Graag springen na de spits

Trein.NSWat is dat toch met onze zogenaamde topmannen? Ze doen een boute uitspraak, heel Nederland in rep en roer, maar voor je het weet is de uitspraak al weer een teruggetrokken keutel en regent het excuses. Niet zo bedoeld. Nooit gezegd. Uit zijn verband. Het gaat om de context. Het was niet mijn intentie. Straks krijgen we al excuses voordat iemand überhaupt iets heeft gezegd. Gekker moet het niet worden.

Het is toch een rare behoefte om maar wat te roepen en het dan razendsnel weer in te slikken. Het lijkt wel een light version van Gilles de la Tourette. Eerder deze week Hans de Boer en zijn labbekakken. Land in brand. Prompt excuses. En daarna Pier Eringa, topman van ProRail. Leest deze quote goed: “Als ik na een zelfmoord een smsje krijg, denk ik: verdorie, waarom een niet minder druk tijdstip gekozen?” Uiteraard excuses. ‘Springen na de spits’, kopte een journalist. Het schijnt dat deze Eringa nog niet ontslagen is. Mag ik daar dan ook excuses voor?

Oud ABN-topman Rijkman (what’s in a name?) Groenink was deze week wel eerlijk. Hij gaf aan veel te veel geld ooit te hebben meegekregen, maar was niet van plan om iets terug te betalen. En ook geen excuses. Mooi. Excuses waren er ook niet van de Chileense verdediger Gonzalo Jara. Deze psychopaat stak tijdens de Copa America zijn vinger in de anus van de Uruguayaanse spits Cavani. Geen excuses. Wel geschorst. Van zijn Duitse werkgever mag hij omzien naar een andere club. En hopelijk enige psychische hulp.

Onze gedachten dit weekend gaan uit naar Dr. P, ofwel Ronald Plasterk, PvdA-minister van rijkdiensten, overzeese gebiedsdelen en nog zo wat zaken die weinigen boeien. Zo hij nog rechtop stond, dan zaagt de Volkskrant hem vandaag net onder de knieën af in een long read vol falen, zelfoverschatting en nog zo wat poltiek geblunder en karakterzwaktes. Gelukkig voor hem zei hij ooit: “mijn ego is te groot om gekwetst te worden.” Het klinkt bijna als een excuus.

Grote dikke ik

RuttezoveelAls burgemeester van Amsterdam had Job Cohen de bijnaam Mister Tefal. Niets wat er gebeurde bleef aan Cohen kleven. Rutte heeft dat ook. De premier heeft ook zo’n anti-aanbaklaag. Zijn voornaamste wapen is zijn lach. Die wordt de ganse dag ingezet, tot op het hysterische af. Het is het handelsmerk van veel politici: het keihard lachen. Zalm kan het ook zo goed. Het zal wel bedoeld zijn om ons de indruk te geven dat alles goed gaat. Want zoveel is er toch eigenlijk niet te lachen?

Rutte de rasoptimist. Enkele jaren geleden in het oog van de crisisorkaan raadde hij iedereen aan een huis of een nieuwe auto te kopen. Een beetje zoals Balkenende en die VOC-mentaliteit. Schouders eronder, niet zeuren, hopla, en vooral blijven lachen. Want wie last heeft van tegenwind, die moet gewoon harder roeien. Toch?

Terwijl de Volkskrant hem portretteerde als de ‘premier zonder eigenschappen’, gaf Rutte eindelijk iets van inhoud bloot. Hij kwam met een verhaal over de ‘Grote Dikke Ik’, het ego van u en mij dat zo opgeblazen is en zijn plek niet meer kent in dit oneindig laagland. Hij berispte graaiende bankiers, althans die bankiers die iets met staatssteun hadden. De rest mocht – zo begreep ik – graaien wat er te graaien viel, zolang de staatsruif maar niet wordt belast.

