Nostalgisch bediending

stanislavski

Stanislavski. De schatplichtigheid aan de grote Russische acteur en theatertheoreticus is groot. Maar het café-restaurant in de Amsterdamse Stadsschouwburg had misschien meer moeten focussen op culinaire roots en namen. Dat zou de liefde voor eten en goed gastgeverschap veel goeds hebben kunnen doen.

Stanislavski is één van die locaties waar jij er bent voor het personeel. Het is een hoofdstadziekte. Wij zijn hip en belangrijk, en jij mag blij zijn dat je binnen mag. Verder vooral niet zeuren. En keurig wachten tot er iemand tijd voor je heeft. En dat kan duren. Het is ook de ziekte van zaken zonder toezicht waar personeel doet waar het geen zin in heeft en niet doet wat het moet doen. De ergste was ooit Danzig, bij het stadhuis.

Ik kreeg een e-mail van Stanislavski over een nieuwe menukaart. Dat viel ook niet mee. Bieren op de tap, een stampotje, courgettenbloemen, nostalgische ossenworst, specials die ‘de hele dag beschikbaar’ zijn, en leveranciersnamen als Kef en Brand en Levi tussen aanhalingstekens. Daar proef je weinig liefde voor koken en eten. Dat belooft dus weinig lekkers.

Die nostalgische ossenworst is overigens onderdeel van een slepende ziekte waarin ambachtelijk brood, eerlijk vlees, oma’s recepten en wat voor onzin al niet een nepbeeld van puur en vroeger voor moeten schotelen.Net als het ook zo misbruikte huisgemaakt. Jeuk en maagkramp krijg je van al die nep. Maar onbedoeld is er ook humor.

Als je teksten niet naleest en corrigeert, gebeuren er vaak de leukste dingen. Dan wordt bediening bedieding of bediending. Vraag de bediending naar de keuze. Zonder vertikking zou de zin al vreemd zijn. Vragen naar de keuze. De keuze van wie? Voor wat? Maar bediending sums it all up. In Stanislavski ben je overgeleverd aan bediendingen. Of hoe je van een toplocatie een liefdeloze eetschuur maakt. Je zou er bijna nostalgisch van worden.