Het doel heiligt de middelen

CourtoisDe Belgische doelman Thibaut Courtois bereikte gisteren met ‘zijn’ Atletico Madrid de halve finale van de Champions League. Courtois is een huurling. Hij is eigendom van Chelsea dat hem drie jaar geleden kocht van Racing Genk. Courtois speelde echter nog nooit voor Chelsea. Direct na aankoop werd hij verhuurd aan Atletico Madrid.

Het verhaal van Courtois is niet bijzonder, maar bijzonder exemplarisch voor de internationale marktplaats die het grote voetbal is verworden. Vanochtend was het een klein berichtje, maar toch: in het lease-contract van Courtois zou staan dat hij niet tegen zijn echte baas – Chelsea, dus – mag spelen, anders dan voor een forse dwangsom van € 3 miljoen per wedstrijd. En aangezien én Atletico én Chelsea nu in de halve finales van de Champions League staan, is de kans vrij groot dat dit gebeurt. Vrijdag is de loting.

Het is een rare, schimmige wereld, dat moderne voetbal. Het doel lijkt alle middelen te heiligen. Oliesjeiks, gasbaronnen, puissant rijke Amerikanen, en misschien wel hordes belchinezen hebben het voetbal in een grote commerciële wurggreep. Courtois is een goede keeper – Belgisch international ook – maar toch vooral handelswaar.

Met het vele geld zijn ook de mondiale machtsverhoudingen gaan schuiven. Zo was de wedstrijd Atletico Madrid – Barcelona op de shirts van de ploegen toch vooral de wedstrijd van Azarbeijan, Land of Fire vs Qatar Airways. Azarbeijan won met 1-0. Mede dankzij een fantastische safe van Courtois die de bal van de felgekleurde schoenen van het Braziliaanse etterbakje Neymar plukte. Maar of het voetbal ook nog wint?

0,45 seconde

Een strafschop. Hoe moeilijk kan het zijn. Een bal die met een snelheid van 90 kilometer per uur wordt afgevuurd, legt de 11 meter tot de doellijn af in 0,45 seconde. Hoe oneerlijk kan het zijn. Een keeper heeft minimaal 0,5 tot 0,7 seconde nodig om vanuit het midden van zijn 7,32 meter brede doel de hoek te bereiken. Als hij al de goede kiest, en niet met een listige schijnbeweging de verkeerde kant op wordt gestuurd.

Keepers worden geacht kansloos te zijn bij een strafschop. En dan is er ook nog de regel dat de keeper pas van zijn plek mag als de penalty is genomen. Dat zet hem nog verder op achterstand. Hij heeft namelijk 0,15 tot 0,2 seconde nodig om in beweging te komen. Dat is de minimale reactietijd. En dan moet hij nog naar de hoek. Een onmogelijke opgave, hoor ik u denken. Nou, dat valt mee.

De penaltynemer is in snelheid en volgens de natuurkundewetten met gemak de winnaar.Toch worden er heel veel penalty’s gemist. Ze gaan links en rechts naast, huizenhoog over, eindigen op paal en lat, of in de handen of op de vuisten van de dus toch niet geheel kansloze keeper. En dan is er nog de psychologie. De penaltynemer moet scoren, want het is toch zo simpel. De keeper heeft dus niets te verliezen. Alle druk ligt bij de nemer. En dan wordt het leuk.

Zondag werd het leuk. In slaperig en grijs Aalsmeer bij RKAV stond er lang een brilstand op het bord, en toen we toch op voorsprong waren gekomen, bood de scheidsrechter de thuisclub met een bedachte penalty de kans vlak voor tijd alsnog langszij te komen. Gelukkig had ik een keepersleven geleden van een trainer veel geleerd van hoe je als keeper penalty’s kunt pogen te ‘lezen.’

