Vroege Rembrandt

KoningRembrandtIk kreeg vandaag een e-mail van het Rijks Museum (ik moet nog steeds wennen aan die spatie..). Ik werd bedankt voor mijn bezoek aan Late Rembrandt gisteren. ‘Geniet nog even na!’ klonk het bijna dreigend in de header. Wat een raar zinnetje. Het lijkt een bevel. Gij zult nog nagenieten. Vreemd hoor.

En zoveel was er niet te genieten geweest gisteren in het Rijks. Zelfs op de vroege zondagochtend was het een spitsinfarct in het Rijks en filekruipen langs de Late Rembrandt die we natuurlijk allemaal moeten zien. Alles aan deze tentoonstelling is in de overdrive. De kosten. De marketing. Het bezoek. En dus ook de files. En dringen om iets te kunnen zien. Het leken wel de dolle dwaze dagen van De Bijenkorf. Nagenieten? Nou, nee.

En dan kwamen wij nog goed (en redelijk op tijd) weg. Er waren ook best momenten dat er niemand tegen me aanduwde, in de rug porde of poogde mijn blik te blokkeren. Soms nam ik genoegen met rij vier of vijf. Zo rondom 11 uur stond van Oudenrijn tot Museumplein vol, vol en vol, en voelde ik me zelfs een beetje gelukkig dat ik weg mocht en niet in de schuifelende rugbyscrum terecht kwam die nu in de time slot zich naar binnen aan het dringen was. Ik vond het nogal gênant.

Zelfs de hoofdpersoon zag dat het niet goed was. Vanaf zijn zelfportretten etaleerde Rembrandt van Rijn een minzaam lachje en enige berusting over de gekte die aan hem voorbij trok. Succes is leuk, maar je kunt er ook in verzuipen. En als je dan zoveel geld spendeert om iedereen naar het Rijks te lokken, zorg dan ook dat je de vraag aankunt. Waarom niet veel langer open elke dag? Of is het te leuk om die files van succes voor je deur te hebben? Ik erger nog even na.

Beun de Haas

whois

Een Duitse toerist mag zich dinsdag voor de rechter verantwoorden voor het vernielen van een 17e eeuws rustbed in het Rijks. De jongeman had dat rusten te letterlijk genomen. Hij was er op gaan liggen voor een photoopp, maar dat trok de chaise longue niet. Het schijnt dat het rustbed het naar omstandighden redelijk maakt en volledig zal herstellen.

Dat volledige herstel zit er voor Barnett Newman´s ´Who´s Afraid of Red, Yellow and Blue III´ niet meer in. Na de aanslag met een stanleymes door Gerard Jan van Bladeren in 1986, gaf de Amerikaanse restauratuer Daniel Goldreyer het immense doek de genadeklap door het als een Beun de Haas te plakken, over te kalken en voor altijd onherstelbaar te vernielen.

Over de doden niets dan goeds, maar bij Goldreyer ligt dat toch lastig. Niet alleen was hij een slechte amateur, maar via duizelingwekkende lawsuits over reputatieschade poogde hij zijn geklungel ook nog in de onderste laden te houden. Dat lukte tot na zijn dood en tot vorige week toen de Raad van State besliste dat rapporten over de sloop door Goldreyer gepubliceerd moesten worden.

Het is maar raar verdeeld in de wereld. Het enorme portret van Mao blijft maar hangen op het Plein van de Hemelse Vrede (fijne naam, trouwens..). En dat terwijl de Grote Roerganger postuum de medaille verdient voor massaslachter van de 20e eeuw. Niemand die even bij Kalwei langs gaat en een stanleymes koopt.

Boeiend interview in de Volkskrant vandaag met Frank Dikòtter van de Universiteit van Hong Kong over Mao, geschiedenis, beeldvorming en dat het onder de grote leider nog veel erger was dan iedereen inmiddels wel kon weten. Toch wordt Dikòtter nog steeds bestookt door Maoïsten van Wenen tot Melbourne. Net als Goldreyer willen zij niet dat de waarheid op tafel komt. De reputatie van Mao in het Westen was deels gebaseerd op de blindheid van velen hier. Een soort relatie die Mulisch met Castro had. Wat je van ver haalt, moet wel lekker en goed zijn. Er zijn vele Beunen de Haas.