En dan was er nog de mens zonder baan. Daar heeft Rutte het niet zo op. Hij gooit ze met zijn marktwerkingmantra’s en rendementsdenken massaal op straat en geeft ze nog een trap na door ze te beschuldigen direct naar het UWV te lopen (zo dat al verboden is) en niet een andere baan te zoeken (zo die er al zouden zijn). De onderliggende boodschap: jullie zijn handophouders. Het is allemaal je eigen schuld. Gewoon harder roeien. En maar blijven lachen.

Nog geen cavia

markHij leek volledig seksloos en zonder contact. Een man alleen in een Haags huis, geen vriend(in) in zicht, volgens zijn woordvoerder heeft hij niet eens een cavia. Zo. Niet dat de premier iets met zo’n harig beestje zou willen, het was slechts als ‘beeld’ dat er echt niemand over de vloer is bij Mark. Vreemd, toch? Maar vanochtend was er opeens ‘een vriend’ van Mark Rutte, misschien wel ‘de.’ Maar de woordvoerder ontkende. Wat niet wil zeggen dat het niet waar is. Misschien is er ook wel een cavia. Of een hangoor. Maar eerst maar eens naam en rugnummer, lijkt mij.

Ik hoop dat onze premier een serieus aangenaam seksleven heeft, maar hoe moet dat als iedereen je kent en je nergens ongezien kunt zijn of binnenwippen? Lijkt me lastig. Maar is dat voor Rutte de reden om dan maar helemaal niets te doen? Of is hij slimmer dan wij? Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Wat ook wordt vervolgd, is de ingesleten hebzucht van de mens. De Volkskrant had een mooie bijlage over Geld & Geluk en de verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen graaien uit statusverwerving, vrouwen uit verlangen naar extra zekerheid. Yvonne Hofs schreef er het boeiende artikel We want more over. Hoe zou Mark dit nu lezen?

Politieke partijen willen ook altijd meer. Meer kiezers, meer zetels, meer macht. Bij Europa is dat toch een raar verhaal. Iedereen lijkt tegen, of in ieder geval tegen deze EU. Maar welke dan wel? En kunnen we daar dan voor kiezen? Het lijkt me niet. Het lukt politici uit angst of ander ongerief in ieder geval maar niet helder te maken wat Europa ons biedt en onthoudt.

Dus is het voor of tegen ‘dit’ Europa. Ja of nee. Een onzinnige keuze. Of zoals Jeroen Dijsselbloem in diezelfde Volkskrant zei: “politici moeten ophouden Europa te verkopen om Europa. Je gaat de gemeenteraadscampagne toch ook niet in met ‘de gemeente is belangrijk! ‘Who cares?” Niet zo gek dus dat er slechts een beschamende minderheid Europa stemwaardig vindt.

Humor om te lachen

wilders.30april

Humor om te lachen. Dat is de rel rond de opgestapte Eerste Kamervoorzitter Fred de Graaf. Hij struikelde vannacht over zijn eigen bananenschil. Die schil had hij neergelegd in de Volkskrant waarin hij aangaf Geert Wilders een beetje opzij te hebben geduwd bij de inhulding van Willem-Alexander. Dat was dus niet zo handig.

De humor die zo om te lachen is, is dat De Graaf met zijn geschuif en gekonkel nu juist gepoogd had een plechtigheid ‘..zonder politiek gedoe..’ te regelen. Dat is dus niet helemaal gelukt. Hij werd pijnlijk geraakt door zijn eigen boemerang en ging ten onder in het politieke gedoe. Geert Wilders hoefde niet veel te doen en hard te duwen, en incasseert deze goede vrijdag een fijne overwinning op zijn voormalige vrienden van de VVD die hij nu weer fijntjes weg kan zetten als ‘regenten.’ .

