Een onzichtbare hand

Ik ben meer van Vermeer dan van Rembrandt. Meer van Delft dan van Leidsche Rijn. Mooi dat museumdirecteur Benno Tempel – wat een toepasselijke achternaam – Gezicht op Delft koos als meesterwerk om in Volkskrant Magazine tentoon te stellen.

Wat een pracht, macht en kracht, wat een details en wat een compositie, en hoe dieper je in het platte doek duikt, hoe meer Vermeers onzichtbare schilderhand op fotografie lijkt, en dat is knap want de fotografie werd pas een kleine twee eeuwen na zijn kijk en Gezicht op Delft uitgevonden. Grappig dat Tempel zegt dat je de werking van het schilderij nog het best ervaart door het op zijn kop te hangen.Spannend idee. Doen.

Van Delft 1660 naar het China van nu is een bijzondere tijdreis, zeker als je uitkomt bij het bijzondere werk van Liu Bolin, één van de bekendste Chines kunstenaars nu. Bolin maakt werken waarin hijzelf onderdeel van het werk wordt door er bijna in op te gaan, in te verdwijnen, zoals – afgebeeld – in de uitstalling van een Amerikaanse tijdschriftenwinkel.

Zo is Bolin de onzichtbare man en dat zien velen als artistiek verpakte kritiek op zijn China, waarin mensen zo maar kunnen verdwijnen, van het ene moment op het andere, weggenomen door een machtige onzichtbare hand, zoals ook de dissidente kunstenaar Ai Wei Wei overkwam. Bolin zegt niet bang te zijn, maar ook hij kan niet al te zeker zijn dat hem niets overkomt. Populariteit kan je beschermen, maar ook nekken. Chop chop.

Hiding in the City noemde Bolin zijn imposante reeks foto’s, en ook die titel heeft iets dubbels, het verstoppen in de grote stad, maar je er ook semi-veilig weten omdat je op kunt gaan in de massa, zoals Bolin letterlijk en met heel veel uithoudingsvermogen in het maakproces opgaat in zijn eigen kunstwerk. Dat ik-statement is natuurlijk heel bijzonder in het enorme China waar wij altijd belangrijker was dan jij en waar een onzichtbare hand je een rotklap geeft.

Die VOC-mentaliteit

Morgenavond begint De Gouden Eeuw, een prestigieuze 13-delige tv-serie van NTR en VPRO over de roemrijke, en nog altijd fascinerende Gouden Eeuw waarin ons land in wording schijnbaar in no time één van de leidende handelsnaties ter wereld werd en een aantal decennia wist te blijven.

De Gouden Eeuw geurt naar succes, naar macht, rijkdom en bezit, naar kruiden en thee, naar bloed en geteerde schepen. Voor velen is de Gouden Eeuw de mooiste periode uit onze relatief korte geschiedenis. Niet voor niets vond toenmalig premier Balkenende dat het kniezende en vastgelopen polderland wat meer van Die VOC-mentaliteit moest tonen.

Balkenende werd uitgelachen en beschimpt, want heel politiek correct werd hij om de oren geslagen met wat die VOC-mentaliteit ook betekende: moord en doodslag, plunderingen, zelfverrijking, slavenhandel. Aan die slagzijde van onze mooiste tijd wilde lang niet iedereen worden herinnerd.

Maar het kan raar lopen. De Gouden Eeuw is springlevend. En vooral zo springlevend omdat we er plots onszelf in zien, onze eigen tijd, onze eigen zorgen en uitdagingen. Globalisering, immigratie, urbanisatie, tolerantie, fundamentalisme. We hadden het toen, we hebben het nu, en dan doen we er ook nog de beurs, hypes en media bij, en dan lijkt het wel alsof De Gouden Eeuw nu is, of in ieder geval een spiegel voor het nu.

Waarin een klein land groot kan zijn. Wij waren officieel nog onderdeel van het Spaans-Habsburgse Rijk, maar gingen vrij en onverveerd voor eigen rekening en risico de zee en de oceanen op om te handelen en rijkdom te vergaren. Met lef, moed, wat weinig geweten, en een sterke maritieme vloot, lag de wereld even aan onze voeten, en dat voelde goed, en maakte ons land heel erg rijk.

Volgend jaar in Amsterdam 2013 vieren we 400 jaar grachten, de grote stadsuitbreiding die de uitdijende stad ruimte en zuurstof moest bieden. Daar kwamen de nieuwe rijken op af, de patsers van de nieuwe welvaart, en zij streken neer in bijvoorbeeld de afgebeelde Gouden Bocht, de Herengracht gezien vanaf de Vijzelstraat. Daar ging de VOC-mentaliteit wonen en de rijkdom etaleren. Dat waren nog eens tijden. Nu terug naar de onze. Ik ga morgen kijken.