Dodemansrit

auschwitzherdenkingEen bizar incident. Zo heette het gisteren in de media. Man overlijdt in de tram. Passagiers waarschuwen de bestuurder dat er iemand onwel is of misschien wel overleden. De trambestuurder heeft er geen boodschap aan. Hij rijdt lijn 5 naar het eindpunt in Amstelveen. Daar komt de dodemansrit ten einde en kunnen de hulpdiensten nog slechts de dood constateren.

Inderdaad, een bizar incident. Wat bezielt de trambestuurder? Of wat bezielt hem juist niet? Moeten de trams nu zo op tijd rijden dat er nergens voor wordt gestopt? Of had de bestuurder het helemaal gehad met al het gezeur en dacht hij dat het wel mee zou vallen met de 56-jarige man die misschien gewoon even niet zo lekker was.

Het COC gaf vorige week een presentatie bij onze jongste dochter op school. Ze vond het wel interessant. Broodnodig is het ook. Zeker als je het nare verhaal leest over een man van 46 die in Bos Lommer in elkaar wordt geslagen voor € 60 en een I-Phone omdat hij een ‘vieze, vuile flikker’ is. Twee Marokkaantjes. Rond de 20. Daar krijgt het COC geen grip meer op, zo vrees ik. En het is helaas geen bizar incident, daarvoor komt het veel te vaak voor.

Dit is mijn stad, een stad vol bizarre incidenten. De stad waar zondag de bevrijding van Auschwitz 70 jaar geleden werd herdacht. Ik zag het op AT5, en zag vele bekende gezichten. Wat ik ook zag, was veel bewaking. Het zijn geen andere tijden, het zijn de onze. Gelukkig was er geen bizar incident. Maar het laat glashelder zien dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is, en dat onze vrijheid niet die van vele anderen is. Artikel 1 van de Grondwet is een mooi leidend (of lijdend?) principe, maar telkens daarnaar te verwijzen, laat ook zien hoe kwetsbaar en onmachtig we soms zijn in deze bizarre wereld.

Spaghetti Tarantino

Bij het begin van Django Unchained denk je dat je een halve eeuw terug in de tijd wordt geschoten, naar een western met schreeuwerige titles en je verwacht ook elk moment Frankie Avalon of Tony Bennett met het titellied van de zoveelste cowboyfilm. Of is het eerder een spaghettiwestern à la Tarantino met Ennio Morricone als hofcomponist?

Bij Quentin Tarantino is weinig wat het lijkt en veel wat het niet is, en het lijkt erop alsof de regisseur er het grootste genoegen in schept zijn encyclopedische kennis van de film in zijn eigen films te proppen tot het punt waarop hij zichzelf citeert en ooit zal gaan herhalen.

In de stijlvaste herhaling herkent men de meester, en de herhaling bij Tarantino is geweld en humor, of humor en geweld, en herhaling is nu ook dat Christoph Waltz voor de tweede maal op rij een Oscar in ontvangst mag nemen in een eigenlijk iedentieke rol van bounty hunter, eerst als SS’er in Inglorious Bastards en nu als de premiejager in Django Unchained.

Er is heel veel te lachen bij Django Unchained. De scène met kibbelende Ku Klux Klanleden die klagen over hun kappen die niet goed zitten is echt fantastisch. Maar veel lachen is ook wel om de spanning bij jezelf te breken; het geweld in Django Unchained dreigt voortdurend, en dat geeft de film 2 uur en 45 minuten permanente spanning en dreiging met geweld.

De film speelt in 1858, in de Zuidelijke Staten waar plantage-eigenaren als Calvin Candie op zijn Candyland (een heerlijke rol van Leonardo di Caprio) met slaven alles mogen doen wat ze willen. Het kan geen toeval zijn dat Waltz ook in deze film een Duitser speelt, Dr. King Schultz, een neptandarts met blanco volmacht, een SS’er voordat er SS’ers waren, maar misschien slaat mijn fantasie nu nog verder door dan die van Tarantino.

Want misschien is Amerika 1858 dan ook wel gewoon Amerika 20nu, waar iedereen gewapend is, waar random wordt gemoord, en het geweld een permanente angstdeken over het land legt. Tarantino zal het niet hebben bedoeld, hoewel je dat maar nooit zeker weet. In zijn Amerika van 1858 gutst het bloed van het scherm alsof moorden een computergame is. Django Unchained is Spaghetti Tarantino, een waanzinnige film, en volstrekt terecht dat dit in meerdere betekenissen originele scenario een Oscar kreeg.

Theedoek in de ring

Veel boksers en vechters hebben een klein hartje. Dat hoor je vaak. Ze meppen er flink op los, maar janken om niks en komen elke dag bij hun moeder. Léon de Winter is bijvoorbeeld dol op kickbokser Badr Hari die hij een geweldig mens vindt en een hele speciale persoonlijkheid, of zoiets. Ach ja. Volgens mij brak De Winter recent ook een lans voor Brammetje Moszkowicz, het zwarte schaap van het advocatengilde.

Vandaag vloog er een theedoek in de ring, en die bebloede theedoek zou Badr Hari wel eens voor de nodige jaren in de gevangenis kunnen draaien. Na ontkennen en daarna een beetje toegeven, is er nu de smoking gun die Hari zou linken aan de zware mishandeling van Koen Everink. Zo wordt het dossier nog dikker.

Want Badr Hari is niet die kickboksende blanke pit, maar een gevaarlijke mepper, iemand die zijn sport en privé-gedrag niet kan scheiden en een niet-werkende agressieregulatie heeft. Hij ging in de ring al eens zwaar in de fout, het bleek de voorbode van nog veel meer narigheid en geweld. Gelukkig heeft hij Léon de Winter nog, denk je dan.

En heeft hij Estelle Cruyff nu ook nog? En hoe zit het eigenlijk met haar gejok en mogelijke meineed? Het sprookje tussen de vechter en het-nichtje-van was te mooi om lang te duren. Zij was net van nestenbouwer Ruud Gullit af, en Badr Hari was net na de geboorte van zijn kind weggelopen bij zijn vriendin. Niet echt een vruchtbare bodem en geschikte kandidaten voor een hechte relatie. Zeker als de handjes dan ook nog gaan wapperen.

Niet de handhoek maar de theedoek ligt nu in de ring. Weg sportcarrière, weg maatschappelijk aanzien, weg relatie, want ik denk niet dat ik de enige ben die vermoed dat Estelle niet een paar jaar buiten het huis van bewaring in weer en wind op haar Badr gaat wachten. Maar wat dan en daarna? Ik zie weinig licht en positiefs. Van voorbeeld tot vervolgde. Ik ontleen geen vreugde aan de val, maar zie met vreugde straks het recht zijn loop krijgen.