Bram en Fred

psp_saskia_holleman_naakt_poster_groot_425Het was een vreemde kop boven een slordig stukje, gisteren in Het Parool: ‘De vrouw van de poster is dood.’ Gelukkig maakte de poster in kwestie direct alles duidelijk. Het was de ‘ontwapenende’ verkiezingsposter van de PSP uit 1971, met de toen 25-jarige rechtenstudente Saskia Holleman als model tegen wil en dank.

De foto van Holleman in een Nootdorper weiland was bedoeld voor het blad Sekstant van de NVSH, de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming. Die had je toen (nog nodig). Zonder haar toestemming gebruikte de PSP de foto als verkiezingsposter, en dat leverde Holleman het toen forse bedrag van 1.250 gulden op. Afgelopen maandag overleed Holleman die een belangrijk deel van haar leven werkte als strafadvocaat.

Met de poster was dus gerommeld, en hij hielp ook niet in het verkiezingsresultaat: de PSP kukelde van 4 naar 2 zetels. Dat was nog voordat ik sympathie kreeg voor de partij van Bram (van der Lek) en Fred (van der Spek). Barack weet toch al alles van mij, dus ik kan hier best opbiechten dat ik in de latere jaren ’70 enkele blauwe maandagen PSP’er was, en dat was toen best feest. Zo kan ik mij een mooie partijbijeenkomst in Amsterdam herinneren waar onder anderen Herman Brood optrad. Zo was politiek best leuk en swingend.

De PSP is niet meer, de fusienazaat GroenLinks is er nauwelijks nog. Maar hoe de NVSH nog nodig is, bleek toen de PSP-poster een tijd geleden opdook op facebook en de Amerikaanse zedenmeesters dit niet konden waarderen en de afbeelding verwijderden. Ergens was ik dan ook niet verbaasd om te lezen dat facebook door de Prism-mannen alleen al in de tweede helft van 2012 rond de 10.000 keer om gegevens van facebookgebruikers is gevraagd.

Het kan niet anders. De terroristen zijn onder ons. Maar gelukkig hebben wij Ivo Opstelten (‘alles blijft binnen de randen van de wet..’) en hebben de Amerikanen Prism. Ik neem aan dat er niemand verbaasd is dat in de jaren ’70 de CPN en ook de PSP werd gevolgd door wat toen nog de BVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst, heette.

Toen ik als ontwapenend naïef kereltje een keer een opruiend boekje had besteld, viel het me op dat iemand mij had willen helpen door de envelop vast te openen. Andere tijden? Vergeet het maar. Benieuwd of de PSP-poster nu wel op facebook blijft staan…

All in the Family

Voor een republiek heeft de V.S. toch wel heel veel rare trekjes die het land eerder op een monarchie, een familiebedrijf, of een heel close old boys network doen lijken. En dat begon al heel vroeg. Bij de tweede president, John Adams. Ook zijn zoon Quincy zou president worden.

Heel beroemd zijn – beter: waren – natuurlijk de Kennedys. Toen de één  (JFK) in 1963 was vermoord, zou ander president kunnen worden in 1968. Maar ook Robert Kennedy werd vermoord. Nummer drie Edward Kennedy pleegde politieke zelfmoord door van een brug te rijden met de dood van een campagne-assistente tot gevolg. Dat hij pas heel veel later de politie waarschuwde, zou zijn gekomen door fors drankgebruik.

Toen was er de Bush-familie. Vader en zoon. Allebei president. En zoonlief werd in 2000 in de race tegen Al Gore geholpen door de andere lieve zoon Jeb, gouverneur van Florida. All in the Family. De rest is geschiedenis. Al Gore kan zich nog steeds introduceren met de prachtzin ‘I used to be president of the United States.’Tsja.

En dan is er natuurlijk Bill Clinton, de chef van Gore, en echtgenoot van Hillary die in 2008 president wilde worden en het met Bill opnam tegen Barack Obama die in 2004 door John Kerry (die toen verloor van Bush Jr.) naar voren werd geschoven op de Democratische conventie waar Kerry de officiële presidentskandidaat werd. Bent u er nog?

Obama won in 2008. Hillary Clinton verloor. Hun titanengevecht staat prachtig beschreven in Game Change. Er kon geen sprake van zijn dat Hillary vice-president onder Obama zou worden, want dan zou Bill Clinton ook weer in en rond het Witte Huis gaan dolen. No way. Maar Hillary werd minister van Buitenlandse zaken.

Maar dat stokje gaat nu door. Hillary is op en af en stuk en kapot en moet 100 jaar slapen. Na verwoede pogingen om Susan Rice benoemd te krijgen als haar opvolgster, wordt het John Kerry, dezelfde die we in 2004 al tegenkwamen en die toen Obama zo’n mooie duw voorwaarts gaf. Het verhaal gaat dus door.

Hillary Clinton zegt dat ze geen president wil worden in 2016. Maar dat zegt een Clinton niet. Of wordt het dan Chelsea? In een republikeins familiebedrijf met monarchistische trekjes kan (bijna) alles.

De kunst van het voorspellen

In de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen voorspelden de media steeds vaker en steeds luider een nek-aan-nek race tussen Mitt Romney en Barack Obama. De cijfers om dat te onderbouwen hadden ze niet, of ze hadden ze verkeerd gelezen en geïnterpreteerd. Veel waarschijnlijker is dat het ze niet kon schelen. Ze wilden een close race, en dus bedachten ze die zelf.

