Long Lang

lang-lang-2-1361966482-view-0‘Hoe Lang is een Chinees. En Lang Lang ook.‘ Onze jongste dochter Hedda werd gek van het woordspelletje dat ze maar niet begreep. Het was geïnspireerd door de CD Dragon Songs van Lang Lang die op de Siciliaanse vlaktes voortdurend door de huurauto schalde.

Het was mijn eerste kennismaking met Chinese muziek, met een heus Chinees pianoconcert, De Gele Rivier, de Chinese pedant van de Russische Wolgaslepers. Die Lang Lang wilde ik wel eens in het echt zien en horen. Dus enkele jaren terug vol zin richting Concertgebouw. Dat was die avond echter potdicht en pikkedonker. Ik had me een dag vergist. Lang Lang was allang weer elders pianeren. Ik moet bij thuiskomst heel sip hebben gekeken. Mijn kinderen hebben het er nog over.

Gisteravond had ik mijn revanche. Goed op de datum gelet. Eén van de laatste stoelen veroverd. Bij het Concertgebouworkest speelde Lang Lang alle sterren en spotjes van de hemel in het Pianoconcert van Maurice Ravel. Ik vind het geen boeiend concertwerk, maar het is een prachtige showcase voor Lang Lang die volgens mij bij mime of ritmische gymnastiek ook zo mee zou kunnen.

Ravel had in 1932 een auto-ongeluk. Dat maakte het componeerproces moeizaam, zo las ik in het programmaboek. Wel gek dat het Pianoconcert in G volgens dat boek in 1931 in première zou zijn gegaan. Hoe dan ook: Ravel droeg het werk op aan de pianiste Marguerite Long, en Long is weer Lang in het Engels, al was de pianiste Frans. En zo waren alle cirkels toch weer een beetje rond.

Toch gek dat ik van de alleen in China al 1,3 miljard Chinezen er maar eentje ken: Lang Lang. Ik ben van het Westen, en niet van het Oosten. Lang Lang is van het Oosten en het Westen. Hij brengt het Westen naar China en het Oosten naar het Westen. Hij is veel meer een wereldburger dan ik. En ook een betere pianist.

Alabama Song

doors.airindia

‘Oh show me the way to the next little girl.’ Voor een dergelijk zinnetje zou je nu zo worden opgepakt, maar The Doors hadden in de tweede helft van de jaren ’60 al genoeg andere problemen, zoals verstoring van de openbare orde (wat blijft dat toch een prachtbegrip), exhibitionisme, en drank- en drugsgebruik van de buitencategorie.

Zanger Jim Morrison is al vier decennia dood en ondergronds te Parijs, en deze week volgde toetsenist Ray Manzarek. Ook voor hem was er letterlijk The End, het epische werk van The Doors wat wereldwijd bekendheid verwierf in het slotdeel van Francis Ford Coppola’s Vietnam-horror-film Apocalypse Now.

Vanavond was er het bruggetje van The Doors naar Bertolt Brecht en Kurt Weill toen ik hun bedelaarsopera Die Dreigroschenoper in het Concertgebouw mocht genieten. In 1966 namen The Doors Alabama Song van Brecht en Weill uit 1927, ook wel bekend als Moon over Alabama, Moon of Alabama en Whisky Bar: show me the way to the next whisky bar.’ Morrison vond het wel op eigen houtje.

Die Driegroschenoper uit eind jaren ’20 staat nog steeds als een monument voor politiek muziektheater. De bedelaarsopera van Brecht en Weill is een keiharde aanval op kapitalisme en corruptie en schetst een tegelijkertijd grimmig en komisch beeld van de hoerende en stelende onder-onder-klasse in het Londen van de 18e eeuw. Een afgeladen Concertgebouw vol toch wat beter gesitueerden kon er – bijna 90 jaar na de première in Berlijn – nog steeds hard om klappen.

MacMahler. Met extra ketchup.

Ik blogde al eerder aardig over muziekjournalist, musicus en criticus Erik Voemans. Zijn rubriek Eerste hulp bij klassieke muziek in Parool PS is wekelijks leesgenot. Voermans voert zijn lezers en luisteraars langs bijzondere werken, bizarre voorvallen en maakt zo heel hongerig naar de besproken muziek, zoals zaterdag de sarabande, ‘…een opwindende, om niet te zeggen geile dans in een snel tempo of een driedelige maatsoort.

Voermans is niet alleen up, maar ook zijn kritische geest leest met vreugde. Zo had hij het misnoegen om dinsdag het Dallas Symphony Orchestra met ‘onze’ bejubelde Jaap van Zweden te moeten doorzitten. ‘De allerslechtste Mahler die ik ooit in het Concertgebouw heb gehoord,’ baste Voermans.

