Verkeerd verbonden

oude-telefoon1

Je denkt er niet bij na, totdat je met vriend Pieter afspreekt, en vriend Pieter heeft geen mobiel, dus hoe kun je hem dan laten weten dat het iets later wordt? Het antwoord: dat kan dus niet. Zoals dat pak ‘m beet 20 jaar geleden ook niet kon. Maar dat lijkt nu wel de Steentijd. Want nu heeft iedereen een mobiel. Behalve Pieter.

Maar Pieter is niet alleen. Maar ik geef toe, hij hoort bij een kleine cel van weigerigen. Het Parool portretteerde er dit weekend een viertal onder de kop ‘Mobieltje? Nee, dank je.’ En ik kon mij herinneren dat ik het ook niks vond en dat ik voor werk onderweg het maar storend en onrustig vond dat ik overal en altijd gebeld kon worden, nooit meer rust, maar nu weten we niet meer beter.

Er zijn 20 miljoen mobiele telefoonaansluitingen in Nederland. We kwetteren wat af, maar de voornaamste winnaars lijken mij toch de providers die ons verslaafd hebben gemaakt aan het ee hele dag maar bereikbaar en aanwezig zijn terwijl we grosso modo toch niets zinnigs extra hebben te vertellen dan twee decennia terug. Maar ik ben, dus ik bel, en ik bel, dus ik ben bereikbaar, en belangrijk.

We kijken en loeren de hele tijd, denk niet dat niemand mij belt, ik ben belangrijk, en dat onderstreep ik door het nieuwste toestel met alle toetsers en bellen en het slimste abonnement. We zijn onze telefoon geworden, en onze telefoon is ons. Het is een topprestatie van de telecomjongens om ons zo verslaafd te krijgen aan wat een tijdje geleden nog het saaiste op aarde was, een telefoon…