Als ik lid van het Koninklijk Huis was, zou ik me zorgen maken over die De Graaf. Eerder was hij burgemeester van Apeldoorn en toen knalde Karst T. zijn afgetrapte Japanner bijna in de Oranje-tourbus. En nu richt hij door zijn geknutsel en ijdeltuiterig gelek achteraf toch ook weer schade aan en bevlekt op afstand het Koninklijk Huis. Die De Graaf kun je maar beter niet in de buurt hebben. Daar komen ongelukken van.

Van Ruud Lubbers komen al heel lang ongelukken. De oud-premier heeft ziekelijk behoefte aan aandacht en lekt zich een slag in de rondte. Nu weer over vliegbasis Volkel en opgeslagen kernwapens. Lijkt me tijd dat Ruud eens begint aan zijn biografie en al zijn kennis en grote geheimen gestructureerd met ons deelt. Toch het meest benieuwd naar zijn beroddelde affaire met Beatrix. Maar daar hoor je hem dan weer niet over…

Van Aken tot Ctesiphon

Loftrompetten en klaroengeschal dit weekend in Boeken. van de Volkskrant voor Jan van Aken en zijn historische roman De Afvallige. Van Aken maakt volgens interviewster Aleid Truijens van de nadagen van het Romeinse Rijk ‘..een levend heden’ en Bert Wagendorp jubelt een recensie met vijf sterren. Een perfect boekenweekgeschenk, zou ik zeggen. Krijg je er gratis een Verrekijker bij. Handig.

Geschiedenis saai? Vergeet het maar. Maar dan moet je het in een historische roman vooral niet over geschedenis hebben, stelt Van Aken, die met zo’n achternaam natuurlijk wel iets met Romeinen moet hebben. Die Romeinen lopen in De Afvallige op hun laatste benen, met Goten en Hunnen dreigend aan de grenzen. En dan wordt ook keizer Julianus bij de Perzische hoofdstad Ctesiphon dodelijk verwond door een speer.

Wagendorp vindt Van Aken een begaafde verteller, een echte liefhebber die een onbekend tijdperk kleurt met huiveringwekkende gebeurtenissen en die je meeneemt door onbekende streken en landstreken. Want zo zit je met een stel schismatici in een schijthuis in Constantinopel, en zo verorbert iemand met smaak zijn eigen gebraden kloten. Zo’n boek mag wel 600 pagina’s duren, lijkt mij.

Zo leren we veel over de wereld van zo’n 16,5 eeuwen terug, en leren we over Jan van Aken dat hij werd geboren in het nu niet meer bestaande Herwen-en-Aerdt, randje Gelderland en Duitse grens, en dat er nog een Jan van Aken was, in Den Bosch, in de vijftiende eeuw, schilder, restaurateur en ontwerper, en de opa van de wereldberoemde schilder Jheronimus Bosch. Maar dat is weer een heel ander verhaal. Misschien iets voor Jan van Aken…

Weergoden

Het weer. Niermand gaat erover. Niemand kan er wat doen. En toch – of juist daarom – raken we er maar niet over uitgepraat. Het weer is een complete industrie van weersites en weermannen en -vrouwen die zo uitgebreid over het weer ouwehoeren dat je aan het eind van de stortvloed al niet meer of nog steeds niet weet wat voor weer het wordt.

Toen de afgelopen week na het ontluikend voorjaarsweer een nieuwe winter dreigde, leek gans Nederland op slag depressief te zijn. We voelden ons bekocht, bestolen, en genaaid. Het valt me mee dat er nog steeds geen weerman is gelynched voor de aankondiging van een zware storing en onophoudelijke regen. Je zou er zo maar agressief en depressief van worden.

Nou valt dat depressief wel mee, zo las ik in het aardige stukje De mooiweermythe van Tonie Mudde in Wetenschap van de Volkskrant. Velen van ons zijn ervan overtuigd dat zonneschijn substantieel gelukkiger maakt, maar onderzoek staaft dat niet. Het aantal zelfmoorden rond de poolcirkel is niet hoger dan bij ons. In Groenland wel. Maar daar lijkt het eerder te komen omdat het maar niet donker wordt in de zomer.

