Oklahoma’s Got Talent

john-fullbright-72f64f5bdc2e8c0ca0379e5acae0a454c515a210-s6-c30Het was het weekend van The Rolling Stones. Jagger c.s. waren het hoogst denkbare hoogtepunt, of – zoals het ook wel klonk – de mannen van de rock and rollators. Op wat begon als een mooie Pinksterdag was Metallica de best denkbare soundtrack voor een hels onweer. En Het Parool jubelde over het concert van Paul Weller in Paradiso.

Mooi allemaal. Maar echt mooi was het optreden van John Fullbright vanavond in Paradiso, maar dan in de kleine zaal. Fullbright is een new kid in town, 26 jaar jong, uit Oklohama, en in zijn eentje viel hij Paradiso aan, gewapend met gitaar, piano en harmonica’, en zijn indrukwekkende stem en songs.

Een markante jongeman. Al genomineerd voor een Grammy. Hij heeft – op enige afstand – iets weg van een jonge Brian Wilson, of een gepimpte Glenn Campbell, of Jon Voight, en op de piano wil hij wel aan Randy Newman doen denken.

Een markante jongeman. Een groot talent. Een getalenteerde songsmith. Luistert naar zijn nieuwe cd Songs, een album vol met wat de titel al duidt: songs, liedjes dus, over verloren liefdes en ander verdriet, het is universeel en van alle tijden. John Fullbright. Nu kostte een kaartje € 13. Over tien jaar koop je voor hem een dagkaart Pinkpop.

Iedereen is van de wereld

lau.microfoonIk geef het toe: ik heb het niet zo op de Nederlandstalige popmuziek. Natuurlijk is er Het Land van Maas en Waal – oneindig laagland op LSD – van Boudewijn de Groot en vooral Lennaert Nijgh, het door Fungus in het stopcontact gestoken volkswijsje Kaap’ren Varen, flarden Shaffy, de stem van Bob Bouber, en de Hollandser dan Holland hit Ik heb geen zin om op te staan van Het.

Nederlandstalig, het is gewoon mijn ding niet, zeg maar. Het spijt me voor alle Bloffen, Kasten en Dijken, voor Doe Maar (Laat Maar, grapten wij vroeger), Tröckener Kecks en what have you, ik ben groot geworden met Byrds, Beatles, Kinks, Anglofiel tot op het bot, het lijkt wel landverraad of Selbsthass, maar het is niet anders.

In mijn Engelse ziekte so to speak ben ik dus ook Thé Lau en The Scene misgelopen, en dat schuurt nu natuurlijk nu voorman Thé Lau echt op afscheidstournee langs Paradiso, Pinkpop en Brussel gaat omdat hij de strijd tegen keelkanker verliest. Iedereen is daar toch wel een beetje door van de wereld.

Nu iedereen huilt ga ik niet plots meehuilen, dat zou onoprecht zijn, maar triest vind ik het wel, en het lijken mij bergen om te beklimmen straks als je weet dat je voor het laatste keer je publiek ziet en zij jou. En toen herinnerde ik mij dat ik Thé Lau toch een keer had gezien, heel lang her, bij Neerlands Hoop, bij Bram en Freek, maar daar kwam ik dan ook meer voor de grappen dan voor de muziek.

Princejesdag

Prince

De dag die je wist dat komen zou, maar dat maakt het overlijden van Prins Friso niet minder triest. We lazen het nieuws maandagmiddag op onze phones op Miami International Airport, op weg naar huis na drie weken Florida.

Dan is het gek dat je een hele Atlantische oceaan overvliegt, zes uur tijdverschil wegwerkt en thuis komt en thuis Het Parool vindt met op de voorpagina die andere Prince die fotograferende fans Paradiso uit laat zetten. Het lijkt alsof Friso in Nederland dan nog niet dood is.

Over de doden niets dan goeds, maar in het geval van Friso is het toch wel erg opmerkelijk hoe hij direct na zijn dood wordt heruitgevonden en opgewaardeerd, terwijl hij juist zelf voor de betrekkelijke anonimiteit had gekozen. Hoe triest een ieder het ook vindt, ik kan me niet voorstellen dat heel Nederland in diepe rouw is, zoals onze wel vaker mismikkende premier liet noteren.

Friso leek mij – op hele grote afstand – een geestig, wat bleue man, een heertje met humor en een prima stel hersens om eigen keuzes te maken, ver weg van de camera’s, de haaien en hyena’s. Door Klaas B. en Mabel wist hij hoe fijn dat allemaal kon zijn.

Die andere Prince leeft van camera’s en media aandacht, maar toch mocht er niet worden gefotografeerd bij zijn concerten in Paradiso afgelopen zondag. Wie dat wel deed, werd de zaal uitgezet. Je komt het niet vaak tegen, maar ach, in het theater mag je ook niet zomaar gaan zitten filmen en flitsen.

Zo werd het in Nederland voor ons een rare Princejesdag. Friso en een kroniek van een aangekondigde dood. En een wereldster die vooral nieuws maakt omdat hij geen gefotografeer wil bij zijn concerten. Het moet allebei nog een beetje landen bij me.

Time Loves a Hero

Tom Fuller Band. Nooit van gehoord. Althans, tot een aantal weken terug. Toen startte op facebook een like-campagne voor wat bleek de support(ing) act, het voorprogramma van de legendarische L.A.-band Litte Feat die afgelopen donderdagavond Paradiso aandeed.

Tom Fuller Band. Wie steekt daar nu zijn geld in? Het is zo’n typische hoeveel-kunnen-er-in-een-dozijn band, helemaal strak getrokken op het zogenaamde AOR-format waar Amerikanen zo dol op schijnen te zijn, de nep-macho-adrenaline, de rockerpose, maar tegelijkertijd zo glad en gelikt en zonder eigenheid dat je nooit weet welke band het is en dat je dus ook nooit zult weten wie Tom Fuller nu is.

Auke Kok had er gisteren in zijn De stad van Auke Kok in Het Parool een mooi stukje over. Over de Tom Fuller Band. Maar eigenlijk over de rol en het lot van het voorprogramma waar zelden iemand voor komt en waar zelden iemand van uit zijn of haar dak gaat. ‘De band zonder naam speelt liedjes zonder naam omdat een popconcert nu eenmaal een voorprogramma moet hebben,’ zo columnt Kok.

Het zijn de ongeschreven wetten van de popcircuits. Er is bier, een band, nog meer bier, en dan de band waar iedereen voor komt, maar wel met bier. Donderdagavond was dat dus Little Feat, de vooral in Nederland wereldberoemde band die ondanks de dood van voorman Lowell George in 1979 weer en nog steeds leeft en speelt en een naam heeft hoog te houden.

Tom Fuller band heeft inmiddels 11.997 likes, maar die zijn gratis, zoals we weten. Ik zou niet weten wat ik aan Tom Fuller Band zou moeten liken. Het lijkt me typisch een geval van nog wat jaren doorploeteren on the road en dan toch maar eens aan de vrouw en kinderen in een inwisselbare suburb van Shitville, Missouri. Time Loves a Hero, zong Lowell George ooit. Maar dan moet je wel op tijd doodgaan. Of veel talent hebben. Thank you Amsterdam. Bye.