Tunnelvisies

Fietsonderdoorgang.Rijks

Gisteravond was het eindelijk zover. Na bezoek aan onze favoriete Japanse herberg, hadden we er best een kleine omweg voor over om gevieren door de tunnel onder het Rijks Museum te fietsen. Wat voelden we ons rijk, en bevrijd, na al die jaren van afsluiting en Hoekse en Kabeljauwse twisten over of de tunnel ooit nog wel open mocht, een dorpsrel van ongekende omvang.

We zijn weer vrij, we mogen weer, op enkele slots in het weekend na, maar ook die beperkende maatergelen zullen verdwijnen en dan is de oude Stadsmuseumpoort echt altijd weer open, en dan is het dus wachten op de eerste Italianen of Japanners die worden aangereden en bloedend afgevoerd, en dan begint het modderworstelen natuurlijk weer van voren af aan.

Maar ondertussen is het Rijks Museum een hit der hits, met files en rijen, na zo lang dicht en zoveel nachten wachten is een bezoek aan het Rijks een must. Wat een rijkdom nu in onze voortuin, het Rijks, het nieuwe Stedelijk dat het ook zo goed doet, het Concertgebouw dat dit jaar al 125 jaar klassiek is, en het opgeknopte Van Gogh dat nu nog wat geld zoekt om de ingang naar de museumpleinkant te verplaatsen.

Al dat moois en al die rijen vielen natuurlijk in het niet bij bijna 6 miljoen kijkers voor Anouk die met een lied dat niet paste tussen de wegwerppulp wel dat deed wat alle minvermogenden voor haar nalieten: een fatsoenlijke klassering scoren.

Eigenlijk treurig zo’n best mooi lied tussen het middle-of-the-road-afval, en daar gaan we dan massaal naar kijken en uit onze plaat. Zoals de klant bij de kapper zei: ‘we waren wel weer eens toe aan feestje.’ Zo is dat. Willy en Ajax was natuurlijk ook alweer lang her. En tegen Anouk en ESF kan geen fietstunnel of Nachtwacht op. We tellen weer mee in Europa. Of is dat ook een tunnelvisie?

Stadsverwarming

Het belangrijkste nieuws deze week in Amsterdam was dat een bekende biefstukbakker ruim 60 jaar paard voor rund had geserveerd. Nu serveert hij rund en paard, en is het drukker dan ooit. Het kan verkeren. Deze decennialange leugen had Steakhouse Piet de Leeuw ook de kop kunnen kosten. Imago en reputatie zijn immers alles. Toch?

Het imago van de stad Amsterdam was decennialang een zak met botjes, verspreid en uitgeworpen over tal van deskundige gremia en clubjes die elk met weinig centen en een overdosis bravour de markten alhier en overdaar afstroopten op zoek naar nieuwsgierig volk dat wel oren had naar Amsterdam. Dat kon best wat professioneler. En vooral ook meer samen.

Nu is er een centraal bureau Stadsverwarming, Amsterdam Marketing, met als opperhoofd Frans van der Avert, vandaag uitgebreid geportretteerd en aan het woord in PS van Het Parool. Citymarketing these days is serious business. De Amsterdamse motor draait voor de helft op buitenlandse toeristen en portemonnees. Dus de professionele verkoop, de marketing en de promotie van Amsterdam is geen luxe, maar noodzaak.

En wij, Amsterdamse stervelingen, zien te weinig hoe fraai onze oude stad eigenlijk is. Wij zijn het gewend, en ziende blind. Internationaal kun je wel voor de dag komen met die prachtige Grachtengordel, dat oude stadshart dat zeker Amerikanen volstrekt onbekend voorkomt. En dan hebben we ook nog De Nachtwacht, Van Gogh, Hermitage, de Wallen, coffeeshops en die hoogbezongen tolerantie waar wij onderling vaak zo weinig van merken.

Met I amsterdam als creatief uithangbord is Mokummarketing uiterst succesvol, hoewel je daar natuurlijk ook de kip-ei-discussie op los kunt laten. Hoe moeilijk kan het zijn deze unieke stad een beetje fatsoenlijk en professioneel te marketen? Het verleden laat echter zien dat het niet vanzelf en niet vanzelf goed ging. Kip, dus. Of ei.

Fijn wel dat Van der Avert nog even voor leken het verschil tussen vertrutting en goede smaak verklaart. Het verbieden van grachtpissen is geen vertrutting. Ons Unesco-erfgoed is geen openbaar riool. En verder moeten we in het oude stadshart er met z’n allen iets moois van zien te maken, op een heel klein gebied. Dat was in de Gouden Eeuw al zo. Zoveel is er niet veranderd. Alleen was er toen nog geen citymarketing.