Paul is not dead

PaulMcCHet waren waarschijnlijk dezelfde mensen die ons Ufo’s probeerden te verkopen die het verhaal construeerden dat Paul McCartney was overleden en stilletjes vervangen door een look-a-like. Paul is dead. ‘Bewijs’ was er genoeg voor het complot. De hoesfoto van de LP Abbey Road, Paul’s omgekeerde basgitaar op de hoes van Sgt. Pepper’s, en John Lennon die ‘I buried Paul’ gemompeld zou hebben in een eindgroef. Het was een mooie hype.

Paul McCartney is niet dood. Nog steeds niet. Sterker nog: Sir Paul is springlevend. Volgende week wordt het Beatlesicoon 73, maar op het podium van de Ziggodome speelde hij de jonge God in een show die drie uur duurde en regende van de wereldberoemde hits.

Het was gisteravond voor mij het feest der herkenning, maar het was toch ook dat bijna magische moment dat je de held uit je jonge jaren eindelijk in het wild treft. Ik moet 6 of 7 jaar oud geweest zijn toen ik een singeltje van The Beatles mocht kopen, en ik herinner mij nog dat ik met mijn ouders en mijn broer in Schiedam naar de film Help mocht gaan kijken. Those were the days.

En zo stond ik gisteren op een bijzondere manier naar mijn eigen jeugd te luisteren en vond ik het heerlijk dat een oudere heer van stand de tijd nam en de energie had om mij mee te nemen door zijn hitpaleis en mij weg te laten dromen naar een mooie tijd waarin John, Paul, George en Ringo de grootste helden op aarde waren. Maybe I’m Amazed…

Yesterday

McCartneyIk geef toe dat ik wel eens gniffelde als er weer een bejaarde band het podium werd opgerold, maar ik geef het nu grif en ruimhartig toe: ik heb kaarten gekocht voor het – tweede – concert van Paul McCartney in de Ziggo Dome begin juni. Mijn eerste en zeer waarschijnlijk laatste kans om één van The Fab Four in levende lijve te zien.

Je mag voor The Rolling Stones zijn, maar The Beatles waren en zijn toch de maat der dingen in de popmuziek. The Stones waren ruiger, gruiziger en gingen en gaan langer mee, maar zijn muzikaal toch minder baanbrekend en belangrijk dan het op eenzame hoogte verkerende oeuvre van de mannen uit Liverpool.

Paul McCartney is de link met mijn jeugd, de singeltjes die ik mocht kopen, de film Help! die ik met mijn ouders in de bioscoop in Vlaardingen zag, de haarlengtes die inspireerden en de nummers die ik nu nog in slaap mee kan zingen. The Beatles veroverden niet alleen de wereld, maar veranderden ook de wereld. Hun invloed duurt al vele malen langer dan de relatief korte periode van immens succes.

Paul McCartney is heel erg mijn Yesterday en ik mag daar graag schaamteloos sentimenteel over zijn omdat het zoveel goede herinneringen op een prettige waakvlam houdt. Ik verwacht geen fantastisch concert op 8 juni, het is al goed genoeg als Paul het haalt en dat ik ga en er ben, en heel even heel erg fan ben van een man die staat voor een hele band die een hele belangrijke rol speelde in mijn jeugd. Vanaf daar is het leven een Long and Winding Road geweest waar The Beatles zelden ver weg waren. Ik verheug mij.

A Day in the Life

Beatles6 Juni. Herdenkingsdag. Van D-Day. De invasie in Normandië in 1944 en het begin van het einde voor Hitler-Duitsland. En B-Day. De invasie van The Beatles in 1964 op Nederlandse bodem, de rondvaart door de Amsterdamse grachten, en hun concert in de veilinghal van – jawel – Blokker. Those were the days.

Vroeger was je voor The Beatles of voor The Stones. Een soort Ajax – Feyenoord. The Fab Four verloor de wedstrijd wie het langste meegaat. Zo rond 1970 was het gedaan met The Beatles, en – zo blijkt – toen begonnen de Stones pas warm te draaien. Want ruim een halve eeuw na Time is on my Side is de tijd inderdaad nog on their side en staan de Britse veteranen straks voor een miljoen of 2 op Pinkpop.

Het was pijnlijk en grappig gillende bijna-bejaarden op Maastricht-Aachen Airport gisteren toen de 737 van The Stones er landde. Er was in een halve eeuw niets veranderd. Alleen was iedereen ouder geworden. Jan Smeets is dat ook. The Godfather van Pinkpop is nu ook bijna 70, maar still going strong. Voor hem is het morgen veel meer dan A Day in the Life. Het moet voor hem een fantastisch hoogtepunt zijn.

