Een ruime doodskist

Op het reisverlanglijstje blijft Japan maar stijgen. Daar helpt een sterk gedaalde yen ook bij. Net als een gezinsbrede voorliefde voor Japans eten. En enthousiaste verhalen van zij die ons voorgingen naar Nihon of Nippon, het land van de rijzende zon. Zo las ik dan ook met genoegen het artikel ‘Duur Tokio op zijn voordeligst’ van Peter de Waard in de Volkskrant dit weekend.

De Waard neemt ons mee door de mierenhoopmetropool, naar de karaokebar, de goedkope restaurantjes, hotels en hostels, en naar één van de capsulehotels in de wijk Shimbasi. Een capsulehotel is iets heel bijzonders. Het is alleen voor mannen. Volgens De Waard is het voor na-werk-drinkende-mannen die thuis niet meer halen en in hun ruime doodskist de nacht snurkend, hoetsend en rochelend pogen door te komen.

Een capsulehotel heeft heel veel weg van een mortuarium. Niet gek dus dat De Waard het heeft over ruime doodskisten waar je in kunt slapen. De hokken of lades zijn klein en op elkaar gepakt, maar het voordeel is dat je met je katerige hoofd iets later op kunt staan dan als je per spoor of metro uit de buitenwijken de stad weer in zou moeten.

De capsules deden mij denken aan de gekooide slaapplaatsen waar onze kleine dochters op de crèche hun middagslaapje moesten doen. Onze oudste dochter biechtte recent op dat ze het vreselijk vond zo achter die houten spijlen. Gelijk had en heeft ze. Slapen deed ze er ook niet of nauwelijks. Dus dat wordt geen capsulehotel als we ooit in Japan komen, nog los van dat vrouwen er niet welkom zijn.

De seksindustrie in Tokio is omvangrijker dan de Wallen hier en Bangkok samen, maar richt zich niet op toeristen, zo begrijp ik. Japanse vrouwen zijn er voor Japanse mannen. ‘Only Japanese.’ Dat wordt ‘m  dus ook niet als we naar Japan gaan. Maar voor willige buitenlanders zijn er in Tokio wel vrouwen van Chinese of Filippijnse afkomst.

Maar de spaarpot is al omgekeerd dit jaar en het wordt weer de V.S. Japan moet wachten. In de tussentijd zullen wij graag Japans blijven eten. Dat De Waard zijn verhaal eindigt met een stukje over Tsukiji, de grootste vismarkt ter wereld, maakt ons zeker niet minder hongerig om de komende jaren oostwaarts te gaan. Wil ik wel even stiekum in zo’n capsulehotel kijken, hoewel de slaaplijkenhuizen eigenlijk ook niet voor toeristen zijn bestemd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *