Fan-tas-tisch

Hans van Manen

Pensioen pas op je 67ste. Veel ouderen werken nog veel langer door. Hans van Manen zal het bezien met een licht-cynische glimlach. De choreograaf par excellence is 81 jaar en geen vezel in zijn lijf denkt aan stoppen.

Gisteren haalde hij maar weer eens de voorpagina van Het Parool. De stadskrant berichtte over de Masterclass – ‘op audiëntie bij de meester’- die Van Manen gaf voor particuliere sponsors van Het Nationale Ballet. De maestro aan het werk. De Mondriaan van de dans. Altijd een genot.

In mijn jonge jaren werkte ik bij Het Nationale Ballet en mocht Van Manen van dichtbij meemaken en getuige zijn van zijn scheppingskracht maar ook van zijn niet te missen buien en driften en jubel en hosanna. De eeuwig twijfelende grote kunstenaar kon het hele Muziektheater op de Damwanden laten trillen als hij zijn zin niet kreeg of het orkest weer weigerde een kwartiertje door te oefenen.

Vaak dreigde hij met vertrek, of vreesde ik dat hij alle kantoren zou verbouwen. Hij had daar een passend vocabulaire bij. Maar het waren altijd de spanningen voor de première. De in zijn ogen te geringe repetitietijd. De te geringe aandacht voor de grote Hans.

Maar na de première was het altijd groot feest, was Hans van Manen dol en uitgelaten en was het goed eten en drinken en was de hele avond ‘fan-tas-tisch’ en iedereen een ‘schat’, en dat werd zwierend uitgesproken, zoals alleen Hans van Manen dat kan. En de ruzies en het gefoeter? Allemaal vergeten. Er was net weer een parel aan de ketting van Van Manen geregen, en daar staat nu een repertoire dat in één woord fan-tas-tisch is. Chapeau.

Helemaal los

WA.Koning

Zaterdag was de Klapstoel in Het Parool voor mijn voormalig buurman en jaargenoot Tom van ’t Hek. De nieuwe ochtendstem van BNR verbaast zich over de enorme maatschappelijke golf naar aanleiding van de troonswisseling. ‘Soms denk ik wel eens dat ons land te klein is, we zijn net iets te blij als er weer wat te doen is.’

En er is wat te doen. Geen voetbal dit maal, maar wel Oranje, en een publiekswissel. De koningin vertrekt, lang leve de koning, en dus kunnen we morgen op Koninginnedag weer eens even helemaal los. De monarchie zal menigeen worst zijn, maar feesten zullen we, en hossen en drinken tot we zinken.

Alles is Oranje, alles kleurt Oranje, van tompouce tot steunkous en koningswup, alles en iedereen moet mee in een vriendelijke, maar onvermijdbare wolk van volkshysterie en door media en commercie opgestuwde pretfabriek waarin wij zelfs het genoegen smaken om André Rieu in onze voortuin te hebben.

Zeeland ligt nog dwars, dan moeten de dijken maar door, want het koningslied van John Ewbank (onthoud die naam..!) zal schallen door de wingewesten op de dag die je wist dat zou komen. We gaan helemaal los. Feesten zullen we. En ook wij hier ten huize zijn niet zonder zonde.

Want morgen staan onze dochters in naam van Oranje onze halve huisraad te verpatsen om hun zakgeld als Goldman Sachsers te verveelvoudigen. Iedereen doet mee, iedereen gaat los. Oranje boven. En leve de koningin. Eh, koning.

Maar wie vooral los is, is onze Beatrix. Ik vind dat ze het in een zinloze symbolische samenbindende baan prima heeft gedaan. Die ene keer dat ik haar ontmoette, moest ik onbedaarlijk met haar lachen. Sinds die avond in Het Muziektheater kan zij bij niet meer kapot. Dat moet hij van die W eerst nog maar eens waarmaken. Te beginnen morgen. Op die dag die je wist dat zou komen…

Einstein on the Taxi

‘Tijdloos gedateerd.’  Zo beschreef muziekcriticus Erik Voermans het visueel en muzikaal imponerende en bij vlagen overdonderende ‘Einstein on the Beach’ van Philip Glass en Robert Wilson dat ruim 36 jaar na de première in Avignon een tweede succesvol leven kreeg de afgelopen week in Amsterdam.

Als je Einstein in de titel zet, kun je niet volhouden dat de non-opera-opera niet over Einstein zou gaan, maar Einstein on the Beach is een verhaalloos verhaal dat van tableau naar tableau gaat “…and somehow, without knowing it, one crosses the line from being puzzled or irritated to being absolutely bewitched,” zo schreef John Rockwell van The New York Times.

In 1976 was ‘Einstein on the Beach’ ook twee maal te zien in The Metropolitan Opera in New York. Een dag na de laatste voorstelling zat Philip Glass weer achter het stuur van zijn taxi. Er moest wel brood op de plank komen. Er is een prachtige anekdote over. Een mooi-geklede vrouw stapte bij Glass in de taxi, zag zijn cab licence, en zei: “young man, do you realise you have the same name as a very famous composer?”‘

Het was een lange avond in Het Muziektheater, en er was geen pauze dus er werd volop gependeld richting behoeftedoen en bar. Beetje onrustig wel. Maar voor heel Amsterdam wordt het een lang jaar, want 400 jaar Grachten en Amsterdam 2013 met zoveel jubilea dat je oren tuten. Vrijdagavond was als een wat verlate kerstmarkt de aftrap in het Amsterdam Musuem met koek en zopie, vendelzwaaien en het kanonstartschot voor het jubeljaar.

Ik was lovend deze week over de film ‘Jagten’ van Thomas Vinterberg, en zo verveeld bij ‘Hyde Park on the Hudson’, een doodwaterfilm over de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt en zijn mistresses en het bezoek van de stotterkoning George nVI aan ‘zijn’ voormalige kolonie. Genoeg stof voor een boeiende film, zou je zo denken, maar regisseur Roger Michell maakt er een saaie slaappil van, en Bill Murray als FDR is een bordkartonnen schmierder.

Het wachten is op de grote Lincolnfilm van Steven Spielberg, de Oscarnominaties zijn bijna te talrijk om waar te zijn, en ik ben bang dat het straks toch tegenvalt, hoeveel talent en kwaliteit er voor $ 50 miljoen ook is ingekocht. Dus snel nog maar even ´Killing Lincoln´ uitlezen, het prachtige boek van Bill O´Reilly over de closing stages van The Civil War en de samenzwering tegen en de moord op Lincoln.