Het was vanaf de allereerste maat ‘..ongehoord grof en lelijk, zonder enige nuance, soms zelfs ronduit vals en ongelijk, een genante, pijnlijke vertoning…machteloos gebulder van musici die geen flauw idee leken te hebben  waar het in dit stuk om gaat, en Van Zweden had ze dit blijkbaar niet kunnen uitleggen…’ Zo. Met de grond gelijk.

Volgens Voermans was het ‘..zo plat als een dubbeltje. MacMahler. Met extra ketchup.’ Toen moest ik toch weer glimlachen, licht beschaamd, maar toch. En wat drinken we dan om zo’n MacMahler-kater weg te spoelen? Ik zou zeggen Vodka van Lenny’s Motorhead, bijvoorbeeld. Of een stevige rode wijn van AC/DC, of Trooper, het nieuwe biertje van de Britse hardspeelband Iron Maiden. Vast niet verkrijgbaar in light. Rockbands doen steeds meer aan produktdiversificatie, zoals dat zo mooi heet.

Van de schrik of van teveel Trooper overleed deze week voormalig Maidendrummer Clive Burr. In de krochten der eeuwigheid heeft hij nu ook gezelschap van Peter Banks, de eerste gitarist van Yes, de band die zoveel pompeus symfonica en Roger Dean artwork in haar albums deed en die pas groot werd toen Banks (en toetsenist Tony Kaye) verdwenen was. Zo kan het gaan. .

Banks maakte daarna met Kaye en de groep Flash drie albums die vooral in de V.S. enig opzien baarden, al was het maar vanwege opvallende plaathoezen als in slipje hmet opwaaiende zomerjurk, en scoorde een hit – nummer 29 in de Billboard Hot 100 – met een singleversie van het langere Small Beginnings.

Het laatste woord is aan Voermans. Zijn stuk zaterdag eindigde bij de sarabandes van Bach, en de allermooiste daarvan, de vijfde, wonderbaarlijk en raadselachtig, zoiets als het leven dus. Het is één lange solozang waarin Bach ‘..als een achttiende-eeuws orakel van Delphi uitlegt wat de zin van het bestaan is. Het geheim van werkelijk grote muziek. Dat dan ook weer wel. En vanavond in het Concertgebouw.

Una giornata particolare

Als een Alpencol van de buitencategorie lag de CITO-toets al deze schooljaren al te wachten op onze schatten van dochters en zonen. Gisteren was de ontknoping van de thriller die door iedereen zo heftig werd gedownplayed, dat je als kind wel moest gaan twijfelen aan de verstandelijke vermogens van jouw ouders en alle anderen.

Want het was zo onbelangrijk dat alle wapens – behalve zware shit uit Noord-Korea – werden ingezet om onze volgende generatie af te leiden, te trainen, op te peppen, te verdoven, of nog heiliger te verklaren. Knuffelsessies, yoga, handoplegging, gebedsgenezing, piskijken, trainingskampen, ziekelijke verwennerij en nog zowat trucs werden uit kasten en laden getrokken, met daarbij telkens de boodschap: doe je best, meer kun je niet doen. Zo werkt dat.

Gisteren braken hemel en hel open. Onze Benjamin (v) had het behoorlijk boven verwachting gemaakt, en dat stemde vreugdevol, en haar ouders slikten hoorbaar van ingehouden spanning die nu een vrolijk ventiel vond. Want wel de jongste van de klas, dyslectisch (lastig woord voor dyslectici, by the way), maar met stelten boven zichzelf uitgestegen. Una giornata particolare. En wat heb ik goed geslapen.

En vandaag was ook alweer een mooie dag. Niet die dreigtweets over sneeuw, maar gewoon heerlijk gewerkt, vanochtend en nu net nog, en ik was vanmiddag voor het eerst in het tijdelijke Baut (naar Wibaut), een wat gedesigned rommelig etablissement aan de voet van wat ooit het kantoor en de burelen van Trouw vormde, en wat door Johannes van Dam met een 10- de tijdelijke roem en drukte in was geparachuteerd. Helaas waren de sinaasappelen op, dus geen jus d’orange, maar het water was beslist een 10 waard. Zo wordt ook elke dag bijzonder.

Zeker als je dan ook nog even naar het Concertgebouw mag, toch één van de beroemdste toonzalen ter wereld. In de Kleine Zaal was een bescheiden hoofdrol voor de fagot als solo-instrument, niet helemaal my cup, maar wel een aangenaam werk van – even adem in – Jean Baptiste Edouard Louis Camille Du Puy, een Franse Bask en een dwarsligger die als één van zijn hoogtepunten de betrapte vrijpartij in 1809 met een Deense kroonprinses kon opvoeren. Dat was voor hem waarschijnlijk ook een heel bijzondere dag.