Het wonder van Bern

Bern

De quote van de voormalige Britse international en nu TV-presentator Gary Lineker is even bekend als briljant: ‘Football is a simple game. Twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win.‘ Maar – hoe briljant ook – dat is niet altijd zo geweest.

In 1954 werd Duitsland voor het eerst wereldkampioen, in een wedstrijd die Het wonder van Bern wordt genoemd en waarin die Mannschaft de superieur geachtte Hongaren klopten met 3-2 na met 0-2 te hebben achtergestaan. ‘Wir sind wieder da’ riep de overenthousiaste Duitse radiocommentator en gaf daarmee aan dat Duitsland na de nederlaag van 1945 weer meetelde. Het Wirtschaftswunder kon los.

En als toeval niet bestaat, dan is er wel zoiets als timing, want ik wilde al bloggen over het juweelboekje De zondag dat ik wereldkampioen werd van Friedrich Christian Delius toen ik net ook nog een jubelende recensie erover las van Arthur van den Boogaard in Het Parool.

Het boekje – € 9,90 slechts – is een pareltje, klein formaat, grootse daad, een autobiografische novelle over een elfjarige domineeszoon die op die wonderzondag in 1954 in hartje Hessen radiogetuige is van het voetbalwonder in Bern.

En zoals de overwinning van het team van Sepp Herberger ervoor zorgde dat de Duitsers weer meetelden, zo was de wedstrijd voor de voetbaltechnisch onetalenteerde en stotterende jongen de grote emancipatie uit het streng gereguleerde en gelovige gezin en dorp. Hij zou er later een prachtig boekje over schrijven…

 

Lekker belangrijk

En waar mijn blog dan wel over moest gaan,’ zo klonk het zondag van diverse kanten in de Buitenvelderste kleedkamer na de bloedeloze 2-2 tegen het Nieuw-Vennepse DIOS, een wedstrijd die – zeker voor de neutrale toeschouwer, als die er was geweest – het beste schriftelijk had kunnen worden afgedaan.

Vorige week was een makkie, een eitje, toen kon ik op de bluftoer met een vlak voor tijd gestopte penalty die de zege veilig stelde. Maar nu? Geen idee. Misschien wat softie-gewauwel over scherpte, niet goed aan de wedstrijd begonnen, inzet, en wat al niet. Maar wie wil dat lezen? En als je je niet één keer per week scherp kunt zijn bij je zelf gekozen hobby, hoe moet het dan verder op deze aardkloot?

Voetbal is geen spelletje. Voetbal is geen belangrijke bijzaak. Voetbal is lekker belangrijk. Zo belangrijk dat iedereen het erover heeft, iedereen er verstand van heeft, en steeds meer mensen er zinvol en aangenaam over schrijven. Niet over wat er precies in de 82e minuut in het strafschopgebied gebeurde, maar meer de grote lijnen, het genetisch materiaal van het edele voetbalspel.

Zo las ik net in Het Parool een recensie van Arthur van den Boogaard over A History of Football in 100 Objects van Gavin Mortimer, de voetbaltegenhanger van een identiek boek over de geschiedenis van de wereld in 100 dingen. Fijn boek, vond Van den Boogaard, met totaaloverzicht en oog voor details. En wie wil dat nu niet?

Voetbal is lekker belangrijk. En zondag komt Arsenal 9 op bezoek (zonder Arsène Wenger, overgens), en dan moeten ‘we’ er staan, willen we nog tweede worden dit seizoen en zo uitzicht houden op een plaats die recht geeft op Europees voetbal. Lekker belangrijk. Zo is dat. En met alle respect: zondag moet er gewoon worden gewonnen.