Storm in een glas water

Zoutstrooien-tegen-sneeuw-in-New-York-470x340The National Weather Service van de V.S. moest dezer dagen diep door het stof omdat de aangekondigde sneeuwbergen maar niet vielen in New York. The Big Apple was dagenlang in rep en roer geweest, er zou wel meer dan een meter of nog veel meer sneeuw gaan vallen. Burgemeester De Blasio – hij heeft het al niet makkelijk – zag de buien hangen, en waarschuwde zijn stadgenoten voor het allerergste.

Het is een gedoe met al die voorspellingen, code oranje en rood, en naderend onheil. Ik heb vaak de indruk dat al die weerkanalen alles in de overdrive gooien om hun eigen bestaan te rechtvaardigen. Want als er nooit een windkracht 11 of een enorme sneeuwstorm komt, wie luistert er dan nog naar je voorspellingen? Niemand, dus.

Veel mensen luisteren wel naar de NS – ze moeten wel – maar daar word je niet zoveel wijzer van. Gisteren piepte de telefoon. Morgen aangepaste dienstregeling, seinde de NS, want storm en sneeuw op komst. Nu weet ik niet hoe het u vergaat, maar ik zie veel blauw in de lucht, en nog geen vlok sneeuw. Maar de NS heeft geleerd: liever minder leveren, dan een hele grote puinhoop, dus bij een beetje dreiging sneuvelt de halve dienstregeling. Een fine reis nog.

We dekken ons in, we dreigen wat, en zo kan niemand zeggen dat hij niet gewaarschuwd was. Met alle moderne kennis is dat toch wel een beetje zielige performance. Nee, dan Michiel de Ruijter. Die moest op patriottisme en scheepsbeschuit de Engelsen te lijf en de kuipende politici van het lijf houden. Dat waren nog eens tijden. Geen buienradar, maar een vinger in de lucht. Iets zegt mij dat die vinger nog steeds in de lucht gaat om het weer te voorspellen. Of gaat die vinger richting reiziger?

De gevoelige plaat

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEen Amerikaans gezegde stelt dat you can’t judge an album by its cover. Ik betwijfel of dat klopt. Een album maakt – als het goed is – onlosmakelijk deel uit van de plaat, de muziek, het artistieke concept. Dan is het boeiend en belangrijk om te kijken hoe de platen van de plaat tot stand zijn gekomen. Beter gezegd: waar werden beroemde hoezen gefotografeerd?

Het Britse dagblad The Guardian ging met Google Street View terug naar de locaties waar klassiekers als Abbey Road van The Beatles, Willy and the Poor Boys van Creedence Clearwater Revival, Moving Pictures van Rush en Freewheelin’ Bob Dylan werden gefotografeerd.

Zo liep Bob Dylan ergens in 1963 met zijn vriendin Suze Rotolo door Jones Street in The West Village in New York, en door Guardian en Google kunnen we toen en nu samen zien. Waar was het? En hoe ziet het er nu uit? En wat is dan de meerwaarde dat we dat weten?

De gevoelige plaat was het album vol muziek, maar de gevoelige plaat was natuurljk ook de hoes, het beeld, de verbeelding van de muziek, de visuele vertaling van noten en nummers. In 1963 liep Dylan nog door een straat, in de jaren ’70 begonnen ontwerpers als Roger Dean en Hipgnosis de muziek een vaak bijzondere meerwaarde te geven. Het album was van verpakking tot kunst gepromoveerd. Dat heet een omslag.

Achtervolgingswaanzin

yes+we+scan

Morgen vieren we de verjaardag van Hedda, onze Benjamin (v). Zij is uit de roerige maand september 2001. Net na 9/11. America under attack. Plots lagen er hier sluipschutters bij de Coentunnel en op andere strategische punten. De angst was groot. En ging nooit meer weg.

Na de angst kwam The War on Terror van Bush en Cheney c.s. Saddam Hoessein is dood. Bin Laden is dood. Maar de wereld is nog steeds geen safe place. Net weer Nairobi. En morgen nog steeds Afghanistan. It’s A Mad Mad Mad Mad World.

