On a dark desert highway

Eagles.HCHet volk heeft gesproken: Hotel California is de nieuwe nummer 1 in de Top 2000. Die plek had het al eerder, maar meestal was het eremetaal weggelegd voor Bohemian Rhapsody van Queen. Stairway to Heaven van Led Zeppelin draait stationair op drie. Dit zijn dus de namen en de nummers – alle drie uit de jaren ’70 – die de meeste snaren raken bij een groot publiek.

Ik was niet zo van Queen, meer van Led Zeppelin, maar het meest van The Eagles. Hun concert in de Doelen in Rotterdam in 1973 staat onwisbaar op mijn harde schijf. De groep had toen net hun tweede album Desperado uitgebracht, misschien wel het voorbeeld van het country rockgenre dat toen opgeld deed, en een muzikale hommage aan de outlaws van toen. Op de hoes van Desperado staan de – toen vier – Eagles als outlaws afgebeeld, de cowboys van het nieuwe hedonisme.

Toen Hotel California explodeerde, waren The Eagles een stadionband geworden met drie gitaristen en de voet vol op het gas van rock en steeds minder country. De band werd groot, groter en grootst en het titelnummer van hun album werd een megahit en spreekt nu ruim dertig jaar later nog tot veler verbeelding.

Ik kan Hotel California eigenlijk niet meer horen. Het is volkomen doodgedraaid. In mijn top 2000 zou het zeker de eerste paar honderd niet halen. Wel het epische The Last Resort met de prachtige zin ‘you call some place paradise, kiss it goodbye.’ Misschien slaat die regel – met de kennis van nu – wel op The Eagles zelf. Maar ja: wel nummer 1 in de top 2000. By popular demand.

Outlaw Men

The Eagles

‘I’ll make you rich. I’ll be richer, but I’ll make you rich.’ Zo beschreef gitarist en zanger Glenn Frey de pitch van producer en labelbaas David Geffen om The Eagles onder contract te krijgen. ‘And he kept his word,’ zo memoreerde Frey in de documentaire over Geffen waar ik gisteren over schreef.

In diezelfde documentaire vertelde Jackson Browne dat Geffen Frey stimuleerde om een band te beginnen in plaats van met zijn vriend J.D. Souther troubadour en mooie jongens te spelen. ‘You should be in a band,’ verordonneerde Geffen bijna. En zo geschiedde.In 1972 kwam het debuutalbum van The Eagles uit en werden vier niet-Californiërs de new wave country-rockers uit Californië.

Lange haren, houthakkersghemden, kapotte spijkerbroeken, acoustische gitaren, en hemelse zang en koortjes, ik kon er als middelbare scholier in kapotte spijkerbroek geen genoeg van krijgen. Ik zag The Eagles in 1973 in Concertgebouw de Doelen, een plek waar ik later zou werken. The Eagles waren nog in hun originele line up, met Frey, en met drummer en zanger Don Henley, gitarist en mandolinespeler Bernie Leadon, en bassist Randy Meisner.

Na het thematische meesterwerk Desperado ging de cowboyverpakking uit, de versterker aan, en met de komst van Don Felder werden The Eagles rock in plaats van country, en dat zou altijd zo blijven, hoe zoetgevooisd de ook aanwezige ballads ook waren, zoals de megahit The Best of My Love.

Ik zag The Eagles nog een keer, in Ahoy, toen net hun epische Hotel California was verschenen. Daar stond geen kwartet alternatievelingen, maar een stadionband, het soort supergroepen waar de punk vlak daarna heerlijk lang overheen wilde pissen.

Ik werd groter, The Eagles snoven zich suf, gingen uiteen, kwamen weer terug, en komen volgend jaar weer eens langs in Nederland om de bankrekeningen te spekken, als moderne Outlaw Men die geen banken overvallen maar het geld op vrijwillige basis uit je zak weten te toveren voor schandalig dure kaartjes. ‘But I won’t make them any richer…’. .