Tunnelvisies

Fietsonderdoorgang.Rijks

Gisteravond was het eindelijk zover. Na bezoek aan onze favoriete Japanse herberg, hadden we er best een kleine omweg voor over om gevieren door de tunnel onder het Rijks Museum te fietsen. Wat voelden we ons rijk, en bevrijd, na al die jaren van afsluiting en Hoekse en Kabeljauwse twisten over of de tunnel ooit nog wel open mocht, een dorpsrel van ongekende omvang.

We zijn weer vrij, we mogen weer, op enkele slots in het weekend na, maar ook die beperkende maatergelen zullen verdwijnen en dan is de oude Stadsmuseumpoort echt altijd weer open, en dan is het dus wachten op de eerste Italianen of Japanners die worden aangereden en bloedend afgevoerd, en dan begint het modderworstelen natuurlijk weer van voren af aan.

Maar ondertussen is het Rijks Museum een hit der hits, met files en rijen, na zo lang dicht en zoveel nachten wachten is een bezoek aan het Rijks een must. Wat een rijkdom nu in onze voortuin, het Rijks, het nieuwe Stedelijk dat het ook zo goed doet, het Concertgebouw dat dit jaar al 125 jaar klassiek is, en het opgeknopte Van Gogh dat nu nog wat geld zoekt om de ingang naar de museumpleinkant te verplaatsen.

Al dat moois en al die rijen vielen natuurlijk in het niet bij bijna 6 miljoen kijkers voor Anouk die met een lied dat niet paste tussen de wegwerppulp wel dat deed wat alle minvermogenden voor haar nalieten: een fatsoenlijke klassering scoren.

Eigenlijk treurig zo’n best mooi lied tussen het middle-of-the-road-afval, en daar gaan we dan massaal naar kijken en uit onze plaat. Zoals de klant bij de kapper zei: ‘we waren wel weer eens toe aan feestje.’ Zo is dat. Willy en Ajax was natuurlijk ook alweer lang her. En tegen Anouk en ESF kan geen fietstunnel of Nachtwacht op. We tellen weer mee in Europa. Of is dat ook een tunnelvisie?

Rijks Dag

Rijksmuseum-Amsterdam-La-Ronda-di-notte-presa-dassalto-dai-fotografi

Op tien jaar is het nog maar een spatie, de paar dagen die ons nu nog scheiden van de officiële opening vlak voor haar eigen sluiting door Koningin Beatrix van het Rijks Museum, voorheen beter bekend als het Rijksmuseum.

Nog maar vijf nachten wachten, en dan is de schatkamer van onze helden weer openbaar kunstbezit en is het drama van politiek gekrakeel en vertraging polots opgedroogd en kan het weer gaan over waar het over moet gaan: genieten van kunst.

Ik was zo bevoorrecht om gisteren in de voorvertoning het nieuwe oude museum te mogen bezichtigen, en ja, het is prachtig, ofschoon ik me met moeite kan herinneren hoe het er bij mijn laatste bezoek een dik decennium geleden dan precies uitzag.

Het was – het kan geen toeval zijn met zo’n PR – ook nog een prachtdag gisteren, de eerste lentedag in de lente, een dag voor een Rijks Dag, en in bijna twee uur snoof ik al heel veel op van wat straks zeker meerdere bezoeken waard gaan zijn.

Maar na de opening kunnen we ook allemaal weer een beetje normaal gaan doen. Want de overdrive waarin dit Rijks Museum op ons aller netvlies wordt gebrand, kent geen grens of rem meer. Een enorm voorspel met gepland orgasme op zaterdag.

Ik verwacht dat Wim Pijbes vrijdag naar buiten komt met het verzoek om het Rijks Museum op de lijst van wereldwonderen te plaatsen. Want daar zou je nu toch wel in gaan geloven met al deze hallelujah, jubel en zelf opgepookte fanfare.

Moest Het Melkmeisje van Vermeer nu echt op de vlapakken van AH?  Van dattum, dus. De kunst van beheersing. Die is er na zaterdag weer, hoop ik. En al dat moois. Maar dan is er nog die fietsonderdoorgang…

Nachtinbraakwacht

nachtwacht1

De PR-machine van het Rijks Museum draait overuren. Vandaag was het de finest hour van Wim Pijbes c.s. tot aan de officiële opening op 13 april: de verplaatsing van de Nachtwacht van de Philipsvleugel naar het hoofdgebouw en de Erezaal van de Rijksschatkamers.