Met angst als raadgever is er een complete veiligheidsindustrie uit de grond gestampt die ons overal betast, scant, screent, staande houdt en naar goeddunken opsluit. Onze vrijheid is ons zoveel waard, dat we er graag flink aan knabbelen. Want ach: wie niets te verbergen heeft… U kent dat soort Opstelten-retoriek wel.

Geweld lokt geweld uit, en angst zaait nog meer angst, en in de tussentijd wordt ons een schijnveiligheid voorgespiegeld. We worden massaal en overal gevolgd en afgeluisterd, maar dat is voor onze bestwil. Namens ons worden we gecheckt en gevolgd. Yes we scan.

Misschien mogen we over twee jaar weer wel tandpasta meenemen in onze handbagage. Dat zou enorme winst zijn. Al die ongepoetste bekkies in het vliegtuig produceren enorm veel gifgas. Nu we het daar toch over hebben: laten we het er nu bij zitten in Syrië, of bombarderen we nog wat gifdepots? Of is daar de angst ook groter dan het dreigend moreel failliet van ons allemaal?

Morgen 12 kaarsjes. Morgen is het feest. En Hedda was al in New York. Ofschoon het nog wel even zweten was toen bij haar als enige de vereiste ESTA maar niet doorkwam. Alsof juist zij toen extra werd gescreend. Hedda uit die historische septembermaand uit 2001 die ons leven nu zo overschaduwt. Zou John Kerry dit nu lezen? Of is dat pas echt achtervolgingswaanzin?

Summer in the City

summerinthecity

Na eindeloos geklaag en gekanker was er gisteren dan eindelijk de zon, en de stad explodeerde spontaan en massaal. Terrassen puilden uit, de Amsterdamse bevolking en het toeristenvolk leek zich in no time vermenigvuldigd te hebben, en iedereen zoog de zonkracht bijna desperaat op, alsof het elk moment weer voorbij zou kunnen zijn.

Het was gisteren – en nu met een winderige follow up – Summer in the City. Wie kent niet die prachtige single van The Lovin’ Spoonful die in de zomer van 1966 wereldwijd een hit was? Het is een iconisch nummer, en je wordt er in 2 minuut en 41 seconden helemaal blij en uitgelaten van. Happy Together.

Grappig is dat de single allerlei straatgeluiden heeft en het instrumentele tussenstuk van de song en naar ik begrijp horen we daar ook een toeterende VW Kever, de hippe auto van hip Amerika in 1966. Overigens was Summer in the City niet de eerste en ook niet de laatste hit voor The Lovin’ Spoonful. De New Yorkse band van John B. Sebastian scoorde ook met Daydream, Rain on the Roof en Darling Be Home Soon grote hits.

Summer in the City was in Nederland de grootste hit van The Lovin’ Spoonful. De single bereikte de tweede plaats en stond maar liefst dertien weken in de Top 40. Om maar even aan te geven hoe wij altijd al snakten naar de zon en de warmte. Maar ja, ons land ligt gewoon verkeerd. Maar dat wil er maar niet in. En dus hangen we als onze lifeline  aan klassiekers als Summer in the City of Mr. Blue Sky.

Arendtsoog

HannahA.poster

Dit weekend twee films gezien waar de critici maar niet echt warm voor konden lopen. Volgens de recensenten zijn A Late Quartet en Hannah Arendt echt van die drie-sterren-films, de categorie ‘interessant maar jammer.’

A Late Quartet – een mooie dubbele titel – is zeker interessant, een muziekfilm die gaat over liefde, ambities, verraad en continuo, een film die klein oogt maar vol met grote acteurs loopt, waarbij de parallel prachtig is tussen de pressure cooker van een bijna-ontploffend kwartet en de zwanenzang van Beetghoven in zijn opus 131.

Hannah Arendt gaat over Hannah Arendt, maar vooral over het proces tegen Adolf Eichmann in Jeruzalem in 1961 en haar visie daarop en op de essentie van het kwaad in The New Yorker. Deze film is helaas alleen in potentie interessant, de toch gelauwerde regisseuse Margarethe von Trotta komt niet veel verder dan een wat bordkartonnen observatie vol dialogen die veel vertellen maar veel te weinig duiden.

