Het doel heiligt de middelen

CourtoisDe Belgische doelman Thibaut Courtois bereikte gisteren met ‘zijn’ Atletico Madrid de halve finale van de Champions League. Courtois is een huurling. Hij is eigendom van Chelsea dat hem drie jaar geleden kocht van Racing Genk. Courtois speelde echter nog nooit voor Chelsea. Direct na aankoop werd hij verhuurd aan Atletico Madrid.

Het verhaal van Courtois is niet bijzonder, maar bijzonder exemplarisch voor de internationale marktplaats die het grote voetbal is verworden. Vanochtend was het een klein berichtje, maar toch: in het lease-contract van Courtois zou staan dat hij niet tegen zijn echte baas – Chelsea, dus – mag spelen, anders dan voor een forse dwangsom van € 3 miljoen per wedstrijd. En aangezien én Atletico én Chelsea nu in de halve finales van de Champions League staan, is de kans vrij groot dat dit gebeurt. Vrijdag is de loting.

Het is een rare, schimmige wereld, dat moderne voetbal. Het doel lijkt alle middelen te heiligen. Oliesjeiks, gasbaronnen, puissant rijke Amerikanen, en misschien wel hordes belchinezen hebben het voetbal in een grote commerciële wurggreep. Courtois is een goede keeper – Belgisch international ook – maar toch vooral handelswaar.

Met het vele geld zijn ook de mondiale machtsverhoudingen gaan schuiven. Zo was de wedstrijd Atletico Madrid – Barcelona op de shirts van de ploegen toch vooral de wedstrijd van Azarbeijan, Land of Fire vs Qatar Airways. Azarbeijan won met 1-0. Mede dankzij een fantastische safe van Courtois die de bal van de felgekleurde schoenen van het Braziliaanse etterbakje Neymar plukte. Maar of het voetbal ook nog wint?

Koningen van Beieren

beckenbauer

Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat het vernietigde Duitsland negen jaar na de capitulatie in 1954 wereldkampioen voetbal. Het superieur geachte Hongarije werd in de finale met 3-2 verslagen. Het wonder van Bern, heet het nu. Friedrich Christian Delius schreef er het prachtige boekje De zondag waarop ik wereldkampioen werd.

Het wonder van Bern was misschien symbolisch wel het begin van de Duitse wederopstanding, van het Wirtschaftswunder dat tot vandaag de dag door duurt en dendert. Duitsland is de grote economische motor van Europa.

Maar voor het Duitse voetbal zou het nog ruim een halve eeuw duren voordat niet bij alles, iedereen en elke wedstrijd de oorlog erbij werd gesleept. Zo de oorlog voor ons al geen trauma was, dan was de verloren WK-finale van 1974 dat zeker. Nog decennia zouden we onze fietsen terugeisen, en was elke Duitse goal geniepig, buitenspel, en in de laatste seconde gescoord.

In het Duitse voetbal is Bayern München al lang een grootmacht. Voor de buitenwereld de club van poen en patsers, van bontjassen en dikke Merecedessen. Maar ook de club van bekers en triomfen, zoals met het gouden trio Müller, Maier en Der Kasier Backenbauer (van links op de foto). En nu is er een heel nieuw Bayern, Bayern München 3.0.

Iedereen vroeg zich af wat topcoach Guardiola nu bij Bayern te zoeken had. De club had net alles gewonnen wat er te winnen viel. Guardiola gaf woensdag in Manchester het antwoord. Bayern veegde gastheer Manchester City van de grasmat op een waarlijk duizelingwekkende manier. Het was fantastisch, en ook nog fantastisch veel leuker om naar te kijken dan de toch wat saaie tik-tak-tik-tactiek van Barcelona.

De Koningen van Beieren zijn nu Europese top-top. Net als heel Duitsland. Frau Merkel is ervoor beloond bij recente verkiezingen. En ik hoor nu niemand meer over die geniepige Duitsers. Het was smullen woensdag. De nieuwe norm van het moderne voetbal. Manchester stond erbij en keek er naar. Geen idee wat hen overkwam. Net een Blitzkrieg.

