Het beloofde land

Voor de pioniers in de 17e eeuw moet Amerika – Dvorak’s Nieuwe Wereld – het beloofde land zijn geweest. Een land van overvloed, van milk and honey. God’s own country. Maar door wat we maar hardnekkig vooruitgang blijven noemen, is veel van dit aardse paradijs verloren gegaan. Met de trek naar de steden, sterft het platteland een langzame en pijnlijke dood.

Regisseur Gus van Sant neemt ons in The Promised Land  mee naar het verarmde McKinley, Pennsylvania, waar het aardgas onder de grond de agrarische gemeenschap moet gaan redden van de ondergang. Van Sant brengt het helaas niet verder dan een middle-of-the-road-movie met een good guy die bad guy moet spelen (Matt Damon), en een good guy die bij de bad guys blijkt te horen (John Krasinski), en dan ook het allebei nog pogen aan te leggen met de lokale schooljuf. Aaiiii.

De fotografie van het landschap is fraai, de helicoptershots prachtig, als een ode aan het mooie rijke land waar de mens langzaam verdwijnt en waar de grote aardgasjongens met cheques wapperen om het bestaan van de local communities te rekken in ruil voor de miljarden die uit de grond geboord moeten worden.

Het is het Amerika waar John ‘Cougar’ Mellencamp in de jaren ’80 al over zong en het voor opnam, zoals in Rain on the Scarecrow: “..and gradma’s on the front porch with a Bible in her hand, sometimes I hear her singing “Take me to the Promised Land”…

The Promised Land is op sterven na dood, in die zin past Van Sant’s bloedeloze verfilming wel naadloos op het gegeven.Jammer dat hij niet meer passie en compassie op het doek kon toveren. Nee, dan Mozes. Die bracht het volk der Israëlieten tot aan de voordeur van Kanaän, maar mocht zelf het beloofde land niet binnen.

Mozes zag het liggen over de Jordaan vanaf Mount Nebo, maar een meningsverschil met de hoogste baas hield de deur voor hem dicht. Als kind op de school met den bijbel vond ik dat überwreed van die God. Wat heb je nu aan beloofd land als je er niet in mag, of als je er geen goede film van kunt maken?