De film mist scherpte, in opzet, in regie, in dialogen, in actie, het lijkt eerder een wat ingetogen tv-film met uitleg in plaats van gevoel. Nergens wordt het verhaal ook jouw of mijn verhaal, het blijft op afstand, als iets wat ook Hannah Arendt maar overkomt.

Gemiste kans, heet dat dan in recensentenjargon, terwijl het Ahrendtsoog op de rol van Eichmann en de banaliteit van het kwaad baanbrekend was, en daarom zo fanatiek werd bestreden. En wat werd er trouwens veel gerookt in de film, het leek af en toe wel op Mad Men dat om de hoek van het huis van Ahrendt in New York speelt.

Geloof in toeval

Waitingforasign

Dat is ook toevallig. Hoe vaak hoor je dat niet zeggen. Maar hoe toevallig is toevallig? En bestaat toeval eigenlijk wel? En zo ja, wat is het dan? Drie Amsterdamse psychologen schreven het boek Dat kan geen toeval zijn, maar toeval of niet, dat boek gaat over bijgeloof, over eerst even afkloppen.

Net als geloof is bijgeloof van alle tijden. We hebben het er niet graag over, want we vinden het maar wat raar, maar er zijn boeken vol te pennen over bijgeloof en bijbehorende rituelen. Zo speelden Feyenoorders in hun gloriejaren ’70 in de onderbroek van vrouw of vriendin. Het bracht succes, dus bleven ze het doen.

Cruyff tikte altijd de Ajax-goalie voor de wedstrijd zachtjes in de maag, het zou de zege zeker stellen. Doelman Hans van Breukelen had een enorme lijst aan rituelen, waaronder eerst poepen, dan wat lezen, warming up en tot slot nog een plasje voor de wedstrijd. Zelf tik ik voor de wedstrijd altijd een paar keer tegen de rechterdoelpaal, ik probeer het houtwerk of aluminium zo tot vriend van de dag of voor het leven te maken.

Geloof, bijgeloof, toeval, pech, het lijkt een grote brij, maar iedereen heeft het er over, dus heeft het ook een zeker belang, zo vinden ook de auteurs van Dat kan geen toeval zijn. Maar als een voetbalverslaggever roept dat een spits pech heeft omdat hij voor de tweede keer op de lat schiet, denk ik altijd dan moet je beter mikken. Toeval of talent?

En hoe toevallig is het als je in New York een bekende tegenkomt? Je mag in ieder geval aannemen dat je er meer niet tegenkomt dan wel. En heb je dan juist weer pech? Toeval, bijgeloof, hoe het allemaal heet, kwaad kan het ook niet echt, tenzij het je ganse leven gaat dicteren. Volgens de schrijvers die ervoor doorleerden kan vooral positief bijgeloof geen kwaad, van geluksmuntjes tot duimen voor een ander. En werkt het niet, dan heb je pech, of is het gewoon toeval?

Een middelvinger naar 9/11

wtcone

Ik krijg het al een beetje benauwd op een trapleer, dus de uiteindelijke top van 541 meter van het One World Trade Center in New York zal voor mij wel een brug te hoog zijn, als je er al zou kunnen komen.

Ik doe het wel met de foto’s, thank you so much, met het masjestueuze panorama over de stad die zichzelf graag ziet als de hoofdstad van de Westerse beschaving. En juist New York en zijn twee WTC-torens waren die stralende septemberdag in 2001 een onweerstaanbaar doelwit.

Van twee op 9/11 naar nul naar straks  één World Trade Center, maar dan wel één die hoger is dan de vorige twee. One World Trade Center wordt 1.776 feet, een verwijzing naar het onafhankelijkheidsjaar van de V.S. Hoeveel symboliek heb je nodig? Het Onw World Trade Center is volgens sommigen niets meer of minder dan ‘een middelvinger naar 9/11.’