Obama won op 6 november met groot gemak. En dat kwam voor Nate Silver al helemaal niet als een verrassing. Sterker nog: de datablogger voor The New York Times had de winnaar in alle 50 staten goed voorspeld. Niet omdat hij een glazen bol of een magisch oog heeft, maar omdat hij de kunst van het voorspellen op basis van relevante cijfers, input, data en historie bijeen weet te brengen en te analyseren.

Silver schreef er een boek over, The Signal and the Noise, het signaal en de ruis, en zijn kunst is tussen de alsmaar uitdijende ruis de goede signalen op te pikken en daar mee aan de slag te gaan. Geen zwarte magie, geen handlezerij, maar data. En die data gaven al heel vroeg aan dat Obama niet kon verliezen, hoe spannend iedereen het ook wilde maken of laten lijken.

De mens heeft de neiging om snel patronen uit informatie te halen, maar als het teveel wordt, dan gaan we er juist heel selectief mee om en doen aan cherry picking. We halen er uit wat we leuk en lekker vinden, en negeren de rest. Het resultaat is dan dat je er dus naast zit. En niet zo’n beetje ook.

Ruis overheerst, zo stelt Silver, en dat komt ook omdat elke dag al die TV-kanalen maar moeten blurren, en alle krantenkolommen gevuld moeten worden, het dondert vaak niet met wat. Juist dan worden de grootste glijers gemaakt. Dan is het opeens interessant om een onderzoek op tafel te gooien dat juist iets heel anders laat zien dan de mainstream. Of dat onderzoek deugt, doet niet ter zake of is van later zorg, als we maar iets hebben om de headlines mee te halen.

Obama kon niet verliezen. Natuurlijk was hij slecht in het eerste TV-debat, maar daardoor stond niet het hele land op z’n kop. Integendeel. Daarom ook kon Greg Pinello van gmmb, de senior online campagnestrateeg van Obama, tegen ons de dag voor de verkiezingen in Washington zonder blikken of blozen zeggen: “we’re gonna win, we got the numbers.” Het was geen bluf, het was geen gok, het was kennis. En die kennis bracht macht. Four more years.

De Amerikaanse nachtmerrie

De Verenigde Staten van Amerika. Een prachtig land. Maar al noem je het God’s own country, het deugt niet. En wel hierom. Het land kent een ongelijkheidsniveau dat vergelijkbaar is met dat van Oeganda en de Filipijnen. De inkomensongelijkheid groeit gigantisch, lageropgeleiden verdienen een kwart minder dan een kwart eeuw geleden, het aandeel van de rijkste 1% van de Amerikanen in het Amerikaanse vermogen steeg tot 33%. Dat is geen kloof, dat is een ravijn, een Grand Canyon van ongelijkheid.

Rens van Tilburg recenseerde zaterdag in de Volkskrant Boeken ‘The Price of Inequality’ van de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Joseph E. Stiglitz. In zijn boek breekt Stiglitz met het nog steeds gangbare en overal voor waar gesleten verhaal dat inkomensongelijkheid nu eenmaal de te betalen prijs is voor de zegenrijke kapitalistische dynamiek, de school van Romney, zeg maar.

De kans om je op te werken is in de V.S. veel kleiner dan in menig Europees land. Het is niet langer het land van de onbegrensde mogelijkheden, maar een keiharde klassenmaatschappij waarin een rijke elite rijker wordt en enorm veel macht heeft. De Amerikaanse droom is een nare droom, een nachtmerrie. En daarom dramt de elite er zo op dat het helaas je eigen schuld is als je het niet maakt.

Zo is de Verenigde Staten van Home of the Brave het land geworden van rijk en arm, van een verpauperde, slecht betaalde en onverzekerde onderklasse, van bijna 10 miljoen gezinnen die hun huis kwijt raakten en nog velen meer al hun spaargeld met weinig kans om ooit nog uit schulden en ellende te komen.

En waar wij op veilige afstand Barack Obama zien als de wederkomst van Christus, voelen veel Amerikanen zich door hem verraden. De beloofde ´change´ was een woord, geen daad. ´Nooit in de geschiedenis van deze planeet hebben zo velen zo veel gegeven aan zo weinigen die zo rijk waren zonder daar iets voor terug te vragen,´ aldus Stieglitz over het overeind houden van banken zonder enige concessie of eis tot regulering.

Door de grote naoorlogse welvaartsgroei dacht iedereen dat de V.S. echt the land of plenty was waar iedereen die maar wilde aanpakken de droom kon leven en succes op zijn pad zou vinden. Die zeepbel is gebarsten. De Verenigde Staten zijn een land dat gebouwd is door pioniers, landveroveraars, revolverhelden, en grootgraaiers. Die all out kapitalisten pompten weliswaar fortuinen in de Carnegie Hall, Frick Collection, Getty Museum en ander moois, het waren hun bescheiden aflaten voor het leegroven van het land en het arm houden van zovelen.

Een echte sociale revolutie heeft de V.S. nooit gekend. Alles wat riekte naar verzet werd de kop ingedrukt, neergeknuppeld, en weggezet als ´rood gevaar.´ En in de tussentijd ging de plundertocht gewoon door. Zo is de V.S. nu eerder een ontwikkelingsland dan een inspirerend en voorbeeldig wereldleider. Daar zal ´Four More Years´ voor Obama helaas geen structurele verandering in brengen.