MacMahler. Met extra ketchup.

Ik blogde al eerder aardig over muziekjournalist, musicus en criticus Erik Voemans. Zijn rubriek Eerste hulp bij klassieke muziek in Parool PS is wekelijks leesgenot. Voermans voert zijn lezers en luisteraars langs bijzondere werken, bizarre voorvallen en maakt zo heel hongerig naar de besproken muziek, zoals zaterdag de sarabande, ‘…een opwindende, om niet te zeggen geile dans in een snel tempo of een driedelige maatsoort.

Voermans is niet alleen up, maar ook zijn kritische geest leest met vreugde. Zo had hij het misnoegen om dinsdag het Dallas Symphony Orchestra met ‘onze’ bejubelde Jaap van Zweden te moeten doorzitten. ‘De allerslechtste Mahler die ik ooit in het Concertgebouw heb gehoord,’ baste Voermans.

Het was vanaf de allereerste maat ‘..ongehoord grof en lelijk, zonder enige nuance, soms zelfs ronduit vals en ongelijk, een genante, pijnlijke vertoning…machteloos gebulder van musici die geen flauw idee leken te hebben  waar het in dit stuk om gaat, en Van Zweden had ze dit blijkbaar niet kunnen uitleggen…’ Zo. Met de grond gelijk.

Volgens Voermans was het ‘..zo plat als een dubbeltje. MacMahler. Met extra ketchup.’ Toen moest ik toch weer glimlachen, licht beschaamd, maar toch. En wat drinken we dan om zo’n MacMahler-kater weg te spoelen? Ik zou zeggen Vodka van Lenny’s Motorhead, bijvoorbeeld. Of een stevige rode wijn van AC/DC, of Trooper, het nieuwe biertje van de Britse hardspeelband Iron Maiden. Vast niet verkrijgbaar in light. Rockbands doen steeds meer aan produktdiversificatie, zoals dat zo mooi heet.

Van de schrik of van teveel Trooper overleed deze week voormalig Maidendrummer Clive Burr. In de krochten der eeuwigheid heeft hij nu ook gezelschap van Peter Banks, de eerste gitarist van Yes, de band die zoveel pompeus symfonica en Roger Dean artwork in haar albums deed en die pas groot werd toen Banks (en toetsenist Tony Kaye) verdwenen was. Zo kan het gaan. .

Banks maakte daarna met Kaye en de groep Flash drie albums die vooral in de V.S. enig opzien baarden, al was het maar vanwege opvallende plaathoezen als in slipje hmet opwaaiende zomerjurk, en scoorde een hit – nummer 29 in de Billboard Hot 100 – met een singleversie van het langere Small Beginnings.

Het laatste woord is aan Voermans. Zijn stuk zaterdag eindigde bij de sarabandes van Bach, en de allermooiste daarvan, de vijfde, wonderbaarlijk en raadselachtig, zoiets als het leven dus. Het is één lange solozang waarin Bach ‘..als een achttiende-eeuws orakel van Delphi uitlegt wat de zin van het bestaan is. Het geheim van werkelijk grote muziek. Dat dan ook weer wel. En vanavond in het Concertgebouw.

Bord voor je kop

Het is het schemergebied. Daar waar krabbelaars goed gedijen. Waar schimmige deals worden gesloten. Een vriendendienst. In het partijbelang. Dan zeg je geen nee. Je wilt niet dwars doen. En je wilt het maar al te graag. Dus vraag je niks, en zet je niks op papier. En dan ben je staatssecretaris.

Frans Weekers is vast geen boef, ik hoop het althans van ganser harte. Deze sympathieke Limburger is staatssecretaris van Financiën en politieke baas van de Belastingdienst. Je mag hopen dat er op dat niveau geen schimmige deals worden gemaakt, maar Weekers zou de eerste niet zijn. En zijn politieke vrind Jos van Rey bestookte hem vanuit Limburg al 1 : 1, en dat doe je meestal omdat je wederdienst verwacht.

Het was een mooi schouwspel gisteren in de Tweede Kamer. Weekers deed deemoedig zijn kniebuigingen, en daar zijn volksvertegenwoordigers dol op. Nederig, kritisch op jezelf, en een zalvende toon, dan mag je in de regel wel blijven zitten. Weekers kwam weg met zijn schimmigheden, niemand had genoeg om door te pakken.

Maar wat een overwinning lijkt, is een nederlaag. ‘Aangeschoten wild’ heet dat in Haags jargon. En dan moet je nog bijna vier jaar. Handig is anders. Dat geldt in bredere zin voor de ganse start van dit kabinet. Gedoe, fouten, excuses, nog meer gedoe, een opgestapte staatssecretaris, en Weekers die van zijn vrinden een bord van 35 meter voor zijn kop kreeg. Stem Limburgs. Tsja.

Zijn eigen VVD wil Weekers ook nog wel even spreken. Over zijn gebrekkige kennis over campagneregels, zo begreep ik. En wat er te leren valt van dit oliedomme gedoe. Wat ik in ieder geval heb geleerd, is dat dit schimmige gerommel niet exclusief CDA-gedoe is. Van die Limburgse wethouders die hun oprijlaan ‘om niet’ lieten aanleggen door bevriende aannemers. Ik dacht ook dat die Jos van Rey van het CDA was.

Ik had dus ook een bord voor mijn kop. Denkend dat je het schemerige en het kwade slechts kunt linken aan een bepaalde groep of partij. Hoe naïef. Inmiddels weten we – helaas – beter. De boeven en boefjes zijn breed onder ons. Hans Spekman heeft de arbeidershanden vol aan de overvragende sociaal-democratische bestuurders.

Als klap op de vuurpijl gaat Jan Hoek, de baas van de bijna-opgevouwen Wereldomroep, met 8 ton de Hilversumse laan uit. Niks aan te doen. Zoals altijd. Want in contract geregeld. In dit geval door de Raad van Toezicht die het woord toezicht toch iets anders interpreteerde dan je zou hopen en mogen verlangen. Weekers gaat vrijuit, ik wens hem alle goeds. De Raad van Toezicht van de Wereldomroep mag wat mij betreft hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Dat zal wel niet kunnen, maar als het even wél kan…