Somberheid kan bij elke wisseling van de seizoenen toeslaan. Seasonal Affective Disorder, heet dat. Piet Paulusma beschermt zich daar konsekwent tegen. Wij hier ten huize denken dat hij zich voor elke uitzending wapent tegen welk weer dan ook wapent met een glas of drie, just to be on the safe side.

Ik zag trouwens dat Paulusma ook cijfers geeft aan het weer, aan barbecuen, en ook aan de ochtend- en avondspits. En daar kijken mensen dus naar. En vinden er weer iets van. En praten erover bij kapper en koffieautomaat. Of in een blog. Fantastich.

In datzelfde Wetenschapskatern een artikel van Martijn van Calmthout die niet naar de waan van de dag maar naar ijstijd en opwarming kijkt, de langere termijn dus. En dan leren we dat de aarde tot het begin van de vorige eeuw hard op weg was naar een koele periode.

Met de opwarming hebben we er eigenhandig een koele periode afgewend. Wat heet. Het is warmer dan ooit in de menselijke geschiedenis. Dat kunnen we dus wel. Lange termijn. Maar vandaag even beter weer bestellen voor morgen: dat gaat ‘m niet worden. Dat is aan de weergoden.

Kein geloel, fussball spielen

Pauskandidaat Borgia liet in 1492 vier muilezels beladen met goud bij zijn belangrijkste rivaal bezorgen en won zo de begeerde post. De geschiedenis van de conclaven zit vol complotten en chantage, zo kopte de Volkskrant vandaag. Het lijkt wel wielrennen. Of matchfixing bij het voetbal.

Ryan Giggs (39) speelde deze week tegen Real Madrid zijn 1.000ste wedstrijd voor Manchester United. Jammer dat coach Alex Ferguson koos voor een zelfvernietigende tactiek en zo het feestje van Giggs bedierf en psychopaat Mourinho met zijn Real vrije doorgang verschafte in de Champions League.

Welshman Giggs heeft een imponerende carrière vol clubtrouw. In zijn privéleven was hij minder trouw, maar het schandaal van een langdurige affaire met zijn schoonzus overleefde hij, net als kanker op jeugdige leeftijd. Niet in alle opzichten een lichtend voorbeeld, die Giggs. Clarence Seedorf is dat wel. Behalve bij het nemen van penalty’s.

In diezelfde Volkskrant vandaag een mooi interview met Seedorf, maar twee jaar jonger dan Giggs, en nog steeds in de bloei van sportive bestaan, nu bij Botafogo in Brazilië, buurland van zijn Suriname. Seedorf heeft altijd geleden onder het beeld van wise guy op te jonge leeftijd, en het missen van de vaak zo gewenste nederigheid, terwijl hij in de tussentijd een cv opbiouwde waar geen Nederlandse voetballer bij in de buurt komt.

Wie leed en toch terugvocht was de donderdag overleden voormalig bondscoach en luchtmachtkapitein Jan Zwartkruis. Zwartkruis (links op de foto) eiste de afgelopen decennia de credits op die hij zou hebben verdiend tijdens het WK 1978 in Argentinië. De ‘echte’ bondscoach Ernst Happel – ‘kein geloel, fussball spielen’– zou alleen maar hebben zitten kaarten en zuipen, terwijl Zwartkruis het haperende Oranje weer aan de gang kreeg door volgevreten vedetten te dumpen ten faveure van de jeugd.

