heeft zij altijd bij zich gedragen.

Mijn moeder heeft dat vorige kampioenschap van Feyenoord in 1999 nog meegemaakt. Voetbal interesseerde haar niet zoveel, ze vond het altijd fijn dat ik er zo’n plezier aan beleefde. In haar latere jaren als we zondags belden vroeg ze altijd of ik wist wat Ajax had gedaan. Het leek op sarren. Ze wist dat ik het niet wilde weten omdat ik Studio Sport wilde zien zonder voorkennis van de uitslagen. Toch gooide ze er dan zinnetjes als ‘nou, dat was niet best’ of ‘ga maar kijken, dat was wat’ uit.

Mijn moeder kon het niet laten, en één keer hapte ik echt en werd heel boos over wat ik een soort van gecalculeerd pesten vond. Ik vuurde een verbaal bombardement op haar af, zo’n moment dat altijd bij je blijft en waar je nu alsnog voor onder een steen wilt kruipen.

Mijn moeder is er niet meer en heeft dus geen weet gehad van de Renaissance van Feyenoord. En ook niet dat het kampioenschap van de ploeg van Zuid en van Gio de titel na 18 jaar drooglegging binnen sleepte op diezelfde 14 mei die zij maar niet kon vergeten. Na 77 jaar was de wederopstanding van Rotterdam voltooid. Het beeld van Zadkine heeft weer een hart. Het klopt rood en wit.  

Dat ventje Dickie

robben-wisselMattie en Wietse. Dat was me een fittie. En Macron en Marine, oh la la. Maar Dickie en Willem, dat is buitencategorie. Het zit zo.

Op 19 juni 2004 wisselt bondscoach Dickie Advocaat uitblinker Arjen Robben voor de stugge middenvelder Paul Bosvelt. De voorsprong van Nederland slaat om in een 3-2 nederlaag tegen de Tsjech. Heel Nederland hysterisch en op het bloed van Dickie uit. Jan Mulder vindt dat de bondscoach gestenigd moet worden, ik verzin het niet.

Assistent van Dickie was de Kromme, ofwel Willem van Hanegem, die als voetballer er al geen moeite mee had om tegenstanders net onder de knie af te zagen. Op een persconferentie twee dagen na de rampwissel geeft Willem antwoord op de vraag wat hij zou doen als Dickie nog een keer zo zou wisselen. ‘Dan sla ik hem neer’, riposteerde de zelfverklaarde volksheld. Sindsdien gaat het tussen Dickie en Willem niet echt crescendo.

Nu diezelfde Dickie voor de tigste keer bondscoach is geworden, ging Van Hanegem nog maar een keertje los. Hij vond Advocaat best ‘een aardig ventje’, maar tussen de regels door hoorde je steeds het woord landverrader sissen omdat Advocaat vorig jaar keurig zijn contract inleverde bij de KNVB om in Turkije de bankrekening nog wat te spekken. Diezelfde KNVB die hem nu driekwart later weer binnenhaalt om te redden wat er te redden valt richting het WK in 2018.

Deze blog zou niet compleet zijn en Hans van Breukelen groot onrecht doen als ik de technisch directeur van de KNVB niet even zou noemen, al was het maar bijna op het eind. Hij maakte van het inhuren van een uitzendcoach een soap van ongekende proporties en dat versterkte voor zijn critici (en dat zijn er nogal wat) het beeld dat de man van het polletje in de Kuip en die onnodige penalty tegen de Rus in de EK-finale in 1988 ongeschikt is als nationale voetbalbaas.

Oh ja, en voor hetzelfde geld (nou ja..) krijgen we ook Ruud Gullit er nog bij, en Dickie en Ruudje dat ging ook niet zo goed in 1994. Dat wordt nog wat. Maar laten wij god-op-de-blote-knieën danken dat de gifbeker die Henk ten Cate heet aan ons voorbij gaat. Wat had die man eigenlijk ooit gepresteerd om überhaupt in beeld te geraken voor bondscoach?