Het is een flinke middelvinger, een fallus van macht en lef en geloof in de wederopstanding. Als bezoeker kom je straks overigens niet tot – omgerekend – 541 meter, maar ‘slechts’ tot 417 meter, de hoogte – oh symboliek – van de oude WTC-torens. Hoog, hoger, hoogst, een ook graag gespeeld spel in de stad van groot, groter, grootst.

Mooie foto’s levert het zeker op, zoals deze kraanklimmers, -hangers en -tuimelaars, schatplichtig aan de klassieke foto’s uit 1932 van een bouwploeg op duizelingwekkende hoogte aan de lunch en aan het werk op en aan het RCA Building van het Rockefeller Centre. Mijn maag keert zich soepel als op commando. Oh ja, je kunt ook wonen in het nieuwe Trade Center. Appartementen beginnen bij $ 20 mljoen. Duur, duurder, duurst.

The Times They Are a-Changin’

Bob Dylan wist het in 1964 al: er komen andere tijden. De classic van Dylan leek wel een profetisch nummer over wat zou veranderen en waarom je daar maar beter deel van uit kon maken. Ik moest er aan denken toen ik in Het Parool vanavond las over het werven van Nederlands cabinepersoneel, piloten en technici door de nieuwe luchtvaartreuzen Emirates en Qatar Airways.

Het zijn met recht echt andere tijden. Want toen Dylan in New York zijn toekomstbeeld verdichtte, kwamen in Nederland gastarbeiders uit Spanje, Portugal en Italië om hier het werk te doen waar wij niet zo’n zin meer in hadden.

Wij werden rijk, en konden het ons veroorloven om anderen ons werk te laten doen. En toch werden we nog rijker. Tot de wal het schip keerde. Het rijke Westen wordt nu links en rechts ingehaald door wat wij nog wat weifelend opkomende naties noemen.

Het is schrikken, het is wennen, maar het is the way of the world. Grenzen staan wagenwijd open, wat de Wildersen waar ook ter wereld willen, en Nederland wordt nooit meer Het Dorp van Wim Sonneveld. Godzijdank. Dat is finito. Basta. En Nederlanders (m/v) worden nu de nieuwe gastarbeiders. Zo gaat het. In de Britse horeca werken voornamelijk Polen. Deep Throat in All The President’s Men zag het geheel juist: ‘Just follow the money.’

De zandbakvliegtuigmaatschappijen (sorry..) betalen goed. Netto vliegt er meer in je zak. Maar je moet er wel gaan wonen. In Dubai. Met twee of drie op een kamer. En minder rust, en harder werken. En in de zomer 50 graden.

But it’s a job. En daar hebben ze er veel van te vergeven. Want waar wij hakken, snijden en bezuinigen, rolt daar het ene na het andere nieuwe vliegtuig op de startbaan. De dikste dubbeldekker, de A380. Andere tijden. Andere werkplekken. Nieuwe economische verhoudingen. Adapt or die.

Reg Presley left the building

Hij had niet de looks van zijn achternaamgenoot Elvis, maar veel vrouwen in 1965 zouden of zullen zeker genoegen hebben genomen met Reg Presley, zanger van The Troggs, de Britse band die grote hits scoorde met Wild Thing, I Can’t Control Myself, Any Way That You Want Me, en Love is All Around. Gisteren overleed die andere Presley (op de foto rechts), op 71-jarige leeftijd.

De hitperiode van The Troggs lag in de tweede helft van de jaren ’60, net na de dinosauriërs, maar Presley hield zijn band uit Andover fier overeind al die jaren, en speelde menige kroeg, sporthal, voetbalkantine en trouwerij volkomen plat met een rfepertoire dat elke rechtgeaarde Brit hoe starnakel ook probleemloos mee kon blerren.

Aardig is dat The Troggs en hun wereldhit Wild Thing je brengt bij de Amerikaanse componist ervan. Chip Taylor is de naam, de artiestennaam voor James Wesley Voight, broer van acteur Jon Voight, beroemd vanwege de films Midnight Cowboy en Coming Home waarvoor hij een Oscar won.