Happel communiceerde niet, verstopte zich achter zijn sigarettenrookgordijn. Zwartkruis was de begripvolle herbergvader, waar jonge jongens nog harder voor gaan lopen. Maar alles in het leven draait helaas om een doelpaal. Slangenmens Rob Rensenbrink schoot vlak voor tijd tegen de Argentijnse paal, en zo verloor Nederland – na verlenging – van het juntateam van Videla en Zorreguieta. Weer geen wereldkampioen. Misschien volgend jaar eindelijk, in Brazilië. Ik zou wel weten wie ik bij de selectie zou halen…

Another 45 Miles

The Golden Earring mag eigenlijk niet ontbreken in de vaderlandse canon. De Haagse Nederbeatband van weleer – en vroeger met s achter Earring – bestaat formeel al meer dan 50 (!) jaar, hoewel de harde kern liever 1965 als startjaar aanhoudt, het jaar van de eerste grote hit Please Go.

Ik ben net iets ouder dan The Golden Earring, en het is dus niet gek dat ik met hun muziek ben opgegroeid, van de prachtige, in Engeland opgenomen hit That Day, tot Back Home en Another 45 Miles, en albums als Eight Miles High en Together. En ik was trots op de Earring en op Focus en op Schocking Blue die er iin de beginjaren ’70 in slaagden te scoren in de V.S. Radar Love, Hocus Pocus, Venus, wie kent ze niet..?

Maarten Steenmeijer, zelf groot fan en schrijver van het boek Golden Earring. Rock die niet roest, recenseerde dit weekend in de Volkskrant Golden Earring – De Amerikaanse droom van Robert Haagsma en Jeroen Ras. De schrijvers verhalen over de successen van de vier Hagenezen over de plas, maar ook waarom dat succes toch niet bestendigde. The Golden Earring was te weinig formatvast voor Amerikanen, en dus te lastig plaatsbaar.

Maar, ere wie ere etc., The Golden Earring speelde in de V.S. en in Europa met de groten der groten, en ondanks dat er uiteindelijk niets werd verdiend behalve (tijdelijke) roem en geestelijke rijkdom, tourde de band maar liefst tien keer door de V.S. met grootheden en helden als Led Zeppelin, The Who, Pink Floyd, Rush, Santana en Eric Clapton.

And the band played on. The Golden Earring speelt nog steeds, en bracht vorig jaar het album Tits ’n Ass uit, goed voor de nummer 1-positie op de vaderlandse hitlijsten. Dan ben je dus geen kwartet krasse knarren, maar een veteranenband met ballen die doorgaat ‘..tot ze erbij neervallen..’ Want ook als bijna mid-60’ers is er altijd nog wel Another 45 Miles to go…

Een ruime doodskist

Op het reisverlanglijstje blijft Japan maar stijgen. Daar helpt een sterk gedaalde yen ook bij. Net als een gezinsbrede voorliefde voor Japans eten. En enthousiaste verhalen van zij die ons voorgingen naar Nihon of Nippon, het land van de rijzende zon. Zo las ik dan ook met genoegen het artikel ‘Duur Tokio op zijn voordeligst’ van Peter de Waard in de Volkskrant dit weekend.

De Waard neemt ons mee door de mierenhoopmetropool, naar de karaokebar, de goedkope restaurantjes, hotels en hostels, en naar één van de capsulehotels in de wijk Shimbasi. Een capsulehotel is iets heel bijzonders. Het is alleen voor mannen. Volgens De Waard is het voor na-werk-drinkende-mannen die thuis niet meer halen en in hun ruime doodskist de nacht snurkend, hoetsend en rochelend pogen door te komen.

Een capsulehotel heeft heel veel weg van een mortuarium. Niet gek dus dat De Waard het heeft over ruime doodskisten waar je in kunt slapen. De hokken of lades zijn klein en op elkaar gepakt, maar het voordeel is dat je met je katerige hoofd iets later op kunt staan dan als je per spoor of metro uit de buitenwijken de stad weer in zou moeten.

De capsules deden mij denken aan de gekooide slaapplaatsen waar onze kleine dochters op de crèche hun middagslaapje moesten doen. Onze oudste dochter biechtte recent op dat ze het vreselijk vond zo achter die houten spijlen. Gelijk had en heeft ze. Slapen deed ze er ook niet of nauwelijks. Dus dat wordt geen capsulehotel als we ooit in Japan komen, nog los van dat vrouwen er niet welkom zijn.