Hoe maakt u het?

blind-756x422

Het mooiste bondscoachadvies kwam van Martijn Koning bij ‘Pauw’: “Misschien moet Vincent Bijlo maar Danny Blind opvolgen.” Lachen.

De kansloze nederlaag van Oranje in Sofia zaterdagavond was de bekende druppel. Exit Blind. Hij bleek niet in staat een stel middelmatige spelers bij gelegenheid boven zichzelf te laten uitstijgen. En, heel eerlijk: het voetbal deed echt pijn aan je ogen. Wij doen het op zondagmiddag echt leuker.

Maar ik heb een zwak voor Danny Blind. Niet voor de bondscoach, maar voor de speler. Het zal zeker een jaar of 25 terug zijn dat wij hem hadden gestrikt voor een postercampagne waarin Gemeentewaterleidingen de Amsterdammers wilde laten proeven hoe lekker, fris en kalkarm dat water in Mokum wel niet was.

We hadden een afspraak in De Meer, het oude paleis van Ajax. Wij stonden in de kantine te wachten tot er een schuchtere krullenbol naar voren stapte, zich voorstelde, en zei: “Hoe maakt u het?” Danny Blind zei u tegen mij. Het leek wel dat McDonalds spotje waarin een jongetje met meneer wordt aangesproken. Ook zijn dag kon niet meer stuk.

Wat keurig, goed opgevoed in Oost-Souburg die Blind en ik kon hem niet zien of ik moest aan dat moment in De Meer denken. Hij zei u. Een heer in het voetbal. Wat een contrast met Louis van Gaal die we ook een keer voor iets vroegen. Zelf een uur te laat komen, en je dan uitschelden omdat jij geen klok kan kijken.

Ik wil best bondscoach worden. Als Ruud Gullit al denkt dat hij geschikt is, en zelfs Fred Grim het een avondje kon, dan is het volgens mij nu een open procedure. Ik kan. Ik ben beschikbaar. En het salaris lijkt mij geen struikelblok.

U wordt bedankt, Danny Blind.

De Sjaak

sjaakSjaak Swart. Paco. Mr. Ajax. De rechtsbuiten van het Gouden Ajax (rechts op de foto)  is nu 78, maar still going strong en nog elke week op het veld, druk aan het werk, en mopperend en kankerend als in zijn beste jaren. Het Parool heeft vandaag in de PS op de verjaardag van Ajax een portret van Swart die leeft alsof hij 25 is. ‘Kom maar op met die dag’ is zijn leuze elke ochtend. En humor natuurlijk. Bij zijn broodjeswinkel in de RAI hoort de heerlijke kreet ‘De ballen van Swart zijn een klasse apart’.

Maar De Sjaak deze week in Hans Spekman, scheidend voorzitter van de PvdA. Zijn hoofd kwam woensdagavond laat direct op het hakblok na de desastreuze verkiezingsnederlaag van de PvdA en gisteravond was het Spexit.  29 zetels verlies, nog 9 over, een politieke tsunami die niet zonder gevolgen kon blijven.

Lodewijk Asscher ontsprong de sociaaldemocratische bijltjesdag, en vandaag poogt de partij op de ledenraad wonden te likken en weer iets van perspectief te zien aan den verre einder. Dat zal niet meevallen als eigenlijk niemand meer van je houdt en het lijkt alsof je politiek overbodig bent geworden. Voorwaarts, maar waarheen? De grote rode burcht van weleer is een gammele schuur met piepende deuren en krakende vloeren. Kom maar op met die dag van onze wederopstanding, zullen velen stilletjes hopen. Die weg is lang. Te lang, wellicht.  

Een dunne lijn

hurstRecent las ik ‘The Outsider’, een boeiend boek over opkomst en ontwikkeling van de doelman in het voetbal. Toen het spel begon, was er nog geen keeper. Pas later werd een verdediger verder naar achteren geschoven en begon in de keepersevolutie het gebruik der handen en ontstond de uitzonderingspositie, ‘The Outsider’ dus.

