Open het dorp

Vuil AmsterdamAmsterdam wil graag met de grote jongens spelen, maar ons Mokum is toch niet veel meer dan een uitgedijd dorp met een dorpse klaagmentaliteit. Want we hebben het maar zwaar hier in 020. Overal poppen ijswinkels op, bierfietsen zijn een smet op onze fijnzinnigheid, en het is veel te druk voor onze dorpse rust. Al die fietsende Italianen, die drommen Japanners, en nu ook nog die Chinezen.

We lijken niet blij met al die vreemdgangers die ons mooi Mokum aandoen. We kunnen alle drukte niet aan. Vooral mentaal niet. We noemen het ook geen drukte meer. We praten liever over balans. Dat klinkt fijner. Maar hoe we ook klagen: de mondiale toeristenstroom zal slechts groeien en groeien. Just face it. Open ons dorp. En laat ons creatief kijken in plaats van stilletjes te gaan janken bij Aan de Amsterdamse grachten.

Bij een dorp hoort dorpspolitiek en in een vlaag van grootheid werd recent met een bijna Albanese meerderheid een kwart miljard in de grond gestopt om 700 meter ringweg bij de Zuidas te ondertunnelen. Het moet onze top track record op het gebied van ondertunnelde infrastructuur zijn die dit besluit rechtvaardigt. Op de Zuidas kijkt niemand blij. Vanaf 2017 minimaal 11 jaar overlast. Voor een plan dat mij nog steeds niet helder wil worden.

En als ik dan toch even mee mag klagen. Hoe zit het met dat vastberaden, barmhartig en heldhaftig uit het Amsterdamse wapen? Bij voorspelbare zuchten tegenwind en schreeuwend oppositie wordt de beoogde stedenband van Mokum met Tel Aviv richting de prullenbak gedirigeerd. Het zou te gevoelig liggen. Nou, dat ligt het zeker, maar heel anders dan onze gemeenteraad denkt. Eerst vragen om een studie naar de haalbaarheid, en dan wijken voor dreigementen. Vastberaden? Slappe knieën en geen ruggengraat. Sylvain Ephimenco sprak in Trouw over een ‘onderworpen stad die haar identiteit verloochent.’

Dodemansrit

auschwitzherdenkingEen bizar incident. Zo heette het gisteren in de media. Man overlijdt in de tram. Passagiers waarschuwen de bestuurder dat er iemand onwel is of misschien wel overleden. De trambestuurder heeft er geen boodschap aan. Hij rijdt lijn 5 naar het eindpunt in Amstelveen. Daar komt de dodemansrit ten einde en kunnen de hulpdiensten nog slechts de dood constateren.

Inderdaad, een bizar incident. Wat bezielt de trambestuurder? Of wat bezielt hem juist niet? Moeten de trams nu zo op tijd rijden dat er nergens voor wordt gestopt? Of had de bestuurder het helemaal gehad met al het gezeur en dacht hij dat het wel mee zou vallen met de 56-jarige man die misschien gewoon even niet zo lekker was.

Het COC gaf vorige week een presentatie bij onze jongste dochter op school. Ze vond het wel interessant. Broodnodig is het ook. Zeker als je het nare verhaal leest over een man van 46 die in Bos Lommer in elkaar wordt geslagen voor € 60 en een I-Phone omdat hij een ‘vieze, vuile flikker’ is. Twee Marokkaantjes. Rond de 20. Daar krijgt het COC geen grip meer op, zo vrees ik. En het is helaas geen bizar incident, daarvoor komt het veel te vaak voor.

Dit is mijn stad, een stad vol bizarre incidenten. De stad waar zondag de bevrijding van Auschwitz 70 jaar geleden werd herdacht. Ik zag het op AT5, en zag vele bekende gezichten. Wat ik ook zag, was veel bewaking. Het zijn geen andere tijden, het zijn de onze. Gelukkig was er geen bizar incident. Maar het laat glashelder zien dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is, en dat onze vrijheid niet die van vele anderen is. Artikel 1 van de Grondwet is een mooi leidend (of lijdend?) principe, maar telkens daarnaar te verwijzen, laat ook zien hoe kwetsbaar en onmachtig we soms zijn in deze bizarre wereld.

Nachtinbraakwacht

nachtwacht1

De PR-machine van het Rijks Museum draait overuren. Vandaag was het de finest hour van Wim Pijbes c.s. tot aan de officiële opening op 13 april: de verplaatsing van de Nachtwacht van de Philipsvleugel naar het hoofdgebouw en de Erezaal van de Rijksschatkamers.

Als in een militaire operatie en met persbelangstelling als betrof het een bliksembezoek van Lady Gaga of Barbra Streisand, werd het wereldberoemde werk van Rembrandt het kleine blokje om verplaatst, veilig verpakt met een buitenhoes die theemuts is gedoopt. Geen detail is onbelangrijk als het over zo’n belangrijk kunstwerk gaat.

Het doek van Rembrandt is beroemd en groot, 3,8 x 4,5 meter, het was ooit groter, maar werd bijgesneden, maar ik kan niet met droge ogen beweren dat het een favoriet van me is. Het is allemaal knap en kijk-eens-hier-en-zie-je-dat, maar de emotieknop gaat bij mij niet aan.

Maar daar zullen die miljoenen bezoekers straks geen boodschap aan hebben. Net als ik in het Louvre toch echt de Mona Lisa moet zien, moet ook de Nachtwacht eraan geloven voor Japanners, Russen en wie niet. Je bent beroemd, of niet.

Hoe actueel de Nachtwacht na 3,5 eeuw nog is, blijkt uit een ander voorpagina-artikel van Het Parool vandaag dat gaat over postende politie in de buurt waar net is ingebroken. het doel van die zichtbare aanwezigheid is om besmettingsinbraken zoveel mogelijk tegen te gaan, inbraken die vaak snel volgen op een eerste inbraak, de boefjes zijn dan bekend met de buurt en weten hun weg naar een volgende buit.

En zoals de nachtwacht nodig was in de 17e eeuw omdat je in het donker overal beroofd kon worden of in de gracht gekieperd, zo tiert nu de huisinbraak weer welig, mede omdat winkeliers hun nering steeds beter beveiligen en verdedigen.

En tsja, die dieven moeten ’s avonds wel met iets thuiskomen. Het antwoord: zichtbare politie-inbraakwacht tot een aantal dagen na een inbraak. Het schijnt te helpen. Maar waar slaan de dieven dan weer toe? In het Rijks?

Stadsverwarming

Het belangrijkste nieuws deze week in Amsterdam was dat een bekende biefstukbakker ruim 60 jaar paard voor rund had geserveerd. Nu serveert hij rund en paard, en is het drukker dan ooit. Het kan verkeren. Deze decennialange leugen had Steakhouse Piet de Leeuw ook de kop kunnen kosten. Imago en reputatie zijn immers alles. Toch?

Het imago van de stad Amsterdam was decennialang een zak met botjes, verspreid en uitgeworpen over tal van deskundige gremia en clubjes die elk met weinig centen en een overdosis bravour de markten alhier en overdaar afstroopten op zoek naar nieuwsgierig volk dat wel oren had naar Amsterdam. Dat kon best wat professioneler. En vooral ook meer samen.

Nu is er een centraal bureau Stadsverwarming, Amsterdam Marketing, met als opperhoofd Frans van der Avert, vandaag uitgebreid geportretteerd en aan het woord in PS van Het Parool. Citymarketing these days is serious business. De Amsterdamse motor draait voor de helft op buitenlandse toeristen en portemonnees. Dus de professionele verkoop, de marketing en de promotie van Amsterdam is geen luxe, maar noodzaak.