In 1964 in die Amsterdamse grachten waren The Beatles vriendelijk en benaderbaar en Holland was braafjes zwart-wit. Een halve eeuw later zijn hun rivalen – ooit de neefjes van de duivel – nu de brave mannen die rustig in hun Limburgse kasteelhotel wachten op de aankondiging door Jan Smeets. It’s Only Rock ‘n  Roll, but They Like it…

Starr for a day

jimmynicolIn juni 1964 waren The Beatles twee dagen in Nederland. Het was het enige bezoek van The Beatles aan ons land. John Lennon kwam nog een keer. Voor zijn Bad Peace met Yoko Ono, in het Amsterdamse Hilton. Ringo Starr was hier nooit. Hij was ziek – ingestort in Denemarken – en vervangen door Jimmie Nicol.

Terugkijkend naar het Beatles-bezoek en hun rondvaart door de Amsterdamse grachten, is het gek om bij The Fab Four niet Ringo maar deze uitzendkracht Nicol te zien die halsoverkop was ingevlogen vanuit Londen voor wat 8 concerten met The Beatles zouden blijken te zijn, van de veilinghallen in Blokker tot Melbourne.

George Harrison was dikke maatjes met Ringo Starr, en moest die Nicol niet. Hij wilde liever de tournee cancellen, maar werd toch overgehaald. Nicol zou riant zijn betaald voor zijn invalbeurten, maar zeker is dat zijn uiterst korte claim to fame desastreus zou blijken te zijn voor Nicol. Het geld was goed, maar het leven na het korte sterrendom hard en pijnlijk.

Nicol – bijna 75 – leeft teruggetrokken in Londen. Hij heeft zijn Starr for a day nooit te gelde willen maken, uit respect voor The Fab Four, maar misschien toch ook omdat er niet zo heel veel te melden was, anders dan dat alles wat The Beatles deden en zeiden belangrijk was, al deed je maar een week of twee mee, zoals Jimmie Nicol.

De gevoelige plaat

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEen Amerikaans gezegde stelt dat you can’t judge an album by its cover. Ik betwijfel of dat klopt. Een album maakt – als het goed is – onlosmakelijk deel uit van de plaat, de muziek, het artistieke concept. Dan is het boeiend en belangrijk om te kijken hoe de platen van de plaat tot stand zijn gekomen. Beter gezegd: waar werden beroemde hoezen gefotografeerd?

Het Britse dagblad The Guardian ging met Google Street View terug naar de locaties waar klassiekers als Abbey Road van The Beatles, Willy and the Poor Boys van Creedence Clearwater Revival, Moving Pictures van Rush en Freewheelin’ Bob Dylan werden gefotografeerd.

Zo liep Bob Dylan ergens in 1963 met zijn vriendin Suze Rotolo door Jones Street in The West Village in New York, en door Guardian en Google kunnen we toen en nu samen zien. Waar was het? En hoe ziet het er nu uit? En wat is dan de meerwaarde dat we dat weten?

De gevoelige plaat was het album vol muziek, maar de gevoelige plaat was natuurljk ook de hoes, het beeld, de verbeelding van de muziek, de visuele vertaling van noten en nummers. In 1963 liep Dylan nog door een straat, in de jaren ’70 begonnen ontwerpers als Roger Dean en Hipgnosis de muziek een vaak bijzondere meerwaarde te geven. Het album was van verpakking tot kunst gepromoveerd. Dat heet een omslag.

Iedereen is van de wereld

lau.microfoonIk geef het toe: ik heb het niet zo op de Nederlandstalige popmuziek. Natuurlijk is er Het Land van Maas en Waal – oneindig laagland op LSD – van Boudewijn de Groot en vooral Lennaert Nijgh, het door Fungus in het stopcontact gestoken volkswijsje Kaap’ren Varen, flarden Shaffy, de stem van Bob Bouber, en de Hollandser dan Holland hit Ik heb geen zin om op te staan van Het.

Nederlandstalig, het is gewoon mijn ding niet, zeg maar. Het spijt me voor alle Bloffen, Kasten en Dijken, voor Doe Maar (Laat Maar, grapten wij vroeger), Tröckener Kecks en what have you, ik ben groot geworden met Byrds, Beatles, Kinks, Anglofiel tot op het bot, het lijkt wel landverraad of Selbsthass, maar het is niet anders.

