Gelukkig niet

Rutte.bier

Lijstjes. Lijstjes. Altijd maar lijstjes. Nu weer het lijstje waarin Nederland hoog scoort als gelukkig land. Volgens de OESO is ons oneindig laagland één van de beste plekken op aarde. Goed dat anderen ons dat vertellen. Wij zelve chagrijnen ons de dag door. Wij gelukkig? Rot op.

Hein de Kort zou Hein de Kort niet zijn als hij het gegeven niet in een prachtprent goot. Mopperende en kankerende mannen in een café: ‘Weer buiten de medailles’. ‘Kutland’. ‘Veel bier.’ Prachtig. Maar gelukkig? Nou, nee. Het zit niet echt in ons. We grommen de week door richting de vrijdag en dan vervelen we ons het hele weekend weer te pletter. And then we do it again.

We hebben het nog nooit zo goed gehad, maar het maakt ons maar niet gelukkig. Dat blijft een rare paradox. Je zou geneigd zijn om te denken dat welvaart en welzijn toch elkaar vrienden zijn. Maar mooi niet. Gelukkig maar dat we een telefoon in handen hebben. Want met een telefoon heb je tenminste vrienden. Maar word je dan ook gelukkig?

Nou, dat dan weer niet. We hebben veel contacten, veel likes, maar het is net als met welvaart en welzijn: het haakt niet erg. Veel meer contact, maar tegelijk veel eenzamer. Het is weer zo’n boeiende paradox. We kunnen niet meer zonder mobiel, maar wat brengt het ons behalve onrust en onvervulde wensen, de zuurstof voor onvrede.

Maar er is best hoop. Las een mooi verhaal deze week over dat de mens best deugt en dat hij daar geen God voor nodig heeft. We zijn ‘van nature’ best sociaal, hoe velen ook hun best doen om dagelijks het tegendeel te bewijzen. We zorgen voor anderen, dat vinden we fijn, kijk maar hoe dol we zijn op onze pasgeborenen. En een mooi zinnetje uit het stuk: de mens is de enige aardsoort die samen op 10 kilometer hoogte in een metalenbuis elkaar doorstaat zonder massale matpartijen. Ik zie het gorilla’s niet doen, nog los van de vraag of ze geschoolde piloten hebben.

Zo modderen we toch maar door. De populariteit van het kabinet is op een dieptepunt. Tsja, iemand moet toch de schuld krijgen van crisis en tegenwind? We willen het gewoon weer zo goed hebben als gisteren, en graag snel een beetje. Het alternatief? Geen idee. Ga ik met Mark met een biertje eens rustig over nadenken.Kutland? Gelukkig niet.

Verkeerd verbonden

oude-telefoon1

Je denkt er niet bij na, totdat je met vriend Pieter afspreekt, en vriend Pieter heeft geen mobiel, dus hoe kun je hem dan laten weten dat het iets later wordt? Het antwoord: dat kan dus niet. Zoals dat pak ‘m beet 20 jaar geleden ook niet kon. Maar dat lijkt nu wel de Steentijd. Want nu heeft iedereen een mobiel. Behalve Pieter.

Maar Pieter is niet alleen. Maar ik geef toe, hij hoort bij een kleine cel van weigerigen. Het Parool portretteerde er dit weekend een viertal onder de kop ‘Mobieltje? Nee, dank je.’ En ik kon mij herinneren dat ik het ook niks vond en dat ik voor werk onderweg het maar storend en onrustig vond dat ik overal en altijd gebeld kon worden, nooit meer rust, maar nu weten we niet meer beter.

Er zijn 20 miljoen mobiele telefoonaansluitingen in Nederland. We kwetteren wat af, maar de voornaamste winnaars lijken mij toch de providers die ons verslaafd hebben gemaakt aan het ee hele dag maar bereikbaar en aanwezig zijn terwijl we grosso modo toch niets zinnigs extra hebben te vertellen dan twee decennia terug. Maar ik ben, dus ik bel, en ik bel, dus ik ben bereikbaar, en belangrijk.

We kijken en loeren de hele tijd, denk niet dat niemand mij belt, ik ben belangrijk, en dat onderstreep ik door het nieuwste toestel met alle toetsers en bellen en het slimste abonnement. We zijn onze telefoon geworden, en onze telefoon is ons. Het is een topprestatie van de telecomjongens om ons zo verslaafd te krijgen aan wat een tijdje geleden nog het saaiste op aarde was, een telefoon…