Arendtsoog

HannahA.poster

Dit weekend twee films gezien waar de critici maar niet echt warm voor konden lopen. Volgens de recensenten zijn A Late Quartet en Hannah Arendt echt van die drie-sterren-films, de categorie ‘interessant maar jammer.’

A Late Quartet – een mooie dubbele titel – is zeker interessant, een muziekfilm die gaat over liefde, ambities, verraad en continuo, een film die klein oogt maar vol met grote acteurs loopt, waarbij de parallel prachtig is tussen de pressure cooker van een bijna-ontploffend kwartet en de zwanenzang van Beetghoven in zijn opus 131.

Hannah Arendt gaat over Hannah Arendt, maar vooral over het proces tegen Adolf Eichmann in Jeruzalem in 1961 en haar visie daarop en op de essentie van het kwaad in The New Yorker. Deze film is helaas alleen in potentie interessant, de toch gelauwerde regisseuse Margarethe von Trotta komt niet veel verder dan een wat bordkartonnen observatie vol dialogen die veel vertellen maar veel te weinig duiden.

De film mist scherpte, in opzet, in regie, in dialogen, in actie, het lijkt eerder een wat ingetogen tv-film met uitleg in plaats van gevoel. Nergens wordt het verhaal ook jouw of mijn verhaal, het blijft op afstand, als iets wat ook Hannah Arendt maar overkomt.

Gemiste kans, heet dat dan in recensentenjargon, terwijl het Ahrendtsoog op de rol van Eichmann en de banaliteit van het kwaad baanbrekend was, en daarom zo fanatiek werd bestreden. En wat werd er trouwens veel gerookt in de film, het leek af en toe wel op Mad Men dat om de hoek van het huis van Ahrendt in New York speelt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *