Een kwestie van Gunning

HofC3Het is geen spoiler dat het derde seizoen van House of Cards over ons is uitgestort. Het is dus ook geen spoiler dat de eerste aflevering vooral over Doug Stamper ging – ik geef toe, ik dacht dat hij dood was – en minder over de Underwoodjes. Maar nu Frank the Oval Office bezet, weten we dat het nu plankgas en over lijken gaat. Ofwel: Bad. For The Greater Good.

Louise Gunning gaat niet over lijken. Het opperhoofd van de UvA is in al haar bestuurscohorten van het autistische machtsmodel geworden: we gaan wel over u, maar we luisteren liever niet, bevoogden in plaats van bevragen en echte interesse. Al dat gedoe, het staat onze plannen en grootheid maar in de weg. Fascinerend om te zien hoe al die jaren van leiderschap vastlopen in regenteske modder. Het lijken wel weer de jaren ’60. Hoog tijd dus voor het opschudden van de slapende macht.

Dat opschudden van de slapende macht is ook de missie van Geert Wilders. Hij mag op de klapstoel van Het Parool uitleggen wat hem drijft en bezighoudt. Hij begrijpt maar niet dat anderen niet begrijpen dat ons land as we know it door islamisering richting afgrond gaat. En weet Wilders: niet elke islamiet is een terrorist, maar wel veel terroristen zijn islamiet.

Maar toch: het lijkt wel of Wilders iets matigt, iets van licht door de ramen laat. Misschien wil hij toch eindelijk alle mooie peilingen eens verzilveren. En dan moet het misschien iets minder hard op het orgel. Hij praat zelfs over zijn kat, zijn Hongaarse vrouw en zijn kijk op de dood. Zie de mens. En de PVV-posters zeggen het al: genoeg is genoeg. Frank Underwood zou het niks vinden.

De pest aan ouderen

OudJob van Amerongen is een dierbare vriend. Als er meer mensen zoals Job zouden zijn, dan zou Mokum en omstreken daar flink van opknappen. We spreken elkaar een paar keer per jaar. Hapje eten, wijn op tafel, en onszelf op tafel, en natuurlijk Ajax, de kinderen, onze PvdA en de toestand in de wereld. Ik ben trots op Job. Hij doet werk wat weinigen willen. Verpleegkundige in de ouderenzorg. Hij werkt zich zes slagen in de rondte. Voor een salaris wat bewijst dat we in Nederland de pest aan ouderen hebben.

‘We hebben dus de pest aan ouderen’ is de kop die Het Parool zette boven een groot ingezonden stuk van Job gisteren. Hierin fileert hij de ouderenzorg, de dikke middelvinger die wordt opgestoken naar mantelzorgers en de holle mantra van de participatiemaatschappij, synoniem voor ‘zoek het zelf maar uit.’ De ouderenzorg is de afvoerput van onze samenleving, waar iedereen veel minder betaald krijgt dan in andere zorg. We hebben de pest aan ouderen. Ouderen zijn alles wat wij niet willen zijn, maar toch graag ooit willen worden. Maar hopen dat er dan nog een paar Jobs zijn.

Recent vertelde Job mij over zijn zorgen over de ouderenzorg, over zijn eigen twijfel of hij dan maar dag in en week uit bij dat afvoerputje moest zijn, in een zorgwereld van bureaucratie, managersterreur, landje pik, bestuursbonussen en alles wat je verder eigenlijk niet wilt weten. Voor Job – de vriendelijkheid en voorkomendheid zelf – is het stuk in Parool bijna een noodkreet. Zo fel bijt hij meestal niet van zich af. Hij is boos, bezorgd en teleurgesteld, zoals helaas zovelen die zich voor wat zilverlingen het snot voor de ogen mogen werken.

