Goodbye, Craven Cottage

Hoe ouder, hoe beter, dat geldt zeker voor keepers. Maar Maarten Stekelenburg lijkt de uitzondering te zijn die die keepersregel bevestigd. Na zijn heldenrol op het WK 2010 is het met zijn transfer van Ajax naar AS Roma eigenlijk alleen maar bergafwaarts gegaan. In Rome op de bank, en niet meer de eerste doelman van Oranje. Het gaat niet goed met Stekelenburg. En dat steekt.

Gisteren leek er een einde te komen aan het grote wak in de carrière van Stekelenburg. Op de laatste dag van de wintertransferperiode was er licht en lucht in Londen, en misschien ook wel in Liverpool. Het Fulham van Martin Jol, maar vooral het Fulham van Mohamed Al-Fayed, en anders het ooit grote en roemruchte Liverpool zouden de lange Haarlemmer wil willen huren of kopen.

Een privé-jet – er gaat best wat geld om in het moderne voetbal – bracht Stekelenburg van Rome naar Londen, maar on arrival liep alles al mis. AS Roma liet weten geen vervanger voor Stekelenburg meer te kunnen vinden, en verordonneerde de Nederlandse goalie terug naar de eeuwige stad. Geen Craven Cottage, geen Anfield Road, maar weer bankzitter in Stadio Olimpico.

Huilbuien. Het kan niet anders. De gesloten, wat stoicijns ogende Stekelenburg moet er gisteren behoorlijk doorheen hebben gezeten. Maar waar was het mis gegaan? Niet gisteren in Londen, denk ik, maar al veel eerder. Dik twee jaar geleden was Stekelenburg wereldtop, en werd hij telkens weer in verband gebracht met Manchester United. Maar hij maakte net als zijn voorganger Edwin van der Sar de fout door te kiezen voor Italië. Van der Sar ging jankend en op zijn knieën weg uit Turijn naar  Fulham, hetzelfde pad dat Stekelenburg nu leek te gaan.

Ongeduld, verleiding, opportuniteit, aflopende contracten, publieke druk, zaakwaarnemers, het spel is lastig, zeker als je alleen maar wilt keepen en een aanbieding krijgt die je natuurlijk niet kunt laten lopen. Maar met al het geld op je spaarbankboekje ben je toch maar een radertje in een veel grotere voetbalgeldmachine, en zit je dood te gaan op de bank, je toch nog goed herinnerend hoe goed je was, en vol onbegrip over een trainer die je niet opstelt en een club die je niet laat gaan.

Hoe ouder, hoe beter, en dat geldt gelukkig ook voor Maarten Stekelenburg. Deze zomer een goede stap zetten, en hij kan nog jaren mee met dat lange lijf, die enorme handen, en die stoicijnse blik. Engeland leek mij altijd ideaal voor een keeper, waar anders zou je onder de lat gaan staan als je de keuze had? Vorm bij Swansea, Krul bij Newcastle, en straks Stekelenburg bij Fulham, Liverpool of toch dan eindelijk Manchester United? Maarten Stekelenburg heeft weer een doel nodig. Dat beseft hij nu als geen ander.

Cokekunst

Er werd druk gespeculeerd. Waarom werden er zoveel dure doeken geroofd uit de Rotterdamse Kunsthal? Om thuis aan een wandje te hangen? Klinkt bijna romantisch, maar is kul. Om te verkopen? Kansloos. Om de verzekeringsmaatschappij een poot uit te draaien? Zou kunnen, is vaker gebeurd.

Maar wat ook vaker is gebeurd, zo stellen experts, is dat roofschilderijen als (deel)betaling dienen in – mislukte – cokedeals. En dat is wat een hoge buitenlandse politiefunctionarfis beweert dat het geval is met de Kunsthal. Er zou verband zijn tussen de vangst 8.000 kilo cocaïne in de haven van Antwerpen en de door Colombiaanse narcobazen geeiste betaling, in geld, of anders maar in mooie doekies.

Cokekunst, dus, bestemd voor de export, bedoeld als betaling voor bestelde coke. En dat die coke niet bij de besteller is aangekomen, is kennelijk het risico van de besteller, en niet van de afzender. De kleine lettertjes, zogezegd. De straatwaarde van de vangst is België wordt geschat op een half miljard, geen kattendrek, en dan moet je wel flink wat schilderijen meenemen.

Voor het lot van de zeven schilderijen van Freud, Gaugain, Matisse, Monet, Meyer de Haan en Picasso moet worden gevreesd, in de zin dat ze binnenkort veilig en wel weer in Rotterdam aan de muur prijken. Als het verhaal inderdaad klopt over de link tussen de Antwerpse cokevangst en deze kunstroof die de rekening-courant tussen Colombia en Nederland weer wat in balans moet brengen.

Op een reguliere veiling zouden de zeven doeken ergens iets tussen € 50 en 100 miljoen op hebben gebracht. Een fors bedrag. Maar het is niets vergeleken bij de selectie van het oliebaronnenspeeltje Manchester City. Die spelersroedel is rond de € 495 miljoen waard. Dus in plaats van de kunst wat beter te beschermen, zou ik me eerder zorgen maken over ontvoerbare voetballers. Die dure jongens van City werden overigens net afgedroogd en opgerold door de net meerderjarige jongens van Ajax. Dat dan weer wel.

Hoogteverschil

Edgar Davids. Ik denk dat ik hem ooit zag debuteren in Ajax 1, in de Meer, als linksbuiten, en dat was niet zo’n succes, want Davids was geen Roy, Davids was en werd en bleef een middenvelder, een aan- en afjager, de pitbull van de groene zoden.

Om Edgar Davids hing altijd iets van lastig en moeilijk, moeizame communicatie, kabellid, maar wat daardoor wat naar de achtergrond schoof was de fenomenale carrière die de Amsterdamse Surinamer op de mat wist te leggen, van Schellingwoude naar Ajax, en naar AC Milan, Juventus, Barcelona, Tottenham Hotspur en nogmaals Ajax en – in zijn nadagen – bij Crystal Palace.

En nu is Davids terug. Terug in Londen. In Barnet, op precies te zijn. Daar dook Davids enkele weken geleden tot verrassing en verbijstering van velen op bij de kleine club Barnet FC, een loser in de vierde Britse divisie, een club die nooit wat wint of won. Daar valt wat te doen en te winnen, moet Davids hebben gedacht.

In Het Parool van gisteren schreef Frenk der Nederlanden een prachtig portret (‘De Davidsrevolutie geeft Barnet eindelijk vleugels’) over Noord-Londen en Barnet en ‘Edje’ Davids. Hij ging kijken naar de Londense rafelranden, naar het stadion Underhill dat 5.568 toeschouwers kan herbergen en waar Davids – als deel van zijn opleiding – zijn diensten om niet aanbood aan een club die veel te winnen heeft bij de komst van de Dutch Legend.

En winst komt er. Barnet wint op Underhill met een gedreven Davids – 39 jaar, inmiddels – met 4-0 van Northampton Town. Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar volgens Der Nederlanden is er er op Underhill tussen doel en doel een hoogteverschil van 2 meter. Of het klopt of niet, het hoogteverschil voor Davids tussen wat hij was en waar hij nu is, kan niet groter zijn. Dat hem dat niet uit lijkt te maken, typeert de ware liefhebber, de gedrevene, de pitbull.