En wij, Amsterdamse stervelingen, zien te weinig hoe fraai onze oude stad eigenlijk is. Wij zijn het gewend, en ziende blind. Internationaal kun je wel voor de dag komen met die prachtige Grachtengordel, dat oude stadshart dat zeker Amerikanen volstrekt onbekend voorkomt. En dan hebben we ook nog De Nachtwacht, Van Gogh, Hermitage, de Wallen, coffeeshops en die hoogbezongen tolerantie waar wij onderling vaak zo weinig van merken.

Met I amsterdam als creatief uithangbord is Mokummarketing uiterst succesvol, hoewel je daar natuurlijk ook de kip-ei-discussie op los kunt laten. Hoe moeilijk kan het zijn deze unieke stad een beetje fatsoenlijk en professioneel te marketen? Het verleden laat echter zien dat het niet vanzelf en niet vanzelf goed ging. Kip, dus. Of ei.

Fijn wel dat Van der Avert nog even voor leken het verschil tussen vertrutting en goede smaak verklaart. Het verbieden van grachtpissen is geen vertrutting. Ons Unesco-erfgoed is geen openbaar riool. En verder moeten we in het oude stadshart er met z’n allen iets moois van zien te maken, op een heel klein gebied. Dat was in de Gouden Eeuw al zo. Zoveel is er niet veranderd. Alleen was er toen nog geen citymarketing.

Allochtoonhoogte

Het was in Amsterdam en ook landelijk al eerder geprobeerd, maar de gemeente Amsterdam heeft zichzelf nu opgedragen de termen allochtoon en autochtoon niet meer te gebruiken. Dat klinkt ferm. Maar wat lost het op? En hoe noemen we elkaar dan?

Het probleem zit natuurlijk bij de term allochtoon. Het probleem ligt bij de ander, hij of zij niet van hier. En het probleem zit bij het begrip en de definitie van allochtoon. Want volgens de officiële definitie van het CBS is een allochtoon ‘..een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.’

Dus op 30 april hebben we een balkonscène op de Dam met drie allochtonen: de nieuwe koning, de nieuwe koningin, en de nieuwe prinses, a.k.a. de vorige koningin. Maar de officiële definitie wordt onofficieel natuurlijk anders gebruikt of misbruikt. Het begrip allochtoon is voor de niet-westerse allochtoon, voor Turk en Marokkaan, voor Nigeriaan en Ghanees, voor Vietnamees en Chinees, de niet-westerse allochtoon. Ik heb nog nooit gehoord dat een geboren Amerikaan of Duitser een allochtoon wordt genomed.

En dat maakt het begrip allochtoon niet alleen verwarrend, maar vooral ook politiek ongewenst. Het woord allochtoon is een soort stigmatiserende scheldcontainer voor anderen dan onszelf geworden, maar nu wij van onszelf ook anders zijn geworden, is de spraakverwarring compleet, en het hele denkraam hopelijk verouderd.

De tv-serie De Gouden Eeuw liet deze week mooi zijn hoe immigranten en geloven ons Amsterdam overspoelden, en dat iedereen zijn best moest doen om een plek aan tafel te bemachtigen, dat iedereen wat moest inschikken en opschuiven, en dat iedereen welkom was die meer wilde doen aan het grote succesverhaal van de stad. Niks idealisme, puur pragmatisme.

Met de beste bedoelingen en het grootste onbenul is een rare labelplakking, afdekking, politiek opportunisme en raar kijken gehusseld tot een onontwarbare knoop die ook de gemeente Amsterdam niet oplost door een eigen verbod op termgebruik. Pas als we allemaal vinden dat we Amsterdammer zijn – citizens van Mokum – en dus ook zo mogen en moeten worden aangesproken, zal het altijd zoeken en schipperen zijn. Woordkeuze en toonhoogte dwing je niet af, zo sprak de Amsterdammer van Vlaardingse komaf.