Veel keepers leden en lijden onder de angst voor die ene fout, die beslissende blunder die roem doet verdampen en carrières breekt. In de geschiedenis van de doelman lopen dan ook enorm veel zenuwpezen rond. Tijdens de legendarische 3-6 overwinning van Hongarije op de ‘uitvinders’ van voetbal Engeland in 1953 liet de Hongaarse doelman Grosics zich bij een comfortabele voorsprong vervangen omdat hij bang was de voorsprong letterlijk en figuurlijk uit handen te geven.

Keepers van nu weten zich beter beschermd dan vroeger toen zij niet zelden onder de zoden werden geschoffeld of bloedend en met botbreuken afgevoerd. Keepers worden ook steeds meer geacht mee te voetballen, iets wat ze 150 jaar geleden als vanzelf dus deden. De keepersevolutie is dus gewoon een stap terug in de tijd.

En hoe ik hier nu op kom? Jeroen Zoet. Gisteren in de Kuip. Ik had met hem te doen. Hij moet een black out hebben gehad. Toen heel Feyenoord schreeuwde om een doelpunt – wat het toen nog niet was – trok de achter de doellijn terecht gekomen PSV-goalie de bal naar zich toe waardoor de nieuwe doellijntechnologie hem nekte en automatisch doelpunt aangaf. De keeper de schlemiel.

In 1966 was er nog geen doellijntechnologie en dat voedt nog steeds de discussie of de 3-2 van Engeland van Geoff Hurst tegen Duitsland in de WK-finale echt een doelpunt was of niet. Er is geen sluitend bewijsmateriaal en dus gaat de discussie door, ook hier en nu weer. Zoet was gisteren de schlemiel, de Duitsers voelden zich in 1966 bestolen. Wat hadden zij graag die doellijntechnologie gehad die Zoet gisteren graag had gemist. Het is voor keepers altijd een dunne lijn tussen eeuwige roem en de stille aftocht.

De schaar

Ajax Images Heritage collection, 1966-1974.Hij was een klassieke linkspoot, zijn schaar joeg verdedigers het bos in, zijn voorzetten waren parels, zoals in de eerste Europa Cupfinale die Ajax won, tegen Panathinaikos op Wembley. De schaar, de korte versnelling, de iets afdraaiende voorzet, en Dick van Dijk – hij is al heel lang dood – knikte 1-0 binnen.

Piet Keizer was een buitenspeler en een buitenbeentje, hij was anders dan anderen, zoals ze wel vaker zeggen over die rare linkspoten in het voetbal. Keizer speelde geniale wedstrijden en op andere dagen was hij in geen velden of wegen te bekennen. Grillig, heet dat. Ongrijpbaar. En dat was Piet zeker.

Dat lange lijf, dat grof gebeeldhouwde hoofd, de ellebogen altijd wat raar omhoog, rechte benen als staken, eerder een renpaard dan een rasvoetballer. Maar wat was Keizer goed, samen met Jopie, en met Sjaak op de andere vleugel, de gouden aanval van het Gouden Ajax, en ja, wat is dat al weer heel lang geleden.

Maar Piet had het ook wel een keer gehad met Cruijff, en wilde in zijn plaats aanvoerder zijn en dat werd hij, getuige de foto van Piet met Sandro Mazzola van Inter, de tweede Europa Cupfinale die Ajax won, in 1972. Cruijff had de pest in, zocht ruzie, kreeg die ook en vertrok in 1973 naar Barcelona.

En iets later vertrok Piet ook opeens. Van de ene dag op de andere. Geen zin meer. De pest erin. Ziek van het gezeik van trainers en andere betweters. Hij liet zich heel lang zelden of nooit meer zien in de buurt van gemaaid gras en bromde iedereen uit zijn buurt. Het was mooi geweest. Hij was er klaar mee. En nu is het klaar voor Piet. Het is leeg op links. De oude meester is niet meer, hoe toepasselijk was zijn achternaam. 

Goalsingel

Feijenoord. foto VINCENT MENTZEL 1970Als mijn ploeggenoot Andreas dit leest, dan betekent dit dat hij God zij geloofd het ongetwijfeld heftige biergelag na de zege van Feyenoord op PSV heeft overleefd. En dat is voorwaar geen geringe prestatie, zo vlak na de als historisch gevoelde zege op Manchester United en de aansluitende bestorming van de Rotterdamse horeca.