Job is een sociaal-democraat in al zijn DNA. Bij elke misstand die wij bespreken, roept Job dan vrolijk ‘daar zou de PvdA eens iets aan moeten doen.’ Het is een grap. Maar het is Job ook ernst. Al 33 jaar lid, en voor zijn gevoel door zijn eigen partij en zijn eigen mensen in de kou van de afvoerput gezet. Dat verdriet mij. Job mag 60 uur per week werken en doet dat met alle liefde die hij heeft. Maar als zo iemand geen liefde meer voelt maar minachting, holle frases en de pest aan ouderen, dan gaat op een slechte dag ook bij hem het licht uit.

Dit zijn de namen

DitzijndenamenIn Het Parool las ik dat in een extra ledenvergadering van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders Hennie de Haan gekozen is tot nieuwe voorzitter. Ze had haar naam mee, zullen we maar zeggen. Ofschoon zij natuurlijk De Kip had moeten heten.

Soms zit het mee en soms zit het tegen met je achternaam. Op mijn Middelbare School zat een tweeling met de achternaam Poepjes. Op een gegeven moment zijn alle grappen wel gemaakt, maar toch.

Op scholen kom je best veel kindernamenleed tegen. Want welke ouders noemen hun dochter nu Haas? Hebben ze heel hard moeten lachen, snappen ze het echt niet, of moet het kind gehard het leven door? Mijn naam is Haas. Lachuuuh. Maar ja, als Haas kan, dan kan Beer ook, en Wolf. Zijn er ook nog ouders die hun dochter Poes noemen? Het zou me niet verbazen.

Altijd als je denkt dat je alles hebt gehad, dan waait er weer een nieuwe trend langs. Jaren terug had je overal Storm. Storm is even gaan liggen, was dan onze grap op het kinderdagverblijf. Maar je had ook Bikkel en Erts, lekker aards. En toen kreeg je alle Verenigde Staten en zat opeens Alaska de Boer naast je kind, of Texas Jansen.

Ouders kijken niet zo nauw, maar als kind moet je er wel een leven mee doen. En wie afwijkt, wordt gepest en uit de groep geknikkerd. Het is dus niet leuk om Haas of Poes te heten, of Kathmandu Koopman of Bono Blijham. Maar onze fantasie kent geen grenzen, en bij de burgerlijke stand mag bijna alles. Adolf waarschijnlijk ook. Maar dat doe je je kind toch niet aan. Toch?

Iedereen de straat op

kuzu-568x378Het was niet helemaal de week van de PvdA, zal ik maar zeggen. Eerst het idiote rapport dat PvdA-bestuurders wil verplichten om 25% van hun tijd door te brengen onder het volk, voorheen de achterban. Iedereen de straat op. Een desperate poging het treurige electorale tij te keren.

Maar het credo ‘iedereen de straat op’ kreeg niet geheel onverwacht een geheel andere dimensie. De PvdA-kamerleden Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk stapten donderdag uit de partij en zijn nu voorgedragen voor royement. Twee zetels minder in de Tweede Kamer, en een ruzie waarvan de ruiten nu nog staan te trillen in hun sponningen.

Het is de zoveelste zet in het schaakspel tussen PvdA, haar achterbannen, en hoe de partijlijn in delicate balans verkeert met wat bijvoorbeeld Kamerleden van Turkse origine mogen doen of laten in ruil voor hun electorale aantrekkingskracht. De PvdA had zich laten waarschuwen voor ‘deze heren’, zoals vice-fractievoorzitter Martijn van Dam hen noemde.

Spekman en Samsom wilden niet luisteren, en plaatsten hen op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Pijnlijk voor hen dat ‘de heren’ er na twee jaar de brui aan geven, ofschoon Samsom meent dat hij ze heeft weggestuurd. Het wordt in zijn eigen partij ontkent. Het Parool sprak vandaag over ‘ontbindend leiderschap.’ Dat is een keiharde.

Maar het is een conclusie die past bij een partijleider van een ontbindende partij die de eigen politici nu onder dwang onder gewone mensen wil laten verkeren. Veel erger kan het niet worden. Hoewel. Vanaf 1 januari schijnt er het nodige te gaan veranderen in de zorg.

