Robbendoes

Robben-kinderenOp het eind winnen de Duitsers. En dus is het WK nu klaar. Wat hebben we genoten. Vooral omdat we tevoren overtuigd waren dat ‘zij’ de eerste ronde niet zouden overleven. Maar ‘zij’ werden ‘wij’ en ‘wij’ kwamen ver, veel verder dan in elke stoutste droom.

Het Parool had het vandaag na de 0-3 tegen Brazilië over een ‘waardig afscheid’, maar dat klinkt me teveel als een eerbetoon aan de doden, terwijl het Nederlands elftal in jaren niet zo levend is geweest, met Arjen Robben als de echte leider van wereldformaat.

Met die Robben is het toch ook raar gelopen. Niet zo lang geleden vond iedereen hem maar een egoïst, een duikelaar, en geen aardig mens. Maar zoals Van Gaal transformeerde, zo transformeerde ook Robben. En zoals Van Gaal de bondscoach des vaderlands werd, zo werd Robben de primus inter pares, de eerste onder zijns gelijken, als een vader voor zijn jongens.

Die rol paste hem plots wonderbaarlijk. En hij kan nu gelijk weer verder. Want niks niet lui onderuit voor Robben. “Er wachten drie kinderen op papa.” De druk op de spits wordt nu de druk op de vader. Gevraagd: liefde, aandacht en energie. Dat wordt Robbendoesen. Iets zegt mij dat het helemaal goed gaat komen. Jongens zijn mannen geworden. En een echt hecht team kan veel meer dan de optelsom van individuen. Chapeau.

Lipslezen

kraay.vangaal

Han Lips schrijft in Het Parool vermakelijke stukjes over TV. Er zit menig pareltje tussen. Zoals afgelopen woensdag over Andorra – Nederland. Of beter: over Hans Kraay jr versus Louis van Gaal. Het is prachtig hoe hij de puberale kuitenbijter Kraay afserveert. En dat het ergste van Hans Kraay jr zijn zuiggezeik is dat je nog sympathie gaat krijgen voor Louis van Gaal. Prachtig.

Het voetbal wordt omgeven door analisten, semi-deskundigen, uitgerangeerde voormalig volkshelden, non-valeurs en de met twee benen inkomende ettertjes zoals Kraay dus en het vieze voetbalorakel Johan Derksen die al decennia bezig is zijn autoritaire opvoeding af te schudden en zijn gebrek aan niveau nop elk terrein subliem te etaleren.

Kraay. Derksen. Van der Gijp. Het zijn de zogenaamd leuke schoffelaars van het voetbal. En het zijn natuurlijk niet toevallig allemaal mannetjes die het niet hebben gemaakt. Die met hun talenten hebben lopen smijten – Van der Gijp – of die het echte talent ontbeerden, Kraay en Derksen. Die laatste twee hebben ook een wat weinig welriekende reputatie als onbesuisde en soms schandalig schoppende spelertjes. Etterbakken. Matennaaiers. Dat soort.

Dat soort wordt nu constant ingevlogen om voor, tijdens en na wedstrijden en speeldagen ons lastig te vallen met hun derde rangs opinies en quasi-leuk geneuzel. Van der Gijp doet iets met homo’s, Kraay sart de bondscoach, en Derksen – een autoriteit immers – die iedereen en alles schoffeert en van achteren neerhaalt. Bondscoach Van Gaal noemde het deze week walgelijk wat er in de huiskamer van Voetbal International allemaal voor vuil over hem wordt uitgestort.

Respect. Het is een mooi credo van de KNVB in tijden van verruwing en verwarring. Maar de Derksens van deze wereld lijken er geen boodschap aan te hebben. Voor kijkcijfers en je eigen populariteit mag je iedereen met de grond gelijk maken. Het is het verveelde chagrijn van ranzige quasi-kenners van een spel dat veel te leuk is om er zo veel over te lullen. De enige die dat op niveau kan en van mij mag is Gary Lineker. Johan Derksen mag nog niet eens zijn veters vastmaken.

Hoe ouder, hoe beter

zoghel

In de aanloop naar de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Roemenië, portretteerde Het Parool gisteren de vier keepers die in de race zijn voor een plek onder de Oranjelat. Onder Louis van Gaal – de vader van God, volgens Uli Hoeness – kan ook een keeper niet meer rekenen op een vaste plaats. Terwijl ik altijd leerde dat dit nodig was voor zelfvertrouwen.

Maar onder Van Gaal regeert de voor een despoot zo kenmerkende willekeur. Niemand is zeker van zijn plaats, behalve hij. En dus mogen Krul, Stekelenburg, Vermeer en Vorm – de volgorde is alfabetisch, en dus ook willekeurig – in kwartetvorm het uitvechten. Het was Stekelenburg, toen Krul, toen Vorm, en toen Stekelenburg dacht het weer te hebben verdiend, kwam het in het straatje van Vermeer. Tsja.

Ik denk dat Stekelenburg de beste keeper is van het kwartet. En als het ook door Het Parool aangehaalde en door mij warm ondersteunde gezegde hoe ouder, hoe beter waar is, dan moet Stekelenburg onder de lat. Hij wordt later dit jaar 31, Krul moet nog 24 worden. En Stekelenburg is ook nog eens de langste, met Krul als goede lange tweede.

Maar Stekelenburg weet hoe de voetbalwereld in elkaar steekt. Ooit werd hij bij Ajax door Van Basten verbannen naar de bank, bij AS Roma gebeurde hetzelfde, en op Van Gaal hoeft niemand te rekenen, behalve Louis zelf. Vanavond dus – als Louis meewerkt – Vermeer weer onder de lat, de keeper waar iedereen een smetje aan vindt zitten, en die – hoe goed hij ook keept – ook weer voor zijn plaats moet vrezen. Dat knaagt. Een keepr moet keeper. Vertrouwen. Wedstrijdritme. Wij keepers kennen dat wel.

Over oude keepers en ballen die voorbij gaan: we schrijven 1969 of 1970 en staand, tweede van links, Go Ahead-goalie Nico van Zoghel. De boomlange doelman zat dicht tegen het Nederlands elftal aan, maar speelde nooit, hij had Jan van Beveren voor zich en die kreeg vaste voorrang, en terecht, de goalie van Sparta en PSV was veruit de beste van zijn tijd. Zo kan het dus ook gaan. Van Gaal of geen Van Gaal.