Ik keek de penaltynemer aan. Ik zag niet veel vertrouwen. Eerder onrust, angst misschien wel. En vervolgens lette ik alleen nog maar op zijn voeten en met welke hij zijn aanloop zou beginnen. Dat zou mij heel veel zeggen over de hoek van zijn keuze. En hij deed precies wat ik dacht dat hij zou doen.

En dus – met alle geldende snelheidsbeperkingen en natuurkundige achterstand – kon ik de halfhoog genomen strafschop met de linkervuist uit de hoek slaan. Het voelde als triomf, single handed de in de kou bevochten zege valak voor tijd veilig gesteld, als in een oud stripverhaal waar je favoriete keeper alles stopt en zijn briljante teamgenoot vlak voor tijd de winnende goal maakt. Met drie punten in de tas en een smile van oor-tot-oor terug naar SC Buitenveldert. Het was zo best een mooie zondag.

Goodbye, Craven Cottage

Hoe ouder, hoe beter, dat geldt zeker voor keepers. Maar Maarten Stekelenburg lijkt de uitzondering te zijn die die keepersregel bevestigd. Na zijn heldenrol op het WK 2010 is het met zijn transfer van Ajax naar AS Roma eigenlijk alleen maar bergafwaarts gegaan. In Rome op de bank, en niet meer de eerste doelman van Oranje. Het gaat niet goed met Stekelenburg. En dat steekt.

Gisteren leek er een einde te komen aan het grote wak in de carrière van Stekelenburg. Op de laatste dag van de wintertransferperiode was er licht en lucht in Londen, en misschien ook wel in Liverpool. Het Fulham van Martin Jol, maar vooral het Fulham van Mohamed Al-Fayed, en anders het ooit grote en roemruchte Liverpool zouden de lange Haarlemmer wil willen huren of kopen.

Een privé-jet – er gaat best wat geld om in het moderne voetbal – bracht Stekelenburg van Rome naar Londen, maar on arrival liep alles al mis. AS Roma liet weten geen vervanger voor Stekelenburg meer te kunnen vinden, en verordonneerde de Nederlandse goalie terug naar de eeuwige stad. Geen Craven Cottage, geen Anfield Road, maar weer bankzitter in Stadio Olimpico.

Huilbuien. Het kan niet anders. De gesloten, wat stoicijns ogende Stekelenburg moet er gisteren behoorlijk doorheen hebben gezeten. Maar waar was het mis gegaan? Niet gisteren in Londen, denk ik, maar al veel eerder. Dik twee jaar geleden was Stekelenburg wereldtop, en werd hij telkens weer in verband gebracht met Manchester United. Maar hij maakte net als zijn voorganger Edwin van der Sar de fout door te kiezen voor Italië. Van der Sar ging jankend en op zijn knieën weg uit Turijn naar  Fulham, hetzelfde pad dat Stekelenburg nu leek te gaan.

Ongeduld, verleiding, opportuniteit, aflopende contracten, publieke druk, zaakwaarnemers, het spel is lastig, zeker als je alleen maar wilt keepen en een aanbieding krijgt die je natuurlijk niet kunt laten lopen. Maar met al het geld op je spaarbankboekje ben je toch maar een radertje in een veel grotere voetbalgeldmachine, en zit je dood te gaan op de bank, je toch nog goed herinnerend hoe goed je was, en vol onbegrip over een trainer die je niet opstelt en een club die je niet laat gaan.

Hoe ouder, hoe beter, en dat geldt gelukkig ook voor Maarten Stekelenburg. Deze zomer een goede stap zetten, en hij kan nog jaren mee met dat lange lijf, die enorme handen, en die stoicijnse blik. Engeland leek mij altijd ideaal voor een keeper, waar anders zou je onder de lat gaan staan als je de keuze had? Vorm bij Swansea, Krul bij Newcastle, en straks Stekelenburg bij Fulham, Liverpool of toch dan eindelijk Manchester United? Maarten Stekelenburg heeft weer een doel nodig. Dat beseft hij nu als geen ander.