James – Chip, dus- is het iets jongere broertje van Jon, en Wild Thing en Angel of the Morning – ik ken het van Merrilee Rush – zijn zijn grote nummers en hit, maar hij schreef heel veel meer vooral bij Amerikanen bekende nummers voor onder meer The Hollies, Linda Ronstadt, Willie Nelson, Janis Joplin, Waylon Jennings en Emmylou Harris.

Taylor zelf reikte niet hoger dan de 28e plaats in 1975 in de U.S. Country Charts met Early Sunday Morning. En nog een aardig zijstap: Taylor/Voight ging naar de Archbishop Stepinac High School in White Plains, New York. En White Plains was weer een Britse (!) band, een nazaat van The Flower Pot Men, en die scoorde in 1971 ook in Nederland een megahit met When You Are A King.

Reg Presley left the building, net als Elvis lang voor hem. Old soldiers don’t die, they simple fade away. Vorige week kwam het door Presley wel geschreven Love is All Around weer voorbij bij de zoveelste keer Four Weddings and a Funeral op tv. Maar daar kon Presley geen genoeg van krijgen. Want door de hitversie van Wet Wet Wet van zijn nummer, rinkelde de kassa voor de oude Trogg ongekend.

On the Road Again

Ik had beide boeken voor mijn verjaardag gekregen, maar aangezien mijn koop- en verzamelwoede niet helemaal gelijke tred houdt met mijn leessnelheid, was ik nog steeds maar niet kunnen beginnen aan de dubbelslag Reizen met Charley van John Steinbeck, en Reizen zonder John van Geert Mak. Nu is er eindelijk het startschot, en Steinbeck is op weg.

Reizen met Charley is het verslag van een reis van zo’n 15.000 kilometer die Nobelprijswinnaar Steinbeck begin jaren ’60 maakte door de V.S. Hij vond dat hij zogenaamd veel wist van zijn land, maar dat hij het meeste nooit echt had gezien of meegemaakt, en nodig zichzelf moest voeden en bijtanken. Dus liet hij een mobile home maken en ging er met zijn bijzondere Franse poedel Charley op uit, van Long Island naar de Pacific, en via het Zuiden weer terug naar New York.

Ik ben net begonnen met Reizen met Charley – dat overigens begint met de tropische storm Donna, een vroege voorloper van Sandy, die over New York en Long Island raast – maar ik kan mij nu al voorstellen hoe Steinbeck in een voor hem enorm veranderd land moet hebben gereisd. Zijn grote boeken speelden toch vooral in een eerdere tijd, de tijd voor het de grote welvaart en het enorme consumentisme. Benieuwd hoe het Steinbeck vergaat.

Een halve eeuw later is het onze chroniqueur Geert Mak die On the Road Again is en Steinbeck achterna is gereisd om te zien wat er nog van Steinbecks Amerika over was en hoe het enorme land in een halve eeuw was veranderd. Net als Steinbeck is Mak op zoek naar Amerika, naar wat mensen drijft en bezighoudt, en wat er nog er nog over is van het ook door Bruce Springsteen bezongen Promised Land.

De eerste 50 pagina’s van Steinbecks boek lezen heel fijn en maken nieuwsgierig naar zijn verdere trip, belevenissen en ontmoetingen, al was het maar dat ik eigenlijk allereerst gewoon geïnteresseerd was in Maks nieuwe boek en daar graag aan wilde beginnen. Maar daarvoor moest Steinbeck dus eerst gelezen, dat is de logische volgorde. Dus liggen er weer de nodige honderden pagina’s stil naar me te lonken.

Het zal mijn fascinatie met de V.S. zijn die mij ook weer door deze boeken heen drijft. Het is het land van mijn jeugd, een jeugd die zo’n beetje begon toen Steinbeck de sleutel omdraaide in Rocicante, zijn mobile home. Ik ben grootgebracht met Amerikaanse films, TV-series, boeken, muziek, en de fascinatie van auto’s als slagschepen, diners, highways en een land waar alles was en leek te kunnen. Dat land bestond nooit, maar had er een tijdje alle trekken van. Steinbeck heeft ze gezien en beleefd, Mak al veel minder, zo vrees ik.