De seksindustrie in Tokio is omvangrijker dan de Wallen hier en Bangkok samen, maar richt zich niet op toeristen, zo begrijp ik. Japanse vrouwen zijn er voor Japanse mannen. ‘Only Japanese.’ Dat wordt ‘m  dus ook niet als we naar Japan gaan. Maar voor willige buitenlanders zijn er in Tokio wel vrouwen van Chinese of Filippijnse afkomst.

Maar de spaarpot is al omgekeerd dit jaar en het wordt weer de V.S. Japan moet wachten. In de tussentijd zullen wij graag Japans blijven eten. Dat De Waard zijn verhaal eindigt met een stukje over Tsukiji, de grootste vismarkt ter wereld, maakt ons zeker niet minder hongerig om de komende jaren oostwaarts te gaan. Wil ik wel even stiekum in zo’n capsulehotel kijken, hoewel de slaaplijkenhuizen eigenlijk ook niet voor toeristen zijn bestemd.

Relatief best eng

Ik zit er maar mee. Code Oranje. IJzelaanval begonnen. Triple-dip. Een woonakkoord met gristensplinters. Moest dat nou? En Ushi must marry? Moest dat nou ook? Maar het beste dat ons kon overkomen, is ons niet overkomen: een planetoïde – stukje ruimtepuin – die op aarde knalt. Maar dichtbij komt ‘ie wel. Relatief dan. En dat omschreef de Volkskrant als ‘..relatief best eng.’

Relatief best eng. Je gaat er spontaan van janken. Van zo’n hots-knots-begonia-ik-weet-ook-niet-waar-ik-het-over-heb zinnetje. Relatief best eng. Is dat nou eng, of juist niet, qua relatief? Taal is niet ieder zijn ding, zeg maar. En dan krijg je dat. Het is wel eng, maar omdat het niet gebeurt zwak je het af: best eng. En dan ook nog relatief. Zeggu?

Relatief best eng is ook het zoveelste vlees- en voedselschandaal. Helaas willen we maar niet weten wat er in ons voedsel zit, want je zou er spontaan ziek van worden. Nu is een koe plots een paard geworden, de evolutie kan best snel, en vergadert Europa zich weer suf hoe dat toch weer allemaal kan. Ik las deze week ook een opbeurend lijstje over wat er allemaal in hamburgers zit (ammoniak, antibiotica) en wat vooral niet (fatsoenlijk vlees). Relatief best eng.

Het blijkt dat vooral meisjes terughoudend zijn in het toegeven dat zij porno kijken. Jonge mannen vinden dat relatief best minder eng. Zij kijken zich suf aan porno, voor de lol en lekker, maar ook omdat het leerzaam is en vormend in techniek, en het maakt het straks live relatief best minder eng. Dat is dan wel weer positief en fijn dus dat die planetoïde geen roet in het heerlijke eten gooit.

En absoluut goed is dat het Van Gogh Museum een nieuwe opening krijgt, en aan het Museumplein. De loterijen waren Van Gogh en veel andere huizen en goede doelen dezer dagen uitermate goed gezind, en zelfs Bill Clinton was wederom in 020, nu om de zegeningen van de Postcode Loterij nog meer status en presidentiële allure te geven. Ik had graag Gaston ‘gooeeeeiiiiienavond’ horen zeggen in het Concertgebouw, maar het lot besliste anders.

En nu maar wachten of de ijzel komt. Is relatief eng. Maar gelukkig wordt zo’n Code Oranje of Geel of Dieprood vaak weer heel snel ingetrokken en kun je weer min of meer veilig de straat op. Zeker als je weet dat die planetoïde aan je voorbij is gegaan, relatief dichtbij, dus best eng, maar dat is het hele leven best wel een beetje.