Vreemd ongrijpbare regenjas

Raincoat

Thank God it’s Friday zullen velen vast verzuchten vandaag. Het weekend naakt. Een lang Pinksterpopweekend. Maar waar blijft nu toch de zon, het heerlijke voorjaarsweer? Wanneer kunnen we nu toch echt eens de paden op en de lanen in, fietsen langs lammeren, en heerlijk terrassen?

Vandaag gaat het ‘m niet worden, helaas. Ons wacht regen. Maar gelukkig is er een regenjas, een prachtige Raincoat, een heerlijk lieflijk, onbezorgd en vreemd ongrijpbaar nummer van Silver Wilkinson op zijn nieuwste cd Bibio, gisteren zo bejubeld in Het Parool door Hans van Lissum.

Wilkinson is een Brit, dus hij weet wat regen is en hoe je te wapenen met een Raincoat. Het is het prijsnummer op zijn album dat een letterlijke en figuurlijke mix is van folk, electronica, rusiende beats en sounds. Intrigerend, niet allemaal even ijzersterk, maar volgens Van Lissum ‘de muzikale evenknie van een stoffige polaroid die decennia bij je oma op zolder lag.’

Hoe dat klinkt? Check op i-tunes en voor € 0,99 koop je een Raincoat die je vast het weekend in en door helpt en waar je ook nog een zonnig gevoel van krijgt. Wat muziek niet allemaal vermag. En Rod Stewart weet het al heel lang: ‘An Old Raincoat Won’t Ever Let You Down’..

Old Men

Hope I die before I get old. Het is een legendarische regel uit de popklassieker My Generation van The Who, een compositie uit 1965 van de toen 20-jarige gitarist Pete Townshend. Maar Townshend werd oud en ging nog niet dood, net als zijn jaargenoten Neil Young en Rod Stewart, allen bouwjaar 1945.

Townshend, Young en Stewart schreven – with a little help from their friends – hun memoires, en Gijsbert Kamer mocht in de Volkskrant zaterdag de drie boeken van de nu pensioengerechtigde grootheden recenseren en vergelijken.

Praten over muziek (en daar dan weer over schrijven, for that matter) blijft een lastige. Natuurlijk kan het boeien hoe een song of een album ontstond, wie inspiratie bracht, welke ongelukkige liefde de brandstof bood voor een klassieke hit. Maar dan moet de muzikant van dienst er ook wel zin in hebben. Neil Young heeft dat overduidelijk niet.

Zijn Waging Heavy Peace is al net zo off-beat als zijn laatste albums. Daar gaat een held van me. Want wat was ik als protopuber weg van zijn album Harvest, met megahit Heart of Gold, en Old Man. Old Man take a look at my life, I’m a lot like you.. En nu kijkt Young dus naar zichzelf. Veel wijzer worden we er helaas niet van.

Pete Towsnhend gebruikt de makkelijke titel Who I Am om zijn moeilijke leven bloot te leggen, een jeugd van misbruik en levenslange therapie om met je ellende in het reine te komen. Dan is het erg verleidelijk om te denken dat zijn deaf dumb and blind kid, de hoofdrolspeler in zijn rock-opera Tommy, eigenlijk Pete is. Muziektherapie.

Het makkelijkste boekje komt van Rod Stewart en heet dan ook niet voor niets Rod. Simpel, geen fratsen. What you see is what you get. Nu mag je niets meer van Rod Stewart verwachten, maar ooit was hij een grote meneer en zijn Maggie May lag vaak op mijn draaitafel, net als het Faces-album A nod is as good as a wink…to a blind horse met Stay With Me, bijeen gegravelgekrast oor Stewart en de gitaar van Ron Wood.

Stewart is een open boek. De grootste verrassing voor mij is dat Stewart geen Schot is, maar een Londenaar. Voor hemzelf is het ook nog steeds een raadsel waarom hij zo gek is van Schots voetbal en mij daarmee zo lang op het verkeerde been had staan. Old Men look back. Rond Sinterklaas zit er vast wel muziek in. De enorme voorschotten van de uitgevers moeten wel worden terugverdiend.