Ik ben om de hoek geboren, in Vlaardingen, woonde ook een aantal jaren in 010, maar  had niet echt wat met Feyenoord, op jonge leeftijd had ik mijn liefde al aan Ajax toegezegd. Mijn geheugen zegt mij dat ik Feyenoord ooit twee maal in het echt heb gezien. Ik herinner mij een spannende 2-3 bij Sparta-Feyenoord op het oude Kasteel en een UEFA Cupwedstrijd in najaar 1972 tegen OFK Belgrado, ontsierd door de heftige krachttermen van mijn broer richting het toen nog arbitrale trio.

Het is mooi dat Feyenoord – van 1908 – eindelijk weer echt serieus meedoet in de vaderlandse competitie, het zou ook tijd worden. Te lang was de grote club met de grote aanhang toch een beetje het lachertje, gegijzeld door schulden uit een inmiddels grijs verleden waar de naam Jorien van den Herik altijd aan verbonden blijft. Verkeerde mensen, verkeerde keuzes, verkeerd geld, verkeerde spelers, het heeft veel te lang geduurd. Nu graag hand in hand voorwaarts.

En vergeet niet met alle misère die was: het is een grote club daar op Zuid, de club van De Kuip, De Kromme, Erst Happel, het brilletje van Van Daele, suppoost Crooswijk, Ove Kindvall, Piet ‘hondenlul’ Romeijn, Coentje, Beertje, Puck, Wim Jansen en de ijsbal, de meeuw van Eddy Treytel, en de tovenaar van Tatabanya. Een rijk verleden, kortom. Benieuwd of dat een vervolg krijgt. Na zes wedstrijden al vijf punten ‘los’, wat een weelde. De Goalsingel wordt al opgepoetst. 

 

Losersvlucht

AjaxGod hebbe zijn ziel, maar ik hoopte vurig dat met het verscheiden van de Verlosser Ajax in rustiger vaarwater zou komen en dat de focus weer op topvoetbal werd gelegd in plaats van slachtpartijen in de media en bloedbaden in bestuurskamers. Maar Ajax en topvoetbal zijn begrippen die niet meer bij elkaar passen. Gisteravond in Rostov aan de Don werd een inferieur en aan alle kanten falend opgepimpt jeugdteam genadeloos afgedroogd. Dieper door het ijs kun je niet gaan.

In en rond de Arena wordt nog gedroomd van meedoen in Europa, maar de harde werkelijkheid is dat dit Ajax daarvoor al jaren is afgehaakt. Het is te licht, te jong, te onervaren en te middelmatig. De club lijkt meer geïnteresseerd in een gevulde kas dan een sterk en veerkrachtig team. Want je kunt Europese ambitie niet invullen met de aanschaf van twee Colombianen van 18, een uitgebluste Duitse ex-international (speciaal aanbevolen door Raffie van der Vaart) en een gehuurde centrumspits die eigenlijk geen centrumspits is. Daar schrikken ze niet van in Rostov, daar maken ze gehakt van.

De hand blijft op de knip bij Ajax, nieuwe trainer Bosz lijkt ook niet betrokken te worden in aan- en verkopen maar zijn hoofd zal wel als eerste op het hakblok worden gelegd. Nu verdwijnt ook nog Nederlands nummer 1 goalie en zijn vervanger is een nog niet helemaal uitgerevalideerde Krol die in Newcastle vooral heeft laten zien een aardige clubkeeper te zijn, nothing more.

Volgens mij wil de achterban zelf wel de benodigde 11 miljoen ophoesten om de voetbaltovenaar Hakim Ziyech naar de Arena te halen, en dat zou het begin kunnen zijn van iets mooiers dan het tranengenerende gehannes in Rostov gisteren. Rio bracht ons het nare begrip losersvlucht en daar moest ik direct aan denken toen in Rostov het laatste fluitsignaal klonk. De losersvlucht van Ajax terug naar Amsterdam. Met nu hopelijk het begin van bezinning en besef dat het zo nooit meer wat wordt.