Dankzij de moeder van staatssecretaris Van Rijn weten we dat de urine nu soms al tot de enkels staat. De boosmakende hallelujah-campagne die zijn departement voert, doet het ergste verzen voor de mindset van de PvdA-bestuurders. Gelukkig zijn er binnenkort verkiezingen. Mooi moment om gewone mensen te laten spreken.

Robbendoes

Robben-kinderenOp het eind winnen de Duitsers. En dus is het WK nu klaar. Wat hebben we genoten. Vooral omdat we tevoren overtuigd waren dat ‘zij’ de eerste ronde niet zouden overleven. Maar ‘zij’ werden ‘wij’ en ‘wij’ kwamen ver, veel verder dan in elke stoutste droom.

Het Parool had het vandaag na de 0-3 tegen Brazilië over een ‘waardig afscheid’, maar dat klinkt me teveel als een eerbetoon aan de doden, terwijl het Nederlands elftal in jaren niet zo levend is geweest, met Arjen Robben als de echte leider van wereldformaat.

Met die Robben is het toch ook raar gelopen. Niet zo lang geleden vond iedereen hem maar een egoïst, een duikelaar, en geen aardig mens. Maar zoals Van Gaal transformeerde, zo transformeerde ook Robben. En zoals Van Gaal de bondscoach des vaderlands werd, zo werd Robben de primus inter pares, de eerste onder zijns gelijken, als een vader voor zijn jongens.

Die rol paste hem plots wonderbaarlijk. En hij kan nu gelijk weer verder. Want niks niet lui onderuit voor Robben. “Er wachten drie kinderen op papa.” De druk op de spits wordt nu de druk op de vader. Gevraagd: liefde, aandacht en energie. Dat wordt Robbendoesen. Iets zegt mij dat het helemaal goed gaat komen. Jongens zijn mannen geworden. En een echt hecht team kan veel meer dan de optelsom van individuen. Chapeau.

Die andere Andy

Andy-Burrows-Hometown-by-Stefan-Parker2

Net terug uit de Verenigde Staten met de bevestiging dat het commercieel uitermate interessant is om een breed waaiend circus aan losers, crepeergevallen, dwergen en extreme obeten en ander ongerief aan de kijker voor te schotelen. We love it.

En dus krijgt in Nederland Andy van der Meyde zijn realityshow. Natuurlijk kent y hem niet meer. Hij speelde bij Ajax, in Oranje, maar versnoof en verneukte zijn carrière en zijn leven, en dat is leuk om te zien, en dus mogen we straks genieten van dit leeghoofd op zijn pad verder neerwaarts. Smullen.

Gelukkig is er nog een Andy. Ik kende hem niet, maar Het Parool was zo aardig om Andy Burrows vandaag te introduceren. ‘Drummers kunnen meer dan alleen slaan,’ en Andy Burrows is het levende bewijs van zijn eigen uitspraak. Wat maakt deze singer-songwriter prachtvolle muziek.

Ik had niet zo opgelet de afgelopen jaren, en dus had ik zijn band Razor LIght gemist waar Burrows drumde. Nu is hij front man, en geswitcht naar andere, introverte muziek die gelukkig niet mijmelt of navelstaart, maar met prachtimpact binnenkomt, luister maar naar zijn ‘Hometown’ en je bent helemaal thuis. En als hij dan ook nog mijn drummende helden Levon Helm (The Band) en Don Henley (The Eagles) noemt, tsja, dan gaat Burrows bij mij niet meer kapot.

Zondag staat de vriendelijke Brit in het Amsterdams Bos, met in het voorprogramma Michael Prins, winnaar van – jawel, weer een TV-wedstrijdje – de beste singer-songwriter van Nederland. Gaat dat horen, zou ik zeggen.