Het Ken-neth

vermeer-nadert-de-100-met-bizarre-cijfers-570x268

Job Cohen wist het al: wij zijn allen amateurs. Dat geld zeker voor bet armzalige Ajax dat gisteren gefileerd werd door een weder opgestaan PSV. De trots van Mokum zakte ongenadig door het ijs. Waar de 4-0 nederlaag tegen Barcelona nog als hoopvol werd beschouwd, waren dezelfde verliescijfers in Eindhoven de aankondiging van ellende en crisis.

En wie had het gisteren allemaal gedaan? Kenneth Vermeer. De keeper. Al tijden wordt Vermeer ‘gezocht’ omdat hij te veel fouten zou maken. Tsja. Misschien. Misschien blundert hij af en toe opzichtig. Maar hij haalt er ballen uit die een andere keeper niet eens ziet. En dat zijn er nog al wat. Want de puinhoop die een Amsterdamse verdediging heet, moet voor een keeper een gruwel zijn. Wat een ruimte, wat een gaten.

Alle ellende begon bij Cruyff, hij van die fluwelen revolutie waar Ajax nu zo’n plezier van heeft. Hij begon met Menzo op de middenlijn, en ook die keeper werd geslacht. En nu ligt er voor Vermeer weer net zo’n ruimte, en krijg je als international bij een would-be-topclub nog meer werk dan wat ik moet verstouwen op een bewolkte zondagmiddag bij SC Buitenveldert.

Keepers zijn rare types. Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Die laat je staan. Ook na zo’n glibber in Eindhoven. En ik kan het weten. Ik keep al 45 jaar. Nooit discussie. Altijd vertrouwen. Ook als ik glibberde. Dus al Ken-het-neth, toch maar lekker laten staan die Vermeer.

Hoogteverschil

Edgar Davids. Ik denk dat ik hem ooit zag debuteren in Ajax 1, in de Meer, als linksbuiten, en dat was niet zo’n succes, want Davids was geen Roy, Davids was en werd en bleef een middenvelder, een aan- en afjager, de pitbull van de groene zoden.

Om Edgar Davids hing altijd iets van lastig en moeilijk, moeizame communicatie, kabellid, maar wat daardoor wat naar de achtergrond schoof was de fenomenale carrière die de Amsterdamse Surinamer op de mat wist te leggen, van Schellingwoude naar Ajax, en naar AC Milan, Juventus, Barcelona, Tottenham Hotspur en nogmaals Ajax en – in zijn nadagen – bij Crystal Palace.

En nu is Davids terug. Terug in Londen. In Barnet, op precies te zijn. Daar dook Davids enkele weken geleden tot verrassing en verbijstering van velen op bij de kleine club Barnet FC, een loser in de vierde Britse divisie, een club die nooit wat wint of won. Daar valt wat te doen en te winnen, moet Davids hebben gedacht.

In Het Parool van gisteren schreef Frenk der Nederlanden een prachtig portret (‘De Davidsrevolutie geeft Barnet eindelijk vleugels’) over Noord-Londen en Barnet en ‘Edje’ Davids. Hij ging kijken naar de Londense rafelranden, naar het stadion Underhill dat 5.568 toeschouwers kan herbergen en waar Davids – als deel van zijn opleiding – zijn diensten om niet aanbood aan een club die veel te winnen heeft bij de komst van de Dutch Legend.

En winst komt er. Barnet wint op Underhill met een gedreven Davids – 39 jaar, inmiddels – met 4-0 van Northampton Town. Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar volgens Der Nederlanden is er er op Underhill tussen doel en doel een hoogteverschil van 2 meter. Of het klopt of niet, het hoogteverschil voor Davids tussen wat hij was en waar hij nu is, kan niet groter zijn. Dat hem dat niet uit lijkt te maken, typeert de ware liefhebber, de gedrevene, de pitbull.