In mijn Engelse ziekte so to speak ben ik dus ook Thé Lau en The Scene misgelopen, en dat schuurt nu natuurlijk nu voorman Thé Lau echt op afscheidstournee langs Paradiso, Pinkpop en Brussel gaat omdat hij de strijd tegen keelkanker verliest. Iedereen is daar toch wel een beetje door van de wereld.

Nu iedereen huilt ga ik niet plots meehuilen, dat zou onoprecht zijn, maar triest vind ik het wel, en het lijken mij bergen om te beklimmen straks als je weet dat je voor het laatste keer je publiek ziet en zij jou. En toen herinnerde ik mij dat ik Thé Lau toch een keer had gezien, heel lang her, bij Neerlands Hoop, bij Bram en Freek, maar daar kwam ik dan ook meer voor de grappen dan voor de muziek.

Imagine

lennon.34

Stel je voor, een 34-jarige oudere jongere uit LIverpool komt auditie doen bij The Voice. Zijn Imagine doet het niet echt lekker bij de jury. ‘Een beetje te dramatisch,‘ volgens de een en ‘je probeert wel heel veel te vertellen in een kort tijdbestek.‘ Het gegeven is leuk. En raakt veel meer dan alleen het grappige filmpje dat het goed doet op YouTube.

De vraag is indringend: zou John Lennon nu bij The Voice een deuk in een pakje boter trappen, of roemloos en anoniem terug moeten richting Mersey. En de volgende kandidaat dan, Bob Dylan, met zo’n stem kom je echt niet in de volgende ronde.

Het is de SBS-RTL-ziekte van het pluggen en promoten van vierderangs talent als the next generation, terwijl het echt alleen maar gaat over uitgekiende PR en marketing, product placement en de dik betaalde sms’jes van kapitaalkrachtige pubers.

De werking is dodelijk. Al het zangtalent moet wel goed zijn want het krioelt van dit soort programma’s en er wordt massaal naar gekeken. De omgekeerde bewijslast. Het is goed want het is populair. Bij The Beatles was het andersom. Bij Dylan ook.

Mijn kinderen moet ik blijven uitleggen dat er ook programma’s zijn en bedacht kunnen worden waar niet elke week weer iemand naar huis wordt gestuurd op onterecht opgepijpt. Dat het onecht is, onwaarachtig, smakeloos, en slechts gefocust op wurgcontracten voor winnaars en het verrijken van de John de Mollen van deze wereld. Imagine: no need for greed or hunger, a brottherhood of man…

P.S. I Love You

Een tijd geleden noemde ik Het Parool een ‘..middelmatige stadskrant met te grote ambities.” Dat werd mij niet in dank afgenomen. Maar ik bedoelde het niet rot. Ik was eerder de teleurgestelde supporter, dan de zure zeikerd. Vond ik. En ik beloofde trouw. Het Parool mocht blijven als first newspaper, en ik zou meer tijd en liefde in onze relatie stoppen.

Guess what? De therapie slaat aan. Ik ben meer van Het Parool gaan houden dan ik dacht te kunnen. Ik kijk altijd eerst naar ‘Mijn Amsterdam’ in PS, naar de Zaterdagochtendgezinssessie, De Dikke Man, het Popcorn Panel – ik mocht er ooit zelf in figureren, over Moneyball – Republiek Amsterdam, de Stad van Auke Kok, en nog meer wederkerend fraais. P.S. I Love You..

En dan heb ik het nog niets eens over de machtig mooie muziekparels van Erik Voermans die de zwaarste klassieke werken luchtig, ter zake, vol kennis en ingehouden liefde en met humor beschrijft op een manier die het water in de mond doet lopen. Zo wordt deze week ook de muziek van Ligeti toegankelijk, hulde!

Een echte stadskrant kan niet om de stadssport heen. Als keeper in buitengewone dienst volg ik de opkomst en ondergang van menige amateurvoetbalclub, zeker als ik er ooit zelf nog mocht spelen, zoals het mooie DVVA op Drieburg, dat overigens zaterdag strijdend ten onder ging bij de mooiste afkorting van de Amsterdamse agglomeratie, HBOK dus, Het Begon Op Klompen.

Maar ja, ik kan het wel biechten, vrijwel elke week sta ik dus ook in Het Parool. Niet alleen dus in het Popcorn Panel, maar op de uitslagenpagina’s. Deze maandag op pagina PS14, de uitslagen van de zondagse 5e klasse, afdeling 513, en daar staat onze zwaarbevochten zege van Sc Buitenveldert 6 op Badhoevedorp, 5-4 werd het, na 3-1 en 3-4 bij rust. Typisch een wedstrijd van een middelmatige zondagsploeg met grote ambities. Maar we wonnen wel. En we haalden Het Parool.