Als in een militaire operatie en met persbelangstelling als betrof het een bliksembezoek van Lady Gaga of Barbra Streisand, werd het wereldberoemde werk van Rembrandt het kleine blokje om verplaatst, veilig verpakt met een buitenhoes die theemuts is gedoopt. Geen detail is onbelangrijk als het over zo’n belangrijk kunstwerk gaat.

Het doek van Rembrandt is beroemd en groot, 3,8 x 4,5 meter, het was ooit groter, maar werd bijgesneden, maar ik kan niet met droge ogen beweren dat het een favoriet van me is. Het is allemaal knap en kijk-eens-hier-en-zie-je-dat, maar de emotieknop gaat bij mij niet aan.

Maar daar zullen die miljoenen bezoekers straks geen boodschap aan hebben. Net als ik in het Louvre toch echt de Mona Lisa moet zien, moet ook de Nachtwacht eraan geloven voor Japanners, Russen en wie niet. Je bent beroemd, of niet.

Hoe actueel de Nachtwacht na 3,5 eeuw nog is, blijkt uit een ander voorpagina-artikel van Het Parool vandaag dat gaat over postende politie in de buurt waar net is ingebroken. het doel van die zichtbare aanwezigheid is om besmettingsinbraken zoveel mogelijk tegen te gaan, inbraken die vaak snel volgen op een eerste inbraak, de boefjes zijn dan bekend met de buurt en weten hun weg naar een volgende buit.

En zoals de nachtwacht nodig was in de 17e eeuw omdat je in het donker overal beroofd kon worden of in de gracht gekieperd, zo tiert nu de huisinbraak weer welig, mede omdat winkeliers hun nering steeds beter beveiligen en verdedigen.

En tsja, die dieven moeten ’s avonds wel met iets thuiskomen. Het antwoord: zichtbare politie-inbraakwacht tot een aantal dagen na een inbraak. Het schijnt te helpen. Maar waar slaan de dieven dan weer toe? In het Rijks?

Aai Amsterdam

Lijstjes, lijstjes, lijstjes. Vooral mannen zijn er dol op. Lijstjes geven overzicht en houvast. En voor marketeers geven lijstjes handvatten voor hun campagnes en de markten die moeten worden afgestruind. Zoals voor Amsterdam 2013, het jubeljaar van 400 jaar grachten en alles wat een x-aantal-jaren bestaat.

Amsterdam is terug van weggeweest. Alles was dicht en dood en lag open, en nu is het elan er weer, is het Stedelijk Museum weer op, is het Rijks Museum bijna open, een vernieuwd Van Gogh, en iedereen jubelt dat het een lieve lust is, van Artis-de-Partis tot het Koninklijk Concertgebouworkest.

En is het nu push or pull? Staat Amsterdam nu zo hoog op allerlei lijstjes omdat we zo ons best doen, of kunnen we lekker aan de weg timmeren omdat we het zo goed op lijstjes zoals die van Lonely Planet waar Amsterdam tot één van de hipste steden voor 2013 wordt geduid.

The New York Times slachtte eerst het vernieuwde Stedelijk, maar nu scoort Amsterdam waanzinnig in de recente lijst The 46 Places to Go in 2013. Amsterdam staat 6e op die lijst, maar zin en onzin van al die rankings lijken me evident, en wat vergelijk je nu eigenlijk?

Rio staat bovenal, vooral omdat je er in 2014 niet moet zijn omdat iedereen er dan is. En Amsterdam komt ook no Marseille, Nicaragua, Accra en Bhutan. Appels, peren, bananen en kiwi’s, vergelijkt u maar.

Professor Akkermans wist al wat belangrijk was: “Mijn naam wordt genoemd.” Dat telt. Iamsterdam. Amsterdam 2013. 400 Jaar Grachten. Wie z’n stad serieus verkoopt, gelooft in lijstjes. Lijstjes sell. Amsterdam vaart wel bij het stijgende toerisme. De helft van het stadsinkomen komt al uit buitenlandse handen. En dan hebben we die 1,3 miljard Chinezen nog niet op de thee gehad. Aai Amsterdam…