Princejesdag

Prince

De dag die je wist dat komen zou, maar dat maakt het overlijden van Prins Friso niet minder triest. We lazen het nieuws maandagmiddag op onze phones op Miami International Airport, op weg naar huis na drie weken Florida.

Dan is het gek dat je een hele Atlantische oceaan overvliegt, zes uur tijdverschil wegwerkt en thuis komt en thuis Het Parool vindt met op de voorpagina die andere Prince die fotograferende fans Paradiso uit laat zetten. Het lijkt alsof Friso in Nederland dan nog niet dood is.

Over de doden niets dan goeds, maar in het geval van Friso is het toch wel erg opmerkelijk hoe hij direct na zijn dood wordt heruitgevonden en opgewaardeerd, terwijl hij juist zelf voor de betrekkelijke anonimiteit had gekozen. Hoe triest een ieder het ook vindt, ik kan me niet voorstellen dat heel Nederland in diepe rouw is, zoals onze wel vaker mismikkende premier liet noteren.

Friso leek mij – op hele grote afstand – een geestig, wat bleue man, een heertje met humor en een prima stel hersens om eigen keuzes te maken, ver weg van de camera’s, de haaien en hyena’s. Door Klaas B. en Mabel wist hij hoe fijn dat allemaal kon zijn.

Die andere Prince leeft van camera’s en media aandacht, maar toch mocht er niet worden gefotografeerd bij zijn concerten in Paradiso afgelopen zondag. Wie dat wel deed, werd de zaal uitgezet. Je komt het niet vaak tegen, maar ach, in het theater mag je ook niet zomaar gaan zitten filmen en flitsen.

Zo werd het in Nederland voor ons een rare Princejesdag. Friso en een kroniek van een aangekondigde dood. En een wereldster die vooral nieuws maakt omdat hij geen gefotografeer wil bij zijn concerten. Het moet allebei nog een beetje landen bij me.

Wim Kok B.V.

rutte.saab

Het Kabinet Rutte II bezuinigt zich een slag in de rondte, maar wil wel graag dat u en ik het geld eens lekker laten rollen. Daar zou de economie zomaar van op kunnen knappen. Het klinkt leuk. Maar hoe zitten de dames en heren politici er zelf eigenlijk in? Lopen die nu de deur plat bij IKEA, Gamma, Keukenkampioen en de VW-dealer of boeken ze een wild weekendje Des Indes? Nou, niet bepaald.

Practice what you reach, noemen de Amerikanen dat, en wij zeggen dan: geef het goede voorbeeld. Maar zo werkt de politiek niet. Daar roep je het een, en doe je het ander. Rutte wil graag dat we nieuwe een nieuwe auto kopen, maar hij rijdt zelf vrolijk rond in een prehistorische Saab. Met zijn inkomen en status zou hij wel eens wat rianter kunnen gaan wonen, maar hij piekert er niet over om zijn uitvergrote studentenkamer op te zeggen. Tsja. Dat schiet niet op.

Uit het alleraardigste stukje van Margreet van Beem in Het Parool leren we ook dat zijn collega-bewindslieden niet echt met geld zijn gaan smijten na de oproepen van Rutte en Samsom. Geen sloep, geen tweede huis, geen nieuwe keuken. Dijsselbloem en Samsom hebben wat hypotheekschuld afgelost, en Melanie Schultz is vooral aan het consuminderen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma was wel solidair met het volk. Zij kocht een splinternieuwe rode fiets, hopelijk zo’n degelijke Nederlandse.

Lekker is dat. Roeptoeteren. Belletje trekken. Het is toch wel schamel en beschamend. Met een inkomen van rond de € 144.000 zou de graag stappende vrijgezel Rutte met gemak een flink aantal ruggen kunnen stukslaan voor een nieuw(e)re Saab of een fijne woning op stand. Maar ja, het kan eigenlijk geen toeval zijn dat Rutte zijn Saab braaf in onderhoud heeft bij Garage Wim Kok te Den Haag.

