Eeuwige schoonheid

Rembrandt_Harmensz__van_Rijn_-_Het_Joodse_bruidje-e1400583001289-1024x392Het Rijksmuseum heeft een commercial gemaakt om de tentoonstelling Late Rembrandt aan de man en de vrouw te brengen. De commercial is bijna droogkomisch. De mannen van Wim Pijbes – de baas komt zelf niet in beeld – zien er uit als Britse ambtenaren in de jaren ’50. Met uitgestreken gezichten prijzen zij de glorie van Late Rembrandt: het is once-in-a-lifetime, misschien wel once-in-eternity, zo wil Taco Dibbets ons verkopen.

Late Rembrandt moet de blockbuster van het Rijks in 2015 worden. Van het totale budget voor de tentoonstelling gaat 15% of € 750.000 naar marketing en promotie en 90% daarvan wordt in deze weken voor de opening uitgegeven om een enorme boost te creëren. Nu wordt de tentoonstelling gemaakt of gebroken, de hype geboren of de flop begraven. En het werkt. Bij mij, althans. Ik heb kaartjes gescoord. Want zo’n kans van eens-in-de-eeuwigheid wil ik natuurlijk niet missen.

Ik had ook voor veel meer geld naar een speciale avondopening gekund. Een avond met een strijkje en een glas, al die marketingkosten moeten natuurlijk wel worden terugverdiend. Dus is er ook Rembrandtbier, de gekte is nooit helemaal buiten de deur te houden. Heerlijk Helder Rembrandt. En dan ook light, vanwege dat licht, u begrijpt het wel. Leidse kaas en Rijnwijn zullen spoedig volgen.

Bijzonder dat de koning volgende week komt openen. Rembrandt was toch bij uitstek de schilder van de Republiek, van die door koningshuizen omgeven rivierdelta die enkele decennia wereldleider speelde, zeker ook dankzij onze Michiel de Ruijter die een paar honderd meter verderop in Pathé de Engelse vloot naar de bodem van de Noordzee jaagt. Rembrandt van Rijn is in ieder geval nu onze schilder van onze Gouden Eeuw en het mag dan best wat kosten om die macht en pracht en eeuwige schoonheid groots te etaleren. Een beetje meer van die VOC-mentaliteit, zou Jan-Peter Balkenende zeggen.

Storm in een glas water

Zoutstrooien-tegen-sneeuw-in-New-York-470x340The National Weather Service van de V.S. moest dezer dagen diep door het stof omdat de aangekondigde sneeuwbergen maar niet vielen in New York. The Big Apple was dagenlang in rep en roer geweest, er zou wel meer dan een meter of nog veel meer sneeuw gaan vallen. Burgemeester De Blasio – hij heeft het al niet makkelijk – zag de buien hangen, en waarschuwde zijn stadgenoten voor het allerergste.

Het is een gedoe met al die voorspellingen, code oranje en rood, en naderend onheil. Ik heb vaak de indruk dat al die weerkanalen alles in de overdrive gooien om hun eigen bestaan te rechtvaardigen. Want als er nooit een windkracht 11 of een enorme sneeuwstorm komt, wie luistert er dan nog naar je voorspellingen? Niemand, dus.

Veel mensen luisteren wel naar de NS – ze moeten wel – maar daar word je niet zoveel wijzer van. Gisteren piepte de telefoon. Morgen aangepaste dienstregeling, seinde de NS, want storm en sneeuw op komst. Nu weet ik niet hoe het u vergaat, maar ik zie veel blauw in de lucht, en nog geen vlok sneeuw. Maar de NS heeft geleerd: liever minder leveren, dan een hele grote puinhoop, dus bij een beetje dreiging sneuvelt de halve dienstregeling. Een fine reis nog.

We dekken ons in, we dreigen wat, en zo kan niemand zeggen dat hij niet gewaarschuwd was. Met alle moderne kennis is dat toch wel een beetje zielige performance. Nee, dan Michiel de Ruijter. Die moest op patriottisme en scheepsbeschuit de Engelsen te lijf en de kuipende politici van het lijf houden. Dat waren nog eens tijden. Geen buienradar, maar een vinger in de lucht. Iets zegt mij dat die vinger nog steeds in de lucht gaat om het weer te voorspellen. Of gaat die vinger richting reiziger?