Binnenhofmeester

Ferry-Mingelen-621x328

Het lijkt alsof Ferry Mingelen al een eeuwigheid verslag doet van op en om het Binnenhof. Hij moet Thorbecke nog hebben gekend. Maar aan alle moois komt een eind. Ferry Mingelen gaat eind dit jaar ‘op zwart’. Klaar. Aan de dijk gezet door de NOS die wil ‘vernieuwen.’ Vast.

Het is vandaag de dag moeilijk voorstelbaar, maar politici vonden die Mingelen ooit veel te pedant en aanmatigend. Met de komst van jakhalzen en aasgieren en valse slangen zoals Rutger, is Mingelen eerder een heer van stand die stand houdt in roerige quotepaktijd waarin je aan de premier gerust mag vragen of hij ‘..nog heeft geneukt.’ Andere tijden.

Ik weet eigenlijk niet wie ik leuker vind: Ferry Mingelen, of Thomas van Luyn die – geniaal – Ferry Mingelen speelt. Het illustreert echter ten overvloede wat voor een icoon Mingelen in een dikke drie decennia is geworden.

Mart Smeets hadden ze van mij er jaren eerder uit mogen donderen, maar Mingelen mag wat mij betreft best door tot z’n 67e of nog langer. Volgens mij zit er nog niet af nauwelijks sleet op bij Ferry. Dat geldt beslist niet voor alle politici waar hij mee te maken heeft. Mingelen is een Binnenhofmeester van de buitencategorie. Die schakel je niet zomaar uit.

Geelzucht

Het heeft lang geduurd. Iedereen wist het al. Maar nu heeft Lance Armstrong dan eindelijk zijn zonden opgebiecht. Bij Oprah. Want zo doe je dat als groot kampioen. Dan ga je in de schijnwerpers staan, daar waar je hoort, daar waar je altijd hebt gestaan, en waar iedereen je voeten en je kont kustte, omdat iedereen die zelfde geelzucht deelde.

Iedereen wist het al. Iedereen weet het al heel lang. ‘De verkeerde snoeppot,’ zo bagatelliseerde en vergrapte Mart Smeets het flikken en flessen, het spuiten en slikken. Iedereen wist het altijd al. Doping en wielrennen is een gedwongen huwelijk. Er is geen gek die op een liga en een smoothie Alpe d’Huez oprijdt. Tommy Simpson. Wie kent hem nog?

Het is net de Cosa Nostra, de Maffia, zo u wilt. Dat is een grote familie met bijzondere spelregels en de geheimhoudingsplicht als erecode, de omerta. Wie praat, die ligt eruit, en wordt in beton gestort. De wielersport heeft vele trekjes van de Maffia, met Lance A. in de rol van drugsbaron, en de Marten Smeets als de familieleden die van alles zien, weten en vermoeden, maar weten dat hun plek aan de tafel slechts gegarandeerd is zolang de monden verzegeld zijn.

Iedereen wist het al heel lang. Iedereen heeft geelzucht. En de wielersport geeft eigenlijk de liefhebbers de schuld. Zulke onmenselijk zware prestaties, tsja, daar moet wel wat extra krachtvoer bij, pilletje hier, bloedtransfusie daar, en dan komen we de Galibier en de Tourmalet ook wel weer over. Wij wielrenners hebben alles voor onze sport over, dus de liefhebber moet ook maar wat slikken en niet zo zeuren.

Misschien ziet Mart Smeets hier ook wel weer een boekje in. Hij heeft nu in ieder geval alle bewijs dat hij altijd zo miste om eens fijn uit de wielrenschool te klappen. Hup Mart, schrijven, in twee weken moet er iets kunnen liggen. Waarom ik voor Armstrong toch een lance brak, of zoiets, daar kom je vast wel uit.

En wij? Wij gaan straks gewoon weer kijken. We worden gek als die Elfstedentocht er eindelijk weer komt. Maar ook in de hel van ’63 gingen de pilletjes van hand tot hand. Tony Adams van Arsenal nam altijd a few pints voor de wedstrijd. En in de voormalige DDR groeide epo op ieders bovenlip. Schone sport? Graag. Maar iedereen heeft geelzucht. En wat is het fijn om de andere kant op te kijken. Daar waar eer en glorie op het podium staan. Daar waar onze helden boven ons en boven zichzelf uitstijgen.