Je zou bijna denken dat Rutte die garage puur op de naam heeft uitgekozen. Geintje. Mijn auto is in onderhoud bij Wim Kok. Sociaaldemocratisch sleutelen. Braaf, degelijk, zuinig en niet te duur. Lachen. Kok keurt periodiek Rutte. Zoals PvdA en VVD elkaar constant keuren en de nieren proeven. Maar tot grootse en meeslepende geldsmijterij leidt het maar niet. De echte – die andere – Wim Kok zou de oproep daartoe ook nooit hebben gedaan. Hij was van het zuinige land, van tut-tut-ho-ho-rustig-aan. Conclusie? Van die Rutte hoeven we het niet te hebben voor ons economisch herstel. Krent.

Vreemd ongrijpbare regenjas

Raincoat

Thank God it’s Friday zullen velen vast verzuchten vandaag. Het weekend naakt. Een lang Pinksterpopweekend. Maar waar blijft nu toch de zon, het heerlijke voorjaarsweer? Wanneer kunnen we nu toch echt eens de paden op en de lanen in, fietsen langs lammeren, en heerlijk terrassen?

Vandaag gaat het ‘m niet worden, helaas. Ons wacht regen. Maar gelukkig is er een regenjas, een prachtige Raincoat, een heerlijk lieflijk, onbezorgd en vreemd ongrijpbaar nummer van Silver Wilkinson op zijn nieuwste cd Bibio, gisteren zo bejubeld in Het Parool door Hans van Lissum.

Wilkinson is een Brit, dus hij weet wat regen is en hoe je te wapenen met een Raincoat. Het is het prijsnummer op zijn album dat een letterlijke en figuurlijke mix is van folk, electronica, rusiende beats en sounds. Intrigerend, niet allemaal even ijzersterk, maar volgens Van Lissum ‘de muzikale evenknie van een stoffige polaroid die decennia bij je oma op zolder lag.’

Hoe dat klinkt? Check op i-tunes en voor € 0,99 koop je een Raincoat die je vast het weekend in en door helpt en waar je ook nog een zonnig gevoel van krijgt. Wat muziek niet allemaal vermag. En Rod Stewart weet het al heel lang: ‘An Old Raincoat Won’t Ever Let You Down’..

Het wonder van Bern

Bern

De quote van de voormalige Britse international en nu TV-presentator Gary Lineker is even bekend als briljant: ‘Football is a simple game. Twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win.‘ Maar – hoe briljant ook – dat is niet altijd zo geweest.

In 1954 werd Duitsland voor het eerst wereldkampioen, in een wedstrijd die Het wonder van Bern wordt genoemd en waarin die Mannschaft de superieur geachtte Hongaren klopten met 3-2 na met 0-2 te hebben achtergestaan. ‘Wir sind wieder da’ riep de overenthousiaste Duitse radiocommentator en gaf daarmee aan dat Duitsland na de nederlaag van 1945 weer meetelde. Het Wirtschaftswunder kon los.

En als toeval niet bestaat, dan is er wel zoiets als timing, want ik wilde al bloggen over het juweelboekje De zondag dat ik wereldkampioen werd van Friedrich Christian Delius toen ik net ook nog een jubelende recensie erover las van Arthur van den Boogaard in Het Parool.

Het boekje – € 9,90 slechts – is een pareltje, klein formaat, grootse daad, een autobiografische novelle over een elfjarige domineeszoon die op die wonderzondag in 1954 in hartje Hessen radiogetuige is van het voetbalwonder in Bern.

En zoals de overwinning van het team van Sepp Herberger ervoor zorgde dat de Duitsers weer meetelden, zo was de wedstrijd voor de voetbaltechnisch onetalenteerde en stotterende jongen de grote emancipatie uit het streng gereguleerde en gelovige gezin en dorp. Hij zou